Zoekresultaat: 144 artikelen

x
Artikel

Kroniek migratierecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2019
Auteurs Marieke van Eik, Wil Eikelboom, Jo-Anne Nijland e.a.

Marieke van Eik

Wil Eikelboom

Jo-Anne Nijland

Hana van Ooijen

Flip Schüller

Marq Wijngaarden

Eva Bezem

Sjoerd Thelosen
Artikel

Van wet naar loket: bedrijfsregels en agile werken voor een transparante wetsuitvoering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bedrijfsregels, business rule management, agile, transparantie, motiveringsbeginsel
Auteurs Mr. dr. M.H.A.F. Lokin en Mr. J.M. van Kempen
SamenvattingAuteursinformatie

    Geautomatiseerde besluitvorming is bij grote uitvoeringsorganisaties als DUO, SVB en Belastingdienst aan de orde van de dag. Om rechtmatige besluiten te nemen is een vertaalslag nodig van de relevante wetgeving naar specificaties voor de daarbij in te zetten ICT-systemen. Uitvoeringsorganisaties passen daarvoor steeds vaker bedrijfsregels toe. Die bieden een geformaliseerde, maar voor alle betrokkenen begrijpelijke weergave van de wettelijke regels en vormen de basis voor de softwarecode in de applicaties. Werken met bedrijfsregels kan een bijdrage leveren aan naleving van de transparantie-eisen die wetgeving en jurisprudentie aan geautomatiseerde besluitvorming stellen. In dit artikel wordt ingegaan op wat bedrijfsregels zijn, hoe ze transparantie kunnen dienen, en hoe een andere samenwerking tussen wetgever en uitvoerder dat nog verder zou kunnen verbeteren.


Mr. dr. M.H.A.F. Lokin
Mr. dr. M.H.A.F. (Mariette) Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst van het ministerie van Financiën en promoveerde in oktober 2018 aan de Vrije Universiteit Amsterdam op onderzoek naar de wijze waarop regel- of kennisgebaseerd werken in de uitvoering ondersteund kan worden in wetgeving (proces en product).

Mr. J.M. van Kempen
Mr. J.M. (Matthijs) van Kempen is zelfstandig adviseur bij Knowbility en voerde regelbeheersingsprojecten uit bij DUO, het UWV en de Belastingdienst.
Artikel

Misbruik van de wrakingsregeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wraking, Misbruik, Burgerlijk procesrecht, Verschoning, Onpartijdigheid
Auteurs Annemarie van der Kruk
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de rechterlijke macht en de literatuur leeft het beeld dat vaker dan voorheen op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de wrakingsregeling. Of dat daadwerkelijk zo is, kan vanwege het ontbreken van empirisch onderzoek niet worden vastgesteld. In 2018 heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die eventuele oneigenlijke wrakingsverzoeken kunnen terugdringen. De Hoge Raad heeft op 25 september 2018 heldere criteria geschetst voor het toetsingskader van wrakingskamers. Daarnaast hebben de voorzitters van de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal een globale voorzet gedaan voor wijziging van de wrakingsregeling. Beide ontwikkelingen waren aanleiding voor het schrijven van dit artikel.


Annemarie van der Kruk
Mr. A. van der Kruk is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Voorlopige vrijheidsbeperking vooropgesteld

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden voorlopige vrijheidsbeperking, voorlopige hechtenis, schorsing, modernisering strafvordering, ultimum remedium
Auteurs Mr. dr. S. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De regeling van de voorlopige hechtenis verandert mogelijk ingrijpend, blijkens het conceptwetsvoorstel tot vaststelling van Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De rechter krijgt ingevolge dit voorstel de mogelijkheid om in plaats van de voorlopige hechtenis de voorlopige vrijheidsbeperking te bevelen en de schorsing van de voorlopige hechtenis komt te vervallen. De ultimum remedium-gedachte rechtvaardigt dat gekozen wordt voor een systeem waarin de voorlopige vrijheidsbeperking voorop staat. Dat stelsel geniet ook op Europees niveau de voorkeur. De keuze voor dit systeem is evenwel niet geheel zonder risico’s en het vooropstellen van de voorlopige vrijheidsbeperking zal de praktijk ook voor nieuwe uitdagingen stellen. In deze bijdrage worden deze risico’s besproken en wordt een aantal aanbevelingen gedaan tot aanpassing van het voorliggende conceptwetsvoorstel.


Mr. dr. S. Meijer
Mr. dr. S. Meijer is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, raadslid van de afdeling Advies Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

De anomie van machtsillusies

Onbegrensde ambities in de ‘risk and win’-zakenwereld

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden anomie, illusion of control, corporate crime, competition, entitlement
Auteurs dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Generally, large listed companies and banks immersed in a ‘risk and win’-culture do not have to deal with ‘deprivation of resources’ which may trigger violations of the law. The anomie-theory of Merton does not seem to fit in this context. It is more obvious that the pressure to realize lofty ambitions is the trigger for potential violations of the law. I therefore work out a ‘post-Mertonian’ anomie-concept using the ‘European Durkheim’ to examine some excessive tendencies of an originally American ‘risk and win’-culture. The aim is to work towards an anomie-theory of power illusions that makes sense in the context of corporate crime. The leading question is: which anomic attitudes prevail in an over-ambitious corporate culture and which aspirations and rationalizations can be distinguished? It is argued that an approach focused on CEO-personality traits is too limited and that the sociological approaches of Durkheim and Shover offer many points of departure to construct a plausible anomie-theory. The dimensions of that theory have been taken from studies which focus at two criminogenic norm-systems: an ‘ethos of winning at any price’ and an ‘ethos of entitlement’.


dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: b.vanstokkom@jur.ru.nl.
Artikel

Access_open De daling in jeugddelinquentie: minder risico, meer bescherming?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden crime drop, juvenile delinquency, risk and protective factors, ecological model, self-reported delinquency
Auteurs Dr. André van der Laan, Dr. Josja Rokven, Dr. Gijs Weijters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    According to police statistics, juvenile crime in the Netherlands decreased annually since 2007. Explanations for the crime drop primarily focused on single macro explanations, such as increasing prosperity, focused policing or decreasing alcohol use. The prevalence of self-reported delinquency also dropped in the period 2005 till 2015. In three consecutive cohorts of the Youth Delinquency Survey (YDS; 2005, 2010, 2015) changes in exposure to risk and protective factors offered potential explanations for the drop in juvenile delinquency. Compared to previous cohorts, juveniles in the 2015-cohort were less exposed to risk factors like alcohol use and delinquent friends, and more exposed to protective factors like perceived emotional support, solicitation and monitoring by parents. Amongst serious delinquents, however, the exposure to individual risk behavior and delinquent friends was stable over time. Serious delinquents also showed stability over the cohorts in frequency and seriousness of offenses. The vulnerability for risk and protective factors was consistent amongst the three cohorts, regardless the seriousness of delinquency. Changing social cultural attitudes towards risk behavior, e.g. delinquency, could be an additional explanation for the juvenile crime drop. Implications for theory and policy are discussed.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Josja Rokven
Dr. J. Rokven is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Article

Access_open Legal Legitimacy of Tax Recommendations Delivered by the IMF in the Context of ‘Article IV Consultations’

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2017
Trefwoorden legitimacy, International Monetary Fund (IMF), Article IV Consultations, tax recommendations, global tax governance
Auteurs Sophia Murillo López
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution examines the legal legitimacy of ‘Article IV Consultations’ performed by the IMF as part of its responsibility for surveillance under Article IV of its Articles of Agreement. The analysis focuses on tax recommendations given by the Fund to its member countries in the context of Consultations. This paper determines that these tax recommendations derive from a broad interpretation of the powers and obligations that have been agreed to in the Fund’s Articles of Agreement. Such an interpretation leads to a legitimacy deficit, as member countries of the Fund have not given their state consent to receive recommendations as to which should be the tax policies it should adopt.


Sophia Murillo López
Sophia Murillo López, LL.M, is an external PhD candidate at the Erasmus University Rotterdam and a member of the ‘Fiscal Autonomy and its Boundaries’ research programme.
Article

Access_open Legality of the World Bank’s Informal Decisions to Expand into the Tax Field, and Implications of These Decisions for Its Legitimacy

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2017
Trefwoorden World Bank, legality, legitimacy, global tax governance, tax policy and tax administration reforms
Auteurs Uyanga Berkel-Dorlig
SamenvattingAuteursinformatie

    The emergence of global tax governance was triggered by common tax problems, which are now still being faced by international society of nation-states. In the creation of this framework, international institutions have been playing a major role. One of these institutions is the World Bank (Bank). However, those who write about the virtues and vices of the main creators of the framework usually disregard the Bank. This article, therefore, argues that this disregard is not justified because the Bank has also been playing a prominent role. Since two informal decisions taken in the past have contributed to this position of the Bank, the article gives in addition to it answers to the following two related questions: whether these informal decisions of the Bank were legal and if so, what implications, if any, they have for the Bank’s legitimacy.


Uyanga Berkel-Dorlig
Ph.D. candidate in the Department of Tax Law, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands.
Article

Access_open The Right to Same-Sex Marriage: Assessing the European Court of Human Rights’ Consensus-Based Analysis in Recent Judgments Concerning Equal Marriage Rights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2017
Trefwoorden same-sex marriage, gay marriage, European consensus, margin of appreciation, consensus-based analysis by the ECtHR
Auteurs Masuma Shahid
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution assesses the consensus-based analysis and reasoning of the European Court of Human Rights in recent judgments concerning equal marriage rights and compares it to the Court’s past jurisprudence on European consensus and the margin of appreciation awarded to Member States regarding the issue of equal marriage rights. The contribution aims to analyse whether there is a parallel to be seen between the rapid global trend of legalisation of same-sex marriage and the development or evolution of the case law of the ECtHR on the same topic. Furthermore, it demonstrates that the Court’s consensus-based analysis is problematic for several reasons and provides possible alternative approaches to the balancing of the Court between, on the one hand, protecting rights of minorities (in this case same-sex couples invoking equal marriage rights) under the European Convention on Human Rights and, on the other hand, maintaining its credibility, authority and legitimacy towards Member States that might disapprove of the evolving case law in the context of same-sex relationships. It also offers insights as to the future of European consensus in the context of equal marriage rights and ends with some concluding remarks.


Masuma Shahid
Lecturer, Department of International and European Union Law, Erasmus School of Law, Rotterdam.
Artikel

Criminaliteitsconcentraties en microplaatsen

Een toets van de ‘law of crime concentration at places’

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2017
Trefwoorden law of crime concentration, micro places, crime concentrations, criminology of place
Auteurs Prof. dr. Wim Hardyns, Thom Snaphaan MSc. en Prof. dr. Lieven J.R. Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    The spatial concentrations of crime are increasingly being studied in smaller units of analysis. This study examines the extent to which crime levels occur at micro places. Weisburd argues there is a law of crime concentration at micro places. His so-called ‘law of crime concentration at places’ states that within an urban context a limited bandwidth of micro places is associated with a specific cumulative proportion of crime (e.g. 25 or 50 percent of crime in a city). In this study the authors investigate Weisburd’s statement in regard to crime concentrations in two large Belgian cities. Official police crime statistics (PCS) for the period 2004-2012 were used. There are several ways to define and operationalize a micro place. Therefore, this study also examines whether the unit of analysis has implications for the concentration of crime at places. Analyses were conducted at two small levels, namely: grid level (using 200 meters by 200 meters grid cells) and the level of the statistical sector (more or less similar to four digit postcode areas or CBS-neighborhoods). This study shows that the concentrations of crime at grid cells are in line with the findings of Weisburd. This trend is consistent in time, for the types of crime as well as for the two cities involved. The concentrations of crime at the level of the statistical sector appear to be less strong and therefore are not in line with the law of crime concentration at places.


Prof. dr. Wim Hardyns
Prof. dr. W. Hardyns is professor aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Universiteit Gent. Als lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) bestudeert hij de ruimtelijke context van criminele fenomenen en is hij gespecialiseerd in big data toepassingen in het veiligheidsdomein.

Thom Snaphaan MSc.
J.A.J.M. Snaphaan, Msc behaalde zijn diploma van Master in de Veiligheidswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Prof. dr. Lieven J.R. Pauwels
Prof. dr. L.J.R. Pauwels is professor aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Universiteit Gent en co-directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Artikel

Tien jaar Pensioenwet

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst, pensioenuitvoerder, Wijziging (van pensioenovereenkomst), Pensioenwet
Auteurs prof. Erik Lutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De Pensioenwet is in 2007 in werking getreden. Deze wet geeft regels betreffende het – aanvullend – pensioen in de werkgever-werknemersverhouding. De Pensioenwet beoogt aan werknemers financiële en uitvoeringszekerheid te geven, opdat hun pensioenverwachtingen ook uitkomen. Kort na inwerkingtredingen ontstonden hierin al teleurstellingen van werknemers: de financiële en kredietcrisis sloeg een bres in het vermogen van pensioenfondsen en voor veel rechthebbenden waren kortingen nodig. Dit leidde tot een nu al jaren durend debat over de inrichting van het pensioenstelsel in de toekomst. Tegen die achtergrond geeft dit artikel een overzicht van de juridische aandachtspunten van tien jaar Pensioenwet.


prof. Erik Lutjens
Prof. E. Lutjens is hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht en Of Counsel bij DLA Piper.
Artikel

Effecten van informatieverstrekking op agressie van UWV-cliënten

Een experimentele scenariostudie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden experimental scenario study, frustration aggression, informational justice, workplace violence, negative affect
Auteurs Natascha Sprado MSc, Dr. Tamar Fischer en Lisa van Reemst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates the effect of providing information about decision making on aggression of clients of the Dutch Employee Insurance Agency (UWV). The expectation is that providing adequate information leads to a decrease in aggression, because it influences feelings of informational justice and frustration. UWV-clients (N=1.415) participated in an experimental scenario study (adequate vs. limited information providing). Next to aggression, psychological, UWV and social demographic characteristics were measured. Compared to limited information, receiving adequate information results in lower aggression. Clients with more negative affect show more aggression, but receiving adequate information especially reduces aggression in these clients.


Natascha Sprado MSc
N.N. Sprado, MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Ten tijde van de dataverzameling van de beschreven studie was zij masterstudent.

Dr. Tamar Fischer
dr. T.F.C. Fischer is universitair docent bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lisa van Reemst MSc
L. van Reemst, MSc is promovenda bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Actuele opvattingen inzake civiel schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2017
Trefwoorden schadevergoeding, voeging benadeelde partij, onevenredige belasting, convergentie strafrecht/civielrecht
Auteurs Dr. Renée Kool en Mr. dr. Jessy Emaus
SamenvattingAuteursinformatie

    Crime victims’ compensation is a focal point of interest within the present Dutch penal policy. Coming forward as an injured party, crime victims may claim compensation for pecuniary and non-pecuniary damages from the prepetrator. Since the claim is of a subsidiary, civil nature, the decision making may not represent an undue burden to the criminal procedure. To further compensation, the legal criterion for accessibility was extended (2010) and policy measures were taken. The article provides an overview of the most important findings of an evaluation into to date’s practice, paying special attention to the opinion of legal professionals. Focussing on both the preparatory and the trial phase, a multidisciplinary research was executed, combining quantitative and qualitative research methods. The results show an increase of the amount of claims awarded since 2007. To date, victims’ compensation is commonly accepted within the Dutch criminal procedure. Nevertheless, the legal professionals point at the potential draw backs that sprout from the acknowledgment of the victim as a participant within the Dutch criminal proceedings.


Dr. Renée Kool
Dr. Renée Kool is universitair hoofddocent Strafrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum Ucall.

Mr. dr. Jessy Emaus
Mr. dr. Jessy Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra Ucall en Renforce, en is SIM-fellow.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Artikel

De Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet: verbetering of niet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Omgevingswet, grondeigendom, onteigening, herverkaveling
Auteurs Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beschrijft en bespreekt de auteur de consultatieversie van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet. Het artikel bevat een schets en een beoordeling van de instrumenten in de Aanvullingswet.


Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen
Mr. J.R. Vermeulen is advocaat en partner bij Ten Holter Noordam advocaten te Rotterdam.
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Article

Access_open Keck in Capital? Redefining ‘Restrictions’ in the ‘Golden Shares’ Case Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Keck, selling arrangements, market access, golden shares, capital
Auteurs Ilektra Antonaki
SamenvattingAuteursinformatie

    The evolution of the case law in the field of free movement of goods has been marked by consecutive changes in the legal tests applied by the Court of Justice of the European Union for the determination of the existence of a trade restriction. Starting with the broad Dassonville and Cassis de Dijon definition of MEEQR (measures having equivalent effect to a quantitative restriction), the Court subsequently introduced the Keck-concept of ‘selling arrangements’, which allowed for more regulatory autonomy of the Member States, but proved insufficient to capture disguised trade restrictions. Ultimately, a refined ‘market access’ test was adopted, qualified by the requirement of a ‘substantial’ hindrance on inter-State trade. Contrary to the free movement of goods, the free movement of capital has not undergone the same evolutionary process. Focusing on the ‘golden shares’ case law, this article questions the broad interpretation of ‘capital restrictions’ and seeks to investigate whether the underlying rationale of striking down any special right that could have a potential deterrent effect on inter-State investment is compatible with the constitutional foundations of negative integration. So far the Court seems to promote a company law regime that endorses shareholders’ primacy, lacking, however, the constitutional and institutional legitimacy to decide on such a highly political question. It is thus suggested that a refined test should be adopted that would capture measures departing from ordinary company law and hindering market access of foreign investors, while at the same time allowing Member States to determine their corporate governance systems.


Ilektra Antonaki
Ilektra Antonaki, LL.M., is a PhD candidate at Leiden University, The Netherlands.

    This article presents an account of sovereignty as a concept that signifies in jural terms the nature and quality of political relations within the modern state. It argues, first, that sovereignty is a politico-legal concept that expresses the autonomous nature of the state’s political power and its specific mode of operation in the form of law and, secondly, that many political scientists and lawyers present a skewed account by confusing sovereignty with governmental competence. After clarifying its meaning, the significance of contemporary governmental change is explained as one that, in certain respects, involves an erosion of sovereignty.


Martin Loughlin
Martin Loughlin is Professor of Public Law at the London School of Economics and Political Science and EURIAS Senior Fellow at the Freiburg Institute of Advanced Studies (FRIAS).

    This article challenges the assumption, widespread in European constitutional discourse, that ‘national identity’ and ‘constitutional identity’ can be used interchangeably. First, this essay demonstrates that the conflation of the two terms lacks grounding in a sound theory of legal interpretation. Second, it submits that the requirements of respect for national and constitutional identity, as articulated in the EU Treaty and in the case law of certain constitutional courts, respectively, rest on different normative foundations: fundamental principles of political morality versus a claim to State sovereignty. Third, it is argued that the Treaty-makers had good reasons for writing into the EU Treaty a requirement of respect for the Member States’ national identities rather than the States’ sovereignty, or their constitutional identity.


Elke Cloots
Elke Cloots is post-doctoral researcher at the Centre for Government and Law, University of Hasselt.
Toont 1 - 20 van 144 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.