Zoekresultaat: 150 artikelen

x
Uit het veld

Kijken naar het toezicht op de politie

Selectiviteit, prudentie en responsiviteit bij de Inspectie JenV

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden inspectie, politie, selectiviteit, responsiviteit, prudentie
Auteurs Ira Helsloot en Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) houdt toezicht op de politie. In dit artikel kijken we of dat toezicht voldoet aan daaraan te stellen eisen van selectiviteit, responsiviteit en prudentie. Aan de hand van de zaak Hümeyra concluderen we dat de Inspectie JenV kennelijk niet heeft overwogen om de evaluatie over te laten aan interne of (andere) externe toezichthouders en zich ook niet heeft gebaseerd op een voorafgaande risicoanalyse (selectiviteit). Daarnaast heeft de Inspectie JenV haar onderzoek maar zeer beperkt in dialoog en interactie met de politie uitgevoerd en niet (ook) het perspectief vanuit de politie in beeld gebracht (responsiviteit). Bovendien heeft de Inspectie JenV geen rekening gehouden met de bijzondere positie van de politie (prudentie).


Ira Helsloot
Prof. dr. I. Helsloot is hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en editor van het Journal of Contingencies and Crisis Management.

Peter van Lochem
Mr. dr. P. van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut van de Universiteit Leiden en senior onderzoeker bij het Crisislab.
Artikel

Vissen met een nieuwe hengel: een onderzoek naar betaalverzoekfraude

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2020
Trefwoorden payment request fraud, online advertisement platforms, modus operandi, cybercrime, spearphishing
Auteurs Joke Rooyakkers MSc. en Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
SamenvattingAuteursinformatie

    Online fraudsters seem to adapt to new digital opportunities. While the academic literature about phishing mainly focuses on phishing through emails, fraudsters also appear to use new means of communication and platforms to find and deceive their victims. Based on analysis of 728 police reports from the period from June 20th to August 20th 2019, this article provides a descriptive study on the new phenomenon of payment request fraud on the Dutch advertisement platform Marktplaats.nl (similar to eBay). The article will provide a thorough description of the crime script and its success factors. As fraudsters now use new means of communication, it will also be assessed to what extent they use new persuasion techniques, and to what extent victims may have different characteristics. The research, therefore, focuses on the modus operandi, persuasion techniques used by the fraudsters, and victim characteristics.


Joke Rooyakkers MSc.
I.J.M. Rooyakkers MSc. is analist cybercrime bij de Nationale Politie, eenheid Limburg.

Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
Dr. M. Weulen Kranenbarg is universitair docent Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Persoonlijke pagina: https://research.vu.nl/en/persons/marleen-weulen-kranenbarg.
Artikel

Access_open Geen VOG, geen werk? Een studie naar VOG-aanvragen en werkkansen na vrijlating

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Certificate of conduct, Employment, Prisoners, re-entry, prisoner re-entry
Auteurs Dr. Anke Ramakers
SamenvattingAuteursinformatie

    It is unclear to what extent criminal record screening policies can explain low employment rates after release. This descriptive study provides more insight into this matter by examining whether ex-prisoners applied for a certificate of conduct, found employment and whether this job was found without such a certificate. To answer these questions interview data on ex-prisoners (N=931) are combined with data on criminal record screenings. Only 6 percent applied for a certificate, half of which were granted. Many ex-prisoners did not report any employment, but almost all working ex-prisoners found this job without a certificate. These findings bring nuance to discussions on the role of criminal record screening after release.


Dr. Anke Ramakers
Anke Ramakers is universitair docent criminologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek is gericht op de arbeidsperspectieven van daders en de gevolgen van gevangenisstraffen en sociaal beleid voor re-integratie.
Artikel

Neurenberg als wegbereider voor het internationale strafrecht

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Neurenburg Tribunaal, Internationaal strafrecht, Oorlogsmisdrijven, Tweede Wereldoorlog
Auteurs Prof. mr. H.G. (Harmen) van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    De 75-jarige herdenking van de historische verrichtingen van het Neurenberg Tribunaal biedt een mooie gelegenheid om de balans op te maken van de staat van het internationale strafrecht. In het licht van de grillige veranderingen in de opvattingen over de normatieve en politieke levensvatbaarheid van internationaal strafrecht wordt in dit essay ingegaan op bijdrage van het Neurenberg Tribunaal aan de ontwikkeling van het internationale strafrecht.


Prof. mr. H.G. (Harmen) van der Wilt
Hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Onderzoeksnotities

Woorden maken werelden (en cijfers ook): hoe hoog is nu het percentage veroordeelde outlawbikers?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2019
Trefwoorden OMCG, Hells Angels, gang database, type 2 error, criminal organization
Auteurs Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    In our 2017 report “Profielen van outlaw bikers and outlawbiker clubs” we concluded, “Dutch members of outlaw motorcycle gangs disproportionally frequently have a history criminal justice contacts”. The attorney representing the Hells Angels in the civil law suit filed by the Dutch public prosecutor requesting a civil ban of the Hells Angels, after consulting an expert methodologist, challenged this conclusion due to the possibility of type 2 and type 1 errors in constructing our sample from a police gang database. Here we calculate the proportion of convicted Hells Angels members under different levels of potential bias resulting from these errors. We find that a realistic estimate of the proportion of convicted individuals among the Dutch Hells Angels membership is between 58-96%, which, at a minimum, is roughly twice that in an age-matched population of male motorcyclists who are not members of an outlaw motorcycle club.


Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Access_open 60 jaar TvC

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Auteurs Arjan Blokland, André van der Laan, Stefaan Pleysier e.a.

Arjan Blokland

André van der Laan

Stefaan Pleysier

Lisa van Reemst

Robby Roks

Toine Spapens

Antoinette Verhage

Karin van Wingerde
Artikel

Belofte maakt schuld

Nederlandse Spoorwegen en schadevergoeding voor overlevenden van WOII-transporten

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Victimization, Recognition, restorative measures, compensation, Holocaust
Auteurs Manon Bax en Mijke de Waardt
SamenvattingAuteursinformatie

    The authors discuss reparations, with particular attention to programs launched to do justice to the victims of the Holocaust. While focusing on the compensation scheme of the Dutch Railways to the victims of the transports during the Second World War, they examine in which respects the suffering and victimization of some victim groups are not or insufficiently recognized. They compare the establishment of the compensation scheme and the procedure for repayment with findings from victimological research into the recognition of victimization and reparation, including the symbolic value of compensation, recognition of suffering, inclusion and exclusion of stakeholders, and victim participation. The analysis concludes with a few considerations about how secondary victimization could have been prevented.


Manon Bax
Manon Bax was tijdens het schrijven van haar artikel verbonden aan INTERVICT, Tilburg University, als promovendus. Momenteel zet zij haar promotieonderzoek naar de ontwikkeling van collectieve herstelmaatregelen voort bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Mijke de Waardt
Mijke de Waardt was tijdens het schrijven van haar artikel verbonden aan INTERVICT, Tilburg University, als Assistant Professor Victimology and Transitional Justice. Momenteel werkt zij als onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Zij is hoofdonderzoeker in onderzoek naar de impact van herstelmaatregelen op het leven van slachtoffers van grootschalige mensenrechtenschendingen in (post-)conflictsamenlevingen.
Artikel

Herstel van het morele imago van daders als drijfveer voor bemiddeling

De ervaringen van bemiddelaars

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mediators, victim-offender mediation, willingness to participate, offender-intentions, moral image
Auteurs Sven Zebel, Leonie Kippers en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    Compared to victims, relatively little is known about the role of offenders’ emotions, needs and intentions in their (voluntary) decision to participate in victim-offender mediation (VOM). Insight into this decision process among offenders is important, as it may explain (part of) the positive outcomes participation in VOM can have for them, as well as for victims. Based on the work of Shnabel and Nadler (2008; 2015), we predicted that the need to restore their moral image is an important, underlying explanation for why offenders participate in VOM. To test this, we sampled 91 victim-offender mediation cases from the Dutch mediation agency Perpectief Herstelbemiddeling based on pre-defined characteristics. We approached the mediators who handled these cases and asked them to indicate the emotions, need to restore the moral image and intentions of the offenders in these cases. Consequently, we examined how these variables predicted offenders’ actual willingness to participate (or not) in these cases. Results indicated that the need to restore the moral image is indeed an important underlying factor in offenders’ decision to participate in VOM: according to mediators’ answers, offenders who felt more remorse about their crime, felt a stronger need to restore their moral image, which in turn predicted a stronger intention to apologize and help the victim. This intention to apologize and help emerged as the strongest, direct predictor of offenders’ willingness to participate. The relevance of Shnabel and Nadler’s needs-based model of reconciliation for VOM is discussed as well as important future research questions that remain.


Sven Zebel
Sven Zebel is universitair hoofddocent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. In zijn onderzoek richt hij zich op de psychologische reacties op criminaliteit en conflict, en op de impact van interventies die trachten te herstellen en het risico op recidive te verlagen. In het bijzonder is hij geïnteresseerd in de inzet van digitale technologie om herstelrechtelijke (interactie)processen beter te begrijpen en te optimaliseren.

Leonie Kippers
Leonie Kippers is afgestudeerd als psycholoog aan de vakgroep Psychology of Conflict, Risk and Safety (PCRS) van de Universiteit Twente, waar zij zich in haar afstudeeronderzoek richtte op de factoren die deelname aan slachtoffer-dadergesprekken voorspellen voor slachtoffers en daders. Zij werkt momenteel als audiovisueel programmamaker bij Drijver Films. Daarnaast is zij als docent en ontwikkelaar verbonden aan de opleiding Mediaredactie bij opleidingscentrum Aventus.

Elze Ufkes
Elze Ufkes werkte tussen 2012 en 2018 als universitair docent aan de vakgroep Psychology of Conflict, Risk and Safety (PCRS) van de Universiteit Twente. Sinds 2018 is hij als onderzoeker en data-analist werkzaam bij de Algemene Rekenkamer, waar hij zijn interesse in beleidsonderzoek combineert met data-analytics.
Artikel

Access_open Advocaten in Europa: vertegenwoordiging op het hoogste niveau?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Representation, Lawyers, European Court of Justice, Preliminary References, Relational Expertise
Auteurs Jos Hoevenaars PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    Research on the significance of representation indicates that lawyers contribute to positive outcomes of legal procedures not only by their substantive expertise but also by the relational expertise they bring. The latter involves understanding how to navigate the relationships involved in getting work done. In this paper these insights are used to investigate the highly specific and atypical practise of the preliminary reference procedure in the European legal system in order to reveal how lawyers deal with such an unexpected change of (legal) context. The empirical data, collected through semi-structured interviews with twenty-eight lawyers with past experience with the procedure, reveals the significant ways in which lawyers’ positive contribution to such cases is undermined by their lack of both substantive and relational expertise in pleading a case before the European Court of Justice. The fact that such cases do not necessarily fall into the hands of the professionals best equipped to plead such disputes before the Court, and the inability of the less well-off parties in particular to hire further expertise, points in the direction of a disadvantaged position for this group of litigants in having their interest represented effectively at the European level.


Jos Hoevenaars PhD
Jos Hoevenaars is postdoc onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Manoeuvreren binnen smalle marges

Over de rol van wetgevingsjuristen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Legislation, Legislative drafting, Professionalism, Legal Ethics, Sociology of Law
Auteurs Dr. Nienke Doornbos en Mr. dr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past five years, the Council of State, the National Ombudsman and several academics have criticized the way in which new legislation has been made. In their view, principles of law and the rule of law are insufficiently uphold due to an instrumentalist view on law. This criticism urged the authors to conduct an empirical study into the question how legislative drafters deal with legislative plans which are problematic from a legal or rule of law point of view, and how they justify their role in the legislative process. This study is explorative and qualitative in nature. During the summer of 2018, 24 legislative lawyers from five different Dutch ministries have been interviewed. The results show that the role of legislative lawyers can best be characterized as constructively critical. As their tasks encompass much more than solely the actual drafting of legislation, they more and more resemble their colleagues from the policy department. The authors suggest that legislative lawyers should articulate their distinctive professional ethics in order to strengthen the checks and balances within the ministries.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht. Hij doet onderzoek naar onder meer de beroepshouding van juristen.
Asiel en migratie

Access_open A rose by any other name: het Hof van Justitie stelt grenzen aan controles binnen het Schengengebied

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Schengengrenscode, vervoerderssancties, politiecontroles, grenscontroles
Auteurs Dr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    In Touring Tours oordeelt het Hof van Justitie dat de verplichting tot het controleren van de verblijfsstatus van internationale buspassagiers binnen het Schengengebied geschaard kan worden onder het begrip (politie)controles binnen het Schengengebied. Hoewel deze in principe zijn toegestaan onder de Schengengrenscode, hebben de controles in casu een effect dat gelijk is aan controles aan de binnengrenzen en zijn daarom in strijd met het Unierecht. Dit artikel plaatst vraagtekens bij de keuze van het Hof van Justitie om de controles aan te merken als politiecontroles en plaatst het arrest in de bredere context van de spanning tussen mobiliteit en veiligheid in de nasleep van de vluchtelingencrisis.
    HvJ 13 december 2018, gevoegde zaken C-412/17 en C-474/17, Touring Tours en Sociedad de Transportes, ECLI:EU:C:2018:1005.


Dr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is universitair hoofddocent Europees Recht verbonden aan het Europa Instituut van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij is tevens Jean Monnet Professor op het gebied van Mobiliteit en Veiligheid in Europe (MOSE).
Vrij verkeer

Het arrest Tjebbes: de evenredigheidstoets als complexe brug tussen nationaliteitswetgeving en Unieburgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Unieburgerschap, artikel 20 VWEU, intrekking van nationaliteit, bevoegdheidsverdeling, evenredigheidstoets, beroeps- en familieleven in de EU
Auteurs Prof. dr. P. Van Elsuwege en H.H.C. Kroeze LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Tjebbes gaat over de verenigbaarheid van een Nederlandse regeling met het Unierecht op grond waarvan tien jaar verblijf in een derde land het van rechtswege verlies van het Nederlanderschap met zich meebrengt voor Nederlanders die nog een tweede nationaliteit hebben. De zaak is daarmee een vervolg op het arrest Rottmann, waarin het Hof van Justitie bepaalde dat intrekking van de nationaliteit van de lidstaten in overeenstemming moet zijn met het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel. In Tjebbes vraagt de Raad van State of die Europeesrechtelijke evenredigheidstoets met zich meebrengt dat de gevolgen in het individuele geval moeten worden getoetst, of dat het voldoende is dat er een evenredigheidstoets in abstracto in het beleid verdisconteerd is. Anders dan advocaat-generaal Mengozzi oordeelt het Hof van Justitie dat incidenteel een geconcretiseerde evenredigheidstoets plaats moet kunnen vinden, ‘vanuit het oogpunt van het Unierecht’, wat betekent dat het effect van het verlies van de nationaliteit op het beroeps- en gezinsleven van de betrokkene meegewogen moet worden. Deze bijdrage evalueert deze uitspraak vanuit het perspectief van de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Daarnaast wordt ingegaan op de beperktheid van de Unierechtelijke evenredigheidstoets zoals die in dit arrest geformuleerd wordt en worden enkele mogelijke implicaties voor de rechtspraktijk besproken.
    HvJ 12 maart 2019, zaak C-221/17, Tjebbes e.a./Minister van Buitenlandse Zaken, ECLI:EU:C:2019:189


Prof. dr. P. Van Elsuwege
Prof. dr. P. (Peter) Van Elsuwege is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.

H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Staatssteun

Naar een nieuwe selectiviteitstoets in het staatssteunrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Staatssteun, Selectiviteit, Artikel 107 lid 1 VWEU, Effects based approach, Referentieregeling
Auteurs Mr. dr. A.D.L. Knook
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 10 lid 1 VWEU is slechts sprake van staatssteun indien bepaalde ondernemingen of bepaalde producties worden begunstigd. In de praktijk wordt al snel aangenomen dat aan dit selectiviteitscriterium wordt voldaan. Uit twee ontwikkelingen sinds eind 2016 in de jurisprudentie over dit criterium volgt echter dat deze aanname relativering behoeft. In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag welke gevolgen deze twee ontwikkelingen in de praktijk (kunnen) hebben.

    • HvJ 14 januari 2015, zaak C-518/13, Eventech, ECLI:EU:C:2015:9.

    • HvJ 21 december 2016, zaak C-524/14 P, Lübeck, ECLI:EU:C:2016:971.

    • HvJ 20 december 2017, zaak C-70/16 P, Comunidad Autónoma de Galicia en Retegal/Commissie, ECLI:EU:C:2017:1002.


Mr. dr. A.D.L. Knook
Mr. dr. A.D.L. (Allard) Knook is Partner Staatssteun/EU bij PwC.
Staatssteun

De Saneringsclausule

Is een uitzondering op een uitzondering op een fiscaal stelsel algemeen of selectief in de zin van artikel 107 VWEU?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden staatssteun, selectiviteit, insolventie, fiscaal recht, ontvankelijkheid
Auteurs Mr. D. Ninck Blok en Mr. G. van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het op 28 juni 2018 door het Hof van Justitie gewezen arrest in zaak C-203/16 P, Dirk Andres q.q./Commissie is met name interessant vanwege de overwegingen en beslissingen van het Hof van Justitie over de ontvankelijkheid van het door de faillissementscurator ingestelde beroep en over het selectiviteitscriterium voor de toepassing van het verbod op staatssteun. De navolgende bespreking van dit arrest zal met name op deze twee punten ingaan.
    HvJ 28 juni 2018, zaak C-203/16 P, Dirk Andres q.q./Europese Commissie, ECLI:EU:C:2018:505.


Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. G. van der Wal
Mr. G. (Gerard) van der Wal is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Dr. Nina Holvast
Nina Holvast is Universitair Docent Sociologie, Theorie en Methode van het recht aan de Erasmus School of Law. Zij doet onderzoek op het gebied van rechtspraak en de juridische professie. Daarnaast verzorgt ze verscheidene rechtssociologische bachelor en master vakken.
Artikel

Moral entrepreneurs in de 21ste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Moral entrepreneurs, Becker, Discourse, Crusading reformer, Symbolic interactionism
Auteurs Dr. Olga Petintseva en Prof. Tom Decorte
SamenvattingAuteursinformatie

    In the introductory article of this special issue on ‘moral entrepreneurs’ in the 21st century, we situate different notions of moral entrepreneurship. Particularly foregrounding Howard Becker’s definition, we discuss its origins and use in subsequent research. The question that we’ve put forward in the ‘call for papers’ for this special issue is to what extent the notion is relevant in contemporary research and who is considered as ‘moral entrepreneur’. The research papers discuss ‘entrepreneurial’ practices of university ethic commissions, medical professionals, police officers and the leaders of cannabis social clubs. We conclude that the underlying rationales and discourses of moral entrepreneurs that the authors identify, reflect contemporary neoliberal ideals.


Dr. Olga Petintseva
Olga Petintseva Postdoctorale onderzoeker FWO Vlaanderen, Universiteit Gent – Vrije Universiteit Brussel olga.petintseva@ugent.be

Prof. Tom Decorte
Tom Decorte Professor criminologie, Universiteit Gent tom.decorte@ugent.be
Staatssteun

Access_open Terugvordering van staatssteun vindt zijn plek in de Nederlandse wetgeving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden staatssteun, terugvordering, Commissiebesluit, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet rijksbelastingen
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 juli 2018 heeft het staatssteunrecht zijn plek gevonden in de Nederlandse regelgeving. Althans, de terugvordering van onrechtmatige staatssteun. Wat regelt de Wet terugvordering staatssteun?
    Wet Terugvordering staatssteun (in werking getreden op 1 juli 2018), Stb. 2018, 99


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. (Johan) van Haersolte is counsel bij Coupry Advocaten en tevens redactielid van NtEr.
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).

Dr. Brenda Oude Breuil
Dr. B.C. Oude Breuil is universitair docent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen in Utrecht.
Toont 1 - 20 van 150 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.