Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1774 artikelen

x
Artikel

Het toepasselijk recht op gebundelde kartelschadeclaims

Van mozaïek tot Rubik’s Cube

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden kartelschade, Rome II, WCOD, marktregel, lex fori
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    Een internationale kartelschadevordering wordt beheerst door het recht van het land waar de markt is beïnvloed. In de praktijk blijkt deze marktregel echter moeilijk toepasbaar, vooral wanneer vorderingen gebundeld worden ingediend. Dit artikel bespreekt de knelpunten van de marktregel en onderzoekt de praktische en juridische haalbaarheid van alternatieve aanknopingspunten.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Actualiteiten rechtspraak

Access_open NTS 2020/10

HR 10 december 2019, 18/04224, ECLI:NL:HR:2019:1932

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Samenvatting

    Profijtontneming, w.v.v. uit zich ontdoen van gevaarlijke stoffen, begaan door rechtspersoon. OM ontvankelijk in ontnemingsvordering, nu vordering niet binnen in art. 511b.1 Sv genoemde termijn van 2 jaren na strafvonnis e.a. aanhangig is gemaakt?

Artikel

Access_open Mensenhandel, uitbuiting en de Hoge Raad: een overzicht en waardering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden mensenhandel, uitbuiting, rechtsvorming, machtenscheiding, rechtszekerheid
Auteurs Mr. dr. L.B. (Luuk) Esser
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad drukt de laatste vier jaar een belangrijk stempel op de reikwijdte van de strafbaarstelling van mensenhandel, die is opgenomen in artikel 273f Sr. Zo heeft hij het wetsartikel in belangrijke mate afgebakend door in een deel van de delictsomschrijvingen het bestanddeel ‘uitbuiting’ in te lezen. Wat zijn de implicaties van de door de Hoge Raad gekozen oplossingsrichting en hoe kunnen de door hem gemaakte keuzes worden gewaardeerd?


Mr. dr. L.B. (Luuk) Esser
Mr. dr. L.B. Esser is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Access_open Herziening ten voordele van de gewezen verdachte als buitengewoon rechtsmiddel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden herziening ten voordele, novumcriterium, ACAS, nader onderzoek, rechtsvergelijking, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Herziening ten voordele van de gewezen verdachte is een bijzonder rechtsmiddel in het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Onder meer op grond van een novum kan, bij hoge uitzondering, een onherroepelijke veroordeling alsnog ongedaan worden gemaakt. De regeling heeft in 2012 diverse wijzigingen ondergaan. Daarbij is het novumcriterium verruimd en is de mogelijkheid ingevoerd dat de procureur-generaal een nader onderzoek verricht naar het mogelijke bestaan van een novum. De Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) adviseert hem veelal over de wenselijkheid van dergelijk onderzoek. Het wettelijke novumcriterium en de taakopvatting van de ACAS zijn echter geen rustig bezit gebleken. Er wordt doorlopend voorgesteld om het novumcriterium verder te verruimen en om de ACAS breder naar afgesloten zaken te laten kijken. Het is de vraag of de wetgever aan die oproep gehoor moet geven.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

Access_open De uitzondering bevestigd: het ne bis in idem-beginsel in recente rechtspraak van de Hoge Raad in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bis, alcoholslotprogramma, criminal charge, onevenredige bestraffing, cumulatie van procedures
Auteurs Mr. W. (Willemijn) Albers en Mr. T.M. (Tessa) de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake het ne bis in idem-beginsel na het Alcoholslotprogramma-arrest. Hieruit blijkt dat dat een vergelijking met dit arrest niet opgaat en dat het arrest een uitzonderingspositie in blijft nemen. Ook wordt de rechtspraak beschouwd en gewaardeerd in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief. Geconcludeerd wordt dat de nadruk, zowel in nationale als in Europese context, (steeds meer) lijkt te liggen op evenredige bestraffing bij cumulatie van procedures, zodat recht wordt gedaan aan de materiële grondslag van het ne bis in idem-beginsel.


Mr. W. (Willemijn) Albers
Mr. W. Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. de Groot is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

In nomine patris et advocati et notarii.

Erfrechtelijke zorgen voor de pastoor of schade aan het zielenheil voor erflater?

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 2 2020
Auteurs Mr. dr. J.W.A. Rheinfeld

Mr. dr. J.W.A. Rheinfeld
Objets trouvés

Het wettelijk experiment rond de promotiestudent

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden experimentwetgeving, promotiestudenten, werknemerpromovendi, wetsevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft in 2015 het Besluit experiment promotieonderwijs gelanceerd. Anders dan het opschrift doet vermoeden, lijkt dit experiment niet of nauwelijks van doen te hebben met de kwaliteit van het onderwijs aan promovendi of met de bijdrage die promotieonderwijs levert aan het verbeteren van Nederlandse proefschriften. Veeleer lijkt het erop dat gepoogd wordt om te bezien of door promovendi hun status van werknemer te ontnemen, de kosten voor universiteiten kunnen worden gedrukt en het aantal promoties kan worden verhoogd. De tussenevaluatie van het experiment is op dit punt weinig kritisch en objectief. Daarmee is niet gezegd dat een wettelijk experiment met het labelen van promotieplaatsen en het monitoren van de effecten van onderwijs aan promovendi geen nut zou kunnen hebben, zoals ik verdedig aan de hand van het voorbeeld van het promoveren op het gebied van het Nederlandse recht.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

Tweede evaluatie Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting: stof tot nadenken

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Wdkb, Sdkb, IVRK, donorbevruchting, anonimiteit
Auteurs Mr. drs. S.E. Garvelink en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun bijdrage reflecteren de auteurs op de aanbevelingen van het in april 2019 verschenen rapport inzake de tweede evaluatie van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb), mede in het licht van het op 26 september 2019 verschenen standpunt van de minister van VWS op de wetsevaluatie. De meeste aanbevelingen lijken zinnig, maar er zijn ook enkele waarover de auteurs hun bedenkingen hebben. Dat geldt in het bijzonder voor de aanbevelingen die gericht zijn op nadere inperking van het recht van donoren van vóór 2004 om anoniem te blijven en van de vrijheid van ouders van donorkinderen om zelf te bepalen hoe en wanneer zij hun kind voorlichten.


Mr. drs. S.E. Garvelink
Sebastiaan Garvelink is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker en docent gezondheidsrecht bij Amsterdam UMC en redacteur bij dit tijdschrift.
Artikel

De toekomstige Wet Draagmoederschap: van ledig naar volledig?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden ouderschap, wensouders, Staatscommissie Herijking Ouderschap, kunstmatige voortplanting, Modelreglement Embryowet
Auteurs M. Buddenbaum LL.M. M.A. en prof. mr. M.J. Vonk
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebrek aan specifieke wet- en regelgeving rondom draagmoederschap heeft geleid tot veel juridische complexiteit en discussie. Nu worden mogelijk de hiaten in de wet opgelost met nieuwe wetsvoorstellen. Vooruitlopend op de nieuwe wet vergelijken we in dit artikel de huidige juridische draagmoederschapspraktijk en de wetsvoorstellen die de regering deze zomer naar aanleiding van de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap heeft geschreven. Daarnaast kijken we naar de aansluiting tussen het beoogde wetsvoorstel en de huidige richtlijnen en standpunten van de medische beroepsgroep en gaan we op zoek naar eventuele leemtes in de voorgestelde regeling.


M. Buddenbaum LL.M. M.A.
Marit Buddenbaum is als promovenda verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Vrije Universiteit van Amsterdam.

prof. mr. M.J. Vonk
Machteld Vonk is verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Vrije Universiteit van Amsterdam en is houder van de TPR-wisselleerstoel 2019-2020 aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting geëvalueerd: nog steeds veel dorre grond

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden registratie persoonsidentificerende gegevens, afstammingsinformatie, anonimiteitsbelang, kinderrechtenverdrag
Auteurs Prof. dr. H.B. Winter, mr. N.O.M. Woestenburg, mr. dr. J.H.H.M. Dorscheidt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar van 2019 verscheen het rapport van de tweede evaluatie van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting. Bij de invoering van deze wet in 2004 was bij velen de gedachte dat het om een beperkte regeling ging die vooral regels stelde over de betrekkelijk overzichtelijke registratie en verstrekking van gegevens van donoren aan donorkinderen. Ruim vijftien jaar later is veel meer zicht ontstaan op het ingrijpende karakter van de materie die in de wet centraal staat en daarmee van de regeling zelf. In dit artikel worden de belangrijkste resultaten van de wetsevaluatie besproken en de reactie van de minister daarop.


Prof. dr. H.B. Winter
Heinrich Winter is parttime hoogleraar Bestuurskunde aan de faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen en directeur van Pro Facto.

mr. N.O.M. Woestenburg
Nicolette Woestenburg is senior-onderzoeker bij Pro Facto.

mr. dr. J.H.H.M. Dorscheidt
Jo Dorscheidt is universitair docent Gezondheidsrecht aan de faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen, en aan het UMCG.

mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent Gezondheidsrecht aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc.
Brexit

Access_open Wightman en het soevereine recht om lid van de EU te blijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, soevereiniteit, 4 intrekking kennisgeving, uittreding
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Wightman bevestigt het unilaterale, soevereine recht van een lidstaat om een kennisgeving van uittreding in te trekken. Deze bijdrage bespreekt zowel dit recht op intrekking als de eventuele grenzen aan dit recht, waaronder wellicht misbruik van recht.
    HvJ 10 december 2018, zaak C-621/18, Wightman, ECLI:EU:C:2018:999.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees Recht aan het Europa Instituut Leiden Law School.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid voor een misleidend prospectus – een (nieuwe) tussenstand?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2019
Trefwoorden prospectus, aansprakelijkheid, bestuurder, misleiding, prospectusverordening
Auteurs Mr. J.R. Hurenkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De Prospectusverordening die sinds 21 juli 2019 rechtstreeks werkt, heeft geen gevolgen voor het aansprakelijkheidsregime ten aanzien van de bestuurder voor een misleidend prospectus. De bestuurder is enkel aansprakelijk als hem een ernstig verwijt treft (tenzij het gaat om (jaar)cijfers of handelen pro se), waarvoor geen bewijslastomkering of vermoeden geldt.


Mr. J.R. Hurenkamp
Mr. J.R. Hurenkamp is werkzaam als advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.
Verslag

Experimenteerwet rechtspleging

Verslag van de najaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.

Berto Winters
Mr. B. Winters is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

De stellige ontkenning van een elektronische ondertekening

Is art. 159 lid 2 Rv toe aan modernisering?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Elektronische handtekening, Stellige ontkenning, Bewijskracht
Auteurs Rob van Esch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de toepassing van art. 159 lid 2 Rv en andere juridische aspecten van een stellige ontkenning van een elektronische ondertekening. Hij betoogt dat toepassing van deze bepaling ook bij een stellige ontkenning van een elektronische handtekening tot resultaten kan leiden waarmee de praktijk uit de voeten kan als haar reikwijdte wordt beperkt tot de waarheid van de ondertekende verklaring.


Rob van Esch
Mr. dr. R.E. van Esch is legal counsel bij Banning te Den Bosch.

Georges Dictus
Mr. G.A. Dictus is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Sebastiaan Cnossen
Mr. S.H.G. Cnossen is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Access_open Een stok in het duister: boetes voor niet-tijdige inburgering en rechtszekerheid

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Integration policy, The Netherlands, Court of Justice of the European Union, P. and S.
Auteurs Mr. Jeremy Bierbach
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2007, a statute has been in force in the Netherlands (the Wet inburgering or Act on Civic Integration) that provides for a system of fines that can be imposed on certain classes of immigrants for not passing the ‘civic integration exam’, testing knowledge of Dutch language and culture, by a certain deadline. However, the way in which the statute defines the precise obligations on immigrants, which classes of immigrants have those obligations, what the exact deadline is and when it can be extended leaves much to be desired in terms of legal certainty, especially considering the frequent changes that the legislature of the Netherlands makes to the statute. Morever, since a fine is imposed as a penalty for what is effectively a ‘criminal charge’ (in the sense of article 6 of the European Convention on Human Rights), what role does the establishment in a fair trial of the immigrant’s culpability play in the imposition of such a fine? For a completely different perspective on integration policy, the author discusses the 2015 decision P. and S. of the Court of Justice of the European Union, in which he was the legal representative of the plaintiffs. When an immigrant is a beneficiary of an EU directive providing for immigration rights for third-country nationals, the Court holds that it is permissible to impose fines in order to stimulate the immigrant’s integration in the society of the host member state, but that such a penalty may not go so far as to actively endanger the goal of aiding integration. In general, the Court is highly sceptical of the effectiveness and fairness of the system of fines provided for by the Act on Civic Integration. The author concludes that the Act, with its clear emphasis on punishment rather than promotion of civic integration, ultimately has the effect of criminalising entire classes of immigrants to the Netherlands.


Mr. Jeremy Bierbach
Mr. J.B. Bierbach is attorney/advocaat bij Franssen Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Een billijke schadevergoeding als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: volledig en deels forfaitair

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden schadevergoeding, klachtenprocedure, klachtencommissie, psychiatrische patiënt
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg gaat gepaard met de mogelijkheid om in de klachtenprocedure een verzoek te doen tot toekenning van een schadevergoeding naar billijkheid. Dit artikel beoogt te verduidelijken wat onder een billijke schadevergoeding kan worden verstaan en hoe een verzoek om schadevergoeding zou moeten worden onderbouwd. Ook wordt toegelicht welke rol een forfaitair stelsel daarin zou kunnen spelen.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.
Toont 1 - 20 van 1774 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.