Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1183 artikelen

x
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Access_open Strafvorderlijke normering van preventief optreden op basis van datakoppeling

Een analyse aan de hand van de casus ‘Sensingproject Outlet Roermond’

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden datakoppeling, privacy, opsporing, preventief politieoptreden, dataprotectierecht
Auteurs Prof. mr. L. Stevens, Prof. mr. M. Hirsch Ballin, Mr. dr. M. Galič e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen wij onderzoek naar de vraag hoe preventief politieoptreden op basis van datakoppeling zou moeten worden genormeerd. Onze analyse is gebaseerd op het Sensingproject Outlet Roermond. Wij stellen dat bestaande wetgeving onvoldoende in staat is de privacy van burgers te beschermen als die burgers ten behoeve van preventief politieoptreden in een algoritmische risicogroep worden geplaatst. Om die reden moet nieuwe regelgeving mede worden gebaseerd op een nieuw concept: group privacy. Ook stellen wij dat een nieuwe wettelijke grondslag recht zal moeten doen aan strafvorderlijke basisbeginselen nu preventief optreden op grond van datakoppeling moet worden gezien als opsporing.


Prof. mr. L. Stevens
Prof. mr. L. Stevens is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. M. Hirsch Ballin
Prof. mr. M. Hirsch Ballin is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. Galič
Mr. dr. M. Galič is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. B. Groothoff
Mr. B. Groothoff is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. Y. Hamelzky
Mr. Y. Hamelzky is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. C. Lucas
Mr. C. Lucas is PhD-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. K. Rasul
Mr. K. Rasul is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. S. Verijdt
Mr. S. Verijdt is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Essay

Integraal handhaven als goudmijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden sociaal domein, toezicht, handhaving
Auteurs Evelien Meester
SamenvattingAuteursinformatie

    De goudmijn die handhaving kan zijn, is binnen het sociaal domein nog redelijk onontgonnen. Het is opvallend hoe goed handhavers hun vak verstaan, maar het vakgebied als geheel heeft nog wel groeipotentie. Het accent ligt meestal op het terughalen van onterecht verstrekte uitkeringen of voorzieningen. Maar daar is niet de grote winst te halen. Wat kunnen handhavers binnen het sociaal domein van elkaar leren en hoe kan handhaving zich verder ontwikkelen tot een echte goudmijn? Goudmijn? Jazeker, en niet alleen in financiële zin. Er is meer te winnen met handhaving, onder meer een schat aan informatie die de organisatie naar een hoger niveau kan tillen.


Evelien Meester
Mr. E. Meester is teammanager bij Stimulansz, Utrecht.
Peer-reviewed artikel

De (ontwikkeling van de) reikwijdte van de inlichtingenplicht in de bijstand

Een onderzoek naar de rol van wetgever en rechter bij deze ontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden inlichtingenplicht, Participatiewet, bijstand(suitkering), sociale zekerheid
Auteurs Chera Kieviet en Joke de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken wij de totstandkoming en ontwikkeling van de reikwijdte van de inlichtingenplicht van de eerste bijstandswet tot heden. Naast de beschrijving van het onderzoek naar de bedoeling en de rol van de wetgever en de rol van de rechter bij de ontwikkeling van de inlichtingenplicht wordt ook kort stilgestaan bij de rol van het bestuur en in het bijzonder van toezichthouders en handhavers bij deze ontwikkeling. Aan het slot van deze bijdrage verwijzen wij nog beknopt naar de recente gebeurtenissen omtrent de toeslagenaffaire en de mogelijke gevolgen daarvan voor de reikwijdte van de inlichtingenplicht.


Chera Kieviet
Mr. C.I. Kieviet is juridisch medewerker bij de Rechtspraak.

Joke de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is universitair hoofddocent bij de sectie Bestuursrecht van Erasmus School of Law. Zij is tevens rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland en voorzitter van de algemene bezwaarschriftencommissie van de gemeente Rotterdam.
Artikel

Access_open Procedurele rechtvaardigheid in de strafrecht­keten

Hoe ervaren gedetineerden de bejegening door strafrecht­actoren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering Online First 2021
Trefwoorden procedural justice, treatment, multiple criminal justice authorities, criminal justice system
Auteurs Matthias van Hall, Anja Dirkzwager, Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It has been proposed that when people perceive their treatment by criminal justice actors as more procedurally just, they will be more likely to comply with the law. Existing research mainly focused on the police or the judge. This longitudinal study examined how prisoners experienced their treatment by five different criminal justice actors using data from the Prison Project. The prisoners were most positive about the procedurally fair treatment by their lawyer and least positive about the treatment by the police. Additionally, the perceived treatment by the police was associated with the treatment by other actors at subsequent moments.


Matthias van Hall
M. van Hall MSc is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Peter van der Laan
Prof. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Paul Nieuwbeerta
Prof. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Snelrecht: voor elk wat wils, maar wat willen we?

De (on)mogelijkheden van snelrecht in het kader van ‘lik-op-stuk’ en efficiency

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Snelrecht, Lik-op-stuk, Taakstrafverbod, Voorlopige hechtenis, Snelrechtgrond
Auteurs Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman, mr. dr. L. (Leonie) van Lent en mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan wij stil bij het snelrecht, een fenomeen dat al lang bekend is in de strafrechtspleging, maar waar tegelijk veel verschillende beelden bij bestaan. Enerzijds wordt snelrecht gezien als hét instrument in de ‘lik-op-stuk’-aanpak. Anderzijds is het een middel om snel en efficiënt strafzaken af te doen en achterstanden weg te werken. Het snelrecht voldoet echter lang niet altijd aan de verwachtingen en is onvoldoende met procedurele waarborgen omkleed. We proberen de (on)mogelijkheden op een rij te zetten.


Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman
Joep Lindeman is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. L. (Leonie) van Lent
Leonie van Lent is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Ze is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

Diana de Wolff
Diana de Wolff is bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam en specialist arbeidsrecht bij Stadhouders Advocaten in Utrecht.
Artikel

Antecedentenscreening in de financiële sector

Een empirische blik op integriteitswaarborging door de uitwisseling en beoordeling van antecedenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden integriteitstoetsing, screening, antecedenten, gegevensdeling, financiële sector
Auteurs Dr. mr. E.G. van ’t Zand, Prof. mr. dr. P.M. Schuyt en Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector vinden steeds meer integriteitstoetsingen en -screenings plaats. Het beoordelen van integriteit draait niet alleen om strafrechtelijke antecedenten, maar ook om toezichtantecedenten, (fiscaal) bestuursrechtelijke antecedenten, financiële antecedenten en tuchtrechtelijke antecedenten. Juridisch-empirisch onderzoek laat zien dat de financiële sector zich kenmerkt door een bont geschakeerd palet aan instanties die integriteitseisen stellen, het gedrag van professionals en ondernemingen toetsen en daarvoor onderling gegevens over antecedenten delen. Aangezien het totale integriteitsinstrumentarium veel overlap kent, is meer duidelijkheid over hoe lang, op welke wijze en in welke contexten antecedenten kunnen doorwerken onontbeerlijk. Daarbij lijkt het aangewezen meer oog te hebben voor de consistentie en systematiek in het totale systeem van integriteitstoetsingen en -screenings.


Dr. mr. E.G. van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is universitair docent criminologie.

Prof. mr. dr. P.M. Schuyt
Prof. mr. dr. P.M. Schuyt is hoogleraar sanctierecht en straftoemeting.

Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht.
Artikel

Douanebeslag en het strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden beslag, douanebeslag, Algemene douanewet, beklag, douane
Auteurs Mr. A.P. Altena
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer het gaat over beslag dat wordt gelegd in strafzaken, dan zal men niet snel denken aan de Algemene douanewet als grondslag voor beslag. Toch biedt deze wet een niet-strafvorderlijke beslaggrond voor opsporingsambtenaren. Dit douanebeslag is ook op andere vlakken verbonden met het strafrecht. Zo is het uitsluitend de strafrechter die controleert of deze fiscale beslaggrond terecht is toegepast. In dit artikel wordt onderzocht wat het douanebeslag precies inhoudt en welke verwevenheid er bestaat met het strafrecht.


Mr. A.P. Altena
Mr. A.P. Altena is officier van justitie.
Artikel

Witteboordendaders over (on)eerlijk strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden witteboordencriminaliteit, strafrechtspleging, strafbeleving, beginselen behoorlijke rechtspraak, strafdoelen
Auteurs Prof. dr. W. Huisman en Drs. D. Lesmeister
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van het eerste Nederlandse onderzoek naar de ervaring van justitiabelen die strafrechtelijk zijn vervolgd zijn voor ‘witteboordencriminaliteit’. Dertig ‘witteboordendaders’ zijn geïnterviewd over de beleving en gevolgen van strafrechtspleging tijdens verschillende fasen (opsporing en vervolging, terechtzitting, strafexecutie en na strafexecutie of vrijspraak) en op verschillende levensdomeinen (mentaal, gezin en familie, sociale relaties en zakelijk). Daarnaast is hun gevraagd te reflecteren op het strafproces zelf.


Prof. dr. W. Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. D. Lesmeister
Drs. D. Lesmeister is geassocieerd onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

It ain’t over till the fat lady sings

De bijkomende gevolgen voor belastingadviseurs en accountants bij de afronding van een strafzaak

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden accountants, belastingadviseurs, integriteitstoetsing, incidentenmelding, Verklaring Omtrent het Gedrag
Auteurs Mr. M. Coenen en Mr. A.A. Feenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In fraudezaken is het strafrecht niet het enige waarmee verdachte professionals als belastingadviseurs en accountants te maken krijgen. Zij krijgen te maken met beroepsmatige gevolgen en integriteits- en betrouwbaarheidstoetsingen. Deze bijdrage beschrijft de verschillende aspecten waar een belastingadviseur of accountant mee te maken kan krijgen bij de afronding van een strafrechtelijk onderzoek. Waarmee moet rekening worden gehouden en op welke manier kan hierop worden geanticipeerd? Daarbij beperken wij ons tot de directe gevolgen van de registratie van een strafrechtelijk onderzoek dan wel de eventuele afdoening daarvan.


Mr. M. Coenen
Mr. M. Coenen is advocaat bij Hertoghs Advocaten.

Mr. A.A. Feenstra
Mr. A.A. Feenstra is advocaat bij Hertoghs Advocaten.
Jurisprudentie

Gebleken onschuld tijdens de civiele schadevergoedingsprocedure

Noot bij HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1526

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden onrechtmatige daad, gebleken onschuld, strafproces, vrijspraak, onschuldpresumptie
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Schadevergoeding voor schade door het strafproces De gewezen verdachte kan na een goede afloop van de tsrafzaak om vergoeding van bepaalde kosten en schade verzoeken binnen het strafproces. Die mogelijkheden worden aangevuld door de civiele actie uit onrechtmatige overheidsdaad. De civiele rechter moet behoorlijk strenge eisen stellen eerdat een vordering kan worden toegewezen. Bij de zogeheten ‘gebleken onschuld’ moet vanuit de strafzaak komen vast te staan dat eiser inderdaad onschuldig is. Hoewel dit kan knellen met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM, houdt de civiele kamer vast aan deze grondslag voor schadevergoeding.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(process)recht (EUR) en cassatieadvocaat (Wladimiroff Advocaten).
Jurisprudentie

De gedwongen biometrische ontgrendeling van een elektronische gegevensdrager: rechtsbescherming gezocht?!

Noot bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden biometrische ontgrendeling, nemo-teneturbeginsel, onderzoek aan de smartphone, rechtsbescherming, inbeslagname
Auteurs Mr. T. Beekhuis en D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202. In deze annotatie wordt ingegaan op de gedwongen biometrische ontgrendeling van een smartphone en het daaropvolgende onderzoek aan de gegevens op de smartphone. Kanttekeningen worden geplaatst bij de mate van rechtsbescherming die een verdachte toekomt.


Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De effectiviteit van de medeplichtigheidshandelingen bij internationale misdrijven – de zaken Van Anraat en Kouwenhoven

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden medeplichtigheid, internationale misdrijven, internationaal strafrecht, Van Anraat, Kouwenhoven
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij medeplichtigheid is naar Nederlands recht vereist dat de verleende bijstand enig effect op het gronddelict heeft gehad. Deze bijdrage onderzoekt of bij internationale misdrijven, die zich kenmerken door grootschaligheid en bijzondere ernst, dit effectiviteitsvereiste een andere, meer gevaarzettende, invulling zou moeten krijgen. De zaken Van Anraat en Kouwenhoven, waarin het ging om medeplichtigheid door het leveren van (grondstoffen voor) wapens in langdurige en complexe conflicten, bieden voldoende aanknopingspunten voor zo’n invulling. De bijdrage geeft een kader op grond waarvan de rechter een subjectievere invulling van het effectiviteitsvereiste bij internationale misdrijven zou kunnen rechtvaardigen.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Prof. mr. G.K. Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit en advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Artikel

Open heimelijke netwerken in de Nederlandstalige georganiseerde synthetische-drugscriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden synthetic drugs, poly-drug trafficking, organized crime, encrypted communication data, social network analysis
Auteurs Irma Vermeulen, Melvin Soudijn en Wouter van der Leest
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the authorities have dismantled several encrypted phone providers. These providers stored millions of messages about covert activities that were overtly exchanged between criminals. This type of communication offers a unique insight into serious organized crime and the people involved. Based on one such intercepted encrypted phone network, called PGP-Safe, we carried out a social network analysis on the Dutch-speaking synthetic drug market. Three findings stand out. Firstly, three-quarters of all accounts (N=4,158) are interconnected in a giant component, resulting in a criminal small-world effect. Secondly, the network appears to be robust. As a consequence, the removal of central accounts will hardly have any impact on the network as a whole. Thirdly, the majority of the accounts within the synthetic drug market is involved in poly-drug trafficking. The Dutch synthetic drug market is much more closely intertwined with other drug markets than is commonly known.


Irma Vermeulen
Drs. I.J. Vermeulen MSc is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is senior onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.

Wouter van der Leest
Drs. W.P.E. van der Leest is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.
Redactioneel

Drugscriminaliteit in de Lage Landen

De omvang(schatting) van de drugseconomie en de verwevenheid van de drugsindustrie met de wettige wereld in Nederland en België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Drug trafficking, Drug production, Subversive crime, Drug economy, Narco state
Auteurs Robby Roks, Edward Kleemans en Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    As drug producing countries and logistical hubs, the Netherlands and Belgium are topping the worldwide charts in the field of international drug trafficking. For this reason, the Netherlands – and to a lesser extent Belgium – is depicted as a ‘narco state’ in the media and the political arena. Another term that is frequently used when it comes to crime problems related to drugs is ‘subversive crime’. In this introduction of the special issue on drug crime, the authors elaborate on two themes that are central to the terms ‘narco state’ and ‘subversive crime’: the size and estimates of the drug economy and the embeddedness of the drug industry in the legal world in the Netherlands and Belgium.


Robby Roks
Dr. R.A. Roks is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het grensgebied als waterbed voor drugscriminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden displacement, cross-border crime, organized drug crime, policy effectiveness, balloon effect
Auteurs Rik Ceulen, Stephan Van Nimwegen en Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper concerns the question whether in the period 2011-2017 displacement effects occurred from the Netherlands to Belgium in the context of synthetic drugs production, cannabis cultivation, and retail of illicit drugs, and if so, how these may be explained. We conclude that displacement took place in modi operandi of retail drug dealers. This is explained foremost by the policy of banning non-residents from Dutch coffeeshops in border region municipalities. Dealers and traffickers responded by switching to local distribution in Belgium as well as deliveries by drug couriers. The synthetic drugs and cannabis cultivation markets show minor changes in modi operandi, but no changes occurred in choosing production locations. Displacement effects in the context of organized drug crime must be explained from a range of factors. Reality is therefore more complex than assuming that government interventions are the main cause of a balloon effect.


Rik Ceulen
R. Ceulen MSc. is criminoloog bij de gemeente Tilburg.

Stephan Van Nimwegen
S.J.M. Van Nimwegen MCI is operationeel specialist/onderzoeker bij de Nationale Politie.

Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie bij de Tilburg University.
Artikel

Access_open Netwerken van netwerken in transit

De doorvoer van cocaïne via Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cocaine trafficking, ping-pong trade, poly-drug trafficking, qualitative social network analysis, transnational networks of networks
Auteurs Vanessa Dirksen, Wouter van der Leest en Irma Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes traits of the hitherto underexposed transit trade of cocaine via the Netherlands, based on a qualitative social network analysis of a diversity of data. Research findings show that the transit trade via the Netherlands is dominated by poly-drug trafficking. It is noteworthy that streams of predominantly mono-drugs are entering the Netherlands, while mainly streams of poly-drugs are leaving the country. Our research furthermore shows that cocaine intended for European markets may be transited via the Netherlands to European countries to which the cocaine was initially imported. This is what we refer to as ping-pong trade. Another characteristic of the transit trade of cocaine via the Netherlands is that the actors involved, mainly coordinate parts of the cocaine supply chain. Although different groups within the cocaine distribution chain collaborate, this does not necessarily mean they actually know each other. Taken together, the organization of the distributive trade of cocaine is in this article positioned as an interdependent transnational network of networks (NoN). We suggest that future research into the transit trade of cocaine should apply such a transnational NoN perspective to fully grasp the interdependence of the micro and meso levels of the trade and, in so doing, ultimately comprehend the effect this may have on the macro level.


Vanessa Dirksen
Dr. V. Dirksen is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Informatiekunde van de Open Universiteit.

Wouter van der Leest
Drs. W.P.E. van der Leest is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.

Irma Vermeulen
Drs. I.J. Vermeulen MSc is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.
Artikel

Access_open Commerciële DNA-databanken: een mixed blessing of een bedreiging voor de forensische praktijk?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden commercial DNA databases, Dutch jurisdiction, legislation, forensic practice, Marianne Vaatstra case
Auteurs Amade M’charek en Peter de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    In April 2018, serial killer Joseph DeAngelo, also known as the Golden State Killer, was spectacularly tracked down. After 13 years of groping in the dark, uploading his DNA profile to a commercial genetic genealogical DNA database helped to identify him within a few months. The use of such commercial DNA databases elicited both hope and dismay. In this contribution the authors address concerns about the use of this technology in the Dutch jurisdiction by situating it in the more than 25 years of careful legislation and forensic practice. They show that much care and attention has been given to the legal and societal aspects of forensic genetic technology and argue that the use of commercial DNA databases warrants a careful and thorough debate before it can be introduced in any sound way.


Amade M’charek
Prof. dr. A.A. M’charek is als hoogleraar Antropologie van de wetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Peter de Knijff
Prof. dr. P. de Knijff is als hoogleraar Populatie- en Evolutiegenetica verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.
Toont 1 - 20 van 1183 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.