Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Externe betrekkingen

De nieuwe Dual use-verordening: een gemiste kans

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden non-proliferatie, ‘dual use’, mensenrechten, nationale veiligheid
Auteurs Mr. N.J. Helder en Mr. C.C. Klaui
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Europese verordening voor de controle op uitvoer van goederen voor civiel en militair gebruik (dual use) laat huidige uitdagingen, zoals geopolitieke machtsverschuivingen, agressieve uitbreiding van de invloedssfeer door sommige staten en de toenemende aandacht voor (en regulering van) nationale veiligheid door de daardoor geraakte staten, opkomende nieuwe technologieën en geglobaliseerde distributieketens (zoals voor semiconductors), grotendeels ongemoeid. Voorstellen van de Europese Commissie en het Europees Parlement om mensenrechten een centralere plaats in de EU-regelgeving inzake exportcontrole te geven zijn slechts in zeer geringe mate overgenomen. Deze uitdagingen zullen moeten worden geadresseerd op andere (nationale) wetgevingsterreinen. De nieuwe verordening laat EU-lidstaten de vrijheid om zelf op nationaal niveau door middel van aanvullende wetgeving en/of uitvoeringsbeleid mensenrechten te adresseren. Dat leidt naar verwachting tot een lappendeken van aanvullende wetgeving en diversiteit bij de uitvoering van de nieuwe verordening binnen de EU. Voor ondernemingen die in meerdere EU-lidstaten opereren, brengt dat een grotere compliancebelasting met zich mee.
    Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206/1-461).


Mr. N.J. Helder
Mr. N.J. (Jasper) Helder is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.

Mr. C.C. Klaui
Mr. C.C. (Chiara) Klaui is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.
Artikel

Access_open De Digital Markets Act en het spectrum van eindgebruikersbescherming

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden DMA, online platforms, eindgebruikersbescherming, eerlijkheid, betwistbaarheid
Auteurs Lisanne Hummel, Laura Frederika Lalikova en Viktorija Morozovaite
SamenvattingAuteursinformatie

    Om oneerlijke gedragingen van grote online platforms te beteugelen en de betwistbaarheid op digitale markten te vergroten, heeft de Europese Commissie de Wet inzake digitale markten (DMA) voorgesteld.
    In dit artikel onderzoeken we in hoeverre het wetsvoorstel bescherming biedt aan zowel zakelijke gebruikers als eindgebruikers van grote online platforms. Hoewel het lijkt alsof de belangen van eindgebruikers minder aandacht krijgen in het voorstel, stellen we vast dat zij zowel direct als indirect baat hebben bij de bepalingen. Desalniettemin stellen we ook vast dat het voorstel een kans heeft laten liggen om eindgebruikers verder te beschermen.


Lisanne Hummel
L.M.F. Hummel LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.

Laura Frederika Lalikova
L.F. Lalikova LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.

Viktorija Morozovaite
V. Morozovaite LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.

Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is advocaat bij Scott+Scott.

Stefan Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is advocaat bij Scott+Scott.
Artikel

Dispute settlement among the Nigerian Igbo in Antwerp

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Legal pluralism, Dispute settlement, Igbo, Antwerp
Auteurs Filip Reyntjens
SamenvattingAuteursinformatie

    This is a case study in ‘new legal pluralism’ which is interested in the operation of plural legal orders in countries of the global North. It considers the way in which the Nigerian Igbo living in Antwerp, Belgium settle their disputes. It first presents the Antwerp Igbo’s organisation in a Union possessing a constitution with precise legal stipulations. It then finds that the Igbo take the law with them from their home region into a diasporic community. Next it looks into the concrete organisation of dispute settlement and presents five cases as exemplars. It then discusses the advantages and drawbacks of applying Igbo law and justice, the issue of women’s rights, and the plurality and flexibility of the system. The conclusion underscores the fact that legal pluralism is a universal empirical reality.


Filip Reyntjens
Filip Reyntjens is Emeritus hoogleraar bij het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid aan de Universiteit Antwerpen.
Digitale markten

Access_open De Commissie aan de poort: de voorgenomen regulering van techreuzen onder de Digital Markets Act

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Markets Act (DMA), Wet inzake Digitale Markten, Poortwachterplatforms, digitale interne markt
Auteurs Mr. Y. de Vries, Mr. M.S. Klijsen en Mr. H.M. Pannekoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2020 publiceerde de Commissie haar ‘Digital Services Package’. Dit wetgevingspakket, waar met veel belangstelling naar is uitgekeken, omvat twee voorstellen: de Wet inzake digitale diensten (DSA) en de Wet inzake digitale markten (DMA). De DSA heeft tot doel om de rechten van gebruikers van digitale diensten te beschermen. De DMA bevat aanvullende regels en een nieuw toezichtregime voor machtige onlineplatforms, zogenoemde ‘poortwachters’. Het doel van de DMA is het beteugelen van oneerlijke gedragingen van deze poortwachters waarmee zij zowel concurrenten als consumenten benadelen. In deze bijdrage gaan wij in op het voorstel voor de DMA.
    Commissie Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (Wet inzake digitale markten) COM/2020/842 def.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. M.S. Klijsen
Mr. M.S. (Midas) Klijsen is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. H.M. Pannekoek
Mr. H.M. (Marik) Pannekoek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Vrijheid in het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden Partijautonomie, Consumentenbescherming, aansprakelijkheid van multinationals, tweede-generatieverordeningen, Arbeidsovereenkomsten
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aantekeningen vanuit ipr-perspectief geformuleerd omtrent ‘vrijheid’ én vrijheidsbeperking. Gefocust wordt op diverse actuele thema’s. Daarbij worden zowel directe als indirecte verschijningsvormen van vrijheid blootgelegd. Een verkenning van de verhouding van ‘vrijheid’ tot ‘bescherming van kwetsbare partijen’ blijkt te nopen tot waakzaamheid bij regulering.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is Senior Research Fellow van het Max Planck Institute Luxembourg for International, European and Regulatory Procedural Law en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Artikel

Vereist artikel 7:425 BW menselijke tussenkomst of kan een online platform ook bemiddelen?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Bemiddeling, lastgeving, Duinzigt, Booking.com, Prikbord, Twee heren, 7:417 7:425 7:427 7:428
Auteurs Mr. N. Huppes en Mr. drs. T.L. Wildenbeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Hof Amsterdam oordeelt dat Booking.com niet bemiddelt omdat zij slechts de administratieve afhandeling verzorgt van de overeenkomst die ‘direct’ tussen de gebruikers van haar platform tot stand komt. In deze bijdrage wordt door de auteurs gesignaleerd dat dit oordeel wringt met de huidige rechtspraktijk en voor onduidelijkheid zorgt over de vraag hoe moet worden bepaald of een platform bemiddelt, dan wel als een ‘elektronisch prikbord’ functioneert, en daarmee buiten het wettelijk regime over bemiddeling valt. De rechtszekerheid is gediend met heldere criteria en de auteurs betogen dat het omslagpunt bij de openbaarmakingsfunctie ligt. Een platform dat aanbieders slechts de mogelijkheid biedt om zich te presenteren aan geïnteresseerden om te zoeken, heeft enkel een openbaarmakingsfunctie en bemiddelt niet. Gaat de betrokkenheid van het platform bij de totstandkoming van overeenkomsten verder, dan is het platform in beginsel als tussenpersoon werkzaam bij het tot stand brengen van overeenkomsten en bemiddelt het in de zin van artikel 7:425 BW. Anders dan Hof Amsterdam menen de auteurs daarom dat Booking.com bemiddelt.


Mr. N. Huppes
Mr. N. Huppes is als counsel verbonden aan advocatenkantoor FlexIEbel.

Mr. drs. T.L. Wildenbeest
Mr. drs. T.L. Wildenbeest is als advocaat verbonden aan advocatenkantoor FlexIEbel.
Article

Access_open The New Dutch Model Investment Agreement

On the Road to Sustainability or Keeping up Appearances?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Dutch model BIT, foreign direct investment, bilateral investment treaties, investor-to-state dispute settlement, sustainable development goals
Auteurs Alessandra Arcuri en Bart-Jaap Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2019, the Dutch government presented a New Model Investment Agreement that seeks to contribute to the sustainability and inclusivity of future Dutch trade and investment policy. This article offers a critical analysis of the most relevant parts of the revised model text in order to appraise to what extent it could promote sustainability and inclusivity. It starts by providing an overview of the Dutch BIT (Bilateral Investment Treaty) programme, where the role of the Netherlands as a favourite conduit country for global FDI is highlighted. In the article, we identify the reasons why the Netherlands became a preferred jurisdiction for foreign investors and the negative implications for governments and their policy space to advance sustainable development. The 2019 model text is expressly set out to achieve a fairer system and to protect ‘sustainable investment in the interest of development’. While displaying a welcome engagement with key values of sustainable development, this article identifies a number of weaknesses of the 2019 model text. Some of the most criticised substantive and procedural provisions are being reproduced in the model text, including the reiteration of investors’ legitimate expectation as an enforceable right, the inclusion of an umbrella clause, and the unaltered broad coverage of investments. Most notably, the model text continues to marginalise the interests of investment-affected communities and stakeholders, while bestowing exclusive rights and privileges on foreign investors. The article concludes by hinting at possible reforms to better align existing and future Dutch investment treaties with the sustainable development goals.


Alessandra Arcuri
Alessandra Arcuri is Professor at Erasmus School of Law and Erasmus Initiative Dynamics of Inclusive Prosperity, Erasmus University Rotterdam.

Bart-Jaap Verbeek
Bart-Jaap Verbeek is Researcher at Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) and PhD Candidate Political Science at the Radboud University.
Wetenschap en praktijk

Bevoegde rechter en toepasselijk recht bij de actio pauliana

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden actio pauliana, bevoegde rechter, forum shopping, toepasselijk recht
Auteurs Mr. drs. P. van Asperen
SamenvattingAuteursinformatie

    In oktober 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) duidelijk gemaakt in welke lidstaat partijen een vraagstuk over de actio pauliana aan een rechter kunnen voorleggen. In eerdere arresten gaf het HvJ vooral aan wat niet mogelijk was. Volgens het HvJ volgt de bevoegdheid van een rechter mede uit de contractuele relatie tussen schuldeiser en schuldenaar. Dit betekent dat de schuldeiser veelal in de eigen lidstaat naar de rechter kan stappen. De schuldeiser heeft de mogelijkheid van forum shopping. Het HvJ zegt niets over het toepasselijke recht. Aannemelijk is dat het recht dat de actio pauliana beheerst, wordt bepaald door het recht dat op de benadelende rechtshandeling van toepassing is.


Mr. drs. P. van Asperen
Mr. drs. P. (Peter) van Asperen is senior jurist bij de Autoriteit Consument & Markt en als buitenpromovendus internationale financiering verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Article

Access_open ‘A Continuous Process of Becoming’: The Relevance of Qualitative Research into the Storylines of Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2018
Trefwoorden storylines of law, qualitative research, law in action, law in books
Auteurs Danielle Antoinette Marguerite Chevalier
SamenvattingAuteursinformatie

    The maxim ‘law in books and law in action’ relays an implicit dichotomy, and though the constitutive nature of law is nowadays commonly professed, the reflex remains to use law in books as an autonomous starting point. Law however, it is argued in this article, has a storyline that commences before its institutional formalisation. Law as ‘a continuous process of becoming’ encompasses both law in books and law in action, and law in action encompasses timelines both before and after the formal coming about of law. To fully understand law, it is necessary to understand the entire storyline of law. Qualitative studies in law and society are well equipped to offer valuable insights on the facets of law outside the books. The insights are not additional to doctrinal understanding, but part and parcel of it. To illustrate this, an ethnographic case study of local bylaws regulating an ethnically diverse public space of everyday life is expanded upon. The case study is used to demonstrate the insights qualitative data yields with regard to the dynamics in which law comes about, and how these dynamics continue for law in action after law has made the books. This particular case study moreover exemplifies how law is one of many truths in the context in which it operates, and how formalised law is reflective of the power constellations that have brought it forth.


Danielle Antoinette Marguerite Chevalier
Dr. mr. Danielle Antoinette Marguerite Chevalier, PhD, is assistant professor at Leiden University, The Netherlands.
Consumenten

De nieuwe CPC-Verordening: gij zult consumentenbescherming handhaven!

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, harmonisering, procedurele autonomie, handhavingsbevoegdheden
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de nieuwe Verordening (EU) 2017/2394, die in januari 2020 in werking zal treden. Deze verordening versterkt de procedurele mogelijkheden voor de nationale autoriteiten belast met de handhaving van allerlei Unierechtelijke regels op het gebied van consumentenbescherming. De verordening doet dit met name door hun additionele (minimum)onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden te verlenen en daarnaast door de mechanismen voor onderlinge samenwerking en coördinatie van handhaving tussen de lidstaten te versterken. Tevens eigent de Europese Commissie, die in dit rechtsdomein zelf niet kan handhaven, zichzelf een meer prominente coördinerende en faciliterende rol toe. Het is af te wachten of de nieuwe verordening inderdaad de beoogde impuls geeft aan de handhaving van (grensoverschrijdende) inbreuken op het gebied van consumentenbescherming.
    Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004, PbEU 2017, L 345/1


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Article

Access_open The Integrity of the Tax System after BEPS: A Shared Responsibility

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2017
Trefwoorden flawed legislation, tax privileges, tax planning, corporate social responsibility, tax professionals
Auteurs Hans Gribnau
SamenvattingAuteursinformatie

    The international tax system is the result of the interaction of different actors who share the responsibility for its integrity. States and multinational corporations both enjoy to a certain extent freedom of choice with regard to their tax behaviour – which entails moral responsibility. Making, interpreting and using tax rules therefore is inevitably a matter of exercising responsibility. Both should abstain from viewing tax laws as a bunch of technical rules to be used as a tool without any intrinsic moral or legal value. States bear primary responsibility for the integrity of the international tax system. They should become more reticent in their use of tax as regulatory instrument – competing with one another for multinationals’ investment. They should also act more responsibly by cooperating to make better rules to prevent aggressive tax planning, which entails a shift in tax payments from very expert taxpayers to other taxpayers. Here, the distributive justice of the tax system and a level playing field should be guaranteed. Multinationals should abstain from putting pressure on states and lobbying for favourable tax rules that disproportionally affect other taxpayers – SMEs and individual taxpayers alike. Multinationals and their tax advisers should avoid irresponsible conduct by not aiming to pay a minimalist amount of (corporate income) taxes – merely staying within the boundaries of the letter of the law. Especially CSR-corporations should assume the responsibility for the integrity of the tax system.


Hans Gribnau
Professor of Tax Law, Fiscal Institute and the Center for Company Law, Tilburg University; Professor of Tax Law, Leiden University, The Netherlands.
Article

Access_open Corporate Taxation and BEPS: A Fair Slice for Developing Countries?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Fairness, international tax, legitimacy, BEPS, developing countries
Auteurs Irene Burgers en Irma Mosquera
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this article is to examine the differences in perception of ‘fairness’ between developing and developed countries, which influence developing countries’ willingness to embrace the Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) proposals and to recommend as to how to overcome these differences. The article provides an introduction to the background of the OECD’s BEPS initiatives (Action Plan, Low Income Countries Report, Multilateral Framework, Inclusive Framework) and the concerns of developing countries about their ability to implement BEPS (Section 1); a non-exhaustive overview of the shortcomings of the BEPS Project and its Action Plan in respect of developing countries (Section 2); arguments on why developing countries might perceive fairness in relation to corporate income taxes differently from developed countries (Section 3); and recommendations for international organisations, governments and academic researchers on where fairness in respect of developing countries should be more properly addressed (Section 4).


Irene Burgers
Irene Burgers is Professor of International and European Tax Law, Faculty of Law, and Professor of Economics of Taxation, Faculty of Business and Economics, University of Groningen.

Irma Mosquera
Irma Mosquera, Ph.D. is Senior Research Associate at the International Bureau of Fiscal Documentation IBFD and Tax Adviser Hamelink & Van den Tooren.
Artikel

Navigeren door het labyrint van grensoverschrijdende detachering

De fundamentele verkeersvrijheden, de Detacheringsrichtlijn en het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Rome I-Verordening, Vrijheid van diensten, Grensoverschrijdende detachering, Regime-shopping, Detacheringsrichtlijn
Auteurs Mr. dr. Femke Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag hoeveel werknemersbescherming lidstaten aan uit het buitenland gedetacheerde werknemers kunnen toekennen, heeft de gemoederen lange tijd bezig gehouden. De zaak Laval bracht duidelijkheid, maar heeft ook tot nieuwe uitdagingen geleid. Verschillende constructies zijn ingezet om de loonkosten zo laag mogelijk te houden. Denk aan het vermijden van permanente detachering, maar ook aan het oprichten van buitenlandse bv’s die werknemers naar Nederlandse concernonderdelen detacheren. De constructies zijn lucratief omdat de juridische status bepaalt waarop de buitenlandse werknemer recht heeft. De ene keer bestaat recht op de hardekern-arbeidsvoorwaarden en de andere keer op alle (dwingende) arbeidsrechtelijke bepalingen uit het werkland. Bovendien kennen de verschillende typen detachering uit de Detacheringsrichtlijn – contracting, intra-concernuitlening en uitzending – ook elk hun eigen arbeidsrechtelijke regime. In dit artikel staat centraal wanneer nu welk arbeidsrechtelijk regime geldt en waarom. De auteur beantwoordt deze vraag aan de hand van de fundamentele verkeersvrijheden, het internationaal privaatrecht en het Nederlandse nationale arbeidsrecht. Ook is er aandacht voor het voorstel tot aanpassing van de Detacheringsrichtlijn van maart dit jaar.


Mr. dr. Femke Laagland
Mr. dr. F.G. Laagland is universitair hoofddocent Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit (Onderzoekscentrum Onderneming & Recht) en tevens redacteur van Arbeidsrechtelijke Annotaties.

Marjoleine Zieck
Dr. Marjoleine Zieck is Professor of International Refugee Law at the Amsterdam Law School of the University of Amsterdam, and Professor of Public International Law at the Pakistan College of Law, Lahore.
Praktijk

Recente internationale ontwikkelingen in de aanpak van belastingontwijking door multinationals

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden belastingontwijking multinationals, Base Erosion and Profit Shifting, BEPS-Actieplan, fiscale structuren
Auteurs A.J. van Herwaarden
SamenvattingAuteursinformatie

    De belastingheffing van multinationals staat vandaag de dag in het middelpunt van de publieke belangstelling. Met behulp van fiscale structuren kunnen multinationals op legale wijze hun effectieve (wereldwijde) belastingdruk op behaalde winsten aanzienlijk verlagen. Ter bestrijding van belastingontwijking door multinationals hebben de OESO en de G20 in 2013 het grootschalige project ‘Base Erosion and Profit Shifting’ (BEPS) opgezet. Ook binnen de EU staat belastingontwijking door multinationals hoog op de politieke agenda. Deze bijdrage bevat een bespreking van belastingontwijkingsmogelijkheden voor multinationals en de daartegen door de OESO/G20 en de EU voorgestelde oplossingsrichtingen.


A.J. van Herwaarden
A.J. van Herwaarden, LLM, MSc is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Article

Access_open The Role of Private International Law in Corporate Social Responsibility

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2014
Trefwoorden CSR, conflicts of law, Kiobel, Shell
Auteurs Geert Van Calster Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution firstly reviews developments in the EU and in the United States on corporate social responsibility and conflict of laws. It concludes with reference to some related themes, in particular on the piercing of the corporate veil and with some remarks on compliance strategy, and compliance reality, for corporations.


Geert Van Calster Ph.D.
Geert van Calster is professor at the University of Leuven and Head of Leuven Law's department of European and international law.
Article

Access_open Private International Law: An Appropriate Means to Regulate Transnational Employment in the European Union?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2014
Trefwoorden private international law, applicable law, overriding mandatory provisions, transnational employment relations, posting of workers
Auteurs Prof.dr. Aukje A.H. Ms van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    The regulation of transnational employment in the European Union operates at the crossroads between private international law and internal market rules. The private international law rules are currently laid down in the Rome I Regulation. This regulation is complemented by the Posted Workers Directive, a directive based on the competences of the EU in the field of free movement of services. The current contribution first describes the rules which determine the law applicable to the employment contract under Article 8 Rome I Regulation and the way these rules are interpreted by the CJEU before critically analysing these rules and the reasoning that seems to lie behind the court’s interpretation (section 2). The law applying to the contract is, however, only of limited relevance for the protection of posted workers. This is due inter alia to the mandatory application of certain rules of the country to which the workers are posted, even if a different law governs their contract. This application of host state law is based on Article 9 Rome I Regulation in conjunction with the Posted Workers Directive. Section 3 describes the content of these rules and the – to some extent still undecided – interaction between the Rome I Regulation and the PWD. The conclusion will be that there is an uneasy match between the interests informing private international law and the interests of the internal market, which is not likely to be resolved in the near future.


Prof.dr. Aukje A.H. Ms van Hoek
Aukje van Hoek is Professor at the University of Amsterdam.
Artikel

Handhaven en balanceren: een tussenstand van privaatrechtelijke handhaving in Europa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2013
Trefwoorden privaatrechtelijke handhaving, collectief verhaal, kartelschade, richtlijnvoorstel, aanbeveling
Auteurs Prof. mr. I.N. Tzankova, Mr. M.J. Plomp en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een jarenlange politieke strijd heeft de Europese Commissie in het voorjaar van 2013 een pakket aan maatregelen gepubliceerd waarmee zij beoogt het verhaal van schade als gevolg van inbreuken op het mededingingsrecht te faciliteren. In dit artikel gaan wij in op de achtergrond en inhoud van het pakket van maatregelen. Centraal staat de vraag of de Europese Commissie haar doelstellingen met het voorliggende pakket zal bereiken en welke gevolgen de praktijk kan verwachten naar aanleiding van de voorgestelde maatregelen.


Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is advocaat bij BarentsKrans advocaten en notarissen en daarnaast hoogleraar massaschade aan Tilburg University.

Mr. M.J. Plomp
Mr. M.J. Plomp is advocaat bij BarentsKrans advocaten en notarissen, zij treedt per 1 januari 2014 in dienst bij Heineken.

Mr. T. Raats
Mr. T. Raats is advocaat bij BarentsKrans advocaten en notarissen.
Article

Access_open Unity in Multiplicity: Shared Cultural Understandings on Marital Life in a Damascus Catholic and Muslim Court

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3/4 2013
Trefwoorden Syria, personal status law, Eastern Catholic law, patriarchal family, marital obligations
Auteurs Esther Van Eijk Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    Family relations in Syria are governed by a plurality of personal status laws and courts. This plurality manifests itself on a variety of levels, including statutory, communal and individual. In this article, the author argues that, albeit this plurality, Syrian personal status law is also characterised by the prevalence of shared, gendered norms and views on marital life. Based on fieldwork conducted in a Catholic and a shar’iyya personal status courts in Damascus in 2009, the author examines the shared cultural understandings on marital relationships that were found in these courts, and as laid down – most importantly – in the respective Catholic and Muslim family laws. The article maintains that the patriarchal family model is preserved and reinforced by the various personal status laws and by the various actors which operated in the field of personal status law. Finally, two Catholic case studies are presented and analysed to demonstrate the importance and attachment to patriarchal gender norms in the Catholic first instance court of Damascus.


Esther Van Eijk Ph.D.
Esther Van Eijk is a postdoc researcher at Maastricht University, The Netherlands. She recently defended (September 2013) her Ph.D. thesis entitled ‘Family Law in Syria: A Plurality of Laws, Norms, and Legal Practices’ at Leiden University, the Netherlands. This study is based on her PhD fieldwork (including interviews and participant observation) conducted in March-April 2008, and October 2008-July 2009 in Syria.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.