Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1686 artikelen

x
Artikel

De beheerder van aandelen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden Ondernemingskamer, enquête, beheerder van aandelen
Auteurs Mr. E.L.A. van Emden en Mr. J. Wareman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft in haar uitspraak van 30 april 2019 duidelijkheid geschapen over het rechtskarakter van het tijdelijk beheer van aandelen. Een aantal vragen is daarmee nog niet beantwoord. In dit artikel worden de volgende vraagpunten behandeld: kan de Beheerder meewerken aan het ontslag van de bestuurder, kan de Beheerder meewerken aan verkoop van de activa, hoe kan de Beheerder dekking krijgen voor mogelijke proceskosten indien hij aansprakelijk wordt gesteld en, ten slotte, dient de regelgeving met betrekking tot de openbare registers te worden aangepast?


Mr. E.L.A. van Emden
Mr. E.L.A. van Emden is voormalig advocaat, en wordt door de Ondernemingskamer regelmatig benoemd tot beheerder.

Mr. J. Wareman
Mr. J. Wareman is advocaat bij Van Benthem & Keulen advocaten te Utrecht.
Artikel

De raad in de Ondernemingskamer

Deskundigheid ten dienste van recht en onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden deskundig lid, Raad, raadsheren, interviews, ondernemingsrecht
Auteurs Mr. drs. M.D. Hendriks, Mr. S.C. Prins en Prof. dr. mr. S. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs hebben de raden en twee raadsheren van de Ondernemingskamer geïnterviewd over de toegevoegde waarde van de raden en hun persoonlijke ervaringen. Hieruit volgt dat de raden van de Ondernemingskamer met hun brede ervaring in de top van het bedrijfsleven een waardevolle bijdrage aan het oordeelvormende vermogen van de Ondernemingskamer leveren.


Mr. drs. M.D. Hendriks
Mr. drs. M.D. Hendriks is organisatieadviseur bij TEN HAVE Change Management.

Mr. S.C. Prins
Mr. S.C. Prins is secretaris van de Ondernemingskamer.

Prof. dr. mr. S. ten Have
Prof. dr. mr. S. ten Have is raad van de Ondernemingskamer, hoogleraar Strategie en Verandering aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur en partner bij TEN HAVE Change Management.
Artikel

De door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijke bestuurder en commissaris

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden OK-functionaris, enquêterecht, voorzieningen, aansprakelijkheid, toezicht
Auteurs Mr. D.J.F.F.M. Duynstee en Mr. T. Drenth
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs wat een OK-functionaris is, en gaan zij in op zijn aansprakelijkheidspositie en op enige recente ontwikkelingen in de jurisprudentie ten aanzien van de rol van de Ondernemingskamer in het beperken van de risico’s voor de OK-functionaris. Afgesloten wordt met een kort pleidooi voor een bredere toepassing van artikel 16 lid 5 Rv en meer structureel toezicht.


Mr. D.J.F.F.M. Duynstee
Mr. D.J.F.F.M. Duynstee is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. T. Drenth
Mr. T. Drenth is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

    Op 11 maart jongstleden is het conceptwetsvoorstel naar aanleiding van de evaluatie Wet OM-afdoening in consultatie gegaan. Dit conceptwetsvoorstel wijzigt de regeling van de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten op vier onderdelen. Een van die onderdelen betreft de (hoge)transactieregeling. In deze bijdrage worden de belangrijkste door de minister voorgestelde wijzigingen van deze regeling besproken en daarbij enkele (kritische) opmerkingen gemaakt.


Mr. S. Kerssies
mr. S. Kerssies is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Oost-Brabant.
Wetenschap

Access_open De beursgenoteerde vennootschap

Faits divers

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gereglementeerde markt, MiFID II, multilaterale handelsfaciliteit, m/v-quotum, wettelijke bedenktijd
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beursgenoteerde vennootschap is een vennootschap waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit. In Boek 2 BW en in de Wft komen beide varianten voor. Als sprake is van toelating tot de handel op alleen een gereglementeerde markt gaat het primair om regelgeving waarin de Nederlandse wetgever uitvoering geeft aan Europees recht. Als het gaat om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook een multilaterale handelsfaciliteit gaat het om regelgeving die een nationale oorsprong heeft. In die laatste gevallen zijn wel weer verschillende varianten denkbaar.


C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

De financiering van collectieve schadevergoedingsacties onder de WAMCA

Een inventarisatie van onzekerheden en mogelijkheden vanuit het perspectief van een procesfinancier

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden common fund, exclusieve belangenbehartiger, kostenveroordeling
Auteurs Mr. C.E. Santman en Mr. R.J. Philips
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de WAMCA is Nederland klaar om ook de komende decennia een leidende rol te vervullen in de afwikkeling van massaschades. Zoals bij iedere nieuwe wet, bestaan er ook onzekerheden over de toepassing ervan. In dit artikel staat de vergoeding van de belangenorganisatie en de procesfinancier centraal. Aan de orde komen: (i) de toepassing van de common fund doctrine; (ii) de toetsing van de vergoeding door de rechter; (iii) de kostenveroordeling; en (iv) de vergoeding van de niet-exclusieve belangenbehartiger.


Mr. C.E. Santman
Mr. C.E. Santman is general counsel bij Redbreast Associates te Den Haag.

Mr. R.J. Philips
Mr. R.J. Philips is managing director bij Redbreast Associates te Den Haag.
Artikel

De summiere ondeugdelijkheidstoets in de WAMCA: het brede belang van een zwaardere invulling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden collectieve actie, ontvankelijkheid, ondeugdelijk
Auteurs Mr. D. Horeman en Mr. M.V.E.E. de Monchy
SamenvattingAuteursinformatie

    De WAMCA voorziet in een summiere toets door de rechter in een collectieve actie. Blijkt de vordering summierlijk ondeugdelijk, dan leidt dit tot niet-ontvankelijkheid. Het serieus uitvoeren van die toets is in het belang van gedupeerden, van de aangesproken partij en van procesefficiëntie. Daarvan blijkt in de praktijk te weinig.


Mr. D. Horeman
Mr. D. Horeman is partner bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. M.V.E.E. de Monchy
Mr. M.V.E.E. de Monchy is partner bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Broze fundamenten en alarmerende signalen

Lessen uit het ‘cellulaire drama’ voor gesloten jeugdhulp

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cellular prison system, solitary confinement, shortages regular youth care, judicial juvenile institution, child protection measures
Auteurs Jolande uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, a comparison is drawn between the origins of the cellular system in the 19th century and the system of closed youth care in the 21st century. The comparison then focuses on the alarming signals from closed youth care practice and how these are dealt with. The author argues that shortages in the provision of regular youth care have led to situations in which young people are unnecessarily placed in closed youth care institutions. By focusing on eliminating this deficit closed youth care can be gradually phased out and reduced to a minimum.


Jolande uit Beijerse
Prof. mr. J. uit Beijerse is als hoogleraar Justitiële Jeugdinterventies verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het sociaal plan met de ondernemingsraad nader bekeken

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden ondernemingsraad, sociaal plan, artikel 32 lid 2 WOR, procesbevoegdheid, reorganisatie
Auteurs mr. Klaas Wiersma en mr. Anne van Geen
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar de ondernemingsraad eerst met name als toehoorder bij de onderhandelingen tussen de vakbonden en de ondernemer zat, lijken werkgevers er in toenemende mate de voorkeur aan te geven om een sociaal plan met de ondernemingsraad overeen te komen in plaats van met de vakbonden. In deze bijdrage onderzoeken de auteurs wat de werking is van een met de ondernemingsraad overeengekomen sociaal plan en wat de rol van de ondernemingsraad kan zijn als de ondernemer zijn verplichtingen uit het sociaal plan niet nakomt. Aansluitend doen de auteurs een aanbeveling om de positie van de ondernemingsraad te versterken in een eventueel geschil over de uitleg of nakoming van het sociaal plan.


mr. Klaas Wiersma
Klaas Wiersma is advocaat/partner bij Loyens Loeff N.V.

mr. Anne van Geen
Anne van Geen advocaat bij Loyens Loeff N.V.
Peer-reviewed artikel

De (ontwikkeling van de) reikwijdte van de inlichtingenplicht in de bijstand

Een onderzoek naar de rol van wetgever en rechter bij deze ontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden inlichtingenplicht, Participatiewet, bijstand(suitkering), sociale zekerheid
Auteurs Chera Kieviet en Joke de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken wij de totstandkoming en ontwikkeling van de reikwijdte van de inlichtingenplicht van de eerste bijstandswet tot heden. Naast de beschrijving van het onderzoek naar de bedoeling en de rol van de wetgever en de rol van de rechter bij de ontwikkeling van de inlichtingenplicht wordt ook kort stilgestaan bij de rol van het bestuur en in het bijzonder van toezichthouders en handhavers bij deze ontwikkeling. Aan het slot van deze bijdrage verwijzen wij nog beknopt naar de recente gebeurtenissen omtrent de toeslagenaffaire en de mogelijke gevolgen daarvan voor de reikwijdte van de inlichtingenplicht.


Chera Kieviet
Mr. C.I. Kieviet is juridisch medewerker bij de Rechtspraak.

Joke de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is universitair hoofddocent bij de sectie Bestuursrecht van Erasmus School of Law. Zij is tevens rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland en voorzitter van de algemene bezwaarschriftencommissie van de gemeente Rotterdam.
Artikel

Het machtigingsvereiste: een machtig sturingsinstrument voor zorgverzekeraars?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden machtiging, toestemming, zorginhoudelijke criteria, zorgbehoefte, beoordeling
Auteurs Mr. M.E. Jannink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het machtigingsvereiste is voor zorgverzekeraars een krachtig sturingsinstrument, met name bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Het stelt hen in staat om vóóraf te beoordelen of verzekerden recht hebben op de voorgenomen zorg. De toetsing van zorgverzekeraars gaat daarbij soms echter verder dan wettelijk mogelijk lijkt. Voorts leiden recente arresten tot een intensievere beoordeling van machtigingsaanvragen.


Mr. M.E. Jannink
Marlou Jannink is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

Access_open Gegevensuitwisseling bij bemoeizorg: goed geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden beroepsgeheim, doorbreking, goed hulpverlenerschap, zelfbeschikkingsrecht
Auteurs Mr. C.M. Zetsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het juridische kader voor gegevensuitwisseling ten behoeve van bemoeizorg. Centraal staat de vraag of het goed hulpverlenerschap als zelfstandige grond ter doorbreking van het beroepsgeheim kan en mag worden beschouwd. Dit onder andere met het oog op het (informationele) zelfbeschikkingsrecht van de cliënt.


Mr. C.M. Zetsma
Katrien Zetsma is onder andere werkzaam als adviseur gezondheidsrecht bij Artsenfederatie KNMG.
Artikel

Access_open Meer en zwaarder toezicht na detentie

Uitbreiding van de lijst van bijzondere voorwaarden binnen de voorwaardelijke invrijheidstelling

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2021
Trefwoorden voorwaardelijke invrijheidstelling, bijzondere voorwaarden, gedragsbeïnvloedende maatregel, vrijheidsbeperkende maatregel
Auteurs Mirte Bikker
SamenvattingAuteursinformatie

    Part of the new legislation to reform the Dutch conditional release system contains a substantial expansion of the list of individualised conditions under which sentenced prisoners can be released early. These include a prohibition on settlement in a certain area, travelling abroad and on certain voluntary work, an obligation to move and the compensation of damage caused by the offense. These additional individualised conditions have significant implications on the specific character of the conditional release system, the legal protection of offenders, and the ratio between the conditional release system and the already existing conditional measure with regard to serious violent and sex offenders.


Mirte Bikker
Mr. Mirte Bikker is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden en heeft een afgeronde master Straf- en strafprocesrecht aan diezelfde universiteit (2019). Daarnaast is zij commissiesecretaris bij de Afdeling rechtspraak van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
Artikel

Access_open WAMCA – exclusieve belangenbehartiger, inclusief complicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Trefwoorden WAMCA, concurrerende vordering, exclusieve belangenbehartiger, collectieve actie, collectief schadeverhaal
Auteurs Branda Katan en Marnix Wallinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de figuur van de exclusieve belangenbehartiger in de WAMCA. De exclusieve belangenbehartiger treedt in een samengevoegde procedure op voor de belangen van alle personen voor wie de collectieve actie is ingesteld, en als vertegenwoordiger van de mede-eiseressen. Deze bijdrage verkent de knelpunten die zich kunnen voordoen bij conflicten tussen concurrerende belangenbehartigers en andere complicaties in verschillende fases van een collectieve procedure.


Branda Katan
Mr. dr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marnix Wallinga
Mr. dr. M.W. Wallinga is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en verbonden aan het Groningen Centre for European Financial Services Law.
Artikel

Access_open Professional Ethics for Judges – Lessons Learned from the Past. Dialogue as Didactics to Develop Moral Leadership for Judges

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, ethical dilemmas, judiciary, independence
Auteurs Alex Brenninkmeijer en Didel Bish
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an intimate link between good conduct by judges and the rule of law. The quintessence of their role is that judges shape a trustworthy and fair legal system from case to case. Ethical trading is not carved in granite, and judges must determine their course on different levels. First, it concerns personal conduct and requires integrity and reliability. On the second level, the challenge is to achieve proper adjudication by conducting a fair trial in accordance with professional standards. Third, judges exercise discretion, in which normative considerations run the risk of becoming political. They should act independently as one of the players in the trias politica. A triptych of past cases illustrate moral dilemmas judges may encounter in their profession. Calibrating the ethical compass is not an abstract or academic exercise. A dialogue at the micro (internal), meso (deliberation in chambers) and macro levels (court in constitutional framework) could be incorporated in the legal reasoning as a didactic framework to make future judges aware of their ethical challenges.


Alex Brenninkmeijer
A.F.M. Brenninkmeijer, PhD is Member of the European Court of Auditors, Luxembourg. Professor of Institutional Aspects of the Rule of Law at Utrecht University.

Didel Bish
D.A. Bish, LLM is a trainee at the European Court of Auditors, Luxembourg.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De tijd heelt alle wonden … maar de littekens blijven

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdsverloop, Vervolgingsverjaring, Recht tot strafvordering, Afschaffing van de verjaring, Opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Van oudsher vervalt na verloop van tijd het recht tot strafvordering. De wettelijke regeling van deze zogeheten vervolgingsverjaring vormt echter allang geen rustig bezit meer. Zij is de laatste decennia zo vaan en zo ingrijpend gewijzigd dat de vraag rijst of ze niet evengoed helemaal kan worden afgeschaft. Dat is de vraag die in dit artikel onder ogen wordt gezien.


Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
Leo van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Artikel

De zaakafbakening: ratio en werking

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden rechtseconomie, waardemotief, modulariteit, complementariteit
Auteurs Mr. R. Bloemink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel zoekt naar een rechtseconomische verklaring voor het gegeven dat sommige (samenstellingen van) objecten dwingend als ‘zaak’ worden aangemerkt. Die verklaring wordt niet gevonden in het streven om bepaalde waardevolle samenstellingen te conserveren, maar in het streven naar inzichtelijkheid van de rechtstoestanden, en de verhandelbaarheid, van objecten.


Mr. R. Bloemink
Mr. R. Bloemink is wetenschappelijk medewerker bij de sectie civiel van het Wetenschappelijk Bureau bij de Hoge Raad en als buitenpromovendus verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Contractuele vaccinatieplichten, coronaclausules en wijziging van overeenkomsten

Contractsvrijheid in tijden van corona

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden COVID-19, testverplichting, privileges, pandemieclausule, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat vanuit het perspectief van de contractsvrijheid de invloed van coronamaatregelen op contracten centraal. Ingegaan wordt op de vraag of contractuele vaccinatie- of testverplichtingen kunnen worden afgedwongen, of en in hoeverre contracten kunnen worden aangepast op grond van onvoorziene coronaomstandigheden, en of in coronaclausules de gevolgen van coronamaatregelen kunnen worden vastgesteld.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 1686 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.