Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 274 artikelen

x
Annotatie

Sluiting school

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 14 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAM:2020:65

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. R.E.R de Knegt
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is parttime docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Sybesma is ook lid van de Raad van Advies van Curaçao en bijzondere rechter bij het GHvJ. Hij is tevens redactielid van het CJB.

Mr. R.E.R de Knegt
Mr. R.E.R. de Knegt is wetenschappelijk medewerker staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Zij is tevens redactiesecretaris van het CJB.
Artikel

Verantwoordelijkheden ten aanzien van de migratiecrisis in het Caribisch deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden asiel, internationale bescherming, migratiecrisis, mensenrechten
Auteurs S. Pamir
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatssecretaris van BZK kan niet blijven volhouden dat het kabinet geen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het asielbeleid in de Caribische landen. Het Caribisch deel van het Koninkrijk kent een groot gebrek aan expliciete wettelijke bepalingen ten aanzien van internationale bescherming. Artikel 36 Statuut vereist dat de landen ten aanzien van deze landsaangelegenheid uit oogpunt van solidariteit – gelet op de huidige migratiecrisis – samenwerken. Er zijn verschillende mogelijkheden om tot een structurele oplossing te komen. Te denken valt aan een rijkswet en concordantie van wetgeving, waarbij altijd rekening moet worden gehouden met inherente verschillen tussen Nederland en de Caribische landen.


S. Pamir
S. Pamir LL.B. is masterstudent Staats- en Bestuursrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Artikel

Verschillen in bestuurlijk toezicht tussen gemeenten en BES-eilanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden toezicht, indeplaatsstelling, artikel 278a Gemw, artikel 34 lid 5 FinBES, goedkeuring, staatsrecht
Auteurs Mr. E.M. Welling
SamenvattingAuteursinformatie

    De inzet van de grove taakverwaarlozingsregeling ten aanzien van het openbaar lichaam Sint Eustatius illustreert de vergaande strekking van het bestuurlijk toezicht op decentrale overheden. Opvallend is dat er tussen het toezichtinstrumentarium op gemeenten en dat op openbare lichamen verschillen bestaan. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillen bij onder andere de bevoegdheid tot indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, spontane vernietiging, de aanwijzingsbevoegdheid en goedkeuring van de begroting. Bovendien wordt ten behoeve van de proportionaliteit en doelmatigheid van het toezicht geadviseerd om verschillen op te heffen.


Mr. E.M. Welling
Mr. E.M. Welling is recent afgestudeerd aan de Radboud Universiteit en heeft ter afronding van haar master Staats- en Bestuursrecht onderzoek gedaan naar het bestuurlijk ingrijpen op Sint Eustatius.
Annotatie

Elhage (2)

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:195

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. R.S.J. Martha
Auteursinformatie

Mr. dr. R.S.J. Martha
Mr. dr. R.S.J. Martha is directeur van het in Londen gevestigde internationale advocatenkantoor, Lindeborg Counselors at Law.
Trending Topics

De aangifte tegen (oud-)bewindslieden in de toeslagenaffaire

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid, ambtsmisdrijven, toeslagenaffaire, ministers, staatssecretarissen
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eerder dit jaar werd namens gedupeerden van de kinderopvangtoeslagenaffaire aangifte gedaan tegen zes (oud-)bewindslieden. Deze (voormalige) ministers en staatssecretarissen zouden zich schuldig hebben gemaakt aan een ambtsmisdrijf. Zij zouden strafrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld, door na te laten wettelijke bepalingen uit te voeren, terwijl dat tot hun taak behoorde. Op basis van een oriënterend onderzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft minister Grapperhaus beslist dat geen strafvervolging zal worden ingesteld. De aangifte roept vele interessante vragen op over de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid, de daarbij toepasselijke bijzondere procedure van artikel 119 Grondwet en de wenselijkheid van een (fundamentele) herziening van het bestaande stelsel.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is senior wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Het standstillbeginsel en de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, standstillbeginsel, Participatiewet, Kieswet, mensenrechten
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel veranderingen die met het VN-verdrag Handicap worden beoogd, komen niet van de ene op de andere dag tot stand. Dat maakt ze echter niet vrijblijvend. Het internationaalrechtelijke standstillbeginsel leert dat verdragsstaten na het aangaan van dergelijke langetermijnverplichtingen niet mogen handelen op een wijze die afbreuk doet aan die verplichtingen. Een preliminair onderzoek in de database Legal Intelligence, dat ten grondslag ligt aan deze bijdrage, suggereert dat dit beginsel zelden aan bod komt bij de regelgeving en jurisprudentie omtrent de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Deze bijdrage laat daarnaast zien dat hier wel aanleiding toe is. Nederland heeft namelijk ten aanzien van ten minste twee verdragsverplichtingen die in deze bijdrage behandeld worden – de toegankelijkheid van het verkiezingsproces en de sociale zekerheid – wellicht tegen deze verplichtingen in gehandeld. Het aankaarten van deze lacune wordt bemoeilijkt doordat Nederland zich nog niet heeft aangesloten bij het optionele protocol bij het verdrag.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Buitenlands nieuws

Het Italiaanse referendum over de vermindering van de ­parlementszetels

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden perfect bicameralisme, constitutionele wet van 12 oktober 2019, parlement, vertegenwoordiging, democratie
Auteurs G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2020 stemde de Italiaanse bevolking in met het verminderen van het aantal zetels van het Italiaanse parlement, dat thans uit 945 leden bestaat. Ongeveer 70 procent van de deelnemers steunde het voorstel om het aantal parlementariërs terug te brengen tot 600. Hoe is het Italiaanse parlement staatsrechtelijk vormgegeven en voor welk probleem is deze hervorming de oplossing?


G. Karapetian
Mr. dr. G. (Gohar) Karapetian is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Het ambacht

Departementale herindeling en ministers zonder portefeuille

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden formatie, artikel 44 Grondwet, portefeuilleverdeling, ministeries, benoemings-KB
Auteurs T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaste jurisprudentielijn is dat de op grond van artikel 43 of 44 Grondwet bij koninklijk besluit vastgestelde departementale indeling of taakomschrijving van een minister bepalend is voor diens bevoegdheid. Dat betekent dat soms een andere minister bevoegd is dan de minister die in de wet wordt genoemd. Het actueel houden van benamingen in wetgeving verdient aanbeveling, maar het betere is hier al snel de vijand van het goede. Bij ministers zonder portefeuille doet zich de moeilijkheid voor dat hun taak in het benoemings-KB slechts in zeer algemene termen pleegt te worden omschreven. Dat kan vragen oproepen over de reikwijdte van hun bevoegdheden. De auteur pleit voor een gedetailleerdere vaststelling van taken van ministers zonder portefeuille in hun benoemings-KB. Verder is er veel voor te zeggen om in de wet uit 1951 die enkele regels bevat over het ambt van minister zonder portefeuille, de tot misverstanden aanleiding gevende aanduiding “minister zonder portefeuille” te moderniseren.


T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Access_open Rechtsmiddelen tegen niet-appellabele kantonuitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Trefwoorden art. 332 lid 1 Rv, art. 80 lid 1 Wet RO, rechtsklachten, kantonrechter, doorbreking
Auteurs Frank Bentvelzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de appelgrens in art. 332 lid 1 Rv en de beperkte cassatiegronden in art. 80 lid 1 Wet RO is beoordeling door een hogere rechter van kantonuitspraken slechts beperkt mogelijk. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter soms als hoogste nationale rechter rechtsregels toepast en uitlegt. Deze bijdrage verkent verruiming van de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie en bespreekt daartoe aanknopingspunten voor ruimere toepassing van de doorbrekingsleer en afschaffing dan wel aanpassing van art. 80 lid 1 Wet RO. Daarbij wordt aandacht besteed aan verruiming in algemene zin, maar ook specifiek gekeken naar verruiming voor gevallen met een Unierechtelijke dimensie.


Frank Bentvelzen
Mr. F.C. Bentvelzen is werkzaam als PhD-fellow bij het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Professioneel ethiekonderwijs voor de ­aankomend overheidsjurist

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden beroepsethiek, overheidsjuristen, onderwijs
Auteurs Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De beroepsethiek van overheidsjuristen wordt traditioneel gericht op het functioneren als poortwachter van de rechtsstaat. Zij ontlenen hun beroepsethisch normenkader aan bovenliggende normen van democratie en rechtsstaat. Beroepsdilemma’s komen daarbij voort uit zich voordoende spanning tussen ambtelijke en juridische verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld die tussen loyaliteit aan de politieke leiding versus het bevorderen van proportionaliteit van bevoegdheden (case Tijdelijke wet maatregelen covid-19) en die van handhaving (case kinderopvangtoeslagen). In de praktijk van de overheidsjurist is de beroepsethiek het resultaat van het omgaan met genoemde dilemma’s. Deze contextuele beroepsethiek van onderop wijkt af van de aan de rechtstaat ontleende beroepsethiek van bovenaf. Er zijn de nodige argumenten om het professionele (universitaire) ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen te richten op een normatieve oriëntatie van onderop. Het bevordert realisme, waakzaamheid voor tegenkrachten en rolvastheid. In het ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen zou dan een empirische en op verantwoording gerichte attitude centraal moeten staan.


Peter van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Objets trouvés

Begrotingswetgeving: vragen bij het wetsvereiste

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Begrotingswet, Budgetrecht, Tweede Kamer, Corona, wetgevingsproductie
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De vele begrotingswijzigingen ten behoeve van de bestrijding van de coronapandemie en de compensatie van de nadelen ervan hebben geleid tot een nog grotere wetgevingsproductie. De vraag is of de voor begrotingsbeslissingen grondwettelijk voorgeschreven wetsvorm nog wel past bij de huidige betekenis en invulling van het parlementaire budgetrecht. Bij de huidige begrotingsbehandeling handelt de Kamer ritueel en stelt zich niet op als medewetgever, vooral door aan de regering over te laten hoe de voorstellen, neergelegd in moties en amendementen, financieel moeten worden gedekt. Overigens maakt de Kamer gedurende het begrotingsjaar geen enkel gebruik van haar initiatiefrecht. Zolang van medewetgeven geen sprake (meer) is, kan het wetsvereiste voor begrotingsbeslissingen vervallen.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Access_open Naar eigen orderegels voor de rijksministerraad

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Koninkrijk, reglement van orde, Rijksministerraad, Statuut, consensusrijkswetgeving
Auteurs Mr. C.M.A.M. Duijf
SamenvattingAuteursinformatie

    De rijksministerraad en de Nederlandse ministerraad vergaderen volgens hetzelfde reglement van orde. In deze bijdrage wordt voorgesteld afzonderlijke orderegels voor de rijksministerraad in het leven te roepen. In deze orderegels kunnen onder andere de termijnen voor aanlevering van de stukken worden vastgelegd en kan voorzien worden in mogelijkheden voor de Caribische landen om de Raden van Advies te horen. Hierdoor worden de Caribische landen beter in staat gesteld hun rol in de rijksministerraad waar te maken. Dit is onder meer van belang omdat de besluiten van de rijksministerraad grote (maatschappelijke) gevolgen kunnen hebben voor de landen. Tijdens de coronacrisis is dit wederom gebleken.


Mr. C.M.A.M. Duijf
Mr. C.M.A.M. Duijf is werkzaam als wetgevingsadviseur bij de Directie Advisering van de Raad van State en als docent Internationaal Publiekrecht aan de Vrije Universiteit en Amsterdam University College. Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Artikel

Afwijken en archipels

Afwijkingsbevoegdheden ten behoeve van noodsituaties in de wetgevingspraktijk sinds de motie-Jurgens c.s.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 2.31, delegatie, Verzamelwet Brexit, Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (IBES)
Auteurs Mr. drs. S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    In een hogere regeling wordt niet toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken. Uitzonderingen daarop zijn experimenteerregelgeving en regelingen ten behoeve van noodsituaties. In dit artikel wordt bekeken hoe deze laatste uitzondering is uitgelegd in de wetgevingspraktijk. De conclusie is dat het begrip ‘noodsituaties’ in die uitzondering extensief wordt uitgelegd. In de praktijk zijn voor regelingen ten behoeve van noodsituaties aanvullende criteria ontstaan, waarvan wordt voorgesteld deze in aanwijzing 2.31 te codificeren.


Mr. drs. S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Access_open De relatieve betekenis van de Grondwet voor de wetgever

Een beschouwing over de Nederlandse juridische grondwetscultuur in de twintigste eeuw

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden grondwetsinterpretatie, grondwetsidee
Auteurs Mr. drs. J.J.J. Sillen
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar de betekenis van de Grondwet voor de wetgever wordt meestal beantwoord met verwijzing naar haar bindende kracht, het toetsingsverbod en de veelvuldige delegatie aan de wetgever. De conclusie is vervolgens dat de Grondwet de wetgever veel vrijheid laat. Ik ben het eens met die conclusie, maar betoog dat deze argumentatie niet het hele verhaal vertelt. Wat ontbreekt is de rol van de Nederlandse grondwetscultuur. Drie elementen van die cultuur worden besproken: het bindende karakter van de Grondwet voor de wetgever, grondwetsinterpretatie en het ontbreken van een visie op welke normen in de Grondwet thuishoren.


Mr. drs. J.J.J. Sillen
Mr. drs. J.J.J. (Joost) Sillen is hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kroniek internationaal privaatrecht Caribische koninkrijksdelen 2010-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Internationaal privaatrecht, internationaal bevoegdheidsrecht, conflictenrecht, internationaal erkennings- en executierecht, internationaal privaatrecht
Auteurs Dr. mr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de belangrijkste ontwikkelingen binnen het internationaal privaatrecht van de Caribische koninkrijksdelen die zich in de periode 2010-2020 hebben voorgedaan besproken.


Dr. mr. M.V.R. Snel
Dr. mr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

Kroniek van het bestuursrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Landsverordeningen administratieve rechtspraak (Lar), mandaat
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de opheffing van het land de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 (10-10-’10) is de bestuursrechtelijke regelgeving grotendeels ongewijzigd overgenomen door de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten. Aruba had al sinds zijn status aparte in 1986 zijn eigen bestuursrechtelijke regelgeving en wetten. Voor Caribisch Nederland (de BES-eilanden) bleef ook grotendeels de oude Nederlands-Antilliaanse wetgeving van kracht. Dat maakt dat de regelgeving van alle Caribische landen en eilanden van het Koninkrijk in het algemeen sterk verouderd is. De bestuursrechtelijke jurisprudentie in de West volgt in het algemeen die in Nederland. Er zijn in het afgelopen decennium geen baanbrekende uitspraken gedaan.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als buitengewoon hoogleraar staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao en maakt deel uit van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Toont 1 - 20 van 274 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.