Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 3621 artikelen

x
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Privaatrecht en publiekrecht in de consumentenbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Private regulering, duaal stelsel WHC, consumentenrecht, publiekrechtelijk toezicht, strooischade
Auteurs Mr. E. Verviers
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen bestuursrecht en privaatrecht, onderwerp van dit themanummer, speelde onder andere bij de totstandkoming van de Wet handhaving consumentenbescherming. Aan de hand van de relevante openbare documenten wordt aangetoond dat de vraag of het wenselijk is om op het privaatrechtelijke terrein van het consumentenrecht een publiekrechtelijke toezichthouder in te schakelen, zonder theoretische discussie bevestigend werd beantwoord. Met betrekking tot de vraag welke instrumenten de publiekrechtelijke toezichthouder daarbij ter beschikking staan, was er een gestage ontwikkeling van ‘zo min mogelijk publiekrechtelijke instrumenten, want het gaat om privaatrecht’ naar ‘volledig publiekrechtelijk handhaven, omdat er effectief toezicht moet zijn’.


Mr. E. Verviers
Mr. E. (Emile) Verviers was van 1976 tot 2017 wetgevingsjurist, in verschillende functies, eerst bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en daarna bij het Ministerie van Economische Zaken, waar hij onder andere betrokken was bij het consumentenrecht.
Article

Access_open Characteristics of Young Adults Sentenced with Juvenile Sanctions in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden young adult offenders, juvenile sanctions for young adults, juvenile criminal law, psychosocial immaturity
Auteurs Lise J.C. Prop, André M. Van der Laan, Charlotte S. Barendregt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1 April 2014, young adults aged 18 up to and including 22 years can be sentenced with juvenile sanctions in the Netherlands. This legislation is referred to as ‘adolescent criminal law’ (ACL). An important reason for the special treatment of young adults is their over-representation in crime. The underlying idea of ACL is that some young adult offenders are less mature than others. These young adults may benefit more from pedagogically oriented juvenile sanctions than from the deterrent focus of adult sanctions. Little is known, however, about the characteristics of the young adults sentenced with juvenile sanctions since the implementation of ACL. The aim of this study is to gain insight into the demographic, criminogenic and criminal case characteristics of young adult offenders sentenced with juvenile sanctions in the first year after the implementation of ACL. A cross-sectional study was conducted using a juvenile sanction group and an adult sanction group. Data on 583 criminal cases of young adults, sanctioned from 1 April 2014 up to March 2015, were included. Data were obtained from the Public Prosecution Service, the Dutch Probation Service and Statistics Netherlands. The results showed that characteristics indicating problems across different domains were more prevalent among young adults sentenced with juvenile sanctions. Furthermore, these young adults committed a greater number of serious offences compared with young adults who were sentenced with adult sanctions. The findings of this study provide support for the special treatment of young adult offenders in criminal law as intended by ACL.


Lise J.C. Prop
Research and Documentation Centre (WODC), Ministry of Justice and Security, Den Haag, the Netherlands.

André M. Van der Laan
Research and Documentation Centre (WODC), Ministry of Justice and Security, Den Haag, the Netherlands.

Charlotte S. Barendregt
Health and Youth Care Inspectorate, Ministry of Health, Welfare and Sport, Utrecht, the Netherlands.

Chijs Van Nieuwenhuizen
GGzE, Centre for Child and Adolescent Psychiatry, Eindhoven, the Netherlands and Scientific Center for Care & Welfare (Tranzo),Tilburg University, Tilburg, the Netherlands.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Vrij verkeer

Access_open Gewezen EU-werknemer behoudt verblijfsrecht bij werkloosheid na twee weken werken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden vrij verkeer werknemers, werkzoekende, verblijfsrecht, toegang tot uitkering
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie voor het eerst uitleg aan artikel 7 lid 3 onder c Richtlijn 2004/38/EG. De taalkundige onduidelijkheid in deze bepaling leidde in de zaak Tarola tot de vraag of een werknemer die na twee weken te hebben gewerkt onvrijwillig werkloos wordt, de status als werknemer behoudt. Het Hof van Justitie antwoordt hier bevestigend op waarbij nog eens wordt bevestigd dat het Hof van Justitie streeft naar een interpretatie van het begrip werknemer waar zo veel mogelijk personen onder vallen.
    HvJ 11 april 2019, zaak C-483/17, ECLI:EU:C:2019:309 (Neculai Tarola/Minister for Social Protection)


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P. (Beryl) ter Haar is universitair docent en academisch coördinator advanced master Global and European Labour Law (GELL) aan de Universiteit Leiden en Visiting professor Universiteit Warschau.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Artikel

Access_open Oordelen handicap en chronische ziekte en de WGBH/CZ, een bouwwerk met uitzicht?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden College voor de Rechten van de Mens, oordelen h/cz, WGBH/CZ, doeltreffende aanpassing, algemene toegankelijkheid
Auteurs Mr. J.J.T. Homan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College voor de Rechten van de Mens past de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) toe voor de discriminatiegrond h/cz.
    Bij individuele situaties wordt beoordeeld in hoeverre een aanbieder gehouden is een ‘doeltreffende aanpassing’ te realiseren. Sinds 2016, toen de WGBH/CZ werd uitgebreid naar algemene toegankelijkheid, zijn ongeveer 140 oordelen h/cz uitgesproken.
    In het artikel wordt een twintigtal ‘gevalsoverstijgende’ oordelen over handicap of chronische ziekte uit 2018 en 2019 beschreven. Wat heeft dit voor de WGBH/CZ opgeleverd en wat is de rol van het College?
    In individuele situaties is het parool: onderzoek zorgvuldig, overleg en handel actief! Bij algemene toegankelijkheid kijkt het College steeds kritischer naar de inspanningen van de aanbieders.
    Soms koppelt het College een individueel oordeel aan een rapportage of aanbeveling aan de wetgever. Voorbeelden daarvan worden met name gegeven op het terrein van het openbaar vervoer. In die gevallen zijn de oordelen ook een duidelijk signaal voor aanpassing van wetgeving of beleid. De dubbele rol van het College (toetser en toezichthouder) heeft dan een meerwaarde.
    Op deze wijze kunnen oordelen de concrete toepasbaarheid en uitleg van de WGBH/CZ nog verder verstevigen en verduurzamen.


Mr. J.J.T. Homan
Mr. J.J.T. (Jan Jasper) Homan is juridisch adviseur, tot 2020 bij Ieder(in), en redacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Export van pgb’s

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden persoonsgebonden budget, Patiëntenrichtlijn, vrij dienstenverkeer, export, toestemmingsregels
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse regelgeving betreffende persoonsgebonden budgetten (pgb’s) is gebaseerd op het (on)geschreven uitgangspunt dat de zorg of steun waarvoor een pgb wordt aangewend binnen Nederland wordt ontvangen. Deze bijdrage gaat nader in op de vraag of de territoriale beperkingen op het gebruik van pgb’s verenigbaar zijn met het EU-recht, en in het bijzonder de in Verordening 883/2004 opgenomen coördinatieregels voor prestaties bij ziekte, de Patiëntenrichtlijn en/of de verdragsregels inzake het vrije verkeer van diensten. De bijdrage concludeert dat dat in beginsel niet zo is. De vraag is niet waarom een verzekerde of begunstigde het recht zou moeten hebben om zijn/haar pgb in een andere lidstaat te gebruiken. Hij of zij heeft dat recht. De vraag is veeleer waarom een zorgkantoor, zorgaanbieder of gemeente die export zou mogen beperken.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is hoogleraar Europees sociaal recht, Capaciteitsgroep Publiekrecht, Universiteit Maastricht.
Artikel

Heel Holland spoort op

Naar een afwegingsmodel voor de politie in de omgang met burgers die zelfstandig onderzoek doen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Participation, citizen, police, investigation, reciprocity
Auteurs Arnout de Vries, Shanna Wemmers, Stan Duijf e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens investigating crimes themselves is a growing trend, because of democratization of information (e.g. social media), tools (e.g. apps) and knowledge (e.g. explanimations on YouTube). More and more citizens do their own research as modern Sherlocks. The police has to handle these trends in line with participant wishes and the law, but does not yet have concrete tools to do so. This article explores how the police participate in contemporary citizen criminal investigations, including the difficulties and benefits experienced. The obtained insights of the presented research serve as guidance, which can help police officers understand how to participate with citizens who have started, or want to start, a criminal investigation. The presented model explains how police can use it to better guide and stimulate, but also stop or protect citizens in their investigative activities. An app with professional guidance was piloted in four police units to participate with citizens that do their own research and learn from expectations and experiences. Citizens need guidance, but more importantly expect a certain degree of reciprocity in collaborating with police in criminal investigations.


Arnout de Vries
Arnout de Vries is werkzaam bij TNO Groningen.

Shanna Wemmers
Shanna Wemmers is werkzaam als scientist innovator bij TNO.

Stan Duijf
Stan Duijf won als masterstudent Science in Policing en in 2019 de scriptieprijs van de Politieacademie.

Victor Kallen
Victor Kallen klinisch psychofysioloog bij TNO Behavioural & Societal Sciences.

    In former times, citizens themselves were responsible for ensuring and protecting their own safety. Over the years, this responsibility largely shifted to the government, partly due to the establishment of an institutionalized police force. In recent years, citizens have increasingly reestablishing themselves in domain of social security. Citizens are engaged in tasks that are traditionally seen as primarily the responsibility of the police, such as law enforcement, criminal investigation and immediate in case of emergencies.
    Technology can be considered as one of the major driving forces behind this increasing contribution of citizens in the field of security. Technology makes it possible to quickly find and share information and enhances people’s ability to deal with cognitively complex tasks. In a certain way, technology democratizes police work by making the skills and tools available for every citizen.
    In this article we will discuss the value of a specific form of technological support for citizens in their search for missing persons: the missing persons app ‘Sarea’. The Netherlands has a high number of missing persons and in many incidents citizens start searching themselves. Often, this citizen initiatives are uncoordinated. Therefore, an app has been developed by the police to help citizens start and coordinate their own searches for a missing person.


Jerôme Lam
Jerôme Lam is werkzaam bij de Politieacademie.

Nicolien Kop
Nicolien Kop is werkzaam bij de Politieacademie.

Celest Houtman
Celest Houtman is als onderzoeker werkzaam bij Politie Nederland, Eenheid Oost-Nederland, Dienst Informatie.
Artikel

Access_open Uitdagingen voor het ondernemingsrecht; op weg naar een echt ondernemingsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden onderneming, vennootschap, stakeholderdenken, digitalisering, corporate governance
Auteurs Prof. mr. L. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur zet uiteen hoe de verhouding tussen onderneming en vennootschap zich vanaf 1900 heeft ontwikkeld. De auteur verwacht dat de invloed van de politiek op de onderneming en vennootschap in de komende jaren zal toenemen. Aan het slot van zijn beschouwing maakt de auteur een paar opmerkingen over de invloed van digitalisering op het vennootschapsrecht.


Prof. mr. L. Timmerman
Prof. mr. L. Timmerman is hoogleraar ondernemingsrecht, in het bijzonder zijn historische ontwikkeling, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Coronamaatregelen in de ggz: zorgen over rechtmatigheid en rechtsbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden coronapandemie, vrijheidsbeperkingen, rechtsbescherming, intramurale ggz, patiëntenrechten
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op de coronapandemie zijn in de intramurale ggz beduidende beperkingen doorgevoerd: het ontvangen van bezoek, de vrijheid van bewegen in de kliniek en het verlof om de kliniek te verlaten worden aanmerkelijk begrensd. In deze bijdrage worden vraagtekens geplaatst bij de rechtmatigheid van deze collectieve maatregelen die op instellingsniveau worden vastgesteld. Bedenkingen zijn er tevens ten aanzien van te signaleren beperkingen in het klachtrecht en inspectietoezicht. De rechtsbescherming van opgenomen psychiatrische patiënten lijkt medio april 2020 niet op orde.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij Stichting PVP en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Met autonome auto’s de weg op: enkele vragen van aansprakelijkheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden productaansprakelijkheid, producent, software, ontwikkelingsrisicoverweer, zelfrijdend
Auteurs Mr. dr. N.E. Vellinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van volledig zelfrijdende auto’s roept veel juridische problemen op. Aan de hand van een scenario wordt onderzocht welke vragen van aansprakelijkheid rijzen en hoe deze dienen te worden beantwoord. De nadruk zal daarbij liggen op de productaansprakelijkheid. Daarbij zal de auteur in hoofdzaak putten uit haar recent afgeronde promotieonderzoek.


Mr. dr. N.E. Vellinga
Mr. dr. N.E. Vellinga is als postdoc-onderzoeker verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Poging middels voorwaardelijk opzet

Dient er in concreto sprake te zijn geweest van een aanmerkelijke kans?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden poging, uiterlijke verschijningsvorm, aanmerkelijke kans, opzet, objectieve derde
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rol speelt de aanmerkelijke kans bij de vraag of er sprake is van een strafbare poging? De auteurs betogen dat voor de beantwoording van de vraag of een kans aanmerkelijk is aansluiting moet worden gezocht bij het perspectief van de objectieve derde die, direct voorafgaand aan het moment van handelen, meekijkt over de schouder van de dader en die alleen die feiten en omstandigheden kent die de dader kent. Bepalend is of deze objectieve, in de schoenen van de dader staande, derde op basis van die kennis zou oordelen dat de mogelijkheid dat het voorziene gevolg zal intreden reëel en niet onwaarschijnlijk is.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is jurist/assistent-boetefunctionaris bij de AFM.
Artikel

Access_open De verdachte is dood, leve het strafproces?

De straf(proces)rechtelijke gevolgen van de dood van de verdachte of veroordeelde nader bezien

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden dood verdachte/veroordeelde, ontvankelijkheid OM, artikel 69 Sr, artikel 6:1:21 Sv, artikel 16 Wet op de economische delicten
Auteurs Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman en Mr. dr. J.H.B. (Joeri) Bemelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de auteurs stil bij de straf(proces)rechtelijke gevolgen van de dood van de verdachte of veroordeelde en de ratio van die gevolgen. Onderzocht wordt welke uitzonderingen er bestaan op het uitgangspunt dat de rechten tot strafvervolging en strafexecutie vervallen door de dood van de verdachte of veroordeelde en of het uitgangspunt en de uitzonderingen daarop een coherent systeem vormen. Voorgesteld wordt om enkele bijzondere sanctiemodaliteiten te schrappen en om een commune maatregel te introduceren waarmee kan worden voorkomen dat in beslag genomen goederen die van misdrijf afkomstig blijken, aan de erfgenamen van de overledene ten deel vallen.


Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman
Mr. dr. E.M. Moerman is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad.

Mr. dr. J.H.B. (Joeri) Bemelmans
Mr. dr. J.H.B. Bemelmans is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad.
Artikel

De beperkingen van (en bij) functionele invaliditeit

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Letselschade, Functionele invaliditeit, Beperkingen, FIGP, BIGP
Auteurs Drs. J.A. Krol en Drs. D. Kerens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de beoordeling van letselschade wordt de medisch adviseur geregeld gevraagd een uitspraak te doen over de blijvende invaliditeit en blijvende beperkingen van het opgelopen letsel, al dan niet na inschakeling van een onafhankelijke expertise. Daarin doen zich discrepanties voor. De mate van de functionele invaliditeit staat los van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en het ervaren van kwaliteit van leven.


Drs. J.A. Krol
Drs. J.A. (Jarno) Krol is werkzaam als medisch adviseur bij de Bureaus in Utrecht.

Drs. D. Kerens
Drs. D. (Dean) Kerens is werkzaam als medisch adviseur bij de Bureaus in Utrecht.
Artikel

Rare jongens die strafrechtelijke beginselen

De invloed van het strafrecht op het mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden fundamentele rechten, mededingingsrecht, ne bis in idem, rechtszekerheid, lex mitior
Auteurs Mr. dr. J.M. Veenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het mededingingsrecht is veel discussie over de waarborgen die van toepassing zijn. Zo beargumenteren ondernemingen vaak dat mededingingsautoriteiten hun fundamentele rechten hebben geschonden. Het is dan aan de rechters om te bepalen of dit inderdaad het geval is. In dit artikel wordt gekeken of er bij de ontwikkeling van deze waarborgen inspiratie wordt gehaald uit het strafrecht.


Mr. dr. J.M. Veenbrink
Mr. dr. J.M. Veenbrink is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

‘Private enforcement’ van nalatigheid bij financieel-economische criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden financieel-economische criminaliteit, private enforcement, aansprakelijkheid, nalatigheid, risicomanagement
Auteurs F.J. Erkens FFE MEWI LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland heeft, net als ieder ander land, groot belang bij goed werkende, gereguleerde handelsplatformen. De aantrekkelijkheid van handelsplatformen is mede afhankelijk van de kwaliteit van ‘public and private enforcement’ en juridische mogelijkheden om geschillen te beslechten. De afgelopen periode hebben grote Nederlandse ondernemingen de voorpagina’s van de kranten gehaald door hun (mogelijke) betrokkenheid bij financieel-economische criminaliteit. In deze bijdrage wordt de vraag beantwoord of ‘private enforcement’ van financieel-economische criminaliteit bij ondernemingen wel voldoende resultaat kan opleveren om effectief te zijn en om benadeelde partijen te ondersteunen bij het verhalen van hun schade.


F.J. Erkens FFE MEWI LLM
F.J. Erkens FFE MEWI LLM is partner bij het forensische onderzoeks- en adviesbureau Holland Integrity Group.
Artikel

Access_open Medewerking door ondernemingen aan een strafrechtelijk onderzoek

Nopen nieuwe ontwikkelingen tot invoering van Nederlands beleid voor interne onderzoeken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden interne onderzoeken, zelfmelding, medewerking, corruptie, transactie
Auteurs Mr. M. Velthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is in 2019 hernieuwde aandacht ontstaan voor de interne onderzoekspraktijk, waaruit blijkt dat zowel de minister als het OM en de FIOD positief staan tegenover de interne onderzoekspraktijk. In het artikel pleit de auteur om Nederlands beleid te ontwikkelen met daarin incentives voor ondernemingen om deze vorm van medewerking te stimuleren. Tevens onderzoekt de auteur de noodzaak om de rechten van betrokkenen in het interne onderzoek vast te leggen. De auteur concludeert dat het aangewezen lijkt aan te sluiten bij de praktijk zoals ontwikkeld in de VS, waarbij in het geval van sturing door de autoriteiten aan het interne onderzoek onder dwang afgelegde verklaringen niet tegen de betrokkene mogen worden gebruikt in een strafrechtelijke procedure.


Mr. M. Velthuis
Mr. M. Velthuis is partner bij NautaDutilh N.V.
Jurisprudentie

Het gebruik van een onderzoeksprotocol en de rol van de advocaat bij intern onderzoek nader bezien

Noot bij ECLI:NL:TAHVD:2019:181

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden onderzoeksprotocol, intern onderzoek, feitenonderzoek, hoor, wederhoor
Auteurs Mr. J.C.G.T. Starmans en Mr. V.S.Y. Liem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot bij de uitspraak van het Hof van Discipline ’s-Hertogenbosch van 4 november 2019 wordt ingegaan op de normering die de tuchtrechter hanteert bij het oordelen over het handelen van een advocaat die feitenonderzoek verricht en werkzaam is voor een kantoor dat een onderzoeksprotocol heeft opgesteld.


Mr. J.C.G.T. Starmans
Mr. J.C.G.T. Starmans is werkzaam als advocaat bij Van Doorne N.V. in Amsterdam.

Mr. V.S.Y. Liem
Mr. V.S.Y. Liem is werkzaam als advocaat bij Van Doorne N.V. in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 3621 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.