Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 5355 artikelen

x

    Artikel 15 aanhef en onder c Richtlijn 2011/95/EU (de Kwalificatierichtlijn) bevat de criteria voor het bestaan van ‘ernstige schade’ met het oog op zogenoemde ‘subsidiaire bescherming’. Subsidiaire bescherming is een van de twee vormen van internationale bescherming; vluchtelingschap is de andere vorm. Subsidiaire bescherming wordt verleend indien aannemelijk is dat bij uitzetting van de vreemdeling gegronde redenen bestaan op een reëel risico om te worden onderworpen aan: (a) doodstraf of executie, (b) folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, of (c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. In deze uitspraak bevestigt het Hof van Justitie dat de beoordeling van de vraag of sprake is van een artikel 15c-situatie een algemene beoordeling betreft waarbij de verschillende relevante elementen in samenhang moeten worden beoordeeld. Een beoordeling die alleen ziet op het aantal doden en gewonden wordt in strijd geacht met het Unierecht. Het Hof van Justitie gaat met name in op factoren uit het eerdere arrest Diakité; deze worden in dit arrest nogmaals benadrukt.
    HvJ 10 juni 2021, zaak C-901/19, ECLI:EU:C:2021:472 (CF en DN/Bundesrepublik Deutschland).


M. Van Harn LLB
M. (Mayke) van Harn LLB is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. K.M. Zwaan
Mr. dr. K.M. (Karin) Zwaan is universitair hoofddocent migratierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Kroniek rechtspraak

Kroniek Rechtspraak Tuchtrecht 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden tuchtmaatregelen, regiebehandelaar, ontvankelijkheid, COVID, dossiervoering
Auteurs Mr. C.A. Bol, mr. W.R. Kastelein en mr. D. Zwartjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek Rechtspraak Tuchtrecht zijn de voor de rechtsontwikkeling interessante uitspraken verwerkt over de periode van 1 november 2019 tot en met 15 mei 2021. Het gaat om uitspraken over ontvankelijkheid en aanverwante procesrechtelijke onderwerpen, vraagstukken rond ouderlijk gezag, samenwerkingsproblemen, dossiervoering, bekwaamheden en bevoegdheden, de zwaarte van de door tuchtcolleges opgelegde maatregelen. Prioriteit is daarbij gegeven aan die onderwerpen die in een significant aantal zaken tot een tuchtrechtelijke beslissing hebben geleid. Tot slot komen ook de eerste COVID-gerelateerde uitspraken aan bod.


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam aan de Erasmus School of Health Policy & Management.

mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein was tot 1 april 2021 advocaat/compagnon Zorg bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Utrecht en hoofdredacteur van dit tijdschrift.

mr. D. Zwartjens
Danielle Zwartjens is advocaat Zorg bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Utrecht.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak Wet verplichte ggz en Wet zorg en dwang

Deel 2

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden jurisprudentie, Wvggz, Wzd, psychiatrie, ouderengeneeskunde
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit is de eerste kroniek met betrekking tot de Wet verplichte ggz (Wvggz) en Wet zorg en dwang (Wzd). Deze heeft primair betrekking op de jurisprudentie in het jaar 2020. Om een zo actueel mogelijk overzicht te bieden zijn hierin echter ook de uitspraken van de Hoge Raad en de voor de interpretatie van de wet meest relevante rechtbankuitspraken uit de periode tussen 1 januari en 1 augustus 2021 meegenomen. Deel 1, dat verschenen is in TvGR 2021, afl. 5, heeft betrekking op de rechtspraak met betrekking tot de Wvggz (verplichte zorg, zorgmachtiging, crisismaatregel en opeenvolging en stapeling van maatregelen). Dit tweede deel bevat een vervolg hierop (verlenen van verplichte zorg en klachtrecht/schadevergoeding) en daarnaast een bespreking van de rechtspraak met betrekking tot de Wzd en de samenloop tussen de Wvggz en de Wzd.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is psychiater, gezondheidsjurist/juridisch adviseur, mediator bij PSYCHOLEX en senior onderzoeker bij het Amsterdam UMC.
Artikel

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie in de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, Europees strafrecht, Europese Unie, vervolging, beklag niet (verdere) vervolging
Auteurs Mr. M.J. (Matthias) Borgers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) operationeel geworden. Bij een vervolging door het EOM voor de Nederlandse strafrechter treedt een gedelegeerde Europese aanklager op die tevens aan het Nederlandse openbaar ministerie is verbonden. Deze aanklager heeft in de strafzaak alle bevoegdheden van een lid van het Nederlandse openbaar ministerie. Voor het optreden van het EOM in de deelnemende lidstaten wordt dus gebruikgemaakt van de bestaande juridische infrastructuur. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vervolging van strafzaken door het EOM voor de Nederlandse strafrechter. Het gaat daarbij om de vraag of er verschillen of bijzonderheden bestaan in vergelijking met een ‘gewone’ strafzaak waarin het Nederlandse openbaar ministerie het vervolgingsrecht uitoefent en, zo ja, welke die zijn.


Mr. M.J. (Matthias) Borgers
Mr. M.J. (Matthias) Borgers is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Consensuele sexting tussen minderjarigen: een bespreking van de exceptie

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden kinderporno, sexting, gelijkwaardige situatie, leeftijdsgenoot, Wet seksuele misdrijven
Auteurs Mr. R.F. (Ruben) Aksay en Mr. drs. M.W. (Maartje) Kouwenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de voorgestelde uitsluitingsgrond in geval van sexting onder jongeren. Zij bespreken de relatie tussen sexting en kinderporno alsmede het beschermd belang. Hoewel de uitzonderingsgrond als positief wordt beschouwd, plaatsen de auteurs enkele kritische kanttekeningen bij de uitsluitingsgrond. Zij laten zich uit over hoe de bestanddelen ‘als leeftijdsgenoot’ en ‘gelijkwaardige situatie’ moeten worden ingevuld. Verder signaleren zij een discrepantie tussen het delict kinderporno en de exceptie voor wat betreft de vaststelling van de leeftijd. Ten slotte bespreken de auteurs of de gelijkwaardige situatie na uitwisseling van de weergaven nog moet bestaan, en hoe moet worden omgegaan met een eventueel verwijderverzoek van de afgebeelde persoon.


Mr. R.F. (Ruben) Aksay
Mr. R.F. (Ruben) Aksay is als docent en promovendus straf(proces)recht verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. drs. M.W. (Maartje) Kouwenberg
Mr. drs. M.W. (Maartje) Kouwenberg is als docent en promovenda straf(proces)recht verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De oprichterscommissie van beursvennootschap CM.com

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 11 2021
Trefwoorden beschermingsconstructie, inrichtingsvrijheid, vennootschapsorgaan, vennootschapsbelang, oligarchische besluitvormingsclausules
Auteurs J. Oppatja
SamenvattingAuteursinformatie

    Beursvennootschap CM.com koos bij haar beursgang voor een bijzondere structuur. Om de actieve betrokkenheid van haar oprichters te waarborgen, is een oprichterscommissie in het leven geroepen. De oprichterscommissie heeft verschillende statutaire bevoegdheden. De auteur onderzoekt of de structuur binnen de grenzen van de wet blijft.


J. Oppatja
J. Oppatja is onderzoeksmasterstudent Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Sirowa: kon de Ondernemingskamer wel anders?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 11 2021
Trefwoorden uitkoop, artikel 1 EP EVRM, waardebepaling, artikel 2:201a BW, aandeelhoudersgeschil
Auteurs Mr. M.H.J. van Rest
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit commentaar behandelt de auteur de Sirowa-uitspraak. Zij stelt zich de vraag of de Ondernemingskamer wel anders kon oordelen dan zij heeft gedaan. Haar conclusie is van niet en zij geeft een tip voor de praktijk die (advocaten van) uitkopers kunnen gebruiken in toekomstige procedures.


Mr. M.H.J. van Rest
Mr. M.H.J. van Rest werkt als advocaat bij BarentsKrans Coöperatief U.A. te Den Haag.
Artikel

Factuurfraude: wie betaalt de prijs?

Bevrijdend betalen na het Devante/Hascor-arrest (HR 28 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:783)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 11 2021
Trefwoorden internetcriminaliteit, digitalisering, fraude in het betalingsverkeer, artikel 6:34 BW, Kamerman/Aro Lease-arrest
Auteurs Mr. D.M.H. de Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Devante/Hascor-arrest heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de te hanteren maatstaf bij beantwoording van de vraag of bevrijdend is betaald in het geval van factuurfraude. In dit artikel wordt onder meer ingegaan op de vraag welke omstandigheden een uitzondering op de in dit arrest gegeven hoofdregel kunnen rechtvaardigen en welke concrete handvatten voor het bestuur van vennootschappen uit dit arrest kunnen worden afgeleid.


Mr. D.M.H. de Leeuw
Mr. D.M.H. de Leeuw is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.
Artikel

Access_open De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie: een doekje voor het bloeden

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 11 2021
Trefwoorden artikel 2:19 BW, ontbinding, schuldeisers, civielrechtelijk bestuursverbod, verantwoordings- en bekendmakingsverplichting
Auteurs Dr. S. Renssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het conceptwetsvoorstel Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie onder de loep genomen. Hoewel het transparantiegebrek rondom turboliquidaties hiermee grotendeels lijkt te worden opgelost, blijft het daadwerkelijke probleem – de fraudegevoeligheid van de ontbindingswijze – bestaan.


Dr. S. Renssen
Dr. S. Renssen is universitair docent Ondernemings- en Insolventierecht aan Maastricht University, Visiting Assistant Professor aan de China European Union School of Law, Beijing en redactielid van het TvOB.
Brexit

Access_open Een gelijk speelveld voor EU-ondernemingen?

De staatssteunregeling in de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden staatssteun, mededinging, externe betrekkingen, Brexit, subsidies
Auteurs Mr. C.T. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK beoogt de EU met afspraken over subsidiecontrole de vervalsing van concurrentie door subsidies aan Britse ondernemingen tegen te gaan. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre de afspraken tussen de EU en het VK inderdaad voorzien in een regime in het VK dat op het gebied van – in EU-termen – staatssteun een gelijk speelveld waarborgt en wat kan worden ondernomen tegen steunverlening die in strijd met de gemaakte afspraken verstrekt wordt. Daarbij zal ook de ‘Subsidy Control Bill’ – het op 30 juni 2021 bij het ‘House of Commons’ ingediende wetsvoorstel voor een ‘Subsidy Control Act’ – in de beschouwing worden meegenomen.
    Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, ondertekend op 24 december 2020 (PbEU 2021, L 149/10).


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. (Cees) Dekker is advocaat en partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.
Consumenten

De Richtlijn representatieve vorderingen

Game changer voor het Nederlandse afwikkelingssysteem van massaclaims?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden massaclaims, claimorganisatie, Richtlijn representatieve vorderingen (RVV), WAMCA, toezichthouder
Auteurs Mr. dr. B. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 24 november 2020 is de Richtlijn representatieve vorderingen (RVV) door de Europese Commissie aangenomen en gepubliceerd. De RVV verplicht alle lidstaten om een afwikkelingssysteem van massaclaims aangaande consumentenbelangen te ontwikkelen en in wetgeving te verankeren. Het systeem dient te voorzien in een collectieve actie voor het stoppen of herstellen van een inbreuk op consumentenrechten. Ook moet het systeem voorzien in de mogelijkheid om in collectieve vorm schadevergoeding te kunnen vorderen. Nederland kent al een afwikkelingssysteem voor massaclaims. Dit systeem is sinds de jaren negentig zorgvuldig ontwikkeld op inhoudelijk en strategisch front. In deze bijdrage wordt bekeken hoe de Nederlandse wetgever de kracht van het door hem ontwikkelde afwikkelingssysteem voor massaclaims kan waarborgen in het licht van de inhoud van de RVV.
    Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409/1-27).
    Conceptversie van de Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten d.d. 1 mei 2021 inclusief de memorie van toelichting en consultatiereacties.


Mr. dr. B. van Hattum
Mr. dr. B. (Bonne) van Hattum is als preventive law & behavioral risk-expert verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, The Evaluators en de ABN Amro Bank N.V.
Artikel

Denken in kansen. Het leerstuk verlies van een kans stevig verankerd

Bespreking van HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:461, NJ 2021/127 (ISG/Natwest)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden kansschade, proportionele aansprakelijkheid, bancaire zorgplicht, condicio sine qua non-verband, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs zag de Hoge Raad zich in een zaak over bancaire (bijzondere) zorgplicht gesteld voor de vraag of het leerstuk van verlies van een kans ook van toepassing is ingeval het van gedrag van benadeelde zou hebben afgehangen of de kans zich zou hebben verwerkelijkt. In dit artikel wordt onderzocht of de Hoge Raad met het hier besproken arrest het leerstuk oprekte dan wel een eerder ingezette lijn bevestigde.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten
Artikel

Access_open Het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade: een poging tot plaatsbepaling van een moving target

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden rechtsmacht, lokaliseren vermogensschade, art. 7 lid 2 Brussel I bis-Verordening, Brussel I bis-Verordening, VEB/BP
Auteurs Mr. B.F.L.M. Schim, Mr. D.J. Verheij en Mr. F.E. Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest VEB/BP voegt een nieuwe loot toe aan de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade. Dit arrest is aanleiding om de rechtspraak van het Hof over het Erfolgsort te bespreken vanuit de invalshoek van de grondslagen van art. 7 punt 2 Brussel I bis-Vo, die fungeren als ijkpunten bij de uitleg van die bepaling.


Mr. B.F.L.M. Schim
Mr. B.F.L.M. Schim is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. D.J. Verheij
Mr. D.J. Verheij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Toepassing van art. 6:136 BW doet aan de werking van een geldige verrekeningsverklaring niet af

Beschouwingen naar aanleiding van HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2005 (Van Noort Gassler)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2021
Trefwoorden verrekening, verbintenissenrecht, executoriale titel, misbruik van bevoegdheid, executiekortgeding
Auteurs Mr. W.L. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de rechter met toepassing van art. 6:136 BW een niet eenvoudig te beoordelen verrekeningsverweer passeert, doet dit aan de werking van een geldig afgelegde verrekeningsverklaring niet af. Het is dus mogelijk dat de rechter een executoriale titel verschaft, hoewel het onderliggende vorderingsrecht reeds is tenietgegaan. Wat zijn hiervan de consequenties?


Mr. W.L. Valk
Mr. W.L. Valk is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De kennisgevingsplicht van de verzekeraar in de zin van art. 7:929 lid 1 BW

Enkele beschouwingen naar aanleiding van het Aegon/Kinderen H.-arrest

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2021
Trefwoorden waarschuwingsplicht, levensverzekering, tweemaandentermijn, mededelingsplicht, verzekering
Auteurs Mr. dr. P.M. Leerink en Mr. dr. K. Engel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 februari 2021 heeft de Hoge Raad opnieuw een belangrijk arrest gewezen voor de verzekeringspraktijk. In dit arrest heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de kennisgevingsplicht van art. 7:929 lid 1 BW, waaraan de verzekeraar die een beroep doet op schending van de precontractuele mededelingsplicht (art. 7:928 BW) zich moet houden. Auteurs bespreken het arrest van de Hoge Raad en de implicaties daarvan.


Mr. dr. P.M. Leerink
Mr. dr. P.M. Leerink is advocaat bij JPR Advocaten in Deventer.

Mr. dr. K. Engel
Mr. dr. K. Engel is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad en lid van de geschillencommissie van Kifid te Den Haag.
Column

Digitale revolutie

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2021
Auteurs Najima Khan

Najima Khan

Kees Pijnappels

Peter Van Elsuwege
Peter Van Elsuwege is professor EUrecht en Jean Monnet Chair verbonden aan de vakgroep Europees, Publiek en Internationaal Recht, Universiteit Gent.
Artikel

Kroniek Bestuursprocesrecht 2020–2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2021
Auteurs Marieke Dankbaar, Lieke Feenstra en Laurien Mulder

Marieke Dankbaar

Lieke Feenstra

Laurien Mulder

Kees Pijnappels
Toont 1 - 20 van 5355 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.