Zoekresultaat: 35 artikelen

x

    Atypische arbeidsvormen zijn in opmars. Tijdelijke arbeid, en een arbeidscontract voor bepaalde tijd in het bijzonder, is zo mogelijk de meest gekende vorm. In het onderwijs wordt veelvuldig gebruikgemaakt van dergelijke arbeidscontracten. De Europese sociale partners sloten eind vorige eeuw nochtans een Raamovereenkomst met als doel de kwaliteit van de arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren en het misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te voorkomen. In deze bijdrage wordt zowel de Nederlandse als de Vlaamse regelgeving inzake het gebruik van opeenvolgende tijdelijke contracten aan de universiteiten getoetst aan de Europese regelgeving. Het voordeel van een dergelijke rechtsvergelijkende aanpak is dat het mogelijk nieuwe inzichten biedt, niet alleen voor de rechtswetenschapper, maar ook voor de rechtspractici. Het onderzoek vangt aan met een analyse van de Europese regelgeving aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Vervolgens worden de toepasselijke Nederlandse en Vlaamse reglementeringen besproken en geëvalueerd, waarna een algemene conclusie volgt.


Dr. Evelien Timbermont
Dr. E. Timbermont is postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Artikel

Kerkelijk dienstrecht en civiel arbeidsrecht volgens NGK/Gort

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden art. 2:2 BW, eigen statuut, kerkelijk dienstrecht, rechtspositie geestelijke, fundamenteel dwingend recht
Auteurs Mr. dr. Pieter Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    The judgment ‘NGK/Gort’ from the Supreme Court of the Netherlands (04-10-2019, ECLI:NL:HR:2019:1531) gives an important explanation about the church-state relation in general and the ecclestiacal service law-position concerning the pastor in particular. The legal starting point is not in civil law, but in church law. This is the consequence of the right of selfregulation (autonomy) of the church and the non-interference from the state, as recognized by article 2:2 Dutch Civil Code and article 9 jo. 11 ECHR. This principle stands against normal civil mandatory law, for example labor law. It will only be overruled in exceptional cases by civil law of fundamental nature. Than a judicial consideration is necessary taking into account the fundamental rights of the church and the opposant.


Mr. dr. Pieter Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem. In 2013 promoveerde hij aan de RUG op het thema van de rechtspositie van geestelijk functionarissen. Hij is onder andere lid van de redactieraad van het NTKR, Tijdschrift voor Recht en Religie en publiceert als niet-geassocieerd onderzoeker regelmatig in het domein recht en religie.
Artikel

Kerkgenootschappen en hun religieuze functionarissen in het recht

Beschouwingen naar aanleiding van HR 4 oktober 2019 (NGK/Gort)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden kerkgenootschap, geestelijk ambtsdrager, arbeidsrecht, dwingend recht, kerkelijk dienstrecht
Auteurs Mr. dr. P.T. Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 oktober 2019 wees de Hoge Raad een belangwekkend arrest op het snijvlak van het rechtspersonenrecht, arbeidsrecht en kerkelijk recht. De zaak betreft het ontslag van een predikant die werkzaam was in een kerkgenootschap. De juridische kernvraag in cassatie is: welk recht is van toepassing op de rechtspositie van deze voorganger? Is dat het civiele arbeidsrecht, het kerkelijke dienstrecht of een samenloop van beide? De Hoge Raad biedt duidelijkheid op het grensvlak van kerk en staat.


Mr. dr. P.T. Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem.
Artikel

Ontslag van de genormaliseerde ambtenaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Normalisering, Ontslagrecht, Ambtenarenrecht, Wnra, Ambtenaar
Auteurs mr. Marije Schneider
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren maakt een einde aan de verschillende rechtspositie van ambtenaren en werknemers. Vanaf 1 januari 2020 vallen ook de ambtenaren onder het civiele arbeidsrecht. Dat betekent niet dat er qua ontslagrecht dan geen verschil meer tussen de ambtenaar en werknemer bestaat. In de ambtenaren-cao’s zijn diverse afspraken gemaakt, die maken dat het ontslag van een ambtenaar op diverse punten anders blijft dan het ontslag van een gewone werknemer.


mr. Marije Schneider
Marije Schneider is docent bij de afdeling Sociaal Recht van de Universiteit Leiden en jurist arbeids- en ambtenarenrecht.
Artikel

De Wet verplichte ggz: over oud en nieuw bij dwangpsychiatrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden rechtsbescherming, dwangpsychiatrie, Wvggz
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wvggz, de opvolgster van de Wet Bopz voor de sector psychiatrie, treedt na de komende jaarwisseling in werking. Wat blijft hetzelfde, wat wordt er anders? Het artikel biedt een overzicht van kernaspecten van de wet: aan de orde komen relevante materiële en formele aspecten van rechtsbescherming bij psychiatrische dwangtoepassing.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.
Artikel

Significante denkers en hun oeuvre

Betekenissen, controverses en digitale uitholling

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2019
Trefwoorden significant others, classical authors, digital revolution
Auteurs Dr. Tom Daems en Dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Tom Daems and Bas van Stokkom reflect upon what it means to argue that an author or text is ‘significant’ and the role and function the study of classical or significant texts can have in our current times.


Dr. Tom Daems
Dr. Tom Daems is hoofddocent bij het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is senior onderzoeker bij de Vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Gesloten jeugdinrichtingen in Nederland en België: anders maar hetzelfde?

Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtspositie in gesloten jeugdinrichtingen in Nederland en België vanuit historisch en internationaal perspectief

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Gesloten jeugdinrichting, Interne rechtspositie, Jeugdzorgplus, Gemeenschapsinstelling, Justitiële jeugdinrichting
Auteurs Mr. Charmaine Purperhart
SamenvattingAuteursinformatie

    A comparative legal research between Dutch and Belgian closed juvenile detention centres, focused on the internal legal status


Mr. Charmaine Purperhart
Mr. C.A. Purperhart is masterstudent Double Degree Programma Toga aan de Maas aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Since 2004 all students in Flemish universities and university colleges have the right to file an internal appeal within their institution against a negative study progress decision. This contribution gives an overview on what the current legal framework of such an internal appeals procedure looks like and aims to discuss some focal points (the composition of the committee, the hearing of a student, formal aspects when filing the appeal, …) when developing such a procedure.


Lien Mampaey
Lien Mampaey is stafmedewerker juridische zaken met betrekking tot onderwijs, bij de Dienst Onderwijs van de Universiteit Hasselt.
Artikel

Access_open WNT en Wwz bijten elkaar niet

Stapeling vergoedingen voor topfunctionaris mogelijk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden WNT, Ontslagvergoeding, Transitievergoeding, Topfunctionaris, Wwz, Employment law
Auteurs mr. Corine Vernooij en mr. Barbara Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een wettelijk verschuldigde transitievergoeding cumuleren met een tussen een WNT-plichtige instelling en een topfunctionaris overeengekomen ontslagvergoeding, indien de som van de vergoedingen hoger uitvalt dan het WNT-maximum van € 75.000?
    Volgens de Kantonrechter Amsterdam staat het een WNT-plichtige instelling en een topfunctionaris niet vrij naast de transitievergoeding een ontslagvergoeding overeen te komen, althans voor zover deze samen boven het WNT-maximum zouden uitkomen.
    In dit artikel wordt aan de hand van de WNT, Wwz en wetsgeschiedenis betoogd dat de transitievergoeding wel degelijk kan cumuleren met een ontslagvergoeding, ook als de transitievergoeding en de ontslagvergoeding gezamenlijk meer bedragen dan het WNT-maximum.


mr. Corine Vernooij
Lawyer

mr. Barbara Voermans
Lawyer
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Artikel

Wetgeving gedwongen zorg geëvalueerd: enkele algemene observaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden gedwongen zorg, wetsevaluatie, harmonisatie, wetgevingsregie
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate en prof. dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs werd een thematische wetsevaluatie met betrekking tot de wetgeving inzake gedwongen zorg afgerond. In dit artikel worden de voornaamste empirische bevindingen uit het onderzoek beschreven, alsmede een aantal algemene aspecten. Daarbij gaat het om (het ontbreken van) wetgevingsregie op het gebied van gedwongen zorg, om het belang van cultuurverschillen en om de bij harmonisatie van wetgeving in acht te nemen uitgangspunten.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam.

prof. dr. H.B. Winter
Heinrich Winter is hoogleraar bestuurskunde Rijksuniversiteit Groningen/Pro Facto.
Artikel

Forensische zorg en GGZ: graag harmonisatie zonder integratie

Een reactie op de Thematische wetsevaluatie gedwongen zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden forensische zorg en GGZ, strafrecht en gedwongen zorg, dwangbehandeling in penitentiair verband, rechtsbescherming en gedwongen zorg
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Thematische wetsevaluatie gedwongen zorg koerst op verdere integratie van forensische zorg en GGZ, in combinatie met uiteenlopende normeringen voor het toepassen van psychiatrische dwang. Beide keuzes worden in dit artikel bekritiseerd. Geopperd wordt een systematische scheiding van beide terreinen, gecombineerd met een juridische harmonisering van gedwongen zorg. Alternatieve aanbevelingen worden verwoord: a) hanteer een GGZ tenzij-principe om een strafrechtelijk traject zo mogelijk te vermijden, b) hanteer dat principe ook om een eenmaal ingezet traject zo mogelijk te beëindigen, c) beschouw een strafrechtelijke detentie als een strikt justitiële aangelegenheid, d) waarborg dat die detentie gepaard gaat met passende GGZ-zorg, e) hanteer een gelijk stelsel van rechtsbescherming voor gedwongen GGZ-zorg in penitentiair verband en daarbuiten, f) waarborg dat er passende GGZ-zorg is na beëindiging van een strafrechtelijke detentie.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij de Stichting PVP te Utrecht.
Artikel

Thematische wetsevaluatie gedwongen zorg: reflectie op onderdeel jeugd

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden thematische wetsevaluatie, gedwongen zorg, jeugd, ontwikkeling
Auteurs Mr. dr. Dörenberg V.E.T.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit commentaar worden op hoofdlijnen de plaats en betekenis en de gevolgen van de uitkomsten van de in 2014 door ZonMw gepubliceerde thematische wetsevaluatie gedwongen zorg besproken waar het gaat om de positie van jeugdigen in met name de jeugd-GGZ en de jeugd-LVB. Er is lof voor de pragmatische benadering rondom de toeleiding tot zorg en de continuïteit daarvan in verband met het grensverkeer tussen de sectoren voor de jeugd, maar in de formeel-juridische benadering van de aanbevolen rechtspositieregeling zijn ontwikkelingsgerelateerde vraagstukken onderbelicht gebleven.


Mr. dr. Dörenberg V.E.T.
Vivianne Dörenberg is wetenschappelijk docent gezondheidsrecht en onderzoeker bij het VU medisch centrum en de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het interfacultair onderzoeksinstituut EMGO+.
Jurisprudentie

Overdracht van jaarlijkse vakantie bij ziekte: alle ambtenaren zijn gelijk, zelfs de EU-ambtenaren zijn niet langer (on)gelijker dan de ambtenaren van de lidstaten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU-ambtenaren, Sociaal grondrecht, Eenheid van rechtspraak in het Unierecht, Recht op jaarlijkse vakantie, Doorwerking Arbeidstijdenrichtlijn
Auteurs Alexander De Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Het grondrecht op jaarlijkse vakantie impliceerde, volgens eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie, ook een grondrecht op overdracht van door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen op basis van hetgeen was bepaald in de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88. Dit recht op overdracht van jaarlijkse vakantie werd niettemin nog steeds ingeperkt in het statuut van de EU-ambtenaren. De heer Strack – EU-ambtenaar – vond dat hij niettemin aanspraak kon maken op de volledige overdracht van zijn door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. De Europese Commissie volgde zijn redenering echter niet omdat EU-ambtenaren niet rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 vallen. Het Gerecht voor ambtenarenzaken stelde de Commissie in het ongelijk, maar het Gerecht van eerste aanleg beslist dat de Commissie het wel bij het rechte eind had. Uiteindelijk oordeelde het Hof van Justitie, in het belang van de eenheid van de rechtspraak, dat de EU-ambtenaren ook aanspraak dienden te kunnen maken op de overdracht van hun door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. Het arrest van het Hof van Justitie staat in deze bijdrage centraal.


Alexander De Becker
A. De Becker is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam ‘De overheid als arbeidsorganisatie’, en tevens hoofddocent aan de Universiteit van Hasselt.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.

    De afgelopen jaren verloopt het collectief arbeidsvoorwaardenoverleg bij de overheid stroef; in een aantal gevallen hebben de ambtenarenorganisaties het overleg zelfs geheel opgeschort. Zij menen dat het opschorten van het overleg tot gevolg heeft dat het bevoegd gezag geen besluiten kan nemen ten aanzien van nieuwe arbeidsvoorwaarden en reorganisaties, omdat niet wordt voldaan aan de voorgeschreven overlegverplichtingen. Eenzijdige opschorting van het overleg wordt daarmee een belangrijk pressiemiddel voor de ambtenarenorganisaties. Met name de centrales van overheidspersoneel binnen de sector Defensie zien hierin een alternatief voor de werkstaking: militairen mogen immers niet staken. In de overlegregeling voor de sector Defensie wordt deze situatie niet geadresseerd. Kernvraag in deze bijdrage is in hoeverre de minister van Defensie deze impasse formeel kan doorbreken.


mr. Nataschja Hummel
Artikel

Vraag en aanbod binnen het Arubaanse forensisch-psychiatrische veld

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Therapeutische maatregelen, Terbeschikkingstelling (tbs), Strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), Ondercuratelestelling met last tot plaatsing, Plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
Auteurs Mr. R.S.T. Gaarthuis en Prof. dr. F. Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop van 2014 zal op Aruba een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking treden. Dit wetboek voorziet onder andere in de introductie van een aantal nieuwe op therapeutische leest geschoeide beveiligingsmaatregelen, zoals tbs, SOV en de strafrechtelijke ondercuratelestelling. De auteurs inventariseren de beschikbaarheid van (bestaande en aanstaande) juridische titels binnen het Arubaanse recht ten behoeve van gedwongen opneming van psychisch gestoorde of verslaafde volwassenen die vanwege onaangepast, zelfdestructief en/of delinquent gedrag met politie of justitie in aanraking komen. Deze titels worden besproken en aan een kritische analyse onderworpen. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het huidige aanbod van forensisch-psychiatrische voorzieningen op het eiland toereikend zal zijn in het licht van de behoefte die zal ontstaan zodra het nieuwe wetboek in volle omvang in werking treedt.


Mr. R.S.T. Gaarthuis
Mr. R.S.T. Gaarthuis is als wetenschappelijk medewerker straf- en strafprocesrecht werkzaam aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. F. Koenraadt
Prof. dr. F. Koenraadt is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen. Hij heeft een eigen praktijk voor forensische psychologie te Amsterdam en hij verzorgde afgelopen jaren tevens onderwijs aan de Universiteit van Aruba en de Universiteit van Curaçao.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.

    Deze kroniek bevat een selectie van rechterlijke uitspraken over de Wet Bopz die zijn gewezen in de periode mei 2011 tot januari 2013. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de criteria voor gedwongen opneming, de procedurele vereisten bij opneming, bijzondere machtigingen, dwangbehandeling en overige vrijheidsbeperkingen en de klachtenprocedure.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent en onderzoeker gezondheidsrecht bij de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het interfacultaire onderzoeksinstituut EMGO+.
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.