Zoekresultaat: 64 artikelen

x
Artikel

De invloed van Europa op ons procesrecht

Verslag van de voorjaarsvergadering 2019 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Auteurs Jaap Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de rechtbank Gelderland.
Buitenlands nieuws

Burgerschap en terrorisme

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden burgerschap, Rijkswet op het Nederlanderschap, terrorisme, Zwitserland
Auteurs Mr. G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan het intrekken van burgerschap als een bestraffende maatregel voor (medeplichtigheid aan) terroristische misdrijven. Een voorbeeld uit Zwitserland uit 2019 wordt nader besproken en in vergelijkend Nederlands perspectief geplaatst.


Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Een stok in het duister: boetes voor niet-tijdige inburgering en rechtszekerheid

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Integration policy, The Netherlands, Court of Justice of the European Union, P. and S.
Auteurs Mr. Jeremy Bierbach
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2007, a statute has been in force in the Netherlands (the Wet inburgering or Act on Civic Integration) that provides for a system of fines that can be imposed on certain classes of immigrants for not passing the ‘civic integration exam’, testing knowledge of Dutch language and culture, by a certain deadline. However, the way in which the statute defines the precise obligations on immigrants, which classes of immigrants have those obligations, what the exact deadline is and when it can be extended leaves much to be desired in terms of legal certainty, especially considering the frequent changes that the legislature of the Netherlands makes to the statute. Morever, since a fine is imposed as a penalty for what is effectively a ‘criminal charge’ (in the sense of article 6 of the European Convention on Human Rights), what role does the establishment in a fair trial of the immigrant’s culpability play in the imposition of such a fine? For a completely different perspective on integration policy, the author discusses the 2015 decision P. and S. of the Court of Justice of the European Union, in which he was the legal representative of the plaintiffs. When an immigrant is a beneficiary of an EU directive providing for immigration rights for third-country nationals, the Court holds that it is permissible to impose fines in order to stimulate the immigrant’s integration in the society of the host member state, but that such a penalty may not go so far as to actively endanger the goal of aiding integration. In general, the Court is highly sceptical of the effectiveness and fairness of the system of fines provided for by the Act on Civic Integration. The author concludes that the Act, with its clear emphasis on punishment rather than promotion of civic integration, ultimately has the effect of criminalising entire classes of immigrants to the Netherlands.


Mr. Jeremy Bierbach
Mr. J.B. Bierbach is attorney/advocaat bij Franssen Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Annotatie Kort

Amsterdammer veroordeeld voor terroristische misdaden is geen Nederlander meer

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2019
Auteurs Prof. dr. mr. Peter Rodrigues
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. Peter Rodrigues
Prof. dr. mr. P.R. Rodrigues is Hoogleraar Immigratierecht en voorzitter van het Instituut voor Immigratierecht. Hij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en redactielid en voorzitter van dit tijdschrift.
Overwegende ...

Grondwet en religiefobie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Auteurs Mr. dr. Hans-Martien ten Napel
Auteursinformatie

Mr. dr. Hans-Martien ten Napel
Mr. dr. H.-M.Th.D. ten Napel is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht in Leiden. In 2017 verscheen van zijn hand de monografie Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge).

    In de Caribische gebiedsdelen geldt met betrekking tot kwesties van personen-, familie- en erfrechtelijke aard als geschreven regel van conflictenrecht dat het daarop toepasselijke recht het recht is van de ‘gewone verblijfplaats’ van betrokkene(n). Bij de praktische toepassing van deze algemeen geformuleerde regel rijzen de nodige vragen. In deze bijdrage worden de belangrijkste daarvan besproken, om vervolgens met enige handreikingen te komen inzake de omgang daarmee.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.

Mr. G.C.C. Lewin
Mr. G.C.C. Lewin, raadsheer in het gerechtshof Amsterdam.
Vrij verkeer

Het arrest Tjebbes: de evenredigheidstoets als complexe brug tussen nationaliteitswetgeving en Unieburgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Unieburgerschap, artikel 20 VWEU, intrekking van nationaliteit, bevoegdheidsverdeling, evenredigheidstoets, beroeps- en familieleven in de EU
Auteurs Prof. dr. P. Van Elsuwege en H.H.C. Kroeze LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Tjebbes gaat over de verenigbaarheid van een Nederlandse regeling met het Unierecht op grond waarvan tien jaar verblijf in een derde land het van rechtswege verlies van het Nederlanderschap met zich meebrengt voor Nederlanders die nog een tweede nationaliteit hebben. De zaak is daarmee een vervolg op het arrest Rottmann, waarin het Hof van Justitie bepaalde dat intrekking van de nationaliteit van de lidstaten in overeenstemming moet zijn met het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel. In Tjebbes vraagt de Raad van State of die Europeesrechtelijke evenredigheidstoets met zich meebrengt dat de gevolgen in het individuele geval moeten worden getoetst, of dat het voldoende is dat er een evenredigheidstoets in abstracto in het beleid verdisconteerd is. Anders dan advocaat-generaal Mengozzi oordeelt het Hof van Justitie dat incidenteel een geconcretiseerde evenredigheidstoets plaats moet kunnen vinden, ‘vanuit het oogpunt van het Unierecht’, wat betekent dat het effect van het verlies van de nationaliteit op het beroeps- en gezinsleven van de betrokkene meegewogen moet worden. Deze bijdrage evalueert deze uitspraak vanuit het perspectief van de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Daarnaast wordt ingegaan op de beperktheid van de Unierechtelijke evenredigheidstoets zoals die in dit arrest geformuleerd wordt en worden enkele mogelijke implicaties voor de rechtspraktijk besproken.
    HvJ 12 maart 2019, zaak C-221/17, Tjebbes e.a./Minister van Buitenlandse Zaken, ECLI:EU:C:2019:189


Prof. dr. P. Van Elsuwege
Prof. dr. P. (Peter) Van Elsuwege is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.

H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.
Artikel

Access_open Zeven scènes uit het leven van een 150-jarige

Gemeenschappelijk Hof van Justitie – 150-jarig bestaan – maatschappelijke rol

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Gemeenschappelijk Hof van Justitie, 150-jarig bestaan, Caribische rechtsstaat
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar viert het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn 150-jarig bestaan. Voor die gelegenheid staat de auteur stil bij de betekenis van het Hof voor de moderne Caribische rechtsstaat en samenleving. Daartoe worden zeven scènes geschetst waarin centraal staan de relaties van het Hof tot de burger, de overheid, de bestuurders, de rechtsorde, het algemeen belang, de Hoge Raad, en het interne bestuur en beheer. Op al deze fronten heeft het Hof zich aangepast aan nieuwe noden en aspiraties van de samenleving. De conclusie is dat het Hof zich heeft ontwikkeld tot een van de krachtigste instituties van de Caribische samenleving.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar privaatrecht aan de Tilburg Law School en was van 1993 tot 1997 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 12 februari 2019 en 19 maart 2019.
Artikel

De strafrechtelijke problematiek van het ronselen voor de gewapende strijd

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Ronselen, Terrorisme, Werven, “205 Sr”, Gewapende strijd
Auteurs Mr. Eric Druijf en mr. dr. Marloes van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with the criminal offence of recruiting persons for armed struggle (art. 205 of the Dutch Criminal Code), a provision that nowadays mainly arises in terrorism cases. It revolves around the dilemmas and interpretative questions that this criminal offence has yielded so far – especially since the amendments in 2004 – and examines how the courts have dealt with it.


Mr. Eric Druijf
Mr. E.H.M. Druijf is senior-rechter in de Rechtbank Midden-Nederland en redactielid van dit tijdschrift.

mr. dr. Marloes van Noorloos
Mr. dr. L.A. van Noorloos is universitair hoofddocent strafrecht aan Tilburg Law School en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Crimmigratie en bestuursrechtelijke criminologie: verwante concepten of verschillende disciplines?

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Crimmigratie, Bestuursstrafrecht, Bestuursrechtelijke criminologie, Intrekking van het Nederlanderschap
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    At first sight there seems to be a strong relationship between crimmigration and the criminology of administrative law enforcement. However, a further analysis shows that crimmigration fits more in the concept of the so-called integrated science of criminal justice. Crimmigration can be identified as an interdisciplinary concept, while the criminology of the administrative law enforcement should be classified as an empirical discipline. Nevertheless, both concepts complement each other with regard to the socio-scientific study of the practice of immigration law.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht (Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen en Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging).
Artikel

Kroniek migratierecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2019
Auteurs Marieke van Eik, Wil Eikelboom, Jo-Anne Nijland e.a.

Marieke van Eik

Wil Eikelboom

Jo-Anne Nijland

Hana van Ooijen

Flip Schüller

Marq Wijngaarden

Eva Bezem

Sjoerd Thelosen
Artikel

Access_open Signalen van de Hoge Raad naar de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Hoge Raad, signalen aan de wetgever, trias politica
Auteurs Mr. M.W.C. Feteris
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een bewerking van een lezing die de auteur op 11 april 2018 heeft gehouden voor de Academie voor Wetgeving, en waarin hij de achtergronden heeft toegelicht van het besluit van de Hoge Raad om systematischer werk te gaan maken van signalen naar de wetgever.


Mr. M.W.C. Feteris
Mr. M.W.C. (Maarten) Feteris is president van de Hoge Raad.
Artikel

Democratie van de rede?

Burgerparticipatie en de Nederlandse constitutie

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Jerfi Uzman
Auteursinformatie

Jerfi Uzman
Mr. dr. J. (Jerfi) Uzman is als universitair docent staatsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Ontwikkelingen rondom toelating en uitzetting

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Rijksvisumwet, Landsverordening toelating en uitzetting, van rechtswege toegelaten, niet van toepassingsverklaring, uitlandigheidsvereiste
Auteurs Mr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Toelating en uitzetting wordt in het Caribische deel van het Koninkrijk geregeld door de Rijksvisumwet en de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) van de diverse landen. Nader wordt ingegaan op deze juridische tweedeling. Tevens komen twee recente uitspraken aan bod. De eerste handelt over de toekenning van een ‘van rechtswege toegelaten verklaring’ aan Nederlanders die langer dan tien jaar woonachtig zijn in een van de Caribische landen. De Lar-rechter is van mening dat dit een ‘niet van toepassingsverklaring’ behoort te zijn. Ook is de Lar-rechter in de tweede uitspraak van mening dat de strikte toepassing van het uitlandigheidsvereiste bij aanvraag van een vergunning tot toelating gedurende legitiem verblijf geen voorwaarde meer mag zijn.


Mr. J. Sybesma
Mr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel op eigen titel geschreven en reflecteert op geen enkele wijze de zienswijze van de CBCS, de RvA, het GHvJ, de FdR UoC, dan wel de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Annotatie

Het oude verbod van erkenning van kinderen door gehuwde Nederlandse mannen: een drama met vele afleveringen

Annotatie bij Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:59 (antwoorden op prejudiciële vragen Gemeenschappelijk Hof)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden verkrijging Nederlanderschap, artikel 8 EVRM, erkenningsverbod, kind, Rijkswet op het Nederlanderschap
Auteurs Mr. G.-R. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige annotatie staan de prejudiciële vragen in een Caribische zaak centraal die betrekking hebben op de verkrijging van het Nederlanderschap door erkenning in 1990 in het buitenland door een gehuwde man.


Mr. G.-R. de Groot
Mr. G.R. de Groot is emeritus hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht aan de Universiteit Maastricht en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Aruba.
Vrij verkeer

Na naturalisatie is er niet zonder meer sprake van een zuiver interne situatie voor het personenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden migrerende burger van de Unie, naturalisatie, verblijfsrecht derdelander familielid
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algerijnse Toufik Lounes vraagt bij de Britse autoriteiten een verblijfskaart ‘derdelander familielid van een Unieburger’ aan. Zijn aanvraag wordt afgewezen, omdat zijn echtgenote naast de Spaanse ook de Britse nationaliteit bezit; er is sprake van een interne situatie waarop het Unierecht niet ziet. Het Hof van Justitie oordeelt anders. Omdat zijn vrouw de Britse nationaliteit heeft verkregen na uitoefening van haar reis- en verblijfsrecht en met behoud van haar oorspronkelijke nationaliteit valt haar situatie en daarmee ook die van haar familieleden binnen de werkingssfeer van het Unierecht. Haar derdelander echtgenoot ontleent zijn verblijfsrecht aan het Unierecht dat tevens de voorwaarden bepaalt waaronder dit recht mag worden uitgeoefend.
    HvJ EU 14 november 2017, zaak C-165/16, Toufik Lounes/Secretary of State for the Home Department, ECLI:EU:C:2017:862.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Toont 1 - 20 van 64 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.