Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 10480 artikelen

x

    This article engages in a comparison of the regulation of PR in the Netherlands and the UK (specifically England and Wales). The latter is a good comparator as it operates a similar regulatory approach to the Netherlands, that of conditional acceptance of PR, the condition being (prior) consent. Furthermore, the UK boasts a more detailed and mature legal framework that continues to be tested through caselaw, and thus offers insight into how a regulatory approach conditional upon the (prior) consent of the deceased can fare.
    The article starts with a brief exposition of the new Dutch guidelines and the current legislative position in the Netherlands vis-à-vis posthumous reproduction (part II). Likewise, the relevant UK guidelines and legislative position are summarized (part III). This article draws out the similarities and differences between the two regimes, as well as engaging in a critical analysis of the regulations themselves. It then looks at how the UK regime has been challenged in recent years through caselaw in anticipation of the issues that might confront the Netherlands in future (part IV). The article concludes (part V) that the key lesson to be drawn from the UK experience is that clarity and consistency is crucial in navigating this ethically, emotionally, and time sensitive area. Further, that both the UK and the Netherlands can expect demand for more detailed and precise regulatory guidance as requests for the procedure increase, and within evermore novel circumstances.

    ---

    Dit artikel vergelijkt de regulering van postume reproductie (PR) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk (in het bijzonder Engeland en Wales). Laatstgenoemde is daarvoor zeer geschikt, aangezien het VK een vergelijkbare reguleringsbenadering heeft als Nederland, namelijk de voorwaardelijke acceptatie van PR, waarbij (voorafgaande) toestemming de voorwaarde is. Bovendien beschikt het VK over een gedetailleerder en volwassener juridisch kader dat continu wordt getoetst door middel van rechtspraak. Dit kader biedt daarmee inzicht in hoe een regulerende benadering met als voorwaarde (voorafgaande) toestemming van de overledene kan verlopen.
    Het artikel vangt aan met een korte uiteenzetting van de nieuwe Nederlandse richtlijnen en de huidige positie van de Nederlandse wetgever ten opzichte van postume reproductie (deel II). De relevante Britse richtlijnen en het wetgevende standpunt worden eveneens samengevat (deel III). Vervolgens worden de overeenkomsten en verschillen tussen de twee regimes naar voren gebracht, met daarbij een kritische analyse van de regelgeving. Hierop volgt een beschrijving van hoe het VK de afgelopen jaren is uitgedaagd in de rechtspraak, daarmee anticiperend op vraagstukken waarmee Nederland in de toekomst te maken kan krijgen (deel IV). Tot slot volgt een conclusie (deel V) waarin wordt aangetoond dat de belangrijkste les die uit de Britse ervaring kan worden getrokken, is dat duidelijkheid en consistentie cruciaal zijn bij het navigeren door dit ethische, emotionele en tijdgevoelige gebied. En daarnaast, at zowel het VK als Nederland een vraag naar meer gedetailleerde en precieze regelgeving kunnen verwachten naarmate verzoeken om deze procedure toenemen, met daarbij steeds weer nieuwe omstandigheden.


Dr. N. Hyder-Rahman
Nishat Hyder-Rahman is a Post-doctoral Researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Molengraaff Institute for Private Law, Utrecht University.
Artikel

Zorgen om zeden

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 139h Sr, kinderpornografie, grooming, seksuele intimidatie in de openbare ruimte, seks tegen de wil
Auteurs Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de reeds aangekondigde integrale herziening en modernisering van de zedenmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht en in relatie tot recente en in voorbereiding zijnde strafbaarstellingen op zedengebied brengt de auteur in deze bijdrage een aantal ‘zorgen om zeden’ voor het voetlicht. De auteur wil de wetgever daarmee handvatten aanreiken om de zedentitel inhoudelijk en systematisch tot een helder en werkbaar geheel om te vormen


Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
Mr. S.F.J. Smeets is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De strafbare voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie in artikel 140 lid 2 Sr nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden voortzetting werkzaamheid, artikel 140 lid 2 Sr, verboden organisatie, deelneming, motorclub
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de strafbaarstelling in artikel 140 lid 2 Sr en de uitleg van het bestanddeel ‘de voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie’ in het licht van de wetsgeschiedenis, recente opvattingen in de literatuur en aankomende wetgeving


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo was tot 1 februari 2019 (juridisch) adviseur bij het openbaar ministerie, is thans met vroegpensioen, maar nog steeds actief als (zelfstandig) onderzoeker en auteur.
Artikel

Access_open Een verbod op wraakporno

Het nieuwe artikel 139h Sr kritisch beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden lex certa, seksueel beeldmateriaal, afbeelding van seksuele aard, openbaar maken, artikel 139h Sr
Auteurs Mr. M. (Michael) Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2020 is een verbod op misbruik van seksueel beeldmateriaal in werking getreden. Het nieuwe artikel 139h Sr verbiedt het zonder toestemming vervaardigen van seksueel beeldmateriaal, het beschikken over zulk materiaal en het openbaar maken ervan. Bij het wetsvoorstel werden vanuit het parlement en de strafrechtketen de nodige kanttekeningen geplaatst. Ondanks amendementen die de strafbepaling wezenlijk hebben veranderd, is niet aan alle kritiekpunten uit de parlementaire behandeling tegemoetgekomen. In dit artikel wordt artikel 139h kritisch beschouwd, waarbij onder meer de afbakening van de bestanddelen centraal staat (lex certa). Eerst wordt kort stilgestaan bij de aanleiding voor de wetswijziging en de parlementaire behandeling ervan. Vervolgens staat het wetsartikel zelf centraal. Daarna worden enkele knelpunten van deze strafbaarstelling besproken.


Mr. M. (Michael) Berndsen
Mr. M. Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam en is onder meer gespecialiseerd in cybercrime en cassatie.
Artikel

Contempt of court als inspiratiebron voor de Nederlandse strafrechtspleging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden common law, niet-naleving van rechterlijke beslissingen, goede strafrechtspleging, contempt by publication, rechterlijk gezag
Auteurs Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift Contempt of court. Een meerwaarde voor de goede strafrechtspleging in Nederland?. De auteur zet uiteen wat onder ‘contempt of court’ moet worden verstaan en gaat in op de vraag of het instrument een zinvolle bijdrage kan leveren aan de waarborging van een goede strafrechtspleging in Nederland.


Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
Mr. dr. M. Lochs is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Mededinging

Concentratietoezicht en industriebeleid: tussen protectionisme en mededingingstoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededinging, concentratiecontrole, Industriebeleid, Protectionisme, hervormingsvoorstellen
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. E.M.R.H. Vancraybex
SamenvattingAuteursinformatie

    Het besluit van de Commissie om de fusie tussen Siemens en Alstom te verbieden heeft tot veel kritiek geleid. Het concentratietoezicht zou aan het ontstaan van Europese kampioenen op het mondiale speelveld in de weg staan. Verschillende lidstaten hebben opgeroepen tot een hervorming van het concentratietoezicht om beter rekening te houden met belangen van industriebeleid. Gedacht wordt aan een bevoegdheid voor de Raad om door de Commissie verboden concentraties alsnog goed te keuren op grond van overwegingen van industriebeleid dan wel een versoepeling van de analysekaders van de Commissie. In deze bijdrage gaan wij in op de rol van industriebeleid in het concentratietoezicht en de voor- en nadelen van de hervormingsvoorstellen, mede in het licht van de praktijk in de lidstaten. Wij concluderen dat er betere oplossingen denkbaar zijn. Voor zover industriepolitieke ‘correcties’ op de zuivere mededingingstoets toch in het concentratietoezicht worden ingebouwd, gaat onze voorkeur uit naar een goedkeuringsbevoegdheid voor de Raad waarbij de scheidslijn tussen de objectieve mededingingstoets en meer subjectieve politieke beslissingen helder blijft.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. E.M.R.H. Vancraybex
Mr. E.M.R.H. (Eline) Vancraybex is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Mededinging

Access_open Jurisdictie bij schade als gevolg van een inbreuk op het Europees mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededingingsrecht, Rechtsmacht, Kartelschade, Handlungsort, Erfolgsort
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer en Mr. J.W. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit overzichtsartikel bespreken de auteurs de lijnen die zijn te ontdekken in de arresten CDC/Akzo, flyLAL, Apple en Tibor-Trans van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die zien op de toepassing en uitleg van de artikel 7 lid 2, artikel 8 lid 1 en artikel 25 van de EEX-Vo in het geval van een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht. Voorts gaan zij in op de (praktische) gevolgen van deze jurisprudentie voor een benadeelde die een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht aanhangig wenst te maken.

    • HvJ EU 21 mei 2015, zaaknr. C-352/13, ECLI:EU:C:2015:335 (CDC/Akzo).

    • HvJ EU 5 juli 2018, zaaknr. C 27/17, ECLI:EU:C:2018:533 (flyLAL).

    • HvJ EU 24 oktober 2018, zaaknr. C 595/17, ECLI:EU:C:2018:854 (Apple).

    • HvJ EU 29 juli 2019, zaaknr. C 451/18, ECLI:EU:C:2019:635 (Tibor-Trans).


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. (Tom) Hoyer is advocaat bij BarentsKrans.

Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. (Joost) Fanoy is advocaat bij BarentsKrans.
Digitale markten

De Richtlijn elektronische handel en de platformeconomie

Noot bij HvJ 19 december 2019, zaak C-390/18, ECLI:EU:C:2019:1112 (Airbnb Ireland)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden online platformen, vrij verkeer van diensten, aansprakelijkheid, Digital Single Market
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Airbnb Ireland geeft aanleiding tot een herbezinning op de Richtlijn elektronische handel. Deze richtlijn uit 2000 lijkt onvoldoende toegerust om het hoofd te bieden aan de complexe problemen die ontstaan door de groeiende aanwezigheid van grote online platformen op Europese consumentenmarkten. Deze noot bespreekt de kwalificatie van platformdiensten als ‘dienst van de informatiemaatschappij’ en de daaraan gekoppelde regels voor aansprakelijkheid en mogelijke beperkingen van het vrij verkeer van diensten door nationale regelgeving.
    HvJ EU zaak C-390/18, Airbnb Ireland, ECLI:EU:C:2019:1112


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. (Vanessa) Mak M.Jur is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

De nabijheidsrechter en maatschappelijk effectieve rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vrederechter, toegang tot de rechter, verzoening, rechtsvergelijking, pilots
Auteurs Eddy Bauw, Stefaan Voet, Emanuel van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De wens om te komen tot maatschappelijk effectieve(re) rechtspraak domineert de agenda voor de (civiele) rechtspleging. Er wordt door de gerechten volop geëxperimenteerd met varianten die hiertoe kunnen bijdragen. In een onderzoek van het Montaigne Centrum van de Universiteit Utrecht en de KU Leuven is de praktijk van de vrederechter in Frankrijk en België in kaart gebracht. In deze bijdrage geven de onderzoekers een samenvatting van het onderzoek en de resultaten. Zij zien mogelijkheden de toegankelijkheid en laagdrempeligheid van de eerstelijnsrechtspraak in Nederland te verbeteren: organiseer rechtspraak dichter bij de burger en laat de kantonrechter de rol van nabijheidsrechter vervullen.


Eddy Bauw
Prof. dr. E. Bauw is hoogleraar Privaatrecht en Rechtspleging aan de Universiteit Utrecht.

Stefaan Voet
Prof. dr. S. Voet is hoofddocent aan de KU Leuven en de UHasselt.

Emanuel van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marc Simon Thomas
Mr. dr. M. Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Wemmeke Wisman
Mr. W.I. Wisman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

Sharona Heeroma
Mr. S. Heeroma is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.
Artikel

De invloed van Europa op ons procesrecht

Verslag van de voorjaarsvergadering 2019 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Auteurs Jaap Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de rechtbank Gelderland.
Kroniek

Mediation

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Auteurs Paula Boshouwers, Hester Uhlenbroek en Nelleke van Thiel-Wortmann
Auteursinformatie

Paula Boshouwers
Mr. P.H.A. Paula Boshouwers is MfN-registermediator bij ReulingSchutte in Amsterdam.

Hester Uhlenbroek
Mr. H Uhlenbroek is MfN-registermediator bij ReulingSchutte in Amsterdam.

Nelleke van Thiel-Wortmann
Mr. P.A.T.N. van Thiel-Wortmann is MfN-registermediator bij ReulingSchutte in Amsterdam.
Artikel

Kerkgenootschappen en hun religieuze functionarissen in het recht

Beschouwingen naar aanleiding van HR 4 oktober 2019 (NGK/Gort)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden kerkgenootschap, geestelijk ambtsdrager, arbeidsrecht, dwingend recht, kerkelijk dienstrecht
Auteurs Mr. dr. P.T. Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 oktober 2019 wees de Hoge Raad een belangwekkend arrest op het snijvlak van het rechtspersonenrecht, arbeidsrecht en kerkelijk recht. De zaak betreft het ontslag van een predikant die werkzaam was in een kerkgenootschap. De juridische kernvraag in cassatie is: welk recht is van toepassing op de rechtspositie van deze voorganger? Is dat het civiele arbeidsrecht, het kerkelijke dienstrecht of een samenloop van beide? De Hoge Raad biedt duidelijkheid op het grensvlak van kerk en staat.


Mr. dr. P.T. Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem.
Artikel

Grensoverschrijdende fusies en omzetting/zetelverplaatsing met en binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden artikel 2:333b BW (NL), artikel 2:323a BW (Aruba, Curaçao, Sint Maarten en BES), Koninkrijk, Cariben, concordantie
Auteurs Mr. D.W. Ormel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Koninkrijk bestaat uit vier landen en vijf rechtsstelsels waarbinnen verschillende mogelijkheden tot grensoverschrijdende fusies en omzettingen bestaan. Die (on)mogelijkheden worden in kaart gebracht door de auteur, waarbij opvalt dat de mogelijkheden tot grensoverschrijdende fusie ruimer zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk dan in Europees Nederland.


Mr. D.W. Ormel
Mr. D.W. Ormel is advocaat bij De Cuba Wever Attorneys at Law in Aruba.
Artikel

Het gebruik van oligarchische clausules bij benoeming en ontslag door Nederlandse beursvennootschappen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corporate governance, bindende voordracht, ontslag, ontstentenis, aandeelhouders
Auteurs Mr. B. Kemp en Mr. A.S. Renshof
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit ons onderzoek volgt dat een ruime meerderheid van de Nederlandse beursvennootschappen de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering om bestuurders te benoemen en ontslaan beperkt door het gebruik van zogeheten oligarchische clausules. Hieruit worden in deze longread enkele conclusies getrokken, waaronder dat oligarchische clausules worden gebruikt als correctie op het aandeelhoudersvriendelijke wettelijke uitgangspunt.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en als universitair docent verbonden aan Maastricht University. Hij is daarnaast redacteur van dit tijdschrift.

Mr. A.S. Renshof
Mr. A.S. Renshof is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Access_open Onvrijwillige aansprakelijkheid van een moedervennootschap: een overzicht van de risico’s en suggesties ter beperking daarvan

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden concernaansprakelijkheid, risicobeperking, artikel 6:162 BW, moedervennootschap
Auteurs Mr. D.R.C. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Doorbraak van aansprakelijkheid is een risico voor de moedervennootschap van een concern. Aan de hand van arresten van de Hoge Raad brengt deze bijdrage de aansprakelijkheidsrisico’s voor een moedervennootschap op grond van onrechtmatige daad jegens crediteuren van haar groepsvennootschap in kaart en reikt voorts suggesties aan ter beperking van die risico’s.


Mr. D.R.C. Smit
Mr. D.R.C. Smit is recent afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht en binnenkort werkzaam bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Access_open Collectieve acties van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Collectieve actie, Franchisenemersvereniging, Franchisenemers
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt dat als franchisenemers hun belangen jegens de franchisegever collectief organiseren, zij in beginsel materieel verdergaande bevoegdheden kunnen hebben om te ageren tegen (voorgenomen wijzigingen van) bepalingen in de modelfranchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat te Rotterdam bij Ludwig & Van Dam advocaten.
Artikel

Plas/Valburg na CBB/JPO?

Een netwerkanalyse van rechtspraak over afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden precontractuele fase, aansprakelijkheid, CBB/JPO, Plas/Valburg, netwerkanalyse
Auteurs Prof. mr. dr. G. van Dijck en Mr. J. Cleuters
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt betoogd dat CBB/JPO het leidende arrest is bij afgebroken onderhandelingen, en niet langer Plas/Valburg. Uit een uitgevoerde netwerkanalyse volgt dat Plas/Valburg minder vaak, maar nog altijd geregeld is aangehaald nadat CBB/JPO is gewezen. Een nadere inspectie laat zien dat er een tweedeling in de lagere rechtspraak bestaat: een groep uitspraken stelt onaanvaardbaar afbreken als voorwaarde voor de mogelijkheid om gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen, in een andere groep uitspraken geldt die voorwaarde niet. Plas/Valburg wordt met name in de laatstgenoemde groep uitspraken geciteerd. Geconcludeerd wordt dat drie situaties denkbaar zijn: (1) afbreken staat vrij, geen verplichting tot het vergoeden van schade; (2) afbreken staat vrij, maar niet zonder vergoeding; en (3) afbreken is onaanvaardbaar. Plas/Valburg biedt voor geen van de situaties handvatten. CBB/JPO is leidend voor de laatste categorie, maar niet om te beoordelen of sprake is van welke van de twee andere scenario’s.


Prof. mr. dr. G. van Dijck
Prof. mr. dr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan de Maastricht University.

Mr. J. Cleuters
Mr. J. Cleuters was ten tijde van het verrichten van het onderzoek als masterstudent verbonden aan Maastricht University.
Actualia contractspraktijk

Faillissement is niet (altijd) het bankroet van een contract

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Contract, Faillissement, Nebula, Verrekening, Opzegging
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard en Mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de auteurs stil bij de inwerking van de insolventieprocedure op overeenkomsten. Zij bespreken aan de hand van recente rechtspraak de hoofdregel dat het faillissement bestaande overeenkomsten niet beïnvloedt, het recht van de curator om tekort te schieten, de gevolgen van het faillissement voor verplichtingen uit huur-, pacht-, arbeids- en agentuurovereenkomsten en de mogelijkheden tot verrekening.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat onder de naam facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Aalsmeer en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp
Mr. M.P. van Eeden-van Harskamp is wetenschappelijk docent Vermogensrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 10480 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.