Zoekresultaat: 41 artikelen

x
Jurisprudentie

Strafvervolging van belastingdelicten in de Caribische delen van het Koninkrijk: nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Belastingfraude, Strafvervolging, Niet-ontvankelijkheid, Emerald, Gerecht in eerste aanleg
Auteurs Mr. K.M.G. Demandt en Mr. P.C. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten een aantal belangwekkende uitspraken gedaan op het gebied van het fiscale strafrecht. Dit is de eerste keer dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk een strafvervolging wordt ingesteld voor zuivere belastingfraude (zonder combinatie met een commuun delict). In de jurisprudentie wordt een nieuw uitgangspunt geformuleerd. In deze annotatie gaan wij in op de meest in het oog springende punten uit de acht uitspraken.


Mr. K.M.G. Demandt
Mr. K.M.G. Demandt is advocaat bij Hertoghs advocaten.

Mr. P.C. Janssen
Mr. P.C. Janssen is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten.
Signalering

‘Rechtstaal’ en recht doen aan taal

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2018
Trefwoorden vreemde taal, rechtstaal, Landsverordening officiële talen, landstaal, procederen
Auteurs Mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de rol van taal in het rechtsproces centraal.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant. Deze publicatie werd eind januari 2018 geschreven. De auteur dankt zijn mederedactieleden voor hun input.
Artikel

Ontwikkelingen rondom toelating en uitzetting

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Rijksvisumwet, Landsverordening toelating en uitzetting, van rechtswege toegelaten, niet van toepassingsverklaring, uitlandigheidsvereiste
Auteurs Mr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Toelating en uitzetting wordt in het Caribische deel van het Koninkrijk geregeld door de Rijksvisumwet en de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) van de diverse landen. Nader wordt ingegaan op deze juridische tweedeling. Tevens komen twee recente uitspraken aan bod. De eerste handelt over de toekenning van een ‘van rechtswege toegelaten verklaring’ aan Nederlanders die langer dan tien jaar woonachtig zijn in een van de Caribische landen. De Lar-rechter is van mening dat dit een ‘niet van toepassingsverklaring’ behoort te zijn. Ook is de Lar-rechter in de tweede uitspraak van mening dat de strikte toepassing van het uitlandigheidsvereiste bij aanvraag van een vergunning tot toelating gedurende legitiem verblijf geen voorwaarde meer mag zijn.


Mr. J. Sybesma
Mr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel op eigen titel geschreven en reflecteert op geen enkele wijze de zienswijze van de CBCS, de RvA, het GHvJ, de FdR UoC, dan wel de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Signalering

Wetgeving met een haakje … haken en ogen aan het wetgevingsproces. Over kwaliteit en kwantiteit

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden wetgeving, wetgevingsproces, kwalieteit, capaciteitsproblemen, Curaçao
Auteurs Mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de auteur stil bij de capaciteitsproblemen bij het produceren van wetgeving te Curaçao. Daarbij zal de auteur tevens ingaan op de vraag in hoeverre Nederlandse wetgeving integraal dient te worden overgenomen op Curaçao.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant. Deze publicatie werd eind januari 2018 geschreven. De auteur dankt zijn mederedactieleden voor hun input.
Artikel

Access_open Autonomie met perspectief. Een terreinverkenning voor toekomstige relaties van Caribische landen met Nederland en Europa

Lezing van prof. dr. Ernst Hirsch Ballin aan de University of Curaçao dr. Moises da Costa Gomez op maandag 2 oktober 2017

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2017
Trefwoorden autonomie, Koninkrijksrelaties, Statuut, Caribische landen, Koninkrijk
Auteurs Prof. dr. E.M.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    Gedurende zijn lezing aan de University of Curaçao op 2 oktober 2017, stond prof. dr. E.M.H. Hirsch Ballin stil bij de relaties van Caribische landen met Europa, in het bijzonder met Nederland, en bij de rol van het Statuut.


Prof. dr. E.M.H. Hirsch Ballin
Prof. dr. E.M.H. Hirsch Ballin is verbonden aan de Tilburg University en de Universiteit van Amsterdam.

Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat en vennoot bij Murray Attorneys at Law te Curaçao en voorzitter van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Praktijk

Constitutionele toetsing gewenst?

Verslag van de tweede Juristenmiddag in Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2017
Auteurs L. Leeuwe en Z. Paesch
Auteursinformatie

L. Leeuwe
L. Leeuwe is student in de masteropleiding Arubaans recht aan de Universiteit van Aruba.

Z. Paesch
Z. Paesch is student in de masteropleiding Arubaans recht aan de Universiteit van Aruba.
Artikel

De Curaçaose zbo

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden zelfstandige bestuursorganen, artikel 111 Staatsregeling Curaçao, historische context, verordenende bevoegdheid
Auteurs Dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurlijke organisatie van de Curaçaose overheid kent naast de klassieke bestuursorganen, als de raad van ministers en de individuele minister, ook entiteiten die op afstand zijn geplaatst, zoals overheidsnv’s en overheidsstichtingen. Daarnaast kent de Staatsregeling van Curaçao sedert 2004 ook nog de mogelijkheid om openbare lichamen en zelfstandige bestuursorganen in te stellen. Vooral van deze laatste bestuursvorm, de zbo, wordt door de wetgever van Curaçao de laatste tijd veel gebruikgemaakt. In dit artikel wordt antwoord gegeven op wat precies een Curaçaose zbo is, waarbij nader wordt ingegaan op de diverse publiekrechtelijke entiteiten die lang voor 2004 werden ingesteld. Tevens komen aan de orde de bevoegdheden en verplichtingen die een zbo kent. Een en ander toegelicht aan de hand van een praktijkvoorbeeld, namelijk de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten.


Dr. J. Sybesma
Dr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Hij is tevens lid van de RvA, adviseur van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) en parttime docent aan de juridische faculteit van de Universiteit van Curaçao. Dit artikel is echter volledig à titre personnel geschreven en alle uitspraken en stellingen zijn slechts de zijne.
Artikel

De Wet raadgevend referendum in de praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wet raadgevend referendum, referendabiliteit, artikel 12 Wrr, spoedprocedure, Oekraïne-referendum
Auteurs Mr. L.H.M. Weesing-Loeber en Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Iets meer dan een jaar geleden is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. In dit artikel wordt teruggekeken op dat jaar. Allereerst wordt kort de systematiek van de Wrr uiteengezet. Daarna wordt bezien hoe de wetgever omgaat met de referendabiliteit van wetten en het gebruik van de spoedprocedure uit artikel 12 Wrr. De bijdrage beschrijft tevens in hoeveel gevallen er daadwerkelijk verzoeken tot het houden van een referendum zijn gedaan. Ten slotte gaat het artikel in op de praktische lessen die geleerd kunnen worden van het eerste referendum dat op grond van deze wet is gehouden en op de suggesties die zijn gedaan om de Wrr aan te passen.


Mr. L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is werkzaam bij de directie Advisering van de Raad van State.

Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Praktijk

Amfibiewetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden wetsprocedure, wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, Statuut voor het Koninkrijk, Rijkswetten
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Een amfibiewet is een wet met een gemengd karakter: deels rijkswet, deels ‘gewone’ Nederlandse wet. Deze bijdrage gaat daar nader op in, na een bespreking van twee daarmee samenhangende kwesties: het wijzigen van een rijkswet via een ‘gewone’ Nederlandse wet en het wijzigen van een ‘gewone’ Nederlandse wet via een rijkswet. Enkele praktijkgevallen – of zo men wil legislatieve bedrijfsongevalletjes – laten zien dat het doorgronden van de verschillen tussen rijkswetten en ‘gewone’ Nederlandse wetten niet steeds eenvoudig is.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastdocent en gastonderzoeker enige tijd gewerkt aan de University of Curaçao, toen nog Universiteit van de Nederlandse Antillen. In die periode heeft zij op Bonaire het onderzoek ter zitting in eerste aanleg bijgewoond.
Artikel

Nieuw fiscaal procesrecht op de Caribische eilanden

Something old, something new

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Trefwoorden fiscaal bestuursrecht, tweede feitelijke instantie, hertoetsing, cassatie, Curaçao
Auteurs Mr. D.G. Barmentlo en Mr. B. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Caribische delen van het Koninkrijk overzee wordt in 2015, tien jaar na de invoering in Nederland, de tweede feitelijke instantie in belastingzaken ingevoerd. Daarmee wordt ook de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden geopend. Op Aruba bestaat hoger beroep sinds 1 januari 2015. Per 30 juni 2015 hebben Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden) zich aangesloten bij de ‘Arubaanse regeling’. De verwachting is dat ook Curaçao en Sint Maarten snel, waarschijnlijk in 2015, zullen volgen. Cassatie bij de Hoge Raad is mogelijk zodra alle eilanden hoger beroep hebben ingevoerd.


Mr. D.G. Barmentlo
Mr. D.G. Barmentlo is als advocaat-belastingkundige per 1 juli 2015 verbonden aan Jaegers & Soons advocaten te Amsterdam.

Mr. B. Jongmans
Mr. B. Jongmans is als advocaat-belastingkundige verbonden aan Gaming Legal Dutch Caribbean te Willemstad.
Praktijk

Territoriale aanduidingen in het Koninkrijk na 10-10-10

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, Statuut voor het Koninkrijk, Grondwet, Koninkrijk, Caribisch Nederland
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de wijze waarop de gebiedsdelen van ons Koninkrijk, bestaande uit de vier landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba tezamen en elk afzonderlijk kunnen of moeten worden aangeduid in wetgeving en andere documenten. Besproken worden de aanduidingen ‘Koninkrijk’, ‘Koninkrijk der Nederlanden’, ‘het Europese deel van Nederland’, ‘Nederland’, ‘Rijk’, ‘Rijk in Europa’, ‘het Europese deel van het Koninkrijk’, ‘(de openbare lichamen) Bonaire, Sint Eustatius en Saba’, ‘de BES’, ‘de BES-eilanden’, ‘Caribisch Nederland’, ‘het Caribische deel van Nederland’, ‘Caribische openbare lichamen’, ‘de K3-eilanden’, ‘de K3’, ‘het Caribische deel van het Koninkrijk’, ‘de Caribische delen van het Koninkrijk’, ‘de Antillen’, ‘de Nederlandse Antillen’, ‘de voormalige Nederlandse Antillen’, ‘de bovenwindse eilanden’, ‘de benedenwindse eilanden’, ‘de ABC-eilanden’, ‘de SSS-eilanden’, ‘de Caribische landen (van het Koninkrijk)’ en ‘ACS’. Ten slotte wordt ingegaan op de spelling ‘Caribisch’ en ‘Caraïbisch’.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Autonomie: geen recht zonder verantwoordelijkheid

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Koninkrijksrecht, staatsstructuur, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, Koninkrijksaangelegenheden, autonomie
Auteurs Mr. R.R. Santos do Nascimento
SamenvattingAuteursinformatie

    In de 21ste eeuw blijkt meer dan ooit dat verzorging van het algemeen welzijn een verantwoordelijkheid is die staten niet onafhankelijk kunnen dragen. Dit brengt de noodzaak van steeds meer onderlinge afstemming en samenwerking met zich. Tegen deze achtergrond onderzoekt de auteur hoe de autonomie van de Caribische Landen binnen het Koninkrijk moet worden opgevat, waarbij hij tot de conclusie komt dat de belangen van burger en Koninkrijk met zich brengen dat autonomie begrepen moet worden als meer dan enkel een recht dat Nederland dient te eerbiedigen: autonomie is ook en vooral een plicht met de daaraan noodzakelijk gekoppelde verantwoordelijkheden.


Mr. R.R. Santos do Nascimento
Mr. R.R. Santos do Nascimento is momenteel werkzaam als wetenschappelijk assistent Staatsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba en werkt aan een dissertatie over de positie van Aruba binnen het Koninkrijk.

Mr. W.A.M. Hu-a-ng
Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng is adviseur bij het Secretariaat van de Raad van Advies van Curaçao. Dit artikel is echter geheel op eigen titel geschreven en reflecteert in geen geval de zienswijze van de Raad van Advies van Curaçao.
Praktijk

De Gevolmachtigde Minister en de Raad van State: kanttekeningen bij een ‘novum’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Raad van State, Gevolmachtigd Minister, Statuut voor het Koninkrijk, Grondwet, Afdeling advisering van de Raad van State, Voorlichting door de Raad van State, Wet op de Raad van State
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel gaat in op enkele procedurele aspecten van een eind 2013 door de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten aan de Raad van State gevraagd voorlichtingsadvies. Afgaande op wat de Raad van State daarover in zijn jaarverslag heeft vermeld, lijkt de Raad ervan uit te zijn gegaan dat aan een Gevolmachtigde Minister de bevoegdheid toekomt om aan de Afdeling advisering om voorlichting te vragen overeenkomstig artikel 21a van de Wet RvS (mits zo'n verzoek niet raakt aan de eenheid van de rijksministerraad). Het veronderstellen van een dergelijke bevoegdheid lijkt de auteur onjuist. Opmerkelijk in deze zaak is verder dat de Raad van State zelf al publiciteit heeft gegeven aan het betreffende voorlichtingsadvies, terwijl het advies nog niet openbaar is gemaakt. Naar aanleiding van een ander voorlichtingsadvies constateert de auteur dat de Tweede Kamer ten onrechte meent dat zij op basis van artikel 21a Wet RvS alleen advies kan vragen aan de Afdeling advisering van de Raad van State van Nederland en niet aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk, zonder dat de Raad van State deze onjuiste opvatting corrigeert.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Zorgvuldig en bedachtzaam

De eerste uitspraak van het Constitutioneel Hof Sint Maarten

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2014
Auteurs Mr. G.A.H. Bakhuis, Mr. H. Nummerdor, Mr. S. Philipsen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de eerste uitspraak van het Constitutioneel Hof van Sint Maarten centraal. Allereerst worden de mogelijkheden van constitutionele toetsing in het Koninkrijk der Nederlanden geschetst. Aansluitend wordt de toetsingsbevoegdheid van het Hof besproken zoals die is opgenomen in de Staatsregeling van Sint Maarten. Daarna wordt ingegaan op de uitgangspunten die het Hof kiest bij de uitoefening van deze bevoegdheid. Op basis van hetgeen is beschreven, concluderen de auteurs dat het Hof zijn ruime bevoegdheid zorgvuldig en bedachtzaam heeft ingekaderd.


Mr. G.A.H. Bakhuis
Mr. G.A.H. Bakhuis is als promovendus werkzaam bij de sectie Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Mr. H. Nummerdor
Mr. H. Nummerdor is als docent werkzaam bij de sectie Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Mr. S. Philipsen
Mr. S. Philipsen is als promovendus werkzaam bij de sectie Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is als docent werkzaam bij de sectie Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Mr. J. Wit
Mr. J. Wit was rechter op Curaçao, tegenwoordig lid van de Caribbean Court of Justice en tevens lid van het Constitutioneel Hof van St. Maarten.
Toont 1 - 20 van 41 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.