Zoekresultaat: 100 artikelen

x
Artikel

Access_open De ontwikkeling en implicaties van kinder- en mensenrechten op het gebied van klimaatverandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Klimaat, Kinderrechten/IVRK, Jeugdrecht, Mensenrechten, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Dr. M.J. Wewerinke-Singh, Mr. J.A.M. Stein MSc en Prof. mr. J.E. Doek
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel kinderen disproportioneel geraakt worden door klimaatverandering, is er tot op heden nog relatief weinig aandacht besteed aan de juridische kant hiervan. Dit artikel tracht bij te dragen door antwoord te geven op de vraag in hoeverre kinderen ‘klimaatrechten’ hebben op mensen- en kinderrechtelijk vlak. In dit kader worden de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten geschetst. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste juridische implicaties van kinderrechten zoals neergelegd in het IVRK. Hiervoor zijn ook alle Concluding Observations uit 2019 op dit onderwerp bestudeerd. Bovendien wordt het analytisch rapport van de OHCHR over klimaat en kinderrechten besproken. Tot slot wordt ingegaan op de klimaatklacht die momenteel voorligt bij het VN-Kinderrechtencomité en de mogelijkheden van kinderen in Nederland voor de effectuering van hun rechten op dit vlak.


Dr. M.J. Wewerinke-Singh
Dr. M.J. Wewerinke-Singh is als universitair docent verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies in Leiden.

Mr. J.A.M. Stein MSc
Mr. J.A.M. Stein is lid van de werkgroep Jeugd- en Gezondheidsrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Dit artikel vloeit voort uit de door het NJCM georganiseerde seminar ‘Kinderrechten & klimaat’ gehouden in februari 2020 te Den Haag.

Prof. mr. J.E. Doek
Prof. mr. J.E. Doek is Emeritus hoogleraar familie en jeugdrecht bij de VU Amsterdam en gastmedewerker bij de afdeling jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
General Comment

General Comment No. 19: De Overheidsbegroting en de Rechten van het Kind

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden General Comment, Overheidsbegroting, IVRK, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Prof. mr. dr. C.J.M. Arts
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2016 publiceerde het VN-Kinderrechtencomité General Comment 19 dat een uitgebreid overzicht biedt van de consequenties van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna IVRK) voor de overheidsbegroting. Na een korte inleiding van het begrip ‘beschikbare middelen’ dat een centrale rol speelt in het Kinderrechtenverdrag, biedt dit artikel een samenvattend overzicht van General Comment 19. Uit dit alles wordt snel duidelijk dat het overheidsbegrotingsproces van groot belang is voor kinderrechten, maar ook dat ervan uit kinderrechtenperspectief vele eisen aan dat proces te stellen zijn die staten voor behoorlijke uitdagingen plaatsen.


Prof. mr. dr. C.J.M. Arts
Prof. mr. dr. Karin Arts is hoogleraar internationaal recht en ontwikkeling aan het International Institute of Social Studies (ISS) te Den Haag, onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Prof. mr. K. Blankman
Kees Blankman is bijzonder hoogleraar Juridische bescherming van ouderen en meerderjarigen met beperkingen aan de Juridische Faculteit van de VU.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Vrij verkeer

De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn voor mensen met een handicap: grondrechtenbevordering binnen de Europese interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden toegankelijkheid, interne markt, personen met een beperking, grondrechten, VN-verdrag handicap
Auteurs Prof. mr. dr. S. de Vries en Mr. T. de Sterke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de in april 2019 aangenomen Europese Toegankelijkheidsrichtlijn wordt gepoogd de toegankelijkheid van producten en diensten voor personen met een beperking te verbeteren. De richtlijn geeft hiermee uitvoering aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit artikel beschrijft de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn, de belangrijkste kenmerken ervan en wat de te verwachten toegevoegde waarde van de richtlijn zal zijn.
    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, PbEU 2019, L 151/70.


Prof. mr. dr. S. de Vries
Prof. mr. dr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht en Jean Monnet leerstoelhouder.

Mr. T. de Sterke
Mr. T. (Thijs) de Sterke is recent afgestudeerd van de masteropleiding Europees Recht aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Goed nieuws

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
Auteursinformatie

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is senior programmamanager bij ZonMw en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Access_open De effecten van de coronamaatregelen voor mensen met een beperking vanuit een juridisch oogpunt

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, COVID-19, coronamaatregelen, lockdown, crisiscommunicatie
Auteurs Mr. M. Swaanenburg-van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Coronamaatregelen zijn zeer divers (zowel publiek als privaat) en kunnen verschillend uitpakken voor mensen met een beperking, al naar gelang hun omstandigheden, zoals de plaats waar zij wonen, werken en onderwijs volgen. Hoe verschillend individuele situaties van mensen met een beperking ook kunnen zijn, bij alle maatregelen rond corona moeten juridische analyses de rechten van mensen met een beperking betrekken: niet alleen in het licht van de Grondwet en wetgeving met waarborgen ter zake, maar ook van mensenrechtenverdragen en dan vooral het VN-verdrag Handicap. Het VN-verdrag Handicap is in coronatijd onverminderd van kracht. Uit het verdrag volgt dat ook bij de totstandkoming van coronamaatregelen nauw overleg geboden is met mensen met een beperking en hun representatieve organisaties. Deze bijdrage geeft aan welke aspecten bij het beoordelen van verschillende concrete coronamaatregelen in het bijzonder van belang zijn, gezien het VN-verdrag Handicap.


Mr. M. Swaanenburg-van Roosmalen
Mr. M. (Marjolein) Swaanenburg-van Roosmalen is lid van het College voor de Rechten van de Mens. Deze bijdrage geeft de opvattingen van de auteur weer en bindt het College op geen enkele wijze.
Artikel

Wanneer je leven bepaald wordt door de wet

– over handicap, regelgeving en identiteit

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Participatiewet (Pw), VN-verdrag Handicap, sociale zekerheid, rechtstheorie
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor veel mensen met een functiebeperking geldt dat zij op wettelijk geregelde voorzieningen moeten vertrouwen voor hun basale levensbehoeften. De aannames van de wetgever betreffende welke noden van deze groep tot de verantwoordelijkheid van de maatschappij behoren, bepalen dus de mate waarin zij in deze behoeften kunnen voorzien en hoe zij – en hun omgeving – hun leven kunnen inrichten. In dit artikel wordt onderbouwd waarom de huidige aannames van de wetgever een grote groep mensen met een functiebeperking in de steek laten. In de participatiemaatschappij staan deelname aan de reguliere arbeidsmarkt en vertrouwen op het eigen netwerk namelijk centraal. Dientengevolge schiet de huidige sociale zekerheid voor mensen die niet of niet gedeeltelijk kunnen werken en geen daadkrachtig netwerk te hebben, veelal tekort. Een begin van de oplossing van dit probleem, zo wordt voorgesteld, is het opnieuw waarderen van bijdragen buiten de reguliere arbeidsmarkt en het uitbreiden en bestendigen van de voorzieningen voor mensen met een functiebeperking.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is als docent/onderzoeker verbonden aan het Instituut Metajuridica van de Rechtswetenschap van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Levenstestament en bewind in relatie tot het VN-verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden verstandelijke beperking, levenstestament, bewind, VN-verdrag Handicap, beschermingsmaatregel
Auteurs J.S. Ogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Beschermingsmaatregelen zijn van bijzonder belang voor mensen met een (verstandelijke) beperking die hun wil niet kunnen uiten. Daarmee is het VN-verdrag Handicap ook van toepassing op deze maatregelen. Met de opkomst van het notariële levenstestament kan men zich afvragen of deze nieuwe vorm van bescherming voldoet aan het Verdrag. Tegelijk werpt het de vraag op of huidige wettelijke beschermingsmaatregelen dat wel doen. In dit artikel onderzoek ik in hoeverre het levenstestament en beschermingsbewind in overeenstemming zijn met het Verdrag.


J.S. Ogier
J.S. (Jiska) Ogier is mede-initiatiefnemer en medeoprichter van Stichting Wij Staan Op! en bachelorstudent Notarieel Recht aan de Universiteit Leiden. Op persoonlijke titel is zij ervaringsdeskundige en spreker op het gebied van inclusie van mensen met een handicap.
Artikel

Access_open Kroniek jeugdstraf(proces)recht: the good, the bad & the ugly

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden jeugdstrafrecht, jeugdstrafprocesrecht, IVRK, rechtsbijstand, tenuitvoerlegging
Auteurs Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de belangrijkste ontwikkelingen vanaf juni 2019 met betrekking tot het jeugdstraf(proces)recht uit de doeken gedaan. Zo worden de wijziging van het Wetboek van Strafvordering na implementatie van Richtlijn 2016/800/EU en de Wet USB besproken. Daarnaast zal inzicht worden gegeven in beleid over onder meer DNA-afname, verblijf in politiecellen en de reprimande. Ook een nieuw General Comment van het VN-Kinderrechtencomité en een mondiaal onderzoek naar vrijheidsbeneming komen aan de orde. Vervolgens worden wetsvoorstellen besproken, gevolgd door een korte reflectie op deze ontwikkelingen in het licht van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind.


Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
Mr. drs. Marije Jeltes is docent en onderzoeker bij de afdeling Jeugdrecht van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was zij 13 jaar werkzaam als (jeugd)strafrechtadvocaat. Zij is tevens (kinder)rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Amsterdam en rechtbank Rotterdam en lid van de afdeling Advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Jurisprudentie

Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag van een ongeboren baby: Een verstandelijke beperking van ouders is op zich geen bepalende factor voor falend ouderschap

Rechtbank Amsterdam 26 april 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden uithuisplaatsing, verstandelijke beperking, VN-verdrag Handicap, gezagsbeëindiging
Auteurs Mr. E.B. van de Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de beëindiging van het ouderlijk gezag van een ongeboren baby omdat de ouders een verstandelijke beperking hebben. Volgens de Raad mist de moeder vanwege haar verstandelijke beperking de sensitiviteit die nodig is voor de opvoeding. De moeder heeft een beroep gedaan op artikel 23 VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Daarin staat dat een kind niet gescheiden mag worden van zijn ouders enkel op basis van een handicap van de ouders en dat alle passende hulp geboden dient te worden om de opvoeding, eventueel met ondersteuning, mogelijk te maken. Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375) wijst het verzoek af. De rechtbank kijkt naar de meerwaarde van de toepassing van dit verdrag ten opzichte van reeds bestaande bepalingen in internationale verdragen.


Mr. E.B. van de Loo
Mr. E.B. (Elsa) van de Loo is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Access_open Oordelen handicap en chronische ziekte en de WGBH/CZ, een bouwwerk met uitzicht?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden College voor de Rechten van de Mens, oordelen h/cz, WGBH/CZ, doeltreffende aanpassing, algemene toegankelijkheid
Auteurs Mr. J.J.T. Homan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College voor de Rechten van de Mens past de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) toe voor de discriminatiegrond h/cz.
    Bij individuele situaties wordt beoordeeld in hoeverre een aanbieder gehouden is een ‘doeltreffende aanpassing’ te realiseren. Sinds 2016, toen de WGBH/CZ werd uitgebreid naar algemene toegankelijkheid, zijn ongeveer 140 oordelen h/cz uitgesproken.
    In het artikel wordt een twintigtal ‘gevalsoverstijgende’ oordelen over handicap of chronische ziekte uit 2018 en 2019 beschreven. Wat heeft dit voor de WGBH/CZ opgeleverd en wat is de rol van het College?
    In individuele situaties is het parool: onderzoek zorgvuldig, overleg en handel actief! Bij algemene toegankelijkheid kijkt het College steeds kritischer naar de inspanningen van de aanbieders.
    Soms koppelt het College een individueel oordeel aan een rapportage of aanbeveling aan de wetgever. Voorbeelden daarvan worden met name gegeven op het terrein van het openbaar vervoer. In die gevallen zijn de oordelen ook een duidelijk signaal voor aanpassing van wetgeving of beleid. De dubbele rol van het College (toetser en toezichthouder) heeft dan een meerwaarde.
    Op deze wijze kunnen oordelen de concrete toepasbaarheid en uitleg van de WGBH/CZ nog verder verstevigen en verduurzamen.


Mr. J.J.T. Homan
Mr. J.J.T. (Jan Jasper) Homan is juridisch adviseur, tot 2020 bij Ieder(in), en redacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is senior programmamanager bij ZonMw en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
General Comment

General Comment No. 24: een weerspiegeling van een decennium aan ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden jeugdstrafrecht, herziening, VN-Kinderrechtenverdrag, vrijheidsontneming, MACR
Auteurs Mr. A. Popescu
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt de belangrijkste thema’s van de nieuwe General Comment No. 24 (2019) uit te lichten die door het VN-Kinderrechtencomité zijn aangevuld of in hun geheel nieuw zijn toegevoegd. De wijzigingen zijn doorgevoerd in reactie op het veranderende beeld van kinderen in jeugdstrafrechtstelsels, dat van invloed is geweest op een drietal thema’s waaromtrent het Comité positieve en negatieve trends heeft gesignaleerd. Zo uit het Comité bijvoorbeeld zijn zorgen over het aanhoudende gebruik van vrijheidsbeneming ten aanzien van kinderen en benadrukt het nogmaals de noodzaak voor buitengerechtelijke interventies als alternatief voor vrijheidsbeneming. Het Comité hanteert daarentegen een optimistische toon wanneer het komt te spreken over de nieuwe absolute minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid, die is verhoogd van 12 naar 14 jaar, en het prijst de lidstaten die verder reiken dan dat minimum. Met de onderhavige General Comment tracht het Comité zijn standpunten omtrent bestaande en nieuwe thema’s te herbevestigen of geheel nieuw toe te voegen en daarmee aan lidstaten een richtsnoer te bieden voor het creëren van een jeugdstrafrechtstelsel dat volledig in lijn is met het VN-Kinderrechtenverdrag.


Mr. A. Popescu
Mr. A. Popescu is medewerker Verwerken & Behandelen bij het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) en alumnus straf- en jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Kindvriendelijke rechtspraak – wat valt te verwachten voor het jeugdstrafrecht?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Kinderrechten, Kindvriendelijke rechtspraak, IVRK
Auteurs Mr. E.A.A. (Ellen) van Kalveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is in de laatste jaren de aandacht voor kindvriendelijke rechtspraak vooral gericht op het jeugdbeschermingsrecht en op familiezaken. In deze bijdrage wordt nagaan welke praktische aspecten in het jeugdstrafrecht aandacht behoeven in het licht van kindvriendelijke rechtspraak.


Mr. E.A.A. (Ellen) van Kalveen
Ellen van Kalveen is senior rechter en voorzitter van de expertgroep jeugdrechter. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Toont 1 - 20 van 100 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.