Zoekresultaat: 97 artikelen

x
Artikel

Access_open Enhanced Contact Rights for Grandparents? A Critical View from Spanish and Catalan Laws

Tijdschrift Family & Law, september 2021
Trefwoorden Contact with grandchildren, Best interest of the child, Parental responsibilities
Auteurs prof. dr. J. Ribot Igualada
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines how Spanish and Catalan laws deal with claims of grandparents who seek contact with their grandchildren against the will of one or both parents, and the scope given to their rights. It starts by explaining the content and the goals of the legal reforms enacted in Spain at the beginning of the 21st century to promote grandparents’ interests. Then, it presents the case law developed in the interpretation of the relevant legal rules. The resulting state of the law is assessed, taking into account the interests of all the parties involved (parents, grandparents, and grandchildren). The experience of more than twenty years of application of the specific provisions concerning grandparents’ contact rights sheds light on the impact of giving grandparents stronger legal rights. However, it also prompts the question of whether this legislative choice might have brought about useless and potentially harmful litigation.


prof. dr. J. Ribot Igualada
Jordi Ribot Igualada is Professor of Civil Law at the Institute of European and Comparative Law and Director of the Institute of European and Comparative Private Law (University of Girona).
Artikel

Access_open Procedurele rechtvaardigheid in de strafrecht­keten

Hoe ervaren gedetineerden de bejegening door strafrecht­actoren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering Online First 2021
Trefwoorden procedural justice, treatment, multiple criminal justice authorities, criminal justice system
Auteurs Matthias van Hall, Anja Dirkzwager, Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It has been proposed that when people perceive their treatment by criminal justice actors as more procedurally just, they will be more likely to comply with the law. Existing research mainly focused on the police or the judge. This longitudinal study examined how prisoners experienced their treatment by five different criminal justice actors using data from the Prison Project. The prisoners were most positive about the procedurally fair treatment by their lawyer and least positive about the treatment by the police. Additionally, the perceived treatment by the police was associated with the treatment by other actors at subsequent moments.


Matthias van Hall
M. van Hall MSc is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Peter van der Laan
Prof. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Paul Nieuwbeerta
Prof. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Case Law

Access_open 2021/1 EELC’s review of the year 2020

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2021
Auteurs Ruben Houweling, Daiva Petrylaitė, Marianne Hrdlicka e.a.
Samenvatting

    Various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Daiva Petrylaitė

Marianne Hrdlicka

Attila Kun

Luca Calcaterra

Francesca Maffei

Jean-Philippe Lhernould

Niklas Bruun

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Andrej Poruban

Anthony Kerr

Filip Dorssemont
Artikel

Access_open Waarom de islam en de moslimgemeenschap onmisbare bondgenoten zijn bij de bestrijding van terrorisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden islam, moslimgemeenschap, terrorisme, gemeenschapsinitiatief, rehabilitatie
Auteurs Prof. Tom Zwart
SamenvattingAuteursinformatie

    Terrorism can only be brought to an end if Islam and the Muslim community are enlisted as allies in combating it. Underlying militant jihadism is a violent interpretation of Islam which can best be challenged with the assistance of Islam and the Muslim community. Since the effects of the current state-led approach are questionable, while its criminal law component is close to exceeding the limits set by the rule of law and turns Muslims into a suspect community, it is important to test by way of a pilot whether an approach based on Islam can reap more promising results.


Prof. Tom Zwart
Prof. Tom Zwart is hoogleraar Crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht, directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre van de Vrije Universiteit Amsterdam en lector Islam en maatschappelijke verbondenheid aan de Islamic University of Applied Sciences Rotterdam.
Uit het veld

Fiscaal toezicht in tijden van crisis

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden COVID-19, Belastingdienst, fiscaal toezicht, toezichtstrategie, crisis
Auteurs Lisette van der Hel-van Dijk en Sjoerd Goslinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage verkent de consequenties van de COVID-19-crisis voor het fiscale toezicht door de Belastingdienst. De crisis en de lockdownmaatregelen hebben korte- en langetermijngevolgen voor burgers en bedrijven en consequenties voor het werk van de Belastingdienst als uitvoerder en toezichthouder. De psychologische en economische impact van de crisis en de gewijzigde werkwijze van de Belastingdienst kunnen van invloed zijn op de mogelijkheden en motivatie om belastingverplichtingen na te komen. Dit zal verschillen in de opeenvolgende fasen van de crisis. Onze belangrijkste conclusie is dat de Belastingdienst in de verschillende fasen sterk rekening zal moeten houden met de veranderingen in de context van burgers en bedrijven en meer dan voor de crisis zal moeten handelen vanuit zijn maatschappelijke rol.


Lisette van der Hel-van Dijk
Prof. dr. mr. E.C.J.M. van der Hel-van Dijk RA is als hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht verbonden aan Nyenrode Business University (Toezicht Academie).

Sjoerd Goslinga
Dr. S. Goslinga is werkzaam bij de Belastingdienst en is als senior onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
Rechtsbescherming

De toepasselijkheid van Uniegrondrechten op nationale verdergaande beschermingsmaatregelen

Nadere afbakening van het toepassingsgebied van Uniegrondrechten in het arrest TSN en AKT

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Uniegrondrechten, algemene beginselen van Unierecht, werkingssfeer van Unierecht, uitvoering van Unierecht
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    De Uniegrondrechten zijn in beginsel van toepassing op nationale maatregelen die vallen binnen een Unierechtelijke bepaling die aan lidstaten een discretionaire bevoegdheid toekent. Het feit dat de lidstaten niet verplicht zijn om gebruik te maken van de bevoegdheid doet hier niet aan af. Hoe zit het echter met Unierechtelijke bepalingen die de lidstaten de ruimte geven om verdergaande bescherming te geven dan het EU-minimum? Als een lidstaat deze mogelijkheid benut door verdergaande bescherming te bieden, zijn de Uniegrondrechten dan ook van toepassing? Het arrest TSN en AKT geeft hierover duidelijkheid.
    HvJ 19 november 2019, gevoegde zaken C-609/17 en C-610/17, ECLI:EU:C:2019:981 (TSN en AKT)


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is raadsheer-plaatsvervanger bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht en docent SSR.
Artikel

De Dark Triad persoonlijkheidskenmerken en online en offline agressie: een verkennende studie op basis van zelfrapportages van jonge adolescenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Dark Triad, self-reported aggression, psychopathy, narcissism, Machiavellianism
Auteurs Clio Lambrechts, Lieven Pauwels en Wim Hardyns
SamenvattingAuteursinformatie

    The current study investigates the relationship between the Dark Triad personality traits (consisting of narcissism, psychopathy and Machiavellianism) and three different forms of aggression: online aggression, overt aggression and relational aggression. The sample consisted of 1,051 adolescents between 12 and 16 years old. Results show that psychopathy and Machiavellianism are positive predictors of the three forms of aggression, while narcissism is a positive predictor of online aggression only.


Clio Lambrechts
C. Lambrechts is doctoraatsonderzoekster aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).

Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is professor aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht (Universiteit Gent) en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).

Wim Hardyns
Prof. dr. W. Hardyns is professor aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Daarnaast is hij als gastprofessor verbonden aan de master in de Veiligheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Wie houdt de wacht?

Veranderingen in toezicht tijdens de jongvolwassenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden parental monitoring, self-control, delinquency, social control
Auteurs Dr. Jessica Hill MSc en Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study we examine whether parental monitoring remains a protective factor in the lives of emerging adults, as well as the extent to which monitoring in other settings replaces the protective role of the parents. We use data collected for the TransAM project, a longitudinal survey of 970 emerging adults (18-24 years) to examine monitoring in a range of different contexts using an instrument based on Stattin and Kerr’s parental monitoring scale (2000). Results indicate that whilst parental control plays a protective role in the first years of emerging adulthood, we find no evidence that monitoring in other settings replaces the protective role of parents. However, monitoring of the self, i.e., self-control, has an increasingly strong relationship with delinquency during emerging adulthood.


Dr. Jessica Hill MSc
Dr. J.M. Hill (MSc) is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Welzijn, primaire levensbehoeften en delinquentie bij adolescenten

Etiologische assumpties van het Good Lives Model getoetst

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden GLM, Rehabilitation, Juvenile delinquency, Life satisfaction, Youth
Auteurs Colinda Serie PhD, Prof. dr. Stefaan Pleysier, Prof. dr. Johan Put e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A recent rehabilitation theory, the ‘Good Lives Model’ (GLM), states that interventions that work towards a higher well-being can reduce recidivism risk more sustainably by promising a happier, pro-social life, rather than just a less harmful one. Although the GLM theory appears promising, limited empirical research has examined its underlying assumptions, applicability and its effectiveness. Research into the GLM with youth is even more limited. Therefore, in the current study, we investigate the main etiological assumptions of the GLM in a large group of adolescents between 14 and 18 years old from the general population (N=5.776), by means of self-report survey data on well-being, primary human goods and delinquency. The results show that a lower subjective global well-being is related to delinquent behavior. Especially the primary human goods of relatedness and working towards a financially stable future appear to be important goals for interventions aimed at rehabilitation of juvenile offenders.


Colinda Serie PhD
C.M.B. Serie is PhD-onderzoeker aan de KU Leuven.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven en coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie en Jeugdrecht aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. dr. Johan Put
Prof. dr. J. Put is gewoon hoogleraar jeugd- en welzijnsrecht aan de KU Leuven.

Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. C. de Ruiter is als hoogleraar Forensische Psychologie, verbonden aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Wie zijn jeugdige veelplegers?

Een onderzoek naar aantallen en kenmerken op basis van politieregistraties en zelfrapportage

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Juvenile delinquency, Frequent offending, Research methods, Self reports, Police registrations
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman, Prof. dr. Gerben Bruinsma, Prof. dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to provide more insight in prevalence and aetiology of juvenile frequent offending, employing police registered data as well as self-report information. We combined data about 519 youths that participated in a self-report study in the region of The Hague with police register data (the HKS system) from the police unit of The Hague. The results indicate that a substantial part of youths that report a large amount of offenses themselves are not formally known as ‘juvenile frequent offender’. Causal factors derived from four major criminological theories can be found in a more pronounced way among juvenile frequent offenders than among youths that incidentally commit offenses. In general, there are similarities between the characteristics of juvenile frequent offenders defined by police register data and those defined by self-reports, but, on average, frequent offenders that are known by the police spend more time unstructured socializing with friends. We conclude that research using the method of self-report is well capable to find juvenile frequent offenders, and that this method also leads to useful information about the causes of their delinquent behaviour.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is emeritus directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en emeritus hoogleraar Omgevingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Ruimtelijke analyse van criminaliteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.
Artikel

Delinquentie, vrienden en ‘boosheid met liefde’

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden peer delinquency, authoritative control, working alliance, prevention
Auteurs Dr. Adriaan Denkers en Dr. Jan Dirk de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Young people’s delinquent behavior remains a social problem of concern to parents, local residents, teachers, police officers and administrators. With respect to effective interventions, the dominant focus is on ‘what works’. Relatively little is known about ‘who works’. In this study, based on a survey of 679 vmbo-pupils, it was investigated to what extent receiving ‘sternness with love’ from a professional may contribute to mitigating delinquency. For this research, unique graphically supported measuring instruments were developed that enable participants of the target group – including those who suffer from mild intellectual disabilities – to independently fill out the questionnaire. The results based on regression analyses suggest that there is no support for the supposed contribution of the interaction between sternness and love or of the three-way interaction between delinquent friends, sternness and love in explaining the variance of delinquent behavior. The results further show that having delinquent friends is related to participants’ delinquency. The results of these analyses also suggest that the relevant professional’s approach with ‘sternness’ or with ‘love’ moderates the relationship between delinquent friends and committing theft.


Dr. Adriaan Denkers
Dr. A.J.M. Denkers is zelfstandig sociaal wetenschapper en verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Jan Dirk de Jong
Dr. J.D.A. de Jong is lector Aanpak Jeugdcriminaliteit aan de Hogeschool Leiden en verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Risicogedrag van jongeren

In hoeverre verschilt de invloed van leeftijdsgenoten op het beginnen met risicogedrag en aanpassen in risicogedrag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden antisocial behavior, social network analysis, SIENA, subtance use, onset
Auteurs Dr. Aart Franken, Dr. Jan Kornelis Dijkstra, Dr. Zeena Harakeh e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies investigating peer influence on risk behaviors, such as antisocial behavior and substance abuse, mostly study the amount of change in which adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends. Onset of risk behavior, changing form having no experience to having any experience with risk behavior, has been studies far less. This study investigates friends’ influence on the onset of risk behavior and their influence in changes in risk behavior. Hypotheses were tested using SNARE (Social Network Analysis of Risk behavior in Early adolescence) data (N=1.144), containing information on risk behavior (i.e. antisocial behavior, alcohol use, and tobacco use) and friendship networks at three timepoints during the first year of secondary education (Mage= 12.7; SD=0.47). Analyses, using longitudinal social network analysis (RSIENA), showed that although adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends, they are not influence in by their friends in the onset of risk behavior. These findings suggest s more nuanced role of friends in the onset of risk behavior. Interventions aiming at friends might benefit from differentiating between the onset and further (dis)continuation of risk behavior as these friendship influence processes might be less relevant for the onset of risk behavior.


Dr. Aart Franken
Dr. A. Franken is psycholoog NIP (i.o.t. gz-psycholoog) bij de Praktijk voor leer- en gedragsadviezen.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is UHD Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en senior-analist RIEC Noord.

Dr. Zeena Harakeh
Dr. Z. Harakeh is onderzoeker bij TNO, expertisegebied Child Health.

Dr. Wilma Vollebergh
Prof. dr. W.A.M. Vollebergh is emeritus hoogleraar Jeugdstudies aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open In het belang van het slachtoffer

De bijdrage van strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden aan de veiligheidsbeleving van slachtoffers van geweldsdelicten en stalking

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden protection order, victim, safety perception, vulnerability, procedural justice
Auteurs Irma Cleven MSc PhD, Tamar Fischer MSc en Prof. mr. Sanne Struijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This study describes how penal protection orders contribute to victim perceptions of safety, drawing upon data collected via a victim survey (n=101). Perceived victim safety is explored based on the factors of personal vulnerability, procedural justice, and experiences with compliance and enforcement. Results show that more than half of the victims in this study does not feel safer because of the protection order. The effects of the orders are even weaker for feelings of relaxation and feelings of anger about the situation. An increase in perceptions of control over the situation appears to be the most important predictor of an increase in feelings of safety and a decrease in feelings of anger, but is unrelated to an increase in feelings of relaxation. The effect of procedural justice differs per outcome measure. It is associated positively with increased feelings of safety, but negatively with decreased feelings of anger because of the protection order. The positive association with feelings of safety is partly indirect via personal vulnerability. Findings result in various suggestions for future research.


Irma Cleven MSc PhD
I.W.M. Cleven MSc is PhD kandidaat bij de sectie criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Tamar Fischer MSc
Dr. T. Fischer is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. Sanne Struijk
Prof. mr. S. Struijk is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens bijzonder hoogleraar Penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.
Artikel

Crimineel gedrag over de levensloop én over generaties: de rol van het gezin

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational continuity, Criminal behavior, Family, Family relations, Generations
Auteurs Dr. Veroni Eichelsheim
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology, explanations for engagement in externalizing or criminal behavior are often found within the direct (social) environment of the individual. More specifically, family functioning, the quality of family relations and parenting strategies during childhood and adolescence are found to be related to the development of externalizing problems or criminal behavior over the life-course. Although less well studied, the opposite might also be true: externalizing problems or delinquency during childhood and adolescence may in turn also affect some important (family-related) transitions over the life-course, such as engagement in romantic relationships, the transition to parenthood, parenting strategies and broader family functioning. Not surprisingly, in life-course criminology there is increasing attention for familial similarities in externalizing and delinquent behavior. What underlies intergenerational continuity of criminal behavior? Under which circumstances behavior is continued over the course of generations? What is the role of the family? What is needed to break intergenerational cycles and facilitate earlier and more effective interventions? In this article, a literature review is provided on the role of the family in intergenerational continuity of externalizing or criminal behavior over the life-course and across generations.


Dr. Veroni Eichelsheim
Dr. V.I. Eichelsheim is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Kroniek migratierecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2019
Auteurs Marieke van Eik, Wil Eikelboom, Jo-Anne Nijland e.a.

Marieke van Eik

Wil Eikelboom

Jo-Anne Nijland

Hana van Ooijen

Flip Schüller

Marq Wijngaarden

Eva Bezem

Sjoerd Thelosen
Artikel

Access_open De organisatie van het ziekenhuis: integratieproces of Echternach-processie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden belangenverstrengeling, bestuur en toezicht, executive committee, governance, Governance Code Zorg 2017
Auteurs Prof. mr. L.G.H.J. Houwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De integrale bekostiging van ziekenhuizen heeft geresulteerd in de vorming van grootschalige Medisch Specialistische Bedrijven (MSB’s). Voor de verhoudingen binnen de medische staf biedt dit nieuwe samenwerkingsmodel kansrijke perspectieven. In de relatie met het ziekenhuisbestuur manifesteren zich daarentegen hardnekkige governancedilemma’s, namelijk: (i) een meerledige overlegstructuur met de medische staf; (ii) een meervoudige besturing van het ziekenhuis; en (iii) een kwetsbare positionering van de raad van toezicht. Voor een meer evenwichtige en toekomstbestendige governancestructuur wordt, tegen de achtergrond van de actuele ontwikkelingen in de curatieve sector, een verdergaande integratie van medisch specialisten in een gemeenschappelijke ziekenhuisorganisatie bepleit. Naast vormen van werknemersparticipatie of hybride participatiemodellen komt daarvoor met name een coöperatieve ondernemingsvorm in aanmerking die zich dan verder kan doorontwikkelen tot een regionale medische netwerkorganisatie.


Prof. mr. L.G.H.J. Houwen
Louis Houwen is bijzonder hoogleraar privaat-publiek ondernemingsrecht Tilburg University, Tias, School for Business and Society en advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen te Nijmegen.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2017

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2018
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open De daling in jeugddelinquentie: minder risico, meer bescherming?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden crime drop, juvenile delinquency, risk and protective factors, ecological model, self-reported delinquency
Auteurs Dr. André van der Laan, Dr. Josja Rokven, Dr. Gijs Weijters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    According to police statistics, juvenile crime in the Netherlands decreased annually since 2007. Explanations for the crime drop primarily focused on single macro explanations, such as increasing prosperity, focused policing or decreasing alcohol use. The prevalence of self-reported delinquency also dropped in the period 2005 till 2015. In three consecutive cohorts of the Youth Delinquency Survey (YDS; 2005, 2010, 2015) changes in exposure to risk and protective factors offered potential explanations for the drop in juvenile delinquency. Compared to previous cohorts, juveniles in the 2015-cohort were less exposed to risk factors like alcohol use and delinquent friends, and more exposed to protective factors like perceived emotional support, solicitation and monitoring by parents. Amongst serious delinquents, however, the exposure to individual risk behavior and delinquent friends was stable over time. Serious delinquents also showed stability over the cohorts in frequency and seriousness of offenses. The vulnerability for risk and protective factors was consistent amongst the three cohorts, regardless the seriousness of delinquency. Changing social cultural attitudes towards risk behavior, e.g. delinquency, could be an additional explanation for the juvenile crime drop. Implications for theory and policy are discussed.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Josja Rokven
Dr. J. Rokven is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Article

Access_open The Right to Same-Sex Marriage: Assessing the European Court of Human Rights’ Consensus-Based Analysis in Recent Judgments Concerning Equal Marriage Rights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2017
Trefwoorden same-sex marriage, gay marriage, European consensus, margin of appreciation, consensus-based analysis by the ECtHR
Auteurs Masuma Shahid
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution assesses the consensus-based analysis and reasoning of the European Court of Human Rights in recent judgments concerning equal marriage rights and compares it to the Court’s past jurisprudence on European consensus and the margin of appreciation awarded to Member States regarding the issue of equal marriage rights. The contribution aims to analyse whether there is a parallel to be seen between the rapid global trend of legalisation of same-sex marriage and the development or evolution of the case law of the ECtHR on the same topic. Furthermore, it demonstrates that the Court’s consensus-based analysis is problematic for several reasons and provides possible alternative approaches to the balancing of the Court between, on the one hand, protecting rights of minorities (in this case same-sex couples invoking equal marriage rights) under the European Convention on Human Rights and, on the other hand, maintaining its credibility, authority and legitimacy towards Member States that might disapprove of the evolving case law in the context of same-sex relationships. It also offers insights as to the future of European consensus in the context of equal marriage rights and ends with some concluding remarks.


Masuma Shahid
Lecturer, Department of International and European Union Law, Erasmus School of Law, Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 97 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.