Zoekresultaat: 73 artikelen

x
Covid-19

Access_open Social distancing voor lidstaten: grenscontroles en vrij verkeer in tijden van covid-19

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Schengen, vrij verkeer personen, EU burgerschap, covid-19, binnengrenzen, Europees Recht
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    De razendsnelle verspreiding van covid-19 binnen de EU leidde ertoe dat lidstaten afzonderlijk een groot aantal maatregelen namen om de verspreiding van het virus in te dammen. Deze vormden een belangrijke beperking van het vrij reizen binnen de EU, als ook van de mogelijkheden om van buiten Europa in te reizen. In deze bijdrage verkennen wij het (ontbreken van een) juridisch kader op EU-niveau voor de herinvoering van controles aan de binnengrenzen en het verbieden van niet-essentiële reizen op grond van de volksgezondheid.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is Universitair Docent Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is hoogleraar Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Leiden.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/68

HR 7 april 2020, 19/03282, ECLI:NL:HR:2020:626

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Artikel

Mogelijkheden voor het beter waarborgen van het verschoningsrecht door beheerst gebruik van machine learning

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verschoningsrecht, eDiscovery, inbeslagneming, geheimhoudersofficier
Auteurs H.B.J. Sluijsmans MSc en Mr. V.J.C. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Opsporingsdiensten moeten vaak geheimhouderstukken filteren uit grote hoeveelheden data. Auteurs bespreken de uitgangspunten en relevante opsporingsbelangen bij een dergelijke ‘schoning’. Artikel 98 Sv en artikel 126aa Sv vullen die uitgangspunten en belangen verschillend in. Machine learning is in staat om op basis van objectief gekozen startsets de schoning (deels) geautomatiseerd uit te voeren. Deze methode voorkomt dat opsporingsambtenaren onnodig kennisnemen van de inhoud van geheimhouderstukken en zorgt dat het opsporingsonderzoek niet onnodig vertraagt. Auteurs presenteren de eerste resultaten van een dergelijke schoning in Nederland, en bespreken hoe machine learning ook in het huidig wettelijk kader kan worden ingepast.


H.B.J. Sluijsmans MSc
H.B.J. Sluijsmans MSc is partner bij Forcyd B.V.

Mr. V.J.C. de Bruijn
Mr. V.J.C. de Bruijn is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Artikel

De veiligheidsnormering voor primaire waterkeringen onder de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden waterveiligheid, primaire waterkeringen, normering, omgevingswaarden, Invoeringsbesluit Omgevingswet
Auteurs Mr. drs. ing. T. (Ton) Lavrijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Primaire waterkeringen beschermen ons land tegen overstromingen. De Waterwet bevat normen voor deze waterkeringen. Deze normen krijgen met het Invoeringsbesluit Omgevingswet als omgevingswaarden een plek in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In dit artikel wordt de voorgenomen inbouw van de waterveiligheidsnormen in het Bkl besproken. De parlementaire behandeling van deze normstelling in het stelsel van de Omgevingswet komt aan bod. Ook komt de kwalificatie van de omgevingswaarden als resultaatsverplichting aan de orde, evenals de uitzonderingen waar een beroep op kan worden gedaan als niet aan de omgevingswaarden wordt voldaan.


Mr. drs. ing. T. (Ton) Lavrijsen
Mr. drs. ing. T. Lavrijsen is juridisch adviseur bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Tot 14 oktober 2019 was hij bestuurlijk-juridisch adviseur bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Interview

Access_open De grote toezichtinterviewestafette – deel 2: AFM

Goed toezicht is niet uit te drukken in één kernwaarde

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Autoriteit Financiële Markten, Hanzo van Beusekom, domeinoverstijgend toezicht
Auteurs Rein Halbersma en Karin van Wingerde
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor deze editie van het estafette-interview spraken Rein Halbersma en Karin van Wingerde namens de redactie van Tijdschrift voor Toezicht met Hanzo van Beusekom. Van Beusekom trad in juni 2018 toe tot de raad van bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), waarvoor hij eerder tussen 2003 en 2010 ook al werkzaam was. Binnen het bestuur van de AFM is hij verantwoordelijk voor domeinoverstijgend toezicht en voor vernieuwing. Hij ziet het als zijn belangrijkste opdracht om het toezicht van de AFM meer data- en technologiegedreven te maken. Halbersma en Van Wingerde spreken met Van Beusekom onder meer over zijn terugkeer naar de AFM, over de kernwaarden van de AFM en over de uitdagingen waarvoor toezichthouders zich gesteld zien in een toenemende globale en digitale wereld.


Rein Halbersma
Dr. R.S. Halbersma is onderzoekscoördinator bij de Kansspelautoriteit en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Karin van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en als academic research partner verbonden aan de Kansspelautoriteit. Zij is lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor Criminal Law and Criminal Procedure.
Artikel

De beslispraktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een kwalitatieve studie naar de beoordeling van verzoeken tot tegemoetkoming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden slachtoffers, geweldscriminaliteit, schade, tegemoetkoming, beslispraktijk
Auteurs Mara Huibers MSc., Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Dr. mr. Sigrid van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims who suffer severe damages due to the act of a violent crime can request state compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). VOCF workers who decide on these requests use their discretionary powers to translate the VOCF’s rules and policy into concrete actions. This study investigated (1) to what extent these VOCF workers match Lipsky’s definition of street-level bureaucrats and (2) what routines and heuristics they use to deal with time and information constraints. On the basis of document analysis and interviews, we found that the decision makers of the VOCF can to a certain extent be seen as street-level bureaucrats. To make decisions timely, some of them use routines such as the ‘downstream orientation’. This means that they award requests for compensation if they think that the applicant would be able to successfully contest a rejecting decision. To deal with a lack of information, they sometimes include a review clause in the text of a rejection decision. The use of heuristics was not found among the lawyers who decide in first instance, but in case of appeal hearings heuristics such as the affect and representativeness heuristic seem to play a role in the decision-making process. Future research should investigate whether these routines and heuristics lead to disparities in outcomes.


Mara Huibers MSc.
Mara Huibers is docent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden.

Dr. mr. Sigrid van Wingerden
Sigrid van Wingerden is universitair hoofddocent criminologie aan Universiteit Leiden.
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Artikel

Access_open De civiele kamer en de prejudiciële procedure: kritisch doch loyaal aan het Hof van Justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, nationale rechters, motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Jasper Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De civiele kamer van de Hoge Raad treedt steeds vaker op als Unierechter en schuwt niet om te verwijzen. Er is echter weinig bekend over de motieven van de kamer om prejudiciële vragen te stellen en de manier waarop de antwoorden van het HvJ vervolgens worden gebruikt door de kamer. Om deze twee vragen te beantwoorden is er een uitgebreide analyse van de rechtspraak van de kamer uitgevoerd in combinatie met acht interviews met (oud-)raadsheren en A-G’s. Dit artikel toont aan dat de kamer uiterst loyaal is wat betreft het verwijzen en de inbedding ondanks dat raadsheren niet met alle antwoorden van het HvJ even tevreden waren.


Jasper Krommendijk
Dr. J. Krommendijk, LLM is universitair hoofddocent internationaal en Europees Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Annotatie

De ISU-beschikking; rijdt de Commissie een scheve schaats?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden ISU, doelbeperking, gevolgbeperking, sport en mededinging, marktordening
Auteurs Felix Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie geoordeeld dat de regels van de ISU op grond waarvan schaatsers die aan niet-geautoriseerde wedstrijden van derden meedoen een langdurige of zelfs levenslange schorsing riskeren, in strijd zijn met het mededingingsrecht. De Commissie concludeert dat de ISU-regels een doelbeperking zijn in de zin van artikel 101 VWEU. In deze annotatie wordt besproken of deze zaak zich wel leent voor beoordeling als doelbeperking in plaats van gevolgbeperking, en of artikel 101 VWEU überhaupt wel zou moeten worden toegepast. Als laatste wordt kort besproken of dergelijke zaken wel zouden moeten worden beoordeeld onder het mededingingsrecht.


Felix Roscam Abbing
Mr. F.A. Roscam Abbing is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Vrij verkeer

Bescherming van wezenlijke nationale belangen en de aanbestedingsplicht

Rechtstreekse gunning van overheidsopdrachten als ultimum remedium

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Artikel 346 lid 1 VWEU, Richtlijn 2004/18/EG, Richtlijn 92/50/EEG, wezenlijke nationale veiligheidsbelangen, fundamentele vrijheden, Aanbestedingsrecht
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. A.J.M. Louwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 20 maart 2018 inzake Europese Commissie tegen de Republiek Oostenrijk verduidelijkt het Hof van Justitie onder welke voorwaarden het lidstaten is toegestaan om af te zien van een Europese aanbesteding door zich te beroepen op de bescherming van wezenlijke nationale veiligheidsbelangen. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten hierin weliswaar een beoordelingsmarge toekomt, maar dat de lidstaat die zich op deze uitzondering beroept moet kunnen aantonen dat die belangen niet anders beschermd hadden kunnen worden. Ook Nederland verkent de mogelijkheden voor verruiming van deze uitzonderingsgrond. Gelet op de groeiende publieke aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens en nationale veiligheid, biedt deze zaak concrete aanknopingspunten om te toetsen wanneer een uitzondering op de aanbestedingsplicht wegens wezenlijke veiligheidsbelangen gerechtvaardigd is.
    HvJ 20 maart 2018, zaak C-187/16, Europese Commissie/Republiek Oostenrijk (Oostenrijkse Staatsdrukkerij), ECLI:EU:C:2017:578.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. A.J.M. Louwers
Mr. A.J.M. (Noud) Louwers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Peer-reviewed artikel

Nieuwe bevoegdheden van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting

Adequate rechtsbescherming voor zorgaanbieders gewaarborgd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o., toezicht, actieve openbaarmaking van inspectiegegevens, aanwijzingsbevoegdheid, rechtsbescherming
Auteurs Ton Duijkersloot, Alina Koelewijn en Karen Top
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe aanwijzingsbevoegdheid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. ten aanzien van de organisatiestructuur van zorgaanbieders op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg en op de wettelijke grondslag die is gecreëerd in de Gezondheidswet voor het actief openbaar maken van bepaalde toezichtgegevens door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. Is bij deze nieuwe bevoegdheden de rechtsbescherming van zorgaanbieders door de bestuursrechter op adequate wijze gewaarborgd? Zijn in het bijzonder de waarborgen van de artikelen 6 en 8 EVRM gerespecteerd? Naar het oordeel van de auteurs kan dit worden betwijfeld en ligt hier een taak voor de wetgever.


Ton Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan The Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).

Alina Koelewijn
Mr. A. Koelewijn is werkzaam als jurist bij de Raad van State.

Karen Top
Mr. C.G. Top is afgestudeerd voor de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en volgt thans de master Strafrecht aan de VU.
Artikel

De naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.
Artikel

Ontslag vanwege een hoofddoek; de arresten Achbita en Bougnaoui en de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden directe en indirecte discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, religieuze symbolen op de werkplek, rechtvaardigingsgronden, Richtlijn 2000/78/EG, College voor de Rechten van de Mens
Auteurs Mr. A. Swarte en Mr. dr. J.P. Loof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich op 14 maart 2017 in twee verschillende zaken uitgesproken over het ontslag van een vrouwelijke werknemer vanwege het dragen van een islamitische hoofddoek. Naar beide arresten werd al enige tijd met spanning uitgekeken, onder meer vanwege de eerder gepubliceerde volkomen uiteenlopende conclusies van advocaten-generaal Kokott en Sharpston. Het Hof van Justitie lijkt veel ruimte te laten aan werkgevers om het dragen van religieuze symbolen op de werkplek te verbieden, mits zo’n verbod op een algemene en neutrale manier geformuleerd wordt. Er blijven echter veel vragen onbeantwoord en daardoor is onduidelijk hoe richtinggevend de arresten nu precies zijn.
    HvJ 14 maart 2017, zaak C-157/15, Samira Achbita/G4S Secure Solutions NV, ECLI:EU:C:2017:203 en zaak C-188/15, Asma Bougnaoui/Micropole SA, ECLI:EU:C:2017:204


Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. dr. J.P. Loof
Mr. dr. J.P. (Jan-Peter) Loof is wnd. ondervoorzitter onderzoek & advies van het College voor de Rechten van de Mens en doceert staatsrecht en mensenrechten aan de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Transparantie van het wetgevingsproces: een kijk vanuit de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingsproces, wetgevingsprocedure, openbaarheid, transparantie, internetconsultatie
Auteurs Mr. T.C Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt een overzicht te bieden van relevante actuele ontwikkelingen op het terrein van transparantie van het wetgevingsproces in Nederland. Dit naar aanleiding van de op 24 februari 2017 uitgebrachte kabinetsnotitie over dit onderwerp. Belangrijke dilemma’s zijn het vinden van een balans tussen het belang van transparantie en het belang van beleidsintimiteit en het feit dat transparantie tijd en geld kost. In deze bijdrage wordt ingegaan op enkele specifieke onderwerpen die in de kabinetsnotitie wel – en in één geval juist niet – zijn belicht: de ‘lobbyparagraaf’ in de toelichting bij wettelijke regelingen, internetconsultatie, de ‘wetgevingskalender’ en transparantie in de Raad-van-State-fase.


Mr. T.C Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is coördinerend raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Een kijkje in de kaarten van de wetgever: de moeizame ontwikkeling naar een werkelijk transparant en toegankelijk wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden transparantie wetgevingsproces, participatie, legitimiteit
Auteurs Prof. dr. W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kabinet heeft, blijkens een recente brief over de transparantie van wetgeving, transparantie van het wetgevingsproces hoog in het vaandel. In dit artikel loop ik een aantal ontwikkelingen in eigen land en in andere landen langs die het verhogen van de transparantie van het wetgevingsproces tot doel hebben. De bijdrage laat zien dat transparantie van het wetgevingsproces geen doel op zich is, het is slechts een middel om de toegankelijkheid van het wetgevingsproces – en dat dan in termen van de mogelijkheden om goed geïnformeerd te kunnen meeweten, meedenken en wellicht zelfs op enigerlei wijze deel te kunnen nemen aan de beslissingen (participatie) – te borgen of te verhogen. Voor het draagvlak – de legitimiteit – van wettelijke regels zijn transparantie en de daardoor mogelijk gemaakte participatie van burgers (rechtstreeks of via hun vertegenwoordigers) van groot belang. Het artikel concludeert met de vaststelling dat het Nederlandse wetgevingsproces niet erg transparant is in de zin dat het buitenstaanders buiten de kring van de wetgevingsactoren zelf actief uitnodigt tot het deelnemen aan het debat over de beleidsvorming via wetgeving. De voornemens uit de brief van het kabinet veranderen daar niet veel aan.


Prof. dr. W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. (Wim) Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en Wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Publiekrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van diezelfde universiteit.
Artikel

Het gebruik van patiëntgegevens in de nieuwe klachtenprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Klachtrecht, Wkkgz, patiëntgegevens, verdediging, art. 6 EVRM
Auteurs Mr. C.E. Philips-Santman
SamenvattingAuteursinformatie

    De heersende opvatting dat voor het gebruik van patiëntgegevens in een klachtenprocedure uitdrukkelijke toestemming van een patiënt nodig is, moet in het kader van de inwerkingtreding van de Wkkgz worden heroverwogen. Twee belangrijke wijzigingen in het klachtrecht geven daarvoor aanleiding: (1) een zorgaanbieder is voor de interne behandeling van een klacht niet langer verplicht gebruik te maken van een onafhankelijke klachtencommissie en (2) een zorgaanbieder is verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie die (in tweede instantie) bij wege van bindend advies over een klacht oordeelt. Als een zorgaanbieder zelf een oordeel velt over de gegrondheid van een klacht moet het gebruik van patiëntgegevens in dat kader ook zonder toestemming van de patiënt mogelijk zijn. De procedure bij een geschilleninstantie valt onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 EVRM. De daarmee samenhangende waarborgen zouden ook van toepassing moeten zijn op de afhandeling van een klacht in ‘eerste aanleg’.


Mr. C.E. Philips-Santman
Cezanne Philips-Santman (34 jaar) is docent/onderzoeker in de sectie ethiek en recht van de gezondheidszorg in het LUMC. De auteur dankt Dick Engberts voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Aanpassing afstammings- en gezagsrecht gewenst voor ongehuwd samenwonende ouders

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden informal cohabitation, law of parentage, parental responsibilities, parental authority, child protection
Auteurs Prof. mr. W.M. Schrama
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article attention will be paid to the radical societal changes in respect of informal cohabitation. The rate of extramarital child birth has increased to over 50% of all first-born children. Family law is traditionally focused on marriage, which was for a long time the only acceptable relationship type. The question addressed in this article is whether the law of parentage and the law of parental responsibilities should be reformed in order to meet the needs of modern families.


Prof. mr. W.M. Schrama
Prof. mr. Wendy Schrama is als hoogleraar familierecht en rechtsvergelijking verbonden aan het Utrecht Centre for European Research into Family Law van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 73 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.