Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2396 artikelen

x
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Rechtsbescherming

Van meelwormen, krekels, sprinkhanen en andere wijzen van uitlegging van Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 258/97, dynamische uitlegging, hele insecten, uitlegging materiële werkingssfeer van de verordening
Auteurs Mr. drs. K.J. Defares
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2020 gaf het Hof van Justitie van de Europese Unie antwoord op de door de Franse Conseil d’État gestelde prejudiciële vraag of hele insecten, zoals wormen, sprinkhanen en krekels, een novel food zijn in de zin van Verordening (EG) nr. 258/97. Tegen de achtergrond van deze vraag besteedt advocaat-generaal Michal Bobek in zijn conclusie, naast de standaardmethoden van uitlegging van het Unierecht, aandacht aan de minder vaak toegepaste dynamische uitlegging. In deze bijdrage wordt derhalve nader stilgestaan bij de beperkingen en mogelijkheden van de toepassing van de dynamische interpretatie in de context van het Unierecht.
    Conclusie A-G Bobek 9 juli 2020, zaak C-526/19, ECLI:EU:C:2020:552 (Entoma)


Mr. drs. K.J. Defares
Mr. drs. K.J. (Kenneth) Defares is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Access_open Vergoeding van shockschade sinds de invoering van de Wet vergoeding affectieschade

Een greep uit en op de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden geestelijk letsel, cumulatie, hoogte, niet-ontvankelijkheid, confrontatievereiste
Auteurs Mr. A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt middels een eerste, verkennende jurisprudentieanalyse inzichtelijk gemaakt wat speelt op het gebied van vergoeding van immateriële schade in de context van shockschade na inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade. De uitspraken zijn geanalyseerd op basis van de cumulatie van de shock- en affectieschadevordering, de hoogte van de vergoeding van immateriële schade in geval van een shockschadevordering, de niet-ontvankelijkheid van de shockschadevordering, het confrontatievereiste en het vereiste van geestelijk letsel. Aan dit laatste vereiste komt in deze bijdrage bijzondere aandacht toe bij bespreking van het juridisch kader.


Mr. A.M. Overheul
Mr. A.M. Overheul is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en Empirical Research into Institutions for Conflict Resolution (ERI) van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek gaat over compensatiesystemen voor beroepsziekten als alternatief voor de klassieke route van het aansprakelijkheidsrecht.
Artikel

Access_open Is de legitieme portie nog legitiem?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden geldvordering, som ineens, testeervrijheid, onterving, legitimaris
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het onlangs verschenen rapport Legitieme portie centraal, dat tot stand is gekomen in een samenwerking van het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen. De onderzoekers bevelen aan de legitieme portie af te schaffen. Het is echter de vraag of het onderzoek deze aanbeveling rechtvaardigt, temeer omdat uit de peilingen ook blijkt dat een groot deel van het Nederlands publiek de legitieme portie juist omarmt. De wetgever koos er in 2003 voor de legitieme portie te handhaven, maar in sterke mate te ontkrachten. Schrijver concludeert dat de cijfers uit het rapport eerder bevestigen dat deze keuze de juiste was en pleit voor behoud van de legitieme portie.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wetenschap aan huis

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Stijn Dunk

Stijn Dunk
Rechtsbescherming

Het spanningsveld tussen de belangen van producent, concurrent en publiek

Hoever reikt de bescherming van de commerciële belangen van farmaceutische bedrijven onder de Eurowob?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 1049/2001, agentschap, Eurowob, commerciële belangen, algemene aanname van vertrouwelijkheid
Auteurs Y.C. Bijl LL.M. en J. de Klein LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee recente uitspraken van respectievelijk het Gerecht en het Hof van Justitie besproken. In deze uitspraken laten zij zich uit over het openbaar maken van klinische onderzoeksrapporten verstrekt in het kader van een aanvraag voor het in de handel brengen van een geneesmiddel. In de uitspraken komen onder meer het leerstuk van de algemene aanname van de vertrouwelijkheid en de uitzonderingsgrond onder de Eurowob die dient ter bescherming van de commerciële belangen van een (rechts)persoon aan bod. Dit artikel beoogt uiteen te zetten in hoeverre de uitspraken meer duidelijkheid verschaffen over het bovengenoemde leerstuk en de genoemde uitzonderingsgrond.
    Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PbEU 2001, L 145).
    Gerecht 5 februari 2018, zaak T-718/15, ECLI:EU:T:2018:66 (PTC Therapeutics International/EMA) (PbEU 2018, C 104)
    HvJ 22 januari 2020, zaak C-175/18 P, ECLI:EU:C:2020:23 (PTC Therapeutics International/EMA) (PbEU 2018, C 231)


Y.C. Bijl LL.M.
Y.C. (Yannick) Bijl LL.M. was ten tijde van het schrijven van dit artikel jurist bij de afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

J. de Klein LL.M.
J. (Josse) de Klein LL.M. is jurist bij de afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

De rechtsstaat en het geld

Innovatie en financiering van de (appel)rechtspraak

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Tweede Kamerverkiezingen, Politiek en strafrecht, Rechtspraak, Beleid
Auteurs Mr. A. (Ton) de Lange, Mr. W.E.C.A. (Wim) Valkenburg en Mr. J. (Jessica) van der Vegte
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs van deze bijdrage signaleren dat in Polen en Hongarije de rechtsstaat wankelt. Nu is de rechtsstatelijke situatie in Polen en Hongarije weliswaar niet te vergelijken met die van ons land, toch is ook die niet onaantastbaar. Kwetsbaar in dit opzicht is de financiering van de rechtspraak. Zo kan de principiële vraag worden gesteld of de onafhankelijkheid van de derde staatsmacht wel voldoende is geborgd nu deze binnen de begroting van de uitvoerende macht valt, in casu het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het huidige financieringssysteem knelt überhaupt. Voor deze bijdrage is vooral relevant dat het financieringssysteem niet voorziet in een adequaat budget voor de noodzakelijke innovatie. Die noodzaak is er voortdurend en zeker nu.


Mr. A. (Ton) de Lange
Ton de Lange is bestuurslid van het Hof Den Haag en redacteur van Boom Strafblad.

Mr. W.E.C.A. (Wim) Valkenburg
Wim Valkenburg is senior raadsheer bij het Hof Den Bosch.

Mr. J. (Jessica) van der Vegte
Jessica van der Vegte is stafjurist bij het Hof Den Haag.
Wetenschap

Wanprestatie/onrechtmatige daad rechtspersoon = onrechtmatige daad bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW, subsidiaire aansprakelijkheid, directe aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurder van een rechtspersoon kan op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk zijn tegenover een crediteur van de rechtspersoon en gehouden zijn diens schade te vergoeden. Bestuurdersaansprakelijkheid doet zich in de regel alleen voor bij aanwezigheid van een ‘persoonlijk ernstig verwijt’. Meestal is die aansprakelijkheid een subsidiaire aansprakelijkheid: biedt de rechtspersoon geen verhaal voor de vordering van de crediteur, dan richt hij zijn pijlen op de bestuurder, in de hoop daar wel verhaal te vinden. Zijn er gevallen waarin die aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad niet pas aan de orde komt als de rechtspersoon geen verhaal biedt? De voorbeelden liggen niet voor het oprapen, maar het kan zich voordoen als de rechtspersoon door toedoen van de bestuurder zeer ernstig wanprestatie pleegt of de bestuurder de rechtspersoon opzettelijk onrechtmatig laat handelen. In dergelijke gevallen kan de crediteur de bestuurder dadelijk met de rechtspersoon aansprakelijk stellen, ongeacht of de rechtspersoon verhaal biedt of niet.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de rechtbank Den Haag.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/33

HR 9 februari 2021, 20/01738, ECLI:NL:HR:2021:190

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Artikel

Kiezen of delen?

Over de ondeelbare belastingaangifte en una via

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden una via, hetzelfde feit, dubbele bestraffing en vervolging, boete, strafvervolging
Auteurs Mr. G.M. Boezelman en Mr. A.C.M. Klaasse
SamenvattingAuteursinformatie

    Overtredingen van de belastingwet kunnen zowel worden beboet als strafrechtelijk bestraft. Het una-viabeginsel voorkomt dat twee keer wordt bestraft voor hetzelfde feit. Recent is in twee arresten van gerechtshoven aan de orde gekomen of het onjuist invullen van twee posten in één belastingaangifte separaat kan worden bestraft. De auteurs bespreken deze problematiek aan de hand van deze arresten alsmede de rechtspraak van de Hoge Raad en het EHRM en komen tot de conclusie dat de aangifte ondeelbaar is, zodat het opzettelijk indienen van een onjuiste belastingaangifte slechts éénmaal kan worden bestraft.


Mr. G.M. Boezelman
Mr. G.M. Boezelman is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.

Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is advocaat bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.
Artikel

Het groeiende doolhof van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën voor verplichtingen met drugsprecursoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden drugsprecursoren, chemicaliën, Wet voorkoming misbruik chemicaliën, WED, Opiumwet
Auteurs Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) bepaalt dat het verboden is om in strijd te handelen met uiteenlopende voorschriften uit Europese verordeningen over drugsprecursoren. Deze Europese voorschriften brengen met zich dat bij handelingen met bepaalde drugsprecursoren, in het bijzonder zogenoemde geregistreerde stoffen, allerlei verplichtingen in acht moeten worden genomen. Zo gelden onder andere vergunning-, documentatie-, registratie- en opslagplichten. Thans is in de Tweede Kamer een wetsvoorstel in behandeling om een nieuw verbod in de Wvmc op te nemen. Met dit verbod wordt beoogd handelingen strafbaar te stellen met stoffen die (nog) niet zijn geregistreerd op grond van de Europese verordeningen maar geen legale toepassing zouden hebben. In dit artikel wordt ingegaan op de verplichtingen met drugsprecursoren en het voorgestelde verbod. Bij het wetsvoorstel worden de nodige kanttekeningen geplaatst.


Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers te Amsterdam.
Trending Topics

Artikel 272 Sr: zullen we het dan maar geheim gehouden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsgeheim, ambtsgeheim, politieambtenaren, politiemol, geheimhoudingsplicht
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel het aantal schendingen van het beroepsgeheim, zoals bedoeld in artikel 272 Sr, als het aantal strafzaken is toegenomen. In de bijdrage wordt de actuele jurisprudentie behandeld.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Prof. mr. H.J.B. Sackers is hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De (niet-)ontvankelijkheid van het OM en het rechterlijk pardon

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, niet-ontvankelijkheid, rechterlijk pardon, 359a Sv
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad stelt hoge eisen aan de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. De wetgever lijkt in de moderniseringsoperatie van het Wetboek van Strafvordering iets meer ruimte te willen geven voor situaties waarin de rechter al te grof is misleid, maar waarin door herstel van de vormverzuimen de waarheidsvinding niet wezenlijk is aangetast. Intussen lijken rechters soms middels een zogenaamd rechterlijk pardon (art. 9a Sr) verholen niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Hoe zit dat?


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair hoofddocent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De digitale algemene vergadering binnen Nederlandse beursvennootschappen: een volwaardig alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden digitalisering, empirie, statutenonderzoek, aandeelhoudersrechten, Tijdelijke wet Covid-19
Auteurs Mr. I. Öncü
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in de praktijk als in de literatuur leeft de vraag of de digitale aandeelhoudersvergadering als volwaardig alternatief kan dienen voor de klassieke (fysieke) algemene vergadering. In dit artikel concludeert de auteur dat dit slechts bij een kleine groep beursvennootschappen het geval is. Deze vennootschappen waarborgen namelijk dat ieder aandeelhoudersrecht behouden blijft wanneer digitaal wordt vergaderd.


Mr. I. Öncü
Mr. I. Öncü is als promovendus en docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R, Radboud Universiteit Nijmegen).
Artikel

Access_open Wetsvoorstellen voor een eerlijke economie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden aandeelhouderskapitalisme, werknemersaandelen, medezeggenschap, structuurregeling, certificering van aandelen
Auteurs Mr. J.E. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee van de drie wetsvoorstellen voor een ‘eerlijke economie’ aan een kritische evaluatie onderworpen. Uit de historische en actuele schets die volgt, blijkt dat de wens om tot versterking van de positie van werknemers te komen bijzonder toepasselijk is in het huidige tijdsgewricht, waarin de factor arbeid op verschillende niveaus aan betekenis heeft ingeboet.


Mr. J.E. Devilee
Mr. J.E. Devilee is als promovendus verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Consultatievoorstel wettelijke kwaliteitsrekening financiële ondernemingen: naar een praktisch alternatief voor een stichting derdengelden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden betaalinstelling, vermogensscheiding, afgescheiden vermogen, beleggingsonderneming, verhaal
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond, opzet en inhoud van het consultatievoorstel voor een wettelijke kwaliteitsrekening voor bepaalde financiële ondernemingen. De auteur signaleert verschillende verbeterpunten en concludeert dat de toegevoegde waarde van het voorstel vooral hierin ligt dat het een praktisch alternatief biedt voor het gebruik van een stichting derdengelden.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden, Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Evelyne Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent Burgerlijk procesrecht & Insolventieprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Sinds inwerkingtreding van de WAMCA kent de collectieve actie een procedurele tweedeling in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase. Inhoudelijke behandeling van de vordering vindt ingevolge art. 1018c lid 5 Rv pas plaats indien en nadat de rechter over de ontvankelijkheid heeft beslist. De vraag is in hoeverre de twee fasen los van elkaar kunnen worden gezien, nu elementen van de ontvankelijkheidstoets nauw zijn verweven met de inhoudelijke beoordeling. De auteur maakt een vergelijking met de Amerikaanse federale class action, die een soortgelijke problematiek kent, en betoogt dat een genuanceerde toepassing van art. 1018c lid 5 Rv aangewezen is.


Pim Wissink
Mr. P.G.J. Wissink is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Boekbespreking

Mandatory family protection

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden legitieme, internationaal, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. drs. M.R. Beuker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze boekbespreking analyseert de auteur het boek Mandatory family protection. Dit derde boek in een serie over rechtsvergelijkend erfrechtelijk onderzoek handelt over de dwingende bescherming die verschillende landen toekennen aan familieleden van erflaters. Diverse auteurs beschrijven de nationale regelingen van Europese landen, landen met een common law-stelsel, China en islamitische landen. Daarnaast is een aantal hoofdstukken gewijd aan historische en rechtsvergelijkende aspecten van dwingende erfrechtelijke bescherming. Duidelijk wordt dat het erfrecht constant in beweging is; stelsels met een legitieme portie zoeken flexibiliteit, terwijl rechtszekerheid gezocht wordt door stelsels met aanspraken gebaseerd op behoeften van familieleden.


Mr. drs. M.R. Beuker
Mr. drs. M.R. Beuker is promovendus aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 2396 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.