Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 771 artikelen

x
Artikel

Afstand of nabijheid?

Publiek-private relaties rondom normovertredend gedrag van werknemers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Publiek-private samenwerking, Werknemerscriminaliteit, Particuliere opsporing, Particulier onderzoek
Auteurs Dr. C.A. Meerts
SamenvattingAuteursinformatie

    Private veiligheid staat in de belangstelling. Hierbij richt de belangstelling zich dan vooral op de rol die private actoren kunnen spelen in het beheersen van (publieke) veiligheidsvraagstukken in het kader van publiek-private samenwerking. Inmiddels bestaat er een robuuste basis aan empirisch en theoretisch werk over publiek-private verhoudingen in het veiligheidsdomein. Dit werk is echter vooral gefocust op private veiligheid. In dit artikel wordt er gekeken naar private opsporing en de verhoudingen tussen deze private actoren en het strafrechtelijk systeem. Op basis van een aantal interessante kenmerken van de private onderzoeksmarkt pleit dit artikel voor een frisse benadering van publiek-private contacten.


Dr. C.A. Meerts
Dr. C.A. Meerts is universitair docent bij de sectie criminologie, afdeling strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dascha Düring
Dascha Düring is postdoctoral research fellow, Nanyang Technological University (Singapore).
Vrij verkeer

De PEPP-verordening. Pensioenfondsen: Quo vadis?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden PEPP-verordening, pensioeninstellingen, verplichtstelling, meeneembaarheid van pensioenen, Europees pensioenrecht
Auteurs Prof. dr. H. van Meerten en A.K.R. Wouters LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van 29 juni 2017 betreffende een Verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (hierna: PEPP) werd in Nederland met argusogen ontvangen. Met dit voorstel wilde de Europese Commissie een impuls geven om de fragmentatie van nationale markten op het gebied van persoonlijke pensioenen aan te pakken. Via het PEPP wil de EU-wetgever een vrijwillig, aanvullend, eenvoudig en kostenbesparend pensioenproduct in het leven roepen dat grotendeels op EU-niveau wordt gereguleerd. Vanwege de meeneembaarheid voor consumenten is PEPP een welkome aanvulling voor de pensioenen van EU-burgers. Nederland echter heeft te allen tijde kritisch tegenover de komst van een PEPP gestaan vanwege onder andere een vermeende inbreuk op de ‘verplichtstelling’ en de rol voor de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA). In dit artikel wordt het PEPP besproken: wat is de meerwaarde van het PEPP? Is de vrees van Nederland wel terecht?
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP).


Prof. dr. H. van Meerten
Prof. dr. H. (Hans) van Meerten is hoogleraar Europees Pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht.

A.K.R. Wouters LLM
A.K.R. (An) Wouters LLM is Fellow aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

Extremisme gezien vanuit de Dialogical Self Theory

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Extremism, zelf, Democratie, Dialog, Diversiteit
Auteurs Prof. dr. Frans Wijsen en em. prof. dr. Hubert Hermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Extremism is a phenomenon that bothers various EU member states. It is difficult to define, and difficult to study. In this contribution we look at extremism from the perspective of the Dialogical Self Theory (DST). This theory is well-known in personality psychology. Recently is has got a development that could make it relevant for understanding, predicting and preventing extremism. The issue at stake is the relation between diversity, dialogue and democracy.


Prof. dr. Frans Wijsen
Prof. dr. F.J.S. Wijsen is hoogleraar Religie- en missiewetenschap, en decaan van de faculteit Theologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij redigeerde onder andere (met Kocku von Stuckrad) Making Religion. Theory and Practice of Discursive Study of Religion (Brill, 2016).

em. prof. dr. Hubert Hermans
Dr. H.J.M. Hermans is emeritus hoogleraar Psychologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij is de grondlegger van de Dialogical Self Theory en president van de International Society for Dialogical Science. Hij is auteur van Society in the Self: A theory of identity in democracy (Oxford University Press 2018). hhermans@psych.ru.nl

    According to the Belgian Supreme Court, a choice of Belgian law for an employment relationship extends to all provisions beyond the employment contract. If parties choose to apply Belgian law to their employment relationship, this choice may extend to all provisions of Belgian law which regulate the mutual rights and obligations of the parties. This includes legislation on well-being at work and, hence, the payment of a protection indemnity following dismissal after filing a claim for harassment.


Dr. Gautier Busschaert
Dr. Gautier Busschaert is an attorney at Van Olmen & Wynant in Brussels, www.vow.be.
Rulings

ECJ 7 February 2019, case C-322/17 (Bogatu), Social insurance

Eugen Bogatu – v – Minister for Social Protection, Irish case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Social insurance
Samenvatting

    The Iasi Court of Appeal has held that a request for resignation completed and signed after various forms of pressure from the employee’s superiors does not represent a termination of an individual labour agreement on the initiative of the employee, but a constructive dismissal.


Andreea Suciu
Andreea Suciu is the managing partner at Suciu | The Employment Law Firm.
Rulings

ECJ 23 January 2019, case C-272/17 (Zyla), Social insurance

K.M. Zyla – v – Staatssecretaris van Financiën, Dutch case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Social insurance
Samenvatting

Rulings

ECJ 15 January 2019, case C-258/17 (EB), Discrimination, Sexual orientation

E.B. – v – Versicherungsanstalt öffentlich Bediensteter BVA, Austrian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Discrimination, Sexual orientation
Samenvatting

Rulings

ECJ 13 March 2019, case C-437/17 (Gemeinsamer Betriebsrat EurothermenResort Bad Schallerbach GmbH), Free movement

Gemeinsamer Betriebsrat EurothermenResort Bad Schallerbach GmbH – v – EurothermenResort Bad Schallerbach GmbH, Austrian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Free movement
Samenvatting

Rulings

ECJ 14 March 2019, case C-372/18 (Dreyer), Social insurance

Ministre de l’Action et des Comptes publics – v – Mr and Mrs Raymond Dreyer, French case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Social insurance
Samenvatting

    On 8 November 2018 the Italian Constitutional Court prohibited the reform of the protection against unfair dismissal introduced by the so-called Jobs Act (Legislative Decree no. 23 of 4 March 2015), insofar as it imposed a requirement on the judge to quantify the compensation due for unfair dismissal based on an employee’s seniority only. According to the Court, such a requirement violated not just internal constitutional norms, but also Article 24 of the (Revised) European Social Charter of 1996. This contribution focuses particularly on the EU law questions deriving from such an important judgment.


Andrea Pilati
Andrea Pilati is an Associate Professor of Labour Law at the University of Verona, Italy.
Rulings

ECJ 24 January 2019, case C-477/17 (EB), Social insurance

Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank – v – D. Balandin, I. Lukachenko, Holiday on Ice Services BV, Dutch case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Social insurance
Samenvatting

Law Review

2019/1 EELC’s review of the year 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Auteurs Ruben Houweling, Catherine Barnard, Filip Dorssemont e.a.
Samenvatting

    For the second time, various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Catherine Barnard

Filip Dorssemont

Jean-Philippe Lhernould

Francesca Maffei

Niklas Bruun

Anthony Kerr

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Daiva Petrylaite

Andrej Poruban

Stein Evju

    Terrorism could be regarded as an extreme type of (violent) criminal behaviour. Against this background, there is much to gain if criminological attention would be extended to terrorism. In this overview, the authors describe how and to what extent criminological theories may provide a significant contribution to underlying causes of terrorism. Previous criminological contributions to the field of terrorism have primarily taken a theory-extended approach, including routine activity theory, rational choice theory and strain theory. However, so far such studies lacked empirical data. Further, to this day, not much is known about the empirical applicability of other criminological theories, including desistance theories, which warrant particular attention. In order for criminology literature to contribute effectively to our understanding of terrorism and to pursue better counter-terrorism policies, empirical evidence should first be obtained. In this way, terrorism researchers, in close collaboration with criminologists, can deepen our theoretical and empirical understanding of this relatively underexplored field.


Marieke Liem
M. Liem is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Edwin Bakker
E. Bakker is hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Universiteit Leiden en hoofd kennis en onderzoek aan de Politieacademie.

Prof dr. Marianne Junger
Prof dr. M. Junger, Hoogleraar Cybersecurity and Business Continuity, Universiteit Twente
Artikel

Access_open Van salafistisch gedachtegoed alleen kun je niet leven: de financiële zelfredzaamheid van 131 uitreizigers nader bekeken

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jihadi travellers, terrorism, terrorist financing, financial independence
Auteurs Dr. Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The present article examines the financial life of 131 jihadi travellers (JTs), also known as foreign terrorist fighters, from the Netherlands. For the purpose of the research, access was acquired to all their banking transactions in the year preceding their departure: over 60,000 transactions in total. Their income from work or employment, various forms of social assistance, student grants, and other income or expenditure were examined. The data provided a good picture of their financial independence, i.e., the extent to which they were capable of making their own living or needed to claim assistance from the authorities. The analysis shows that it is highly exceptional for Dutch JTs to be financially independent. Only 5 percent have sufficient income from work or employment without making any claims on the government for financial assistance, and are free of mounting debts. The low score can for a large part be explained by the fact that almost half of the JTs are under 23 years of age and/or receive a student grant. Their financial picture largely resembles ordinary students. Older JTs (over 22 years of age, and not having received a student grant for at least one year) underperform, however. Only 9 percent are financially independent. Financial support could perhaps be used to monitor or steer recipients’ role in society.


Dr. Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is operationeel specialist bij de afdeling Analyse & Onderzoek, Dienst Landelijke Informatieorganisatie, Landelijke Eenheid, Politie.
Artikel

Access_open Vertrouwen in toezichtsactoren in uitgaansgebieden: een vergelijking tussen politie, portiers en cameratoezicht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden vertrouwen, Toezicht, plural policing, Legitimiteit
Auteurs Dr. Janne van Doorn en Dr. Jelle Brands
SamenvattingAuteursinformatie

    While studies on trust in the police are numerous, this is much less the case for other policing actors. It is important to examine this in the light of the increasing number and diversification of policing actors and their legitimacy. Using a survey, 894 youngsters were asked to evaluate their trust in actors involved in the policing of urban nightlife areas: the police, door staff, and CCTV. Results showed that people tend to trust human actors of surveillance more compared to technological actors, however different (demographic and contextual) factors nuance this pattern.


Dr. Janne van Doorn
Dr. Janne van Doorn is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jelle Brands
Dr. Jelle Brands is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 771 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 38 39
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.