Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1095 artikelen

x

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Access_open Aanvaarding, verwerping en beschermingsbewind: geen automatisme na drie maanden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden beschermingsbewind, wettelijke vertegenwoordiging, verwerping, beneficiaire aanvaarding, zuivere aanvaarding
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat rechtens is wanneer aan iemand wiens vermogen onder bewind staat een erfdeel toekomt. De drie mogelijkheden (zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding en verwerping) komen aan bod.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar algemene rechtswetenschap en familievermogensrecht RUG en adviseur bij Elan Notarissen.
Artikel

‘Wij staan op het punt om uit het peloton te demarreren naar de koplopers’

Interview met Martijn Snoep door redactie Markt & Mededinging, 18 april 2019

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2019
Auteurs Cees Dekker, Anna Gerbrandy en Gunnar Niels
SamenvattingAuteursinformatie

    Totdat hij in september 2018 voorzitter werd van de ACM, was Martijn Snoep naast advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek ook een van de vaste columnisten van Markt & Mededinging. Van 2013 tot in 2018 liet hij met enige regelmaat zijn licht schijnen over allerhande onderwerpen die het mededingingsrecht en -beleid raken. In verband met zijn benoeming tot voorzitter eindigde Martijn Snoep zijn bijdragen als columnist aan ons blad. Dat leek de redactie van Markt & Mededinging een goede reden om de columns van Martijn Snoep nog eens te herlezen en (mede) aan de hand daarvan hem in zijn nieuwe functie te interviewen over zijn kijk op de ontwikkelingen in het mededingingsrecht en de rol van de ACM.


Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Anna Gerbrandy
Prof. dr. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.

Gunnar Niels
Dr. G. Niels is partner bij Oxera en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken

Over de noodzaak van het vooroordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Auteurs Thomas Jacobus de Jong
Samenvatting

    In deze bijdrage staat de activiteit van bewijzen in strafzaken centraal. Betoogd wordt dat de vigerende rationalistische opvatting van strafrechtelijk bewijzen eraan voorbij gaat dat het bewijzen zich allereerst voltrekt op een vóór-reflectief niveau. Het primaire blikveld van de mens is namelijk niet het objectiverende kennen, zoals in de rationele bewijstheorieën wordt voorondersteld, maar de praktische relatie tot de wereld. In dit kader wordt eerst de filosofische achtergrond van de rationalistische bewijsopvatting in kaart gebracht, in het bijzonder de invloed van Aristoteles en Descartes. Vervolgens worden de daaruit voortkomende bevindingen aan de hand van ideeën en inzichten die zijn ontleend aan de existentiële fenomenologie kritisch gewaardeerd. Dit leidt tot de uiteenzetting van een hermeneutische opvatting van strafrechtelijk bewijzen.


Thomas Jacobus de Jong

Ronald Tinnevelt
Ronald Tinnevelt is universitair hoofddocent Rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Auteurs Wim Borst
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Big data: vatbaar voor (faillissements)beslag?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden big data, beslag, verhaalsbeslag, faillissement
Auteurs Mr. F.S.M. Ruitinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data lijkt waarde te vertegenwoordigen en dat maakt deze data een interessant object voor een (faillissements)beslag. Gelet op het onstoffelijke karakter van data brengt dit ook de nodige vragen met zich. In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het leggen van beslag en faillissementsbeslag op data onderzocht en worden de gevolgen van een (faillissements)beslag op data verkend.


Mr. F.S.M. Ruitinga
Mr. F.S.M. Ruitinga is wetenschappelijk docent bij Erasmus School of Law.
Artikel

Een voorzet voor de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht in lijn met het IVRK en met oog voor de knelpunten in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jeugdige verdachten, buitengerechtelijke afdoening, IVRK, jeugdstrafzitting, EU-Richtlijn procedurele waarborgen jeugdige verdachten
Auteurs Mr. dr. J. uit Beijerse en Mr. C.L. van der Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een voorzet gedaan om de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht nog meer in lijn te brengen met de uit het IVRK voortvloeiende eisen. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan de plaats van het jeugdstrafprocesrecht in het voorgestelde wetboek, aan de bijzondere positie van de buitengerechtelijke afdoening van jeugdstrafzaken door het Openbaar Ministerie en worden voorstellen gedaan met het oog op diverse zich in de jeugdstrafprocespraktijk voordoende knelpunten.


Mr. dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is als universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. C.L. van der Vis
Mr. C.L. (Chantal) van der Vis was student-assistent en is thans wetenschappelijk docent bij de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wettelijk overgangsrecht en rechterlijke anticipatie ter zake van het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden overgangsrecht, anticipatie, rechterlijke anticipatie, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. M.J. Borgers en Prof. mr. T. Kooijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    De inwerkingtreding van het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering zal gepaard gaan met vragen van overgangsrechtelijke aard. Op dit moment heeft de minister nog niet voorzien in overgangsrecht. In deze bijdrage wordt besproken hoe de contouren van dat overgangsrecht eruit zouden kunnen zien. Daarnaast wordt de vraag besproken in hoeverre de rechter, voorafgaand aan de inwerkingtreding, kan anticiperen op het gemoderniseerde wetboek bij de uitleg van de huidige wettelijke bepalingen.


Mr. M.J. Borgers
Mr. M.J. (Matthias) Borgers is raadsheer in de Hoge Raad.

Prof. mr. T. Kooijmans
Prof. mr. T. (Tijs) Kooijmans is hoogleraar straf(proces)recht aan Tilburg University.
Artikel

Access_open Waarheidsplicht en bewijslastverdeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, waarheidsplicht, bewijslastverdeling, bewijsrecht, artikel 21 Rv
Auteurs Redouan El Gamali en Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de verhouding tussen de waarheidsplicht en de bewijslastverdeling aan een nader onderzoek onderworpen. Besproken zal worden de praktische uitwerking van de interactie tussen de twee leerstukken. Het wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wordt daarbij betrokken. Geconcludeerd zal worden dat de waarheidsplicht in zeker opzicht breder is dan de bewijslastverdeling, maar zij is niet los te denken van de vraag wie het bewijsrisico draagt. Een verbeterd sanctiestelsel zou de waarheidsplicht beter doen aansluiten bij de praktijk van het civiele proces.


Redouan El Gamali
Mr. R. El Gamali is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en afgestudeerd aan Tilburg Law School.

Eric Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburg Instituut voor Privaatrecht (TIP).
Over de grens

Uitleg van overeenkomsten naar Engels recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Engels recht, Uitleg van overeenkomsten, Contractsuitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar Burgerlijk recht en intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en juridisch adviseur te Amsterdam.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak Wet Bopz

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden psychiatrie, verstandelijkgehandicaptenzorg, psychogeriatrie, dwangbehandeling, gedwongen zorg
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een selectie van rechtspraak uit de periode van 1 september 2016 tot en met 31 december 2018. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de criteria voor opneming, procedurele vereisten, eisen rondom ‘bijzondere’ machtigingen en aspecten van onvrijwillig verblijf. Speciale aandacht is er voor de forensische setting.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is universitair docent gezondheidsrecht bij het Amsterdam UMC, locatie VUmc, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Veel potentie voor zakelijke mediation

Wat zijn de ervaringen van de afnemers van zakelijke mediation en welke ontwikkelingen in het vakgebied zien zij graag?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Zakelijke mediation, Advocaten, Rechters, bedrijven
Auteurs Manon Schonewille en Marc Simon Thomas
SamenvattingAuteursinformatie

    The report ‘ZAM/ACB research on possibilities and impediments for commercial mediation’ of the Utrecht Montaigne Centre represents the most important results for the three target groups (lawyers, firms, and judges), with an accent on how users of commercial mediation in the Netherlands think about the potential of mediation.


Manon Schonewille
Manon Schonewille is onder andere MfN Registermediator en partner in Schonewille & Schonewille Legal Mediation.

Marc Simon Thomas
Marc Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

    This research aims to contribute to the development of an adequate handling of the complex, conflictual family situation that occurs during a parental abduction. The following research question is answered: to what extent can the methods of conflict resolution – in the Belgian context – be optimized so that the interests of the child are guaranteed, in the light of the theoretical insights provided by Glasl’s conflict theory? Attention is paid to the limited effectiveness of legal procedures on the one hand and the mediation on the other. The method of de-escalation, developed by Glasl, offers a useful diagnostic tool for the conflict counsellor. In addition, the metaphor of the ladder he uses is extremely valuable as a tool for gaining insight into the mechanisms of conflict-escalation. A clear theoretical framework for the judiciary in the interpretation of an escalated conflict can lead to a better understanding of the possibilities and limits of cooperation between ex-partners, which benefits the best interests of the child.


Elise Blondeel
Elise Blondeel is doctoraatsstudent aan de Universiteit Gent in het domein van Strafrecht en Kinderrechten. Master in de Criminologie en gestart aan een doctoraat in de Rechten op 1 oktober 2018. Het doctoraat handelt over de wisselwerking tussen burgerlijk recht en strafrecht in zaken van internationale parentale ontvoering. Het doctoraat vindt plaats onder de supervisie van Prof. Dr. Wendy De Bondt.
Objets trouvés

Leidt terugtred van de wetgever tot een opmars van rechterlijke rechtsvorming en afbraak van democratische waarden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Terugtred, Rechtsvorming, Tegendemocratie, Deparlementarisering, Primaat
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Raad van State gewaarschuwd dat het primaat van de wetgever wordt uitgehold door het regeren bij akkoord, gebruik van kaderwetgeving, experimentwetgeving en private regelgeving. Dat zou leiden tot een opmars van rechtsvorming door de rechter waardoor het primaat van de wetgever nog verder wordt aangetast. In deze bijdrage wordt echter verdedigd dat herstel van het primaat van de wetgever waarschijnlijk onmogelijk is en dat een grotere nadruk op rechterlijke rechtsvorming in het licht van de democratietheorie van Rosanvallon evengoed kan worden gezien als een zegen voor de democratie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

‘Uiteindelijk telt hoe goed je bent’

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2019
Auteurs Nathalie de Graaf en Jiri Büller

Nathalie de Graaf

Jiri Büller
Artikel

Access_open Is een ‘akkoorden-democratie’ wel een democratie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden parlement, politieke legitimiteit, wetgeving, poldermodel, regeerakkoord
Auteurs Prof. dr. R.A. Koole
SamenvattingAuteursinformatie

    De toename en verbreding van politiek-maatschappelijke akkoorden (tussen politici en belangenorganisaties) en parlementaire akkoorden (tussen fracties in de Tweede Kamer) roept de vraag op of de parlementaire democratie hiermee gediend is. Internationale literatuur wijst op de ontwikkeling naar een verzwakking van de positie van parlementen. De Nederlandse praktijk van ‘regeren bij akkoord’ versterkt deze trend, met name in het geval van politiek-maatschappelijke akkoorden (waaronder klimaatakkoorden). Het eventuele gebruik van dergelijke akkoorden zou zo moeten worden vormgegeven dat het parlement voldoende tijd en ruimte heeft om de resultaten ervan te doorgronden en eventueel te wijzigen.


Prof. dr. R.A. Koole
Prof. dr. R.A. (Ruud) Koole is hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 12 februari 2019 en 19 maart 2019.
Artikel

Advocatuurlijke stoelendans in senaat

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2019
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Toont 1 - 20 van 1095 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.