Zoekresultaat: 169 artikelen

x
Artikel

Derde evaluatie van de WMO: hoelang kan de wet nog mee?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, informed consent, CCMO, METC, proefpersonenverzekering
Auteurs mr. dr. M.C. Ploem, mr. N.O.M. Woestenburg, prof. dr. S. van de Vathorst e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Besproken wordt allereerst het algemene functioneren van de WMO, daarna zoomt het artikel in op het functioneren van de wet ten aanzien van de in de derde evaluatie onderscheiden deelthema’s: de reikwijdte van de wet; het informed consent-vereiste; het functioneren van de toetsingscommissies (CCMO en METC’s); de proefpersonenverzekering en het toezicht op de naleving van de wet. Vervolgens wordt aangegeven welke aanbevelingen het meeste prioriteit hebben en wordt ingegaan op de toekomstbestendigheid van de WMO.


mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem en Johan Legemaate werken bij het Amsterdam UMC/locatie AMC, afdeling sociale geneeskunde en zijn lid van de redactie van dit tijdschrift.

mr. N.O.M. Woestenburg
Nicolette Woestenburg en Suzanne van de Vathorst werken bij Pro Facto resp. het Erasmus MC, vakgroep ethiek en filosofie.

prof. dr. S. van de Vathorst

prof. dr. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar Gezondheidsrecht.

prof. mr. J. Legemaate

    De stelselherziening in het omgevingsrecht heeft consequenties voor de vormgeving van de nadeelcompensatieregeling in de Omgevingswet (Ow). Bij het opstellen van de nadeelcompensatieregeling in de Ow zijn door de minister drie fundamentele keuzes gemaakt, die afwijken van de keuzes die de Awb-wetgever in 2013 heeft gemaakt. De eerste keuze is dat art. 15.1 Ow een wettelijke, limitatieve lijst van schadeoorzaken bevat, waarop uitsluitend besluiten zijn vermeld die rechtstreeks bindend zijn voor burgers. Een tweede keuze is dat bij ‘indirecte schade’ de peildatum voor de schadevergoeding wordt verschoven van het omgevingsplan naar de verlening van de omgevingsvergunning of de start van de vergunningsvrije activiteit. Een derde keuze is dat in art. 15.5 t/m 15.7 Ow materiële bepalingen zijn opgenomen die afwijken van de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria. Naar aanleiding van de consultatiereactie en het advies van de Raad van State worden deze keuzes in dit artikel nader besproken.


Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek
Mr. dr. G.M. van den Broek is docent bij de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law. Bovendien is zij lid van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen.
Annotatie

Executieveilingenzaak geëxecuteerd door het CBb

CBb 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Executieveilingen, kartelonderzoek, artikel 6 Mw, kartelverbod
Auteurs Ekram Belhadj
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Executieveilingen is op het bouwfraudeonderzoek na het grootste kartelonderzoek dat de ACM heeft uitgevoerd in termen van aantal betrokken ondernemingen. In tegenstelling tot het bouwfraudeonderzoek heeft de ACM de zaak Executieveilingen, ondanks de omvang van haar onderzoek, niet tot een voor haar goed einde weten te brengen. Deze uitspraak is de eerste waarin het CBb een enkele voortdurende overtreding van artikel 6 Mw niet bewezen acht. In deze annotatie wordt eerst ingegaan op de achtergrond van de zaak. Daarna komen de belangrijkste overwegingen van de uitspraak van het CBb aan bod. Vervolgens wordt de uitspraak geanalyseerd en daarna volgen enkele slotopmerkingen.


Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is werkzaam als advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Kroniek

Het adolescentenstrafrecht in Nederland: de stand van zaken vier jaar na invoering van de Wet adolescentenstrafrecht

Kroniek van het jeugdrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Youth justice – Jeugdstrafrecht, Adolescence – Adolescentie, Young adults – Jongvolwassenen, Age limits – Leeftijdsgrenzen, Judicial decision-making – Rechterlijke besluitvorming
Auteurs Prof. mr. Ton Liefaard en Dr. Stephanie Rap
SamenvattingAuteursinformatie

    On 1 April 2014, the Dutch Act on Adolescent Criminal Law entered into force. With this law, the age limit in article 77c of the Criminal Code, which allows for the application of juvenile criminal law to young adults, was stretched from 21 to 23 years. In this article stock is taken of the developments that have taken place in the four years after the introduction of this law. In practice, article 77c Criminal Code is increasingly being applied in case of young adult suspects, however still to a little extent. Among others, this has to do with confusion about the target group that qualifies for the adolescent criminal law. The access to and justification for the application of the law show a very diverse picture.


Prof. mr. Ton Liefaard
Prof. mr. T. Liefaard is hoogleraar kinderrechten en bekleedt de UNICEF-leerstoel Kinderrechten in de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.

Dr. Stephanie Rap
Dr. S.E. Rap is universitair docent bij de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Vertrouwen in gelijkheid in de transitievergoeding

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Transitievergoeding, Gelijkheid, AOW, Arbeidsongeschikt, Overbruggingsregeling
Auteurs mr. Joanne Marijnissen en mr. Janine Weel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe kabinet wil door middel van een aantal wijzigingen meer balans brengen in de transitievergoeding. De auteurs behandelen verschillende (uitzonderings)regelingen en toetsen deze regelingen aan de doelstellingen van de transitievergoeding. Besproken wordt of de wetgever voor meer gelijkheid zou kunnen zorgen.


mr. Joanne Marijnissen
Onderzoeker bij ArbeidsmarktResearch UvA B.V (www.magontslag.nl)

mr. Janine Weel
Onderzoeker bij ArbeidsmarktResearch UvA B.V (www.magontslag.nl)
Artikel

Crimmigratie en het uitzetten van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden crimmigration, bordered penality, migration, banishment, bifurcation
Auteurs Jelmer Brouwer MSc E.MA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses to what extent current responses to crime committed by immigrants can be seen as a modern version of the classical practice of banishment. To that end it analyses three recent policy developments directed at criminally convicted immigration. The analysis shows that during the last ten years there has been a sharp increase in the number of immigrants losing their residence permit following a criminal conviction. Moreover, punishment aimed at criminally convicted immigrants without a legal right to stay is increasingly aimed at permanent exclusion through the practice of deportation. Drawing on the theoretical notions of crimmigration and bordered penality, it is therefore argued that criminally convicted immigrants increasingly see themselves confronted with punishment practices that are the modern equivalent of the classical practice of banishment. This raises important questions about where we should draw the line between insiders and outsiders.


Jelmer Brouwer MSc E.MA
J. Brouwer MSc E.MA is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

‘We komen in een poppenkast terecht’

Versterking rechtspositie slachtoffers

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2018
Auteurs Tatiana Scheltema

Tatiana Scheltema

Alrik de Haas
Alrik de Haas is strafrechtadvocaat bij OMVR advocaten, hoofddocent Strafrecht voor de beroepsopleiding van de Nederlandse orde van advocaten en bestuurslid van Stichting Mens en Strafrecht (MENS).
Artikel

Toetsing wetgeving Caribisch Nederland aan de verplichtingen van het VN-Verdrag voor personen met een handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Caribisch Nederland, handicap, beperking, toegankelijkheid, non-discriminatie
Auteurs Dr. E.G. van de Mortel en Dr. O. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap is voor de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba nog niet in werking getreden. De reden die de regering geeft, is dat op de eilanden niet wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag.
    In dit artikel beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke vraagstukken voor het in werking laten treden van het Verdrag voor de eilanden. Dit bezien van uit de invalshoek van wetgeving; we gaan in op de hiaten die er in de wetgeving zijn. Dit doen we aan de hand van de belangrijkste beginselen en rechten die in het Verdrag zijn opgenomen. De beginselen die we bespreken zijn non-discriminatie en toegankelijkheid. Bij de rechten maken we een onderscheid tussen de burgerlijke en politieke rechten – waarvan de Nederlandse regering aanneemt dat aan deze rechten moet zijn voldaan op het moment van ratificatie. En de economische, sociale en culturele rechten die geleidelijk aan kunnen worden verwezenlijkt.
    We eindigen met een korte discussie waarbij we pleiten voor maatwerk voor de eilanden, gezien het inwoneraantal en andere kenmerken.


Dr. E.G. van de Mortel
Dr. E.G. (Elma) van de Mortel is werkzaam bij IdeeVersa.

Dr. O. Nauta
Dr. O. (Oberon) Nauta is werkzaam bij de DSP-groep.
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Artikel

De bevordering van de rechtsbescherming op grond van het sanctiestelsel in de SZW-uitkeringswetten

Over de keuze van het sanctiestelsel, de gevolgen van de uitspraken van de CRvB voor de toepassing ervan en de gevolgen van het ongevraagd advies van de Afdeling advisering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden uitkeringsfraude, bestuurlijke boete, opzet, grove schuld, rechtsbescherming
Auteurs J.A. Hofsteenge
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de SZW Fraudewet I werden de bestuurlijke boetes sterk verhoogd van 10 naar 100 procent van ten onrechte ontvangen uitkering. De CRvB heeft geoordeeld dat de hoge boetes om een indringender toets aan het evenredigheidsbeginsel vragen. Deze rechtspraak is gecodificeerd bij de SZW Fraudewet II, waarbij de strafrechtelijke begrippen ‘opzet’ en ‘grove schuld’ werden geïntroduceerd. Onder het nieuwe regime wordt bij de boeteoplegging meer onderscheid gemaakt tussen mensen die de intentie hebben gehad te frauderen en zij die deze intentie niet hebben gehad. Hiermee is de rechtsbescherming bevorderd in lijn met het ongevraagd advies van de Raad van State over sanctiestelsels.


J.A. Hofsteenge
Mr. J.A. (Jakob) Hofsteenge is coördinerend wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel

De begroting van de billijke vergoeding in het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Billijke vergoeding, 681, Schadebegroting, New haistyle, Ernstig verwijtbaar handelen
Auteurs mr. Niels Jansen en mr. Rachel Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Al sinds de inwerkingtreding van de Wwz bestaat de vraag hoe de hoogte van de billijke vergoeding moet worden bepaald. In het New Hairstyle-arrest beantwoordde de Hoge Raad onder andere de vraag of de gevolgen van het ontslag als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever mogen worden meegenomen bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding bevestigend. De auteurs bezien hoe het arrest van invloed is op de verschillende billijke vergoedingen en maken daartoe een vergelijking met de oude 681-schadevergoeding. Uiteindelijk worden handvatten gegeven tot een juiste onderbouwing van de hoogte van de billijke vergoeding te komen.


mr. Niels Jansen
docent/onderzoeker arbeidsrecht

mr. Rachel Rietveld
Onderzoeker en ontwikkelaar
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

De opmars van de bestuurlijke boete in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, bestuurlijke boete, handhaving, Lex Michiels
Auteurs Mr. dr. A.B. (Aletta) Blomberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur gaat in op de opmars van de bestuurlijke boete in het omgevingsrecht. Michiels heeft met zijn wetenschappelijke werk in belangrijke mate aan deze opmars en de ‘route’ van die opmars bijgedragen. In haar artikel laat auteur zien dat de bestuurlijke boete steeds meer voet aan de grond krijgt in het omgevingsrecht.


Mr. dr. A.B. (Aletta) Blomberg
Mr. dr. A.B. Blomberg is advocaat-partner, gespecialiseerd in het omgevingsrecht, bij ngnb advocaten in Amsterdam. Van 1 maart 2010 tot 1 maart 2016 was zij in deeltijd als bijzonder hoogleraar Rechtshandhaving verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Samen met Lex Michiels en Gerdy Jurgens publiceerde zij vorig jaar het handboek Handhavingsrecht.
Artikel

Toezien op de toezichthouders

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2017
Auteurs Kees Pijnappels en Sjoerd van der Hucht
Auteursinformatie

Kees Pijnappels

Sjoerd van der Hucht
Beeld
Artikel

Reclassering, beeldvorming en identiteit

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Probation, Parole, identity advice, probation supervision, community service
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan
SamenvattingAuteursinformatie

    The probation service gives advice to the court tens of thousands of time each year, coordinates tens of thousands of community service orders, and supervises tens of thousands of offenders. This is done professionally and takes place without much incidents or problems. However, the probation is not very well known to the general public. The identity of probation is also ambiguous and therefore not strong. There is less appreciation for the probation than they deserve. This can be met by making the probation service responsible for the implementation of all community-based sanctions (suspended sentences and other conditional modalities and community service orders), similar to the responsibility of the prison system for custodial sanctions and measures. Secondly, by differentiation in the nature and intensity of activities. Many probation clients do well. They represent only a low risk, and probation involvement may be limited. For other clients, more is needed: more activities, greater intensity and focus on criminogenic needs. It is proposed to distinguish between probation and probation plus. In both, probation supervision and community service are at the center, but the plus version is emphatically more focused on rehabilitation and reintegration, and thus on minimizing recidivism. This requires more efforts by the probation service. It also requires adapting the organization: one probation organization that is accountable and responsible for the implementation of community-based sanctions, but with the possibility to outsource work if special expertise and special activities are required.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. Peter van der Laan is verbonden aan de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Redactioneel

Een opdrogende rechtsbron

De stille verdwijning van de beleidsregels

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Beleidsregels, Beginselen van behoorlijke procesorde, Rechtsgelijkheid, Rechtszekerheid, Verbod van willekeur
Auteurs Mr. A. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het OM deed sinds de jaren negentig een grote hoeveelheid beleidsregels verschijnen die inmiddels een belangrijke plek als bron van recht hebben verworven. Zij maken het optreden door de handhavende overheid inzichtelijk en voorspelbaar en bevorderen dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Sinds kort worden steeds vaker beleidsregels afgeschaft en, naar verluidt, veelal omgezet in een werkinstructie – een interne richtlijn waar derden geen rechten aan kunnen ontlenen. De overheid behoort er geen bezwaar tegen te hebben dat haar feitelijke handelen wordt gelegd tegen de achtergrond van de uitgangspunten van haar zelf genormeerde optreden. Dit redactioneel strekt er dan ook toe het OM op te roepen zijn beleid in eer te herstellen.


Mr. A. Verbruggen
Mr. A. Verbruggen is partner bij Jones Day te Amsterdam.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Artikel

De discretionaire ruimte bij het gebruik van geweld: hoe kleiner, hoe beter?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden discretionary space, use of force, Training, Survey, hypothetical cases
Auteurs Jannie Noppe
SamenvattingAuteursinformatie

    First line police officers need a certain amount of discretion as they have to deal with various and complex situations on a daily basis. In this article the author examines the extent to which police officers have room for discretion in their use of force. We start from Mastrofski’s proposition that in case of decisions to use deadly force (use of firearm) police officers’ discretionary space must be restricted as much as possible. In case of less intrusive use of force, police officers may have more room for discretion. We used data from a small survey in three local police forces in Belgium to examine whether police officers have similar opinions on the decision to use their firearm – in comparison with the decision to use lower levels of force (non-firearm/non-lethal). Furthermore, we compare police officers who are highly trained in the use of force, with less trained police officers. Our results indicate that police officers are indeed more univocal when it comes to decisions to use their firearm, especially in case of more trained police officers.


Jannie Noppe
J. Noppe is doctoraatstudente bij de onderzoeksgroep IRCP, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent.
Toont 1 - 20 van 169 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.