Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 334 artikelen

x
Peer-reviewed artikel

Regelnaleving in de Nederlandse veehouderij

Misstanden, verklaringen en implicaties voor toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden compliance, veehouderij, neutralisaties, normen, responsive regulation
Auteurs Fiore Geelhoed, Sophie Benerink en Martine Ceton
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse veehouderij staat volop in de aandacht door kwesties als mestfraude, dierenwelzijnskwesties en stikstofnormen. Dit roept vragen op omtrent regelnaleving onder Nederlandse veehouders, zoals welke regels zij al dan niet naleven en welke verklaringen hiervoor te geven zijn. Om deze vraag te beantwoorden is gebruikgemaakt van de data die zijn verzameld in het kader van drie casestudies naar regelnaleving onder varkenshouders, pluimveehouders en de betrokkenheid daarbij van dierenartsen. Deze studies laten zien dat de betrokken veehouders over het geheel genomen allemaal wel eens regels overtreden. Neutralisaties, strain en persoonlijke en sociale normen spelen daarbij een rol. De inzichten die deze studies opleveren, bieden diverse aanknopingspunten voor het versterken van toezicht.


Fiore Geelhoed
Dr. mr. F. Geelhoed werkt als universitair docent bij de Sectie Criminologie, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Sophie Benerink
S.A.M. Benerink, MSc, is medewerker integriteitsbeoordeling bij de Kansspelautoriteit.

Martine Ceton
M.N. Ceton, MSc, is werkzaam als promovendus aan de VU, faculteit Klinische, neuro- en ontwikkelingspsychologie.
Covid-19

Access_open De mededingingsregels tijdens de Covid-19-crisis: een flexibel instrument voor de bescherming van de interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Covid-19, staatssteun, mededingingsregels, Tijdelijke Kaderregeling, Tijdelijk Raamwerk
Auteurs Mr. M.C. van Heezik, Mr. drs L.N.M. van Uden en Mr. L.G.J. Fiorilli
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsregels, waaronder de staatssteunregels, bieden ruimte aan overheden en ondernemingen om de ingrijpende economische gevolgen als gevolg van de Covid-19-crisis op te vangen. In tijdelijke kaders heeft de Europese Commissie uiteengezet welke bijzondere steunmaatregelen en welke samenwerkingsvormen tussen concurrerende ondernemingen zijn toegestaan. Om snel ingrijpen mogelijk te maken heeft de Commissie voorzien in flexibele procedures die op korte termijn rechtszekerheid bieden. In deze bijdrage bespreken wij de specifieke invulling van de mededingingsregels in de tijdelijke kaders en gaan wij in op de vraag wat de tijdelijke materiële en procedurele flexibiliteit betekent voor de toekomst van deze regels.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. (Greetje) van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Mr. drs L.N.M. van Uden
Mr. drs. L.N.M. (Lumine) van Uden is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Mr. L.G.J. Fiorilli
Mr. L.G.J. (Lorenzo) Fiorilli is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Rechtsbescherming

Nieuwe richtlijn over bescherming klokkenluiders in de Europese Unie: inhoud en eerste analyse

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden klokkenluiders, rechtsbescherming, uitingsvrijheid, arbeidsrecht
Auteurs Mr. E.W. Jurjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In een nieuwe richtlijn is de bescherming van klokkenluiders in Europa, geïnspireerd door onder meer artikel 10 EVRM, gecodificeerd. De richtlijn biedt een bredere bescherming voor klokkenluiders dan momenteel naar Nederlands recht geldt, maar beperkt deze bescherming wel tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op specifieke delen van het Unierecht. De Nederlandse wetgever zal moeten bezien hoeveel gebruik er gaat worden gemaakt van de ruimte die de richtlijn biedt om verdergaande bescherming te realiseren, in het bijzonder door de bescherming uit te breiden tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op andere (rechts)gebieden.
    Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, PbEU 2019, L 305


Mr. E.W. Jurjens
Mr. E.W. (Emiel) Jurjens is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Vrij verkeer

De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn voor mensen met een handicap: grondrechtenbevordering binnen de Europese interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden toegankelijkheid, interne markt, personen met een beperking, grondrechten, VN-verdrag handicap
Auteurs Prof. mr. dr. S. de Vries en Mr. T. de Sterke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de in april 2019 aangenomen Europese Toegankelijkheidsrichtlijn wordt gepoogd de toegankelijkheid van producten en diensten voor personen met een beperking te verbeteren. De richtlijn geeft hiermee uitvoering aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit artikel beschrijft de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn, de belangrijkste kenmerken ervan en wat de te verwachten toegevoegde waarde van de richtlijn zal zijn.
    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, PbEU 2019, L 151/70.


Prof. mr. dr. S. de Vries
Prof. mr. dr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht en Jean Monnet leerstoelhouder.

Mr. T. de Sterke
Mr. T. (Thijs) de Sterke is recent afgestudeerd van de masteropleiding Europees Recht aan de Universiteit Utrecht.

    In dit artikel trachten de auteurs de vraag te beantwoorden in hoeverre de groene koers van mededingingsautoriteiten ook de concentratiecontrole zal of zou kunnen/moeten beïnvloeden. Tegen de achtergrond van de groene ambitie van de EU en de ACM lijkt dit waarschijnlijk en zullen marktpartijen bij het beoordelen van de mededingingsrisico’s van een transactie ook rekening moeten gaan houden met de (mogelijke oplossingen voor) effecten van een transactie op duurzaamheid.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.

Inès Lulof
Mr. I.I. Lulof is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Artikel

Access_open Bescherming van derdelandmigranten tegen arbeidsuitbuiting in de EU

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Migratie, Derdelanders, Arbeidsuitbuiting
Auteurs Mr. drs. Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Arbeidsmigratie is in de EU een belangrijk en actueel onderwerp. Enerzijds, omdat steeds meer landen in de EU te kennen geven dat ze voor het op peil houden van het arbeidspotentieel hun toevlucht moeten nemen tot het aantrekken van arbeidsmigranten van buiten de EU. Anderzijds blijkt dat er regelmatig sprake is van uitbuiting van deze arbeidsmigranten. In EU-wetgeving in het algemeen en de regulering van migratie van onderdanen van derde landen (derdelanders) naar de EU in het bijzonder wordt aandacht besteed aan de kwetsbare positie van derdelanders en een eerlijke behandeling. Het doel van migratiewetgeving is echter met name ook het beheersen van migratie, het bestrijden van illegale migratie en het stimuleren van economische ontwikkeling. Deze verschillende doelen kunnen met elkaar botsen. In dit artikel wordt onderzocht wat de invloed is van de EU-migratiewetgeving op de uitbuiting van arbeidsmigranten.


Mr. drs. Gerrie Lodder
Mr. drs. G.G. Lodder is werkzaam als onderzoeker en docent bij het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Annotatie

One train! (but different working conditions)

CJEU 19 December 2019, C-16/18, ECLI:EU:C:2019:1110 (Michael Dobersberger v Magistrat der Stadt Wien)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Posting of workers, International train, Transport sector, Subcontracting, Short-term posting
Auteurs Marco Rocca
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dobersberger decision of the Court of Justice of the European Union deals with the legal situation of posted workers on an international train. These workers, employed by a Hungarian company and based in Hungary, operate on a train connecting Budapest with Salzburg and Munich. The Court concludes against their inclusion under the Posting of Workers Directive, considering their connection to the Austrian territory as too limited. This decision is based on a selective representation of the facts and sits difficultly with the letter of the law and the intention of the legislator.


Marco Rocca
Dr. M. Rocca is werkzaam als CNRS Researcher aan de University of Strasbourg, UMR 7354 DRES, France, https://marcorocca.wordpress.com, mrocca@unistra.fr.
Wetenschap en praktijk

Leveranciers van elektriciteit en warmte in financiële moeilijkheden: een verkenning van de wettelijke regelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden energie, warmtewet, banken, noodsituatie, faillissement
Auteurs Mr. drs. P. van Asperen en Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken de auteurs de regelingen uit de Elektriciteitswet 1998 en de Warmtewet die gericht zijn op het voorkomen van financiële problemen dan wel de toezichthouder de mogelijkheid geven in te grijpen als dat nodig is. Deze regelingen zijn bedoeld ter bescherming van afnemers tegen die situaties waarbij een leverancier van elektriciteit of warmte in de financiële problemen komt. Zij vergelijken deze regelingen met de regelingen uit de Wet op het financieel toezicht of Europese regelgeving gericht op het voorkomen van financiële problemen bij banken. De auteurs kiezen voor deze vergelijking met banken omdat deze ondernemingen, net als bij elektriciteit en warmte, een maatschappelijke functie kunnen vervullen. De vraag die zij stellen, is of de regelingen voor banken een inspiratiebron kunnen zijn voor het waarborgen van de belangen van de afnemers van elektriciteit en warmte.


Mr. drs. P. van Asperen
Mr. drs. P. (Peter) van Asperen is senior jurist bij de Autoriteit Consument & Markt en als buitenpromovendus internationale financiering verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Rulings

ECJ 1 December 2020, Case C-815/18 (Federatie Nederlandse Vakbeweging), Applicable Law, Posting of Workers and Expatriates

Federatie Nederlandse Vakbeweging – v – Van den Bosch Transporten BV, Van den Bosch Transporte GmbH, Silo-Tank Kft, Dutch case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Applicable Law, Posting of Workers and Expatriates
Samenvatting

    Posting of Workers: Directive 96/71/EC applies to the road transport sector. A worker is posted if his/her work has a sufficient connection with the host country.The ECJ’s summary of the case is available on: https://curia.europa.eu/jcms/jcms/p1_3345527/en/

    In a summary proceeding, the Court of Rotterdam has held that it is not clear whether the Non-Seafarers Work Clause, prohibiting lashing work on board of container ships being carried out by the crew, does indeed contribute to better employment and/or working conditions of seafarers. As a result of which the Clause – at this time – cannot be held to be outside the scope of competition law and the claim for compliance with the provision has been rejected. In the media, unions have stated that they will continue to enforce compliance with the Non-Seafarers Work Clause. It remains to be seen whether a court in main proceedings will reach a similar verdict.


Erick Hagendoorn
Erick Hagendoorn is an attorney-at-law at HerikVerhulst N.V., Rotterdam.

    This article focuses on the posting of workers in the aviation industry. The main problem is that it is not clear in which situations the Posting of Workers Directive should be applied to aircrew (i.e. cabin crew and pilots). The aviation sector is characterised by a very mobile workforce in which it is possible for employees to provide services from different countries in a very short timeframe. This makes it, to a certain extent, easier for employers to choose the applicable social legislation, which can lead to detrimental working conditions for their aircrew. This article looks into how the Posting of Workers Directive can prevent some air carriers from unilaterally determining the applicable social legislation and makes some suggestions to end unfair social competition in the sector. This article is based on a research report which the authors drafted in 2019 with funding from the European Commission (hereafter the ‘Report’)


Gautier Busschaert
Gautier Busschaert (PhD) is senior associate at the Brussels law firm Van Olmen & Wynant.

Pieter Pecinovsky
Pieter Pecinovsky (PhD) is counsel at the Brussels law firm Van Olmen & Wynant.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Article

Access_open The Potential of Positive Obligations Against Romaphobic Attitudes and in the Development of ‘Roma Pride’

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Roma, Travellers, positive obligations, segregation, culturally adequate accommodation
Auteurs Lilla Farkas en Theodoros Alexandridis
SamenvattingAuteursinformatie

    The article analyses the jurisprudence of international tribunals on the education and housing of Roma and Travellers to understand whether positive obligations can change the hearts and minds of the majority and promote minority identities. Case law on education deals with integration rather than cultural specificities, while in the context of housing it accommodates minority needs. Positive obligations have achieved a higher level of compliance in the latter context by requiring majorities to tolerate the minority way of life in overwhelmingly segregated settings. Conversely, little seems to have changed in education, where legal and institutional reform, as well as a shift in both majority and minority attitudes, would be necessary to dismantle social distance and generate mutual trust. The interlocking factors of accessibility, judicial activism, European politics, expectations of political allegiance and community resources explain jurisprudential developments. The weak justiciability of minority rights, the lack of resources internal to the community and dual identities among the Eastern Roma impede legal claims for culture-specific accommodation in education. Conversely, the protection of minority identity and community ties is of paramount importance in the housing context, subsumed under the right to private and family life.


Lilla Farkas
Lilla Farkas is a practising lawyer in Hungary and recently earned a PhD from the European University Institute entitled ‘Mobilising for racial equality in Europe: Roma rights and transnational justice’. She is the race ground coordinator of the European Union’s Network of Legal Experts in Gender Equality and Non-discrimination.

Theodoros Alexandridis
Theodoros Alexandridis is a practicing lawyer in Greece.
Artikel

Is datagedreven risicogebaseerd toezicht op termijn effectief?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden data, risicogebaseerd toezicht,, sciencedatagedreven toezicht, agentgebaseerd modelleren, inspecteurs
Auteurs Haiko van der Voort, Ivo Sedee, Tom Booijink e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke effecten kunnen we op termijn verwachten als inspecteurs op basis van data risicogebaseerd gaan werken? We hebben een agentgebaseerd model ontwikkeld waarmee we verschillende scenario’s kunnen testen. Het model bevestigt het potentieel van datagedreven toezicht op de effectiviteit voor inspecties. Maar het waarschuwt ook voor bias, omdat met datagedreven toezicht alleen data van risicovolle bedrijven worden verkregen. Een beperkt aantal willekeurige inspecties kan de datakwaliteit al fors doen toenemen. Daarmee waarschuwen we voor te veel optimisme over de efficiëntie van datagedreven risicogebaseerd toezicht. Bovendien reiken we een model aan waarmee een optimum tussen datagedreven en willekeurige inspecties te bepalen is.


Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Ivo Sedee
I.R. Sedee Msc is junior adviseur bij Antea Group.

Tom Booijink
Ir. T.J.P. Booijink is coördinator van het data science cluster bij de NVWA.

Elske van der Vaart
Dr. E.E. van der Vaart is data scientist bij de NVWA.
Artikel

Waarom dronepiloten toch in no fly zones vliegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden drones, weerstand, toezicht, regelgeving, gedrag
Auteurs Stephanie Wassenburg, Tess Beke, Han Pret e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Een scherpe stijging in het aantal drones en snelle vorderingen in dronetechnologie creëren nieuwe mogelijkheden en risico’s voor veiligheid en privacy. Door een beperkte toezichtcapaciteit is er behoefte aan gedragsinterventies die spontane naleving stimuleren. Het huidige onderzoek beschrijft psychologische factoren, zoals weerstand, die het regelnalevingsgedrag van dronepiloten beïnvloeden omtrent vliegen in no fly zones (gebieden waar men niet met een drone mag vliegen). De gemodelleerde antwoorden van 843 dronepiloten laten zien dat twee typen weerstand, inertie en scepticisme, invloed hebben op het gedrag van dronepiloten. Dit artikel beschrijft hoe deze inzichten door toezichthouders kunnen worden gebruikt om gewenst gedrag te bevorderen.


Stephanie Wassenburg
Dr. S.I. Wassenburg is gedragsonderzoeker/data scientist bij de Inspectie Leefomgeving & Transport, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Tess Beke
T.J. Beke, MSc is promovenda bij het Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen.

Han Pret
J. Pret, EMoC is senior adviseur bij de Inspectie Leefomgeving & Transport, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Barbara Müller
Dr. B.C.N Müller is universitair docent bij het Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Naar een toekomstbestendig compensatiesysteem voor verkeersongevallen

Over zelfrijdende auto’s, herstelgerichte schadeafwikkeling en de mogelijkheden van een systeem van directe schadeverzekering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden zelfrijdende auto, herstelgerichte schadeafwikkeling, procedurele rechtvaardigheid, directe verzekering, WA-direct
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees en Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Nieuwe ontwikkelingen, zoals de opkomst van de zelfrijdende auto en het groeiende inzicht in het anti-therapeutische effect van de afwikkeling van letselschade, leiden tot het hernieuwd overdenken van ons compensatiesysteem voor verkeersongevallen. Het Verbond van Verzekeraars begint in 2021 met WA-direct, een eerste innovatieve stap, nog op basis van het huidige aansprakelijkheidsrecht maar met het oog op meer. In dit artikel worden deze ontwikkelingen besproken en met elkaar in verband gebracht. De mogelijkheden van een stelsel van directe schadeverzekering worden vergeleken met die van het aansprakelijkheidsrecht en WA-direct.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).

Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
Prof. mr. dr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).

    Within the context of a transfer of undertaking in an asset reliant group of companies, the court should not just focus on whether the assets have been transferred between the two separate group companies, but also on whether one group company had actual control over the operation of the other group company.


Zef Even
Zef Even is a partner at SteensmaEven, Rotterdam, professor at Erasmus School of Law and editor-in-chief of EELC.

Eva Poutsma
Eva Poutsma is an attorney-at-law at SteensmaEven, Rotterdam.
Artikel

Over autonome auto’s, een bestuurderloze toekomst en nieuwe risico’s

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden bestuurder, autonome auto, hacken, cybersecurity, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. dr. N.E. Vellinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van volledig zelfrijdende of autonome auto’s doet vele juridische vragen rijzen doordat zelfrijdende auto’s geen bestuurder hebben. Deze vragen rijzen onder meer ten aanzien van de toepassing van bepalingen van het RVV 1990 en de WVW 1994 die de bestuurder als normadressaat hebben. Daarnaast komen aspecten van cybersecurity aan bod in dit artikel. Er wordt in deze bijdrage onder meer een voorstel tot wijziging van artikel 6 WVW 1994 gedaan, om zo te voorzien in een bestuurderloze toekomst.


Mr. dr. N.E. Vellinga
Mr. dr. N.E. Vellinga is postdoc bij de vakgroep Transboundary Legal Studies aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 334 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.