Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1263 artikelen

x
Brexit

Brexit en de gevolgen voor het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Brexit, internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging
Auteurs Prof. mr. I. Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 januari 2021 is het EU-recht formeel niet meer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Dit geldt ook op het terrein van het internationaal privaatrecht. In dit artikel wordt een globaal overzicht gegeven van de verschillende instrumenten die in de plaats treden van de EU-vorderingen die niet meer zullen gelden binnen het Verenigd Koninkrijk.


Prof. mr. I. Sumner
Prof. mr. I. (Ian) Sumner is hoogleraar Familierecht en Internationaal Privaatrecht, Tilburg University, rechter-plaatsvervanger (met unus belasting), Team Familie- en Jeugd, Rechtbank Overijssel.
Overheidsaanbestedingen

Een nieuwe impuls aan het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’: een aanbestedingsplicht voor nationale sportbonden?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden aanbestedingsrecht, Hof van Justitie, publiekrechtelijke instelling, nationale sportbond, Richtlijn 2014/24/EU
Auteurs Mr. L. Bozkurt en T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Prejudiciële beslissing over de aanbestedingsrechtelijke kwalificatie van de Italiaanse voetbalbond. Een marktpartij meent dat de Italiaanse voetbalbond kwalificeert als een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn en daarom opdrachten via een aanbesteding dient te vergeven. Het Hof van Justitie benoemt in zijn beslissing de relevante criteria om te oordelen of sprake is van een publiekrechtelijke instelling, te weten: de instelling (1) is opgericht met het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële en commerciële aard, (2) bezit rechtspersoonlijkheid en (3) vertoont overheidsafhankelijkheid. Het Hof van Justitie geeft de Italiaanse feitenrechter handvatten om te onderzoeken of voldaan is aan het derde vereiste, en meer specifiek of sprake is van overheidstoezicht op het beheer van de voetbalbond.
    HvJ 3 februari 2021, gevoegde zaken C-155/19 en C-156/19, ECLI:EU:C:2021:88 (Federazione Italiana Giuoco Calcio (FIGC)).


Mr. L. Bozkurt
Mr. L. (Leyla) Bozkurt is Counsel aanbestedingsrecht bij Maverick Advocaten.

T. Heystee
T. (Tess) Heystee is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten.
Artikel

De raad in de Ondernemingskamer

Deskundigheid ten dienste van recht en onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden deskundig lid, Raad, raadsheren, interviews, ondernemingsrecht
Auteurs Mr. drs. M.D. Hendriks, Mr. S.C. Prins en Prof. dr. mr. S. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs hebben de raden en twee raadsheren van de Ondernemingskamer geïnterviewd over de toegevoegde waarde van de raden en hun persoonlijke ervaringen. Hieruit volgt dat de raden van de Ondernemingskamer met hun brede ervaring in de top van het bedrijfsleven een waardevolle bijdrage aan het oordeelvormende vermogen van de Ondernemingskamer leveren.


Mr. drs. M.D. Hendriks
Mr. drs. M.D. Hendriks is organisatieadviseur bij TEN HAVE Change Management.

Mr. S.C. Prins
Mr. S.C. Prins is secretaris van de Ondernemingskamer.

Prof. dr. mr. S. ten Have
Prof. dr. mr. S. ten Have is raad van de Ondernemingskamer, hoogleraar Strategie en Verandering aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur en partner bij TEN HAVE Change Management.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger

    Op 11 maart jongstleden is het conceptwetsvoorstel naar aanleiding van de evaluatie Wet OM-afdoening in consultatie gegaan. Dit conceptwetsvoorstel wijzigt de regeling van de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten op vier onderdelen. Een van die onderdelen betreft de (hoge)transactieregeling. In deze bijdrage worden de belangrijkste door de minister voorgestelde wijzigingen van deze regeling besproken en daarbij enkele (kritische) opmerkingen gemaakt.


Mr. S. Kerssies
mr. S. Kerssies is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Oost-Brabant.
Artikel

Verliezen kantoren de slag om personeel?

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2021
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius
Artikel

De financiering van collectieve schadevergoedingsacties onder de WAMCA

Een inventarisatie van onzekerheden en mogelijkheden vanuit het perspectief van een procesfinancier

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden common fund, exclusieve belangenbehartiger, kostenveroordeling
Auteurs Mr. C.E. Santman en Mr. R.J. Philips
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de WAMCA is Nederland klaar om ook de komende decennia een leidende rol te vervullen in de afwikkeling van massaschades. Zoals bij iedere nieuwe wet, bestaan er ook onzekerheden over de toepassing ervan. In dit artikel staat de vergoeding van de belangenorganisatie en de procesfinancier centraal. Aan de orde komen: (i) de toepassing van de common fund doctrine; (ii) de toetsing van de vergoeding door de rechter; (iii) de kostenveroordeling; en (iv) de vergoeding van de niet-exclusieve belangenbehartiger.


Mr. C.E. Santman
Mr. C.E. Santman is general counsel bij Redbreast Associates te Den Haag.

Mr. R.J. Philips
Mr. R.J. Philips is managing director bij Redbreast Associates te Den Haag.
Artikel

De summiere ondeugdelijkheidstoets in de WAMCA: het brede belang van een zwaardere invulling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden collectieve actie, ontvankelijkheid, ondeugdelijk
Auteurs Mr. D. Horeman en Mr. M.V.E.E. de Monchy
SamenvattingAuteursinformatie

    De WAMCA voorziet in een summiere toets door de rechter in een collectieve actie. Blijkt de vordering summierlijk ondeugdelijk, dan leidt dit tot niet-ontvankelijkheid. Het serieus uitvoeren van die toets is in het belang van gedupeerden, van de aangesproken partij en van procesefficiëntie. Daarvan blijkt in de praktijk te weinig.


Mr. D. Horeman
Mr. D. Horeman is partner bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. M.V.E.E. de Monchy
Mr. M.V.E.E. de Monchy is partner bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

    This year, 2021, TMD has reached a milestone: its 25th volume. To celebrate this event, the issues to be published this year will highlight what has been achieved over the past 25 years, in mediation practice, and in respect of scientific knowledge on the various modes of dispute resolution. The question which targets to set for the future, will equally be addressed.
    Geographically, the focus of this first issue is on the Netherlands, whereas the third issue will be addressing developments in Belgium. The fourth issue this year will highlight international developments, ranging from the USA to China. The second issue will be a special surprise for our subscribers.
    The present issue, dealing with the Netherlands, starts with a tribute to the pioneer of family mediation in this country, the late professor Peter Hoefnagels. His original article, published in the very first volume of TMD (1997) and reproduced here in its entirety, describes his own experience when pioneering divorce mediation from 1974 onwards. In 1997, the year of original publication, mediation was not yet widely acknowledged nor embraced. Brigitte Chin-A-Fat responds to Peter Hoefnagels through a personal letter following his article, reassuring the great pioneer that 25 years further on, mediation has become well established in the family domain.
    The issue continues with three interviews, organized by editors Roger Ritzen and/or Rob Jagtenberg, with individuals who have (sometimes inadvertently) become leading authorities in the field.
    Steve Whittaker, an English solicitor who moved to the Netherlands in 1988 to work in the construction industry and became inspired by the use of ADR in Hongkong, became the founder of the Netherlands Mediation Institute (NMI), in the mid 1990s. For 20 years, NMI was the umbrella structure for (almost) all mediators in the Netherlands and the interface between the mediation community and government. Compared with those early years, today, interests seem to diverge increasingly, at the risk of fragmentation.
    The second interview is with former President of the Court of Appeal in Arnhem, Ms. Machteld Pel. For many years, she spearheaded the Dutch national research program on court-referred mediation, thereby acting as the trait-d’union between the judiciary and the mediation community. Judges who were sceptics at first, often became interested after having taken the special training courses co-designed by Machteld Pel. Her book ‘Referral to Mediation’, which is packed with checklists and practical tips for formulating questions, has become a genuine classic.
    The interview with Fred Schonewille takes the reader to the past decade in particular. Fred Schonewille has been the driving force behind various proposals for mediation legislation, aiming to secure a more prominent place for mediation, while improving professional quality standards. The Netherlands and Belgium constitute contrasting cases, where in the Netherlands legislation proposals were hitherto torpedoed, whereas Belgium has comprehensive legislation in place for some time now.
    Fred Schonewille has also pioneered premarital mediation and new varieties of mediation in the domain of family-owned companies. Some fascinating insights gained in these areas are also shared in this third interview.
    This first issue in the special year 2021 is concluded by two smaller contributions; in the first of these, Médiation à la française, Paris-based Dutch lawyer-mediators Marinka Schillings and Thom Verkuilen provide an overview of recent developments in France. Legislative action as well as some recent research outcomes are addressed. The second of the smaller contributions highlights a conference organized by a professorial team from the Radboud University in Nijmegen, addressing the position of the judge vis-a-vis various modes of dispute resolution. The proceedings of the conference will be published as a book later this year.


Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor of ADR and comparative law at Erasmus University Law School in Rotterdam, editor-in-chief of TMD, and vice chair of the exams committee of the Mediators Federation of the Netherlands MFN. She has published extensively on mediation and has inter alia been a Rapporteur three times for the European Commission on the use of mediation in employment disputes.
Essay

Integraal handhaven als goudmijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden sociaal domein, toezicht, handhaving
Auteurs Evelien Meester
SamenvattingAuteursinformatie

    De goudmijn die handhaving kan zijn, is binnen het sociaal domein nog redelijk onontgonnen. Het is opvallend hoe goed handhavers hun vak verstaan, maar het vakgebied als geheel heeft nog wel groeipotentie. Het accent ligt meestal op het terughalen van onterecht verstrekte uitkeringen of voorzieningen. Maar daar is niet de grote winst te halen. Wat kunnen handhavers binnen het sociaal domein van elkaar leren en hoe kan handhaving zich verder ontwikkelen tot een echte goudmijn? Goudmijn? Jazeker, en niet alleen in financiële zin. Er is meer te winnen met handhaving, onder meer een schat aan informatie die de organisatie naar een hoger niveau kan tillen.


Evelien Meester
Mr. E. Meester is teammanager bij Stimulansz, Utrecht.

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de inwerkingtreding van de schakelbepaling uit de Wfz (art. 2.3 Wfz) met de Wvggz per 1 januari 2020, waarbij de focus ligt op de rechtspositionele verschillen tussen de civiele verplichte geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg. Afgesloten wordt met enkele overwegingen, waarbij een inschatting wordt gemaakt van de mate waarin artikel 2.3 Wfz in de huidige vorm bijdraagt aan de beoogde doelstellingen van de Wfz.


Mr. drs. J.B.E. van der Aa
Justine van der Aa is afgestudeerd als jurist gezondheidsrecht (2019) en forensisch psycholoog (2020).
Artikel

Doorlooptijden: staat de trein stil of komt die (nu eindelijk) in beweging?

Een bespreking van het eindrapport ‘Doorlooptijden in beweging’

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Trefwoorden doorlooptijden, regie, civiele zaken, kantonzaken
Auteurs Frans van Dijk, Kim van der Kraats en Remme Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De lengte van procedures en de onvoorspelbaarheid daarvan vormen een structurele zwakte van de Nederlandse rechtspraak. De verkorting van doorlooptijden istopprioriteit van de Rechtspraak. Ruim een jaar geleden verscheen het eindrapport van het project doorlooptijden Rechtspraak. Het bevat veel suggesties om dit probleem aan te pakken. In deze bijdrage wordt een aanzet gegeven voor een uitwerking van de meest veelbelovende oplossingsrichtingen. Conclusie is dat die oplossing gezocht moet worden in een stappenplan aan het begin van de procedure, regie van begin tot einde door de zaaksrechter, het houden van een zitting in iedere zaak en het direct inroosteren van schrijftijd voor de uitspraak.


Frans van Dijk
Prof. dr. F. van Dijk is hoogleraar Empirische Analyse van Rechtssystemen aan de Universiteit Utrecht.

Kim van der Kraats
Prof. mr. drs. K.G.F. van der Kraats is bijzonder hoogleraar Rechtspraak aan de Universiteit Utrecht en rechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Remme Verkerk
Prof. dr. mr. R.R. Verkerk is hoogleraar Burgerlijk Procesrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Houthoff.
Artikel

Access_open WAMCA – exclusieve belangenbehartiger, inclusief complicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Trefwoorden WAMCA, concurrerende vordering, exclusieve belangenbehartiger, collectieve actie, collectief schadeverhaal
Auteurs Branda Katan en Marnix Wallinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de figuur van de exclusieve belangenbehartiger in de WAMCA. De exclusieve belangenbehartiger treedt in een samengevoegde procedure op voor de belangen van alle personen voor wie de collectieve actie is ingesteld, en als vertegenwoordiger van de mede-eiseressen. Deze bijdrage verkent de knelpunten die zich kunnen voordoen bij conflicten tussen concurrerende belangenbehartigers en andere complicaties in verschillende fases van een collectieve procedure.


Branda Katan
Mr. dr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marnix Wallinga
Mr. dr. M.W. Wallinga is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en verbonden aan het Groningen Centre for European Financial Services Law.
Artikel

Access_open Onderwijs juridische beroepsethiek aan rechtenstudenten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, legal ethics, research ethics, moral psychology
Auteurs Anne Ruth Mackor
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur haar visie op het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten. Ze bespreekt de inhoud van de juridische beroepsethiek en enkele didactische aspecten. De auteur maakt onderscheid tussen rechtvaardigende perspectieven, die een explicatie en rechtvaardiging van een onderscheidende juridische beroepsethiek en -moraal mogelijk maken, en kritische perspectieven, die een kritische beoordeling van die rechtvaardigende verhalen mogelijk maken. Ze benadrukt daarbij het belang van empirische, in het bijzonder sociaal- en moraalpsychologische benaderingen in het onderwijs van beroepsethiek. Ze wijst op het feit dat studenten niet beschikken over relevante praktijkervaring en dat dit een obstakel vormt voor diepgaande casusanalyses. In de conclusie betoogt de auteur dat de belangstelling en de ruimte voor het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten sinds het nieuwe millennium wel is toegenomen, maar dat meer systematische reflectie op deze vakken nodig is. Ook stelt ze dat bij het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten die nog geen werkervaring hebben in een specifieke beroepspraktijk, de nadruk zou moeten liggen op thema’s die in de beroepsopleiding minder aandacht krijgen. Het accent moet meer liggen op het verwerven van ethische en empirische theoretische kennis en kritische reflectie op rechtvaardigende verhalen, en minder op discussie over concrete gevallen. Haar laatste aanbeveling is dat in het onderwijs niet alleen normatief-ethische theorieën aan de orde moeten komen, maar ook empirische inzichten over bounded ethicality.


Anne Ruth Mackor
Prof. mr. dr. Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie ethiek, in het bijzonder van juridische professies, verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Snelrecht: voor elk wat wils, maar wat willen we?

De (on)mogelijkheden van snelrecht in het kader van ‘lik-op-stuk’ en efficiency

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Snelrecht, Lik-op-stuk, Taakstrafverbod, Voorlopige hechtenis, Snelrechtgrond
Auteurs Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman, mr. dr. L. (Leonie) van Lent en mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan wij stil bij het snelrecht, een fenomeen dat al lang bekend is in de strafrechtspleging, maar waar tegelijk veel verschillende beelden bij bestaan. Enerzijds wordt snelrecht gezien als hét instrument in de ‘lik-op-stuk’-aanpak. Anderzijds is het een middel om snel en efficiënt strafzaken af te doen en achterstanden weg te werken. Het snelrecht voldoet echter lang niet altijd aan de verwachtingen en is onvoldoende met procedurele waarborgen omkleed. We proberen de (on)mogelijkheden op een rij te zetten.


Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman
Joep Lindeman is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. L. (Leonie) van Lent
Leonie van Lent is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Ze is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

Angelique Perdaems
Mr. A.J.C. Perdaems is fiscaal advocaat bij Hertoghs advocaten.
Artikel

Access_open Zes jaar later: met z’n allen verstrikt geraakt in het stelsel?!

Actuele ontwikkelingen op het gebied van de Jeugdwet en jeugdbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Jeugdwet, Stelsel, Corona, Klacht- en tuchtrecht, kinderbeschermingsmaatregelen
Auteurs Mr. E. Lam en Mr. I.J.M. Schepens
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel borduurt voort op de in 2014 en 2017 verschenen overzichtsartikelen over de twee belangrijke wetswijzigingen op het gebied van de jeugdbescherming en de jeugdzorg: de herziening van de kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdwet . De bedoeling van dit artikel is om een overall beeld te schetsen: een beeld dat duidelijk maakt hoe complex de ondersteuning aan kinderen en gezinnen is georganiseerd waarbij het recht op bescherming van de kinderen door de overheid ernstig onder druk staat. In het eerste deel van dit artikel wordt stilgestaan bij actuele ontwikkelingen stelselbreed. Vervolgens wordt stilgestaan bij de praktijk van de kinderbeschermingsmaatregelen. Achtereenvolgens komen aan de orde de evaluatie herziening kinderbeschermingsmaatregelen, het aantal kinderbeschermingsmaatregelen, de krapte bij de Gecertificeerde Instellingen (hierna: GI): wachtlijsten en de rechtspraak, corona en de invloed op jeugdbescherming, Perspectiefbesluit, Machtiging uithuisplaatsing en reikwijdte, Vaststelling omgangsregeling en Ineffectieve OTS. In het laatste deel van het artikel staan de bevindingen betreffende de Jeugdwet centraal. Daarbij wordt aandacht besteed aan onder meer de zogenaamde ‘drangtrajecten’, het woonplaatsbeginsel, de informatieplicht jegens de gezinsvoogd en het klacht- en tuchtrecht.


Mr. E. Lam
Mr. E. Lam is werkzaam bij &jeugd. &jeugd richt zich op juridische ondersteuning van organisaties en (jeugd)professionals. Zij maakt deel uit van de redactie van dit tijdschrift.

Mr. I.J.M. Schepens
Mr. I.J.M. Schepens is werkzaam bij &jeugd. &jeugd richt zich op juridische ondersteuning van organisaties en (jeugd)professionals. Zij maakt deel uit van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

De geestelijk verzorger in het perspectief van de verhouding tussen kerk en staat

Noodzaak van heldere verantwoordelijkheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden spiritual care, chaplaincy, labour law, church and state, secularisation
Auteurs Ryan van Eijk en Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Spiritual caregivers in the Netherlands are available in the military and in penitentiary institutions, in health care institutions and, recently, in the police. Within the military and the justice system, the spiritual care is traditionally characterised by a clear division of responsibilities between church and state. Due to domain specific developments in health care institutions and within the police, positions and responsibilities are less clear-cut. Developments such as the increased number of denominations that provide spiritual care tends to regard spiritual caregivers as ‘ordinary employees’. This article analyses the position of spiritual caregivers in the various domains and discusses current developments. It asserts that the church-state arrangement in the classic spiritual care areas requires respect and that the gist thereof should be taken into account in legal arrangements in the other domains.


Ryan van Eijk
Dr. mr. R. van Eijk is hoofdaalmoezenier bij de Dienst Geestelijke Verzorging van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij promoveerde op het proefschrift Menselijke waardigheid tijdens detentie. Een onderzoek naar de taak van de justitiepastor, WLP 2013. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Strafrecht

Access_open Zorgen om de rechtsstaat in Polen bij uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Europees aanhoudingsbevel, overlevering, Rule of Law, onafhankelijkheid rechtspraak Polen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 17 december 2020 prejudiciële vragen beantwoord van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank wilde weten of de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Polen betekent dat de overlevering van personen aan die lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel dient te worden geweigerd, ook zonder de concrete omstandigheden in de desbetreffende zaak aan een gedetailleerd onderzoek te onderwerpen. Het Hof van Justitie herhaalt dat de dreiging van een mensenrechtenschending voor de opgeëiste persoon altijd moet worden beoordeeld op het niveau van de individuele zaak. Er is bovendien geen reden om een Poolse rechter niet langer als ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van het kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel aan te merken.
    HvJ 17 december 2020, gevoegde zaken C-354/20 PPU en C-412/20 PPU, ECLI:EU:C:2020:1033 (L. en P.).


Prof. mr. P.A.M. Verrest
Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en Internationaal strafrecht, aan Erasmus School of Law te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 1263 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.