Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 4286 artikelen

x
Brexit

Brexit en de gevolgen voor het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Brexit, internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging
Auteurs Prof. mr. I. Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 januari 2021 is het EU-recht formeel niet meer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Dit geldt ook op het terrein van het internationaal privaatrecht. In dit artikel wordt een globaal overzicht gegeven van de verschillende instrumenten die in de plaats treden van de EU-vorderingen die niet meer zullen gelden binnen het Verenigd Koninkrijk.


Prof. mr. I. Sumner
Prof. mr. I. (Ian) Sumner is hoogleraar Familierecht en Internationaal Privaatrecht, Tilburg University, rechter-plaatsvervanger (met unus belasting), Team Familie- en Jeugd, Rechtbank Overijssel.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De tijd heelt alle wonden … maar de littekens blijven

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdsverloop, Vervolgingsverjaring, Recht tot strafvordering, Afschaffing van de verjaring, Opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Van oudsher vervalt na verloop van tijd het recht tot strafvordering. De wettelijke regeling van deze zogeheten vervolgingsverjaring vormt echter allang geen rustig bezit meer. Zij is de laatste decennia zo vaan en zo ingrijpend gewijzigd dat de vraag rijst of ze niet evengoed helemaal kan worden afgeschaft. Dat is de vraag die in dit artikel onder ogen wordt gezien.


Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
Leo van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Artikel

Snelrecht: voor elk wat wils, maar wat willen we?

De (on)mogelijkheden van snelrecht in het kader van ‘lik-op-stuk’ en efficiency

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Snelrecht, Lik-op-stuk, Taakstrafverbod, Voorlopige hechtenis, Snelrechtgrond
Auteurs Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman, mr. dr. L. (Leonie) van Lent en mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan wij stil bij het snelrecht, een fenomeen dat al lang bekend is in de strafrechtspleging, maar waar tegelijk veel verschillende beelden bij bestaan. Enerzijds wordt snelrecht gezien als hét instrument in de ‘lik-op-stuk’-aanpak. Anderzijds is het een middel om snel en efficiënt strafzaken af te doen en achterstanden weg te werken. Het snelrecht voldoet echter lang niet altijd aan de verwachtingen en is onvoldoende met procedurele waarborgen omkleed. We proberen de (on)mogelijkheden op een rij te zetten.


Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman
Joep Lindeman is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. L. (Leonie) van Lent
Leonie van Lent is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Ze is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.
Artikel

Access_open Contractuele vaccinatieplichten, coronaclausules en wijziging van overeenkomsten

Contractsvrijheid in tijden van corona

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden COVID-19, testverplichting, privileges, pandemieclausule, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat vanuit het perspectief van de contractsvrijheid de invloed van coronamaatregelen op contracten centraal. Ingegaan wordt op de vraag of contractuele vaccinatie- of testverplichtingen kunnen worden afgedwongen, of en in hoeverre contracten kunnen worden aangepast op grond van onvoorziene coronaomstandigheden, en of in coronaclausules de gevolgen van coronamaatregelen kunnen worden vastgesteld.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De OK-functionaris: ervaringen uit het veld

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden lege holding, vormvoorschriften, enquêteprocedure, hindsight bias, aandeelhouders
Auteurs Mr. W.G. Van Hassel
SamenvattingAuteursinformatie

    Veertig jaar OK-ervaring levert een bont palet van opmerkelijke casus en getroebleerde relaties, en ook lege holdings, beursfondsen, familiebedrijven en zelfs een artikel 12 Sv-procedure. Deze terugblik rondt de auteur af met enkele gedachten over vormvoorschriften, hindsight bias, gesprekstechniek van onderzoekers, en een oplossing voor duurzaam ontwrichte relaties tussen aandeelhouders.


Mr. W.G. Van Hassel
Mr. W.G. van Hassel is vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van AMG te Amsterdam.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Caspar Janssens, Ferah Taptik en Laura Kirch

Caspar Janssens

Ferah Taptik

Laura Kirch

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 22 maart 2021 en 15 juni 2021.
Artikel

Access_open Zes jaar later: met z’n allen verstrikt geraakt in het stelsel?!

Actuele ontwikkelingen op het gebied van de Jeugdwet en jeugdbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Jeugdwet, Stelsel, Corona, Klacht- en tuchtrecht, kinderbeschermingsmaatregelen
Auteurs Mr. E. Lam en Mr. I.J.M. Schepens
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel borduurt voort op de in 2014 en 2017 verschenen overzichtsartikelen over de twee belangrijke wetswijzigingen op het gebied van de jeugdbescherming en de jeugdzorg: de herziening van de kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdwet . De bedoeling van dit artikel is om een overall beeld te schetsen: een beeld dat duidelijk maakt hoe complex de ondersteuning aan kinderen en gezinnen is georganiseerd waarbij het recht op bescherming van de kinderen door de overheid ernstig onder druk staat. In het eerste deel van dit artikel wordt stilgestaan bij actuele ontwikkelingen stelselbreed. Vervolgens wordt stilgestaan bij de praktijk van de kinderbeschermingsmaatregelen. Achtereenvolgens komen aan de orde de evaluatie herziening kinderbeschermingsmaatregelen, het aantal kinderbeschermingsmaatregelen, de krapte bij de Gecertificeerde Instellingen (hierna: GI): wachtlijsten en de rechtspraak, corona en de invloed op jeugdbescherming, Perspectiefbesluit, Machtiging uithuisplaatsing en reikwijdte, Vaststelling omgangsregeling en Ineffectieve OTS. In het laatste deel van het artikel staan de bevindingen betreffende de Jeugdwet centraal. Daarbij wordt aandacht besteed aan onder meer de zogenaamde ‘drangtrajecten’, het woonplaatsbeginsel, de informatieplicht jegens de gezinsvoogd en het klacht- en tuchtrecht.


Mr. E. Lam
Mr. E. Lam is werkzaam bij &jeugd. &jeugd richt zich op juridische ondersteuning van organisaties en (jeugd)professionals. Zij maakt deel uit van de redactie van dit tijdschrift.

Mr. I.J.M. Schepens
Mr. I.J.M. Schepens is werkzaam bij &jeugd. &jeugd richt zich op juridische ondersteuning van organisaties en (jeugd)professionals. Zij maakt deel uit van de redactie van dit tijdschrift.
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Auteurs F. Schuthof LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).
Artikel

Access_open We need to talk to Martha

Or: The desirability of introducing simple adoption as an option for long-term foster children in The Netherlands

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden Adoption, foster care, guardianship, parental responsibility, supervision orders for minors
Auteurs mr. dr. M.J. Vonk en dr. G.C.A.M. Ruitenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article you will be introduced to Martha. Martha will turn eighteen in a couple of weeks and is afraid of losing her foster family when she becomes an adult (I). You will be taken on a journey through the Dutch child protection system and recent research on the desirability of forging an additional legal instrument, such as the introduction of simple adoption, for children like Martha and her two families. The following questions will be answered: How do children like Martha end up in a foster family (II)? Who is responsible or who makes decisions about Martha’s care and future and what problems may occur? Five possible situations in long-term foster care will be discussed in this context on the basis of current law and research (III). Would simple adoption (eenvoudige adoptie) solve some of the problems discussed in the earlier section and thus be a feasible and desirable option for long-term foster children and their foster parents (IV)? At the end of this journey you will be invited to take a brief glance into the future in the hope that Martha’s voice will be heard (V).
    ---
    In dit artikel stellen we u voor aan Martha. Martha wordt over een paar weken achttien en is bang haar pleeggezin kwijt te raken als ze meerderjarig wordt. Aan de hand van het verhaal van Martha nemen we u mee op een reis langs het Nederlandse jeugdbeschermingsstelstel en langs recent onderzoek naar de wenselijkheid van de introductie van een nieuwe juridische mogelijkheid waarmee een band tussen Martha en haar beide families kan worden gevestigd: eenvoudige adoptie. De volgende vragen worden daarbij beantwoord: Hoe komen kinderen zoals Martha in een pleeggezin terecht? Wie is verantwoordelijk voor of mag beslissingen nemen over Martha’s opvoeding en toekomst en wat voor problemen kunnen zich daarbij voordoen? Zou eenvoudige adoptie een oplossing bieden voor een aantal van de problemen die worden besproken en daarmee een wenselijke oplossing zijn voor langdurige pleegkinderen en hun pleeggezinnen? Aan het einde van deze reis werpen we een korte blik op de toekomst in de hoop dat de stem van Martha gehoord zal worden.


mr. dr. M.J. Vonk
Machteld Vonk is associate professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at VU University Amsterdam.

dr. G.C.A.M. Ruitenberg
Geeske Ruitenberg is assistant professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at the VU University Amsterdam.
Strafrecht

Access_open Zorgen om de rechtsstaat in Polen bij uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Europees aanhoudingsbevel, overlevering, Rule of Law, onafhankelijkheid rechtspraak Polen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 17 december 2020 prejudiciële vragen beantwoord van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank wilde weten of de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Polen betekent dat de overlevering van personen aan die lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel dient te worden geweigerd, ook zonder de concrete omstandigheden in de desbetreffende zaak aan een gedetailleerd onderzoek te onderwerpen. Het Hof van Justitie herhaalt dat de dreiging van een mensenrechtenschending voor de opgeëiste persoon altijd moet worden beoordeeld op het niveau van de individuele zaak. Er is bovendien geen reden om een Poolse rechter niet langer als ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van het kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel aan te merken.
    HvJ 17 december 2020, gevoegde zaken C-354/20 PPU en C-412/20 PPU, ECLI:EU:C:2020:1033 (L. en P.).


Prof. mr. P.A.M. Verrest
Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en Internationaal strafrecht, aan Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Verantwoordelijkheden ten aanzien van de migratiecrisis in het Caribisch deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden asiel, internationale bescherming, migratiecrisis, mensenrechten
Auteurs S. Pamir
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatssecretaris van BZK kan niet blijven volhouden dat het kabinet geen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het asielbeleid in de Caribische landen. Het Caribisch deel van het Koninkrijk kent een groot gebrek aan expliciete wettelijke bepalingen ten aanzien van internationale bescherming. Artikel 36 Statuut vereist dat de landen ten aanzien van deze landsaangelegenheid uit oogpunt van solidariteit – gelet op de huidige migratiecrisis – samenwerken. Er zijn verschillende mogelijkheden om tot een structurele oplossing te komen. Te denken valt aan een rijkswet en concordantie van wetgeving, waarbij altijd rekening moet worden gehouden met inherente verschillen tussen Nederland en de Caribische landen.


S. Pamir
S. Pamir LL.B. is masterstudent Staats- en Bestuursrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat en vennoot bij Murray Attorneys at Law te Curaçao en lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de Raad van Advies Curaçao, bijzondere rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hij is tevens lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Access_open Wat betekenen advocaten voor het gezondheidsrecht?

Confraternele bijdragen voor Willemien Kastelein en Jaap Sijmons

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Auteurs Mr. A.C. De Die, Mr. dr. L.A.P. Arends, Mr. W.K. Bischot e.a.
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. A.C. De Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. L.A.P. Arends
Luuk Arends is advocaat bij Dirkzwager te Nijmegen.

Mr. W.K. Bischot
Willemien Bischot is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is advocaat bij KBS te Utrecht.

Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Matthijs Vermaat is advocaat bij Van der Woude De Graaf te Amsterdam.

Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is advocaat bij Nysingh te Utrecht.
Artikel

Access_open Langlopende letselschadezaken: wat zijn de belangrijkste kenmerken?

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Langlopende letselschadezaken, Personenschade, Letselschade, Schadeafwikkeling
Auteurs Dr. mr. R. Rijnhout, D.W. van Maurik LLB, Mr. dr. E.G.D van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Langlopende letselschadezaken kunnen om meerdere redenen nog openstaan. Het is niet mogelijk om één dominante omstandigheid te benoemen als hét kenmerk van een langlopend letselschadedossier. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek gepresenteerd.


Dr. mr. R. Rijnhout
Dr. mr. R. Rijnhout LLM is als Universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het onderzoekscluster Empirical legal research into institutions for conflict resolution, en was projectleider van dit onderzoek.

D.W. van Maurik LLB
D.W. van Maurik LLB is student-assistent bij Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en heeft tevens als onderzoeksstudent een bijdrage geleverd aan de uitvoering van het onderzoek.

Mr. dr. E.G.D van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen LLM is als Universitair docent verbonden aan Ucall.

Prof. mr. I. Giessen
Prof. mr. I. Giesen is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan Ucal.
Artikel

Hoe behandel je klachten over etnisch profileren?

Een onderzoek van de Nationale ombudsman

Tijdschrift Tijdschrift voor Klachtrecht, Aflevering 2 2021
Auteurs Natalia Molina Espeleta en Marieke Ruitenburg
Auteursinformatie

Natalia Molina Espeleta
Mr. N.T. Molina Espeleta is senior onderzoeker bij de Nationale ombudsman en redactielid van dit tijdschrift.

Marieke Ruitenburg
Mr. M. Ruitenburg is onderzoeker structurele aanpak bij de Nationale ombudsman.
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Toont 1 - 20 van 4286 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.