Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 763 artikelen

x
Brexit

Access_open Een gelijk speelveld voor EU-ondernemingen?

De staatssteunregeling in de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden staatssteun, mededinging, externe betrekkingen, Brexit, subsidies
Auteurs Mr. C.T. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK beoogt de EU met afspraken over subsidiecontrole de vervalsing van concurrentie door subsidies aan Britse ondernemingen tegen te gaan. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre de afspraken tussen de EU en het VK inderdaad voorzien in een regime in het VK dat op het gebied van – in EU-termen – staatssteun een gelijk speelveld waarborgt en wat kan worden ondernomen tegen steunverlening die in strijd met de gemaakte afspraken verstrekt wordt. Daarbij zal ook de ‘Subsidy Control Bill’ – het op 30 juni 2021 bij het ‘House of Commons’ ingediende wetsvoorstel voor een ‘Subsidy Control Act’ – in de beschouwing worden meegenomen.
    Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, ondertekend op 24 december 2020 (PbEU 2021, L 149/10).


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. (Cees) Dekker is advocaat en partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.
Mededinging

Artikel 22 Covo: terug van weggeweest?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden artikel 22 Covo, Concentratieverordening, fusies en overnames, Illumina/Grail, verwijzingsverzoek
Auteurs Mr. F.A. Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen ten aanzien van artikel 22 Covo en het (nieuwe) beleid van de Europese Commissie betreffende verwijzingen van mededingingszaken onder dat artikel. Ook wordt de zaak Illumina/Grail kort besproken en wordt nader ingegaan op een aantal aandachtspunten voor de praktijk als gevolg van het (nieuwe) beleid van de Europese Commissie.
    Mededeling van de Commissie. Handvatten voor de toepassing van het verwijzingsmechanisme van artikel 22 van de concentratieverordening op bepaalde categorieën zaken (PbEU 2021, C 113/1); zaak M.10188 – Illumina/Grail.


Mr. F.A. Roscam Abbing
Mr. F.A. (Felix) Roscam Abbing is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

Hoe maken we de taal van de rechtspleging genderneutraal?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Genderneutrale taal, Gender en recht, Wetgeving, Gelijkheid, Inclusiviteit
Auteurs Mr. W.H. (Willem) Jebbink en mr. R.E. (Rosa) van Zijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook nu nog, ver in de 21ste eeuw, is de taal van de rechtspleging niet inclusief. De Hoge Raad verwijst in zijn arresten bijvoorbeeld naar functionarissen en procesdeelnemers met louter mannelijke verwijswoorden, en beoordeelt het optreden van de raadsvrouwe met wat van de raadsman mag worden gevergd. In wetenschappelijke artikelen is eveneens de mannelijke vorm de norm voor het aanduiden van algemeenheden. Dat geldt ook voor wetteksten. Deze mannelijke dominantie in juridische taal is ongetwijfeld een cultureel verschijnsel, maar heeft geen basis meer in de huidige samenleving. Hoe kunnen we bereiken dat taal in de rechtspraktijk ‘inclusiever’ wordt?


Mr. W.H. (Willem) Jebbink
Willem Jebbink is advocaat bij Jebbink Soeteman Advocaten in Amsterdam.

mr. R.E. (Rosa) van Zijl
Rosa van Zijl is advocaat bij Jebbink Soeteman Advocaten in Amsterdam.
Artikel

Een andere betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden de zaak Poch, uitlevering en kleine rechtshulp, terugwerkende kracht en artikel 7 EVRM respectievelijk 15 IVBPR, vertrouwensbeginsel, verkapte uitlevering
Auteurs Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse en Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op een eerdere publicatie in NTS van de hand van Rozemond en Van der Wilt. Machielse en Myjer schrijven dat Rozemond en Van der Wilt kennelijk geen oog hebben gehad voor de inhoud van de onderzoeksopdracht aan de Commissie Dossier J.A. Poch. De Nederlandse autoriteiten waren in de zaak Poch gebonden aan verdragen, wetgeving, rechtspraak en internationale omgangsvormen. Nederland heeft zich altijd voorstander getoond van internationale samenwerking op het gebied van opsporing en vervolging. Toen Argentinië aan Nederland verzocht rechtshulp te verlenen en inlichtingen te verschaffen nadat tegen Poch verdenking was gerezen van medeplegen van internationale misdrijven heeft Nederland aan dat verzoek gehoor gegeven.


Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse
Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse was advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer was rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en hoogleraar rechten van de mens aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Een probleem rondom het nemo tenetur-beginsel?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden nemo tenetur-beginsel, zwijgrecht, zelfincriminatie, strafprocesrecht, eerlijk proces
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van een verdachte om niet mee te hoeven werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo tenetur-beginsel), is samen met het zwijgrecht een hoeksteen in ons strafprocesrecht. Voor het positieve recht is het echter nog steeds geen uitgemaakte zaak wat de inhoud van het beginsel precies is. Toch kan men daarover duidelijk een divergentie waarnemen tussen de opvatting van de Nederlandse (hoogste) rechters en het EHRM.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Joost Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht bij EUR en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

Post-Keskin: enkele reflecties op de nieuwe lijn van de Hoge Raad inzake de uitoefening van het ondervragingsrecht

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Getuigenverzoeken, Bewijsgebruik, Ondervragingsrecht, Eerlijk proces, Keskin
Auteurs Mr. dr. M.J. (Marieke) Dubelaar en Dr. K.M. (Kelly) Pitcher
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 april 2021 heeft de Hoge Raad naar aanleiding van de uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin zijn jurisprudentie ten aanzien van de eisen die aan verzoeken tot het horen van getuigen bijgesteld. Het arrest laat echter ook een aantal vragen onbeantwoord die vanuit het perspectief van verdragsconformiteit van belang zijn. Dit artikel behelst een nadere reflectie op de lijn van de Hoge Raad zoals uiteengezet in het post-Keskin arrest, waarin getracht wordt zaken op te helderen en in breder perspectief te plaatsen.


Mr. dr. M.J. (Marieke) Dubelaar
Marieke Dubelaar is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit.

Dr. K.M. (Kelly) Pitcher
Kelly Pitcher is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Gluren bij de buren

Juridische innovatie in Europa (3)

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2021
Auteurs Jeroen Zweers

Jeroen Zweers

Martijn Snoep
Mr. M. Snoep is bestuursvoorzitter van de ACM.
Artikel

Access_open De Digital Markets Act en het spectrum van eindgebruikersbescherming

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden DMA, online platforms, eindgebruikersbescherming, eerlijkheid, betwistbaarheid
Auteurs Lisanne Hummel, Laura Frederika Lalikova en Viktorija Morozovaite
SamenvattingAuteursinformatie

    Om oneerlijke gedragingen van grote online platforms te beteugelen en de betwistbaarheid op digitale markten te vergroten, heeft de Europese Commissie de Wet inzake digitale markten (DMA) voorgesteld.
    In dit artikel onderzoeken we in hoeverre het wetsvoorstel bescherming biedt aan zowel zakelijke gebruikers als eindgebruikers van grote online platforms. Hoewel het lijkt alsof de belangen van eindgebruikers minder aandacht krijgen in het voorstel, stellen we vast dat zij zowel direct als indirect baat hebben bij de bepalingen. Desalniettemin stellen we ook vast dat het voorstel een kans heeft laten liggen om eindgebruikers verder te beschermen.


Lisanne Hummel
L.M.F. Hummel LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.

Laura Frederika Lalikova
L.F. Lalikova LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.

Viktorija Morozovaite
V. Morozovaite LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending, schadevergoeding
Auteurs prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode september 2020 tot en met augustus 2021 verschillende uitspraken gedaan over mensenrechtelijke vragen op het snijvlak met het gezondheidsrecht. Veel van deze uitspraken borduren voort op eerdere jurisprudentie van het Hof, maar er zijn ook uitspraken over nieuwe onderwerpen, waaronder over COVID-19, de rechten van psychiatrische patiënten, huiselijk geweld en kindermishandeling alsmede over vaccineren.


prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Overheidsaanbestedingen

Een nieuwe impuls aan het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’: een aanbestedingsplicht voor nationale sportbonden?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden aanbestedingsrecht, Hof van Justitie, publiekrechtelijke instelling, nationale sportbond, Richtlijn 2014/24/EU
Auteurs Mr. L. Bozkurt en T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Prejudiciële beslissing over de aanbestedingsrechtelijke kwalificatie van de Italiaanse voetbalbond. Een marktpartij meent dat de Italiaanse voetbalbond kwalificeert als een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn en daarom opdrachten via een aanbesteding dient te vergeven. Het Hof van Justitie benoemt in zijn beslissing de relevante criteria om te oordelen of sprake is van een publiekrechtelijke instelling, te weten: de instelling (1) is opgericht met het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële en commerciële aard, (2) bezit rechtspersoonlijkheid en (3) vertoont overheidsafhankelijkheid. Het Hof van Justitie geeft de Italiaanse feitenrechter handvatten om te onderzoeken of voldaan is aan het derde vereiste, en meer specifiek of sprake is van overheidstoezicht op het beheer van de voetbalbond.
    HvJ 3 februari 2021, gevoegde zaken C-155/19 en C-156/19, ECLI:EU:C:2021:88 (Federazione Italiana Giuoco Calcio (FIGC)).


Mr. L. Bozkurt
Mr. L. (Leyla) Bozkurt is Counsel aanbestedingsrecht bij Maverick Advocaten.

T. Heystee
T. (Tess) Heystee is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten.
Artikel

De sterkere partij in het privaatrecht

Capita selecta privacyrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden privacy, gegevensbescherming, AVG, verwerker, verwerkingsverantwoordelijke
Auteurs Mr. V.I. Laan en Mr. J.G.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze capita selecta privacyrecht schetsen een beeld van de actualiteit, maar ook de verwevenheid van het privacyrecht in de dagelijkse (rechts)praktijk. Hierbij is meer specifiek gekeken naar privacy bij overeenkomsten, privacy bij faillissementen en privacy bij fusies en overnames, mede met het oog op de sterke(re) partij in het privaatrecht.


Mr. V.I. Laan
Mr. V.I. Laan is advocaat privacyrecht en partner bij The Data Lawyers te Amsterdam

Mr. J.G.S. Bakker
Mr. J.G.S. Bakker is advocaat privacy- en IT-recht bij The Data Lawyers te Amsterdam.

Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Ambivalente illusies

Het arrest van het Europese Hof over grondwateronttrekking in het Natura 2000-gebied Doñana

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Kaderrichtlijn Water, stand still, grondwater, bodemdaling, verdroging
Auteurs Drs. H.E. (Hans) Woldendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 juni 2021 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen over de grootschalige onttrekking van grondwater in de omgeving van het Natura 2000-gebied Doñana in het zuiden van Spanje. De overexploitatie van de aanwezige grondwatervoorraden rond het gebied vindt, vooral, plaats voor de landbouw en, in mindere mate, het toerisme. Hans Woldendorp gaat in op de vraag wat Spanje aan deze overexploitatie had moeten doen en verdiept zich in de mogelijke betekenis van het arrest voor Nederland. Moet er in ons land niet meer worden gedaan tegen verdroging van Natura 2000-gebieden (en wellicht ook andere natuurgebieden) en aan het tegengaan van bodemdaling als gevolg van het waterbeheer in het landelijk gebied? Het arrest is om verschillende redenen interessant. Vanwege de vergelijking tussen de toepassing van het stand still-beginsel in Kaderrichtlijn water en de Habitatrichtlijn maar ook omdat het gaat over het (weinig aan de orde komende) kwantitatieve grondwaterbeheer. In een van zijn conclusies stelt de auteur dat het hem geen slechte zaak lijkt om meer te doen aan het tegengaan van de verdroging van belangrijke natuurgebieden en van verdere bodemdaling. Die bodemdaling, in combinatie met de gevolgen van klimaatverandering op termijn, zet immers zelfs de bewoonbaarheid van de laaggelegen delen van ons land op het spel.


Drs. H.E. (Hans) Woldendorp
Drs. H.E. Woldendorp is als wetgevingsjurist werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Artikel

Nico Gunzburg en het ‘Moskou-Archief’

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Nico Gunzburg, freemasonry, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, Moscow-archive, restitution
Auteurs Marc Cools
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1938, Nico (or Niko) Gunzburg founded the Institute of Criminology at Ghent University.
    Because he was a professor of Jewish origin, Flemish-minded, a political liberal and a freemason, he became the victim, in 1940 and in 1941, of looting by the ‘Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg für die besetzten Gebiete’. Personal books, documents, art and archives concerning his lodge ‘Marnix van Sint Aldegonde’ were stolen from his house and transported to nazi-Germany. After the Second World War, almost the entire collection was found in the Moscow-Archive and subject to restitution.


Marc Cools
Prof. dr. Marc Cools is hoogleraar criminologie in de Faculteit Recht en Criminologie, vice-vakgroepvoorzitter in de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht en werkzaam in het Institute for International Research on Criminal Policy aan de Universiteit Gent en redacteur van Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit.

Peter Cohen
Peter Donald Albert Cohen, PhD, was directeur van CEDRO, Centrum voor Drugs Onderzoek, Universiteit van Amsterdam.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De geestelijk verzorger in het perspectief van de verhouding tussen kerk en staat

Noodzaak van heldere verantwoordelijkheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden spiritual care, chaplaincy, labour law, church and state, secularisation
Auteurs Ryan van Eijk en Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Spiritual caregivers in the Netherlands are available in the military and in penitentiary institutions, in health care institutions and, recently, in the police. Within the military and the justice system, the spiritual care is traditionally characterised by a clear division of responsibilities between church and state. Due to domain specific developments in health care institutions and within the police, positions and responsibilities are less clear-cut. Developments such as the increased number of denominations that provide spiritual care tends to regard spiritual caregivers as ‘ordinary employees’. This article analyses the position of spiritual caregivers in the various domains and discusses current developments. It asserts that the church-state arrangement in the classic spiritual care areas requires respect and that the gist thereof should be taken into account in legal arrangements in the other domains.


Ryan van Eijk
Dr. mr. R. van Eijk is hoofdaalmoezenier bij de Dienst Geestelijke Verzorging van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij promoveerde op het proefschrift Menselijke waardigheid tijdens detentie. Een onderzoek naar de taak van de justitiepastor, WLP 2013. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Auteurs Alban Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kroniek Vennootschapsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Lisette van der Gun en Rogier Wolf
Auteursinformatie

Lisette van der Gun
Lisette van der Gun is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag.

Rogier Wolf
Rogier Wolf is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag, universitair docent Ondernemingsrecht aan Maastricht University (ICGI) en lid van de advocatenredactie van het Advocatenblad.
Toont 1 - 20 van 763 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 38 39
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.