Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2452 artikelen

x
Artikel

Access_open Een halve eeuw regulering van de financiële sector: observaties en enkele conclusies

Voorpublicatie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Wft, Regelgevingsarchitectuur, Europeanisering, Toezicht, Handhaving
Auteurs Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur schetst de ontwikkelingen van het nationale en Europese financieel toezichtrecht vanaf de periode dat dit rechtsgebied aan belang en omvang heeft gewonnen. Zij beschrijft de in het verleden ontstane bouwstenen (doelstellingen), basisregels en reguleringsarchitectuur die naar haar oordeel nog steeds richtinggevend zijn bij het verder reguleren van diensten, producten en nieuwe markten. Aandacht wordt besteed aan het steeds verder uiteenlopen van de crosssectorale Wft en de sectorale Europese regelgeving..


Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol
Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol is emeritus hoogleraar effectenrecht (in het bijzonder onderneming en financiële markten), Radboud Universiteit Nijmegen.
Externe betrekkingen

De nieuwe Dual use-verordening: een gemiste kans

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden non-proliferatie, ‘dual use’, mensenrechten, nationale veiligheid
Auteurs Mr. N.J. Helder en Mr. C.C. Klaui
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Europese verordening voor de controle op uitvoer van goederen voor civiel en militair gebruik (dual use) laat huidige uitdagingen, zoals geopolitieke machtsverschuivingen, agressieve uitbreiding van de invloedssfeer door sommige staten en de toenemende aandacht voor (en regulering van) nationale veiligheid door de daardoor geraakte staten, opkomende nieuwe technologieën en geglobaliseerde distributieketens (zoals voor semiconductors), grotendeels ongemoeid. Voorstellen van de Europese Commissie en het Europees Parlement om mensenrechten een centralere plaats in de EU-regelgeving inzake exportcontrole te geven zijn slechts in zeer geringe mate overgenomen. Deze uitdagingen zullen moeten worden geadresseerd op andere (nationale) wetgevingsterreinen. De nieuwe verordening laat EU-lidstaten de vrijheid om zelf op nationaal niveau door middel van aanvullende wetgeving en/of uitvoeringsbeleid mensenrechten te adresseren. Dat leidt naar verwachting tot een lappendeken van aanvullende wetgeving en diversiteit bij de uitvoering van de nieuwe verordening binnen de EU. Voor ondernemingen die in meerdere EU-lidstaten opereren, brengt dat een grotere compliancebelasting met zich mee.
    Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206/1-461).


Mr. N.J. Helder
Mr. N.J. (Jasper) Helder is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.

Mr. C.C. Klaui
Mr. C.C. (Chiara) Klaui is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.
Consumenten

De Richtlijn representatieve vorderingen

Game changer voor het Nederlandse afwikkelingssysteem van massaclaims?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden massaclaims, claimorganisatie, Richtlijn representatieve vorderingen (RVV), WAMCA, toezichthouder
Auteurs Mr. dr. B. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 24 november 2020 is de Richtlijn representatieve vorderingen (RVV) door de Europese Commissie aangenomen en gepubliceerd. De RVV verplicht alle lidstaten om een afwikkelingssysteem van massaclaims aangaande consumentenbelangen te ontwikkelen en in wetgeving te verankeren. Het systeem dient te voorzien in een collectieve actie voor het stoppen of herstellen van een inbreuk op consumentenrechten. Ook moet het systeem voorzien in de mogelijkheid om in collectieve vorm schadevergoeding te kunnen vorderen. Nederland kent al een afwikkelingssysteem voor massaclaims. Dit systeem is sinds de jaren negentig zorgvuldig ontwikkeld op inhoudelijk en strategisch front. In deze bijdrage wordt bekeken hoe de Nederlandse wetgever de kracht van het door hem ontwikkelde afwikkelingssysteem voor massaclaims kan waarborgen in het licht van de inhoud van de RVV.
    Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409/1-27).
    Conceptversie van de Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten d.d. 1 mei 2021 inclusief de memorie van toelichting en consultatiereacties.


Mr. dr. B. van Hattum
Mr. dr. B. (Bonne) van Hattum is als preventive law & behavioral risk-expert verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, The Evaluators en de ABN Amro Bank N.V.
Artikel

Sekswerk ten tijde van corona

De impact van de lockdown op sekswerkers

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2021
Trefwoorden lockdown, prohibition of prostitution, sex workers, financial problems, state subsidies
Auteurs Roos de Wildt
SamenvattingAuteursinformatie

    As a part of measures taken to contain the spread of the coronavirus, sex work was barred in the Netherlands between 23 March and 1 July 2020, as well as between 15 december 2020 and 19 May 2021. Shortly after the start of the first lockdown, many sex workers appeared to be in increasingly precarious situations. They lost their main source of income but were largely excluded from receiving financial support provided by the Dutch government. This article examines the situation of sex workers during the first lockdown and in the weeks after they were permitted to resume work.


Roos de Wildt
Dr. R. de Wildt is senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut.
Peer-reviewed artikel

Privaat toezicht als onderdeel van publiek toezicht

Een vergelijking tussen de voedselsector en de bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden bouwtoezicht, privaat toezicht, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking, Toezicht
Auteurs Annalies Outhuijse en Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Combinaties van publiek en privaat toezicht zijn niet weg te denken uit onze huidige maatschappij. In deze bijdrage vergelijken we de manier waarop privaat en publiek toezicht worden gecombineerd in twee sectoren, namelijk toezicht op voedselveiligheid en toezicht op veilige nieuwbouw. Na een uiteenzetting van de samenwerkingsarrangementen wordt ingegaan op de sterke en zwakke kanten van de gemaakte keuzes. Daarbij staat in het bijzonder één criterium centraal: betrouwbaarheid. Kan de overheid vertrouwen op toezicht en controle door private partijen? Zijn de private partijen in staat en bereid om effectief toezicht op voedselveiligheid en bouwkwaliteit uit te oefenen en welke factoren uit het samenwerkingsarrangement hebben hier invloed op? Naast de constatering dat private toezichthouders een toegevoegde waarde kunnen bieden aan de stelsels van toezicht, wijzen we op enkele potentiële risico’s die we in praktijk van bouw- en voedseltoezicht hebben geïdentificeerd: onvoldoende onafhankelijkheid en belangenverstrengeling, beperkte intrinsieke motivatie, kans op papieren werkelijkheid en onvoldoende corrigerende werking van het publieke toezicht.


Annalies Outhuijse
Mr. dr. A. Outhuijse is advocaat bij Stibbe binnen de praktijkgroep bestuursrecht. Eerder heeft zij een proefschrift geschreven op het gebied van het mededingingstoezicht bij de Rijksuniversiteit Groningen.

Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is rechtssocioloog en als fellow verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Kroniek Vermogensrecht 2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2021
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Allard Carli

Xandra van Heesch

Lindsey Huberts
Artikel

Behoeft de uitbreiding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën nadere overdenking?

Enkele opmerkingen naar aanleiding van geplaatste kanttekeningen bij het wetsvoorstel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Wvmc, synthetische drugs, Drugsprecursoren, artikel 4a Wvmc, Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit
Auteurs Mr. J.C. van der Pijll
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het momenteel aanhangige wetsvoorstel Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit probeert het kabinet de georganiseerde misdaad een volgende slag toe te brengen. Onderdeel van het wetsvoorstel is onder meer een ruimere strafbaarstelling van het enkele bezit van drugsprecursoren via de Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Begin dit jaar verscheen in dit tijdschrift een kritisch artikel over dit onderdeel van het wetsvoorstel. Met dit artikel wordt beoogd de kritiek van een weerwoord te voorzien.


Mr. J.C. van der Pijll
Mr. J.C. van der Pijll is senior+ parketsecretaris bij het Expertisecentrum Synthetische Drugs van het Landelijk Parket te ’s-Hertogenbosch.
Vrij verkeer

Access_open Regulering van toeristische verhuur: grenzen en mogelijkheden

De gevolgen van het arrest Cali Apartments voor de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Vakantieverhuur, regulering B&B’s, woningtekort, Vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Cali Apartments onderzocht welke ruimte de Europese Dienstenrichtlijn laat om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. In dit licht wordt tevens de Wet toeristische verhuur besproken.
    HvJ 22 september 2020, gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18, ECLI:EU:C:2020:743 (Cali Apartments en HX).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is senior advocaat bij Pels Rijcken en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Trending Topics

Tata Steel, maatschappelijk verantwoord ondernemen en het strafrecht

Een nieuwe balans tussen economische welvaart en maatschappelijk welzijn?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden maatschappelijk verantwoord ondernemen, feitelijk leidinggevende, hybride rechtspleging, Tata Steel
Auteurs Mr. dr. S.S. Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 mei 2021 doet Ficq namens de aangesloten belanghebbenden aangifte tegen de feitelijk leidinggevers van Tata Steel wegens gevaarzetting voor de openbare gezondheid (art. 173a Sr). De bestuurderstop wordt verweten dat hij niet heeft ingegrepen toen Tata Steel jarenlang structureel wet- en regelgeving overtrad, waardoor ernstige en ongerechtvaardigde schade is veroorzaakt voor de gezondheid van mens, dier en milieu. De aangifte tegen Tata Steel past binnen een bredere trend van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Hoewel MVO niet in direct verband lijkt te staan met het strafrecht, kan het strafrecht toch een belangrijke rol spelen bij de bewerkstelliging van MVO.


Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De achterdeur op een gedoogde kier?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden artikel 13b Opiumwet, Damoclesbeleid, coffeeshop, bedrijfsruimte, evenredigheid
Auteurs Mr. M. van Weeren en Mr. R. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    Het sluiten van bedrijfsruimte die wordt gebruikt als externe afroepbare voorraadlocatie voor coffeeshops op grond van artikel 13b Opiumwet, kan onder bepaalde omstandigheden onevenredig en niet noodzakelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om het feit dat geen sprake is van verstoring van de openbare orde, dat het pand al jarenlang wordt gebruikt als externe afroepbare voorraadlocatie en geen sprake is van feitelijke handel vanuit het pand. Verder speelt de Wet gesloten coffeeshopketen een rol bij de vraag of een sluiting van 24 maanden is gerechtvaardigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal zich hier binnenkort over buigen.


Mr. M. van Weeren
Mr. M. van Weeren is werkzaam als advocaat bij Blenheim advocaten.

Mr. R. Salverda
R. Salverda is werkzaam als juridisch medewerker bij Blenheim advocaten.
Artikel

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2021
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Wetenschap en praktijk

Blind date

Over hoe je als contractspartij van een beleggingsinstelling niet voor verrassingen komt te staan bij de vraag op welk vermogen je vorderingen kunt verhalen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 4:37j Wft, vermogensafscheiding, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, subfonds
Auteurs M.C. Maters en S. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op bescherming van beleggers tegen besmettingsrisico’s bepaalt de Wet op het financieel toezicht (Wft) in artikel 4:37j dat beleggingsinstellingen een afgescheiden vermogen hebben. Bij beleggingsfondsen wordt deze vermogensafscheiding mede bereikt doordat de juridische eigendom van de activa van het fonds wordt gehouden door een separaat opgerichte bewaarentiteit. Ook regelt artikel 4:37j Wft dat de afgescheiden vermogens van verschillende beleggingsinstellingen, of subfondsen daarvan, bij één rechtspersoon kunnen worden ondergebracht. In de praktijk leidt de regeling tot misverstanden over de tenaamstelling van bijvoorbeeld overeenkomsten. Dit artikel beoogt de praktijk enkele handvatten te bieden ter voorkoming van bedoelde misverstanden.


M.C. Maters
Mr. M.C. (Michaël) Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

S. Verkerk
Mr. S. (Sebastiaan) Verkerk is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Access_open De beursgenoteerde vennootschap

Faits divers

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gereglementeerde markt, MiFID II, multilaterale handelsfaciliteit, m/v-quotum, wettelijke bedenktijd
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beursgenoteerde vennootschap is een vennootschap waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit. In Boek 2 BW en in de Wft komen beide varianten voor. Als sprake is van toelating tot de handel op alleen een gereglementeerde markt gaat het primair om regelgeving waarin de Nederlandse wetgever uitvoering geeft aan Europees recht. Als het gaat om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook een multilaterale handelsfaciliteit gaat het om regelgeving die een nationale oorsprong heeft. In die laatste gevallen zijn wel weer verschillende varianten denkbaar.


C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Meten en weten

Over het gebruik en de beoordeling door de rechtspraak van benchmarkproducten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden benchmark, zorgplicht, renteswap, Index, krediet
Auteurs N.A. Campuzano
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op het gebruik van benchmarkproducten en de voordelen van benchmarks. Ook gaat hij in op de vraag in hoeverre de Nederlandse civiele rechter bij de beoordeling van de rechten en plichten van (markt)partijen ten aanzien van benchmarkproducten rekening houdt met de voordelen van benchmarks.


N.A. Campuzano
Mr. N.A. (Nick) Campuzano is als PhD-fellow verbonden aan het Hazelhoff Centre for Financial Law van de Universiteit Leiden.
Artikel

De harde werkelijkheid van het Urgenda-arrest

De prijs van treuzelen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden beleidsvoornemens, modieuze begrippen, rol rechter, schadevergoeding, wetenschappelijke inzichten
Auteurs J. Spier en B. Kock
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Urgenda-arrest heeft vragen opgeroepen: waarop is de 25% gebaseerd? Wordt niet te veel belang gehecht aan wetenschappelijke inzichten? Gaat de rechter niet zitten op de stoel van de politiek? Welke rol speelt het EVRM? Quid iuris als het EHRM anders oordeelt over de rol van het EVRM dan de Hoge Raad? Mag de wetgever (of het kabinet) voor een kortere periode andere prioriteiten stellen? Is de Klimaatwet Urgenda-conform? Wat is de rol van beleidsvoornemens en statements van politici en van allerlei vage en modieuze begrippen? Hoe om te gaan met schade?


J. Spier
Prof. dr. J. (Jaap) Spier was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en is nu senior associate van het University of Cambridge Institute for Sustainability Leadership en buitengewoon hoogleraar global challenges aan de Universiteit van Stellenbosch; hij is een van de initiatiefnemers van de Oslo Principles en redacteur en auteur van het commentaar van de Principles on Climate Obligations of Enterprises.

B. Kock
B. (Bastiaan) Kock is associate reporter van de Principles on Climate Obligations of Enterprises; hij studeert thans rechten aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een generieke strafbaarstelling van nieuwe psychoactieve stoffen in de Opiumwet: einde van een wapenwedloop in zicht?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden lijst IA Opiumwet, nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), generieke wetgeving, legaliteitsbeginsel
Auteurs Prof. mr. T. (Tom) Blom
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht wat de effecten zijn van de invoering van een generieke strafbaarstelling van stofgroepen waarmee (nieuwe) psychoactieve middelen kunnen worden gemaakt. Deze generieke strafbaarstelling is een belangrijke wijziging in ons bestaande systeem van strafbaarstellingen en wordt verondersteld een belangrijk instrument te zijn om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Belangrijker is echter dat hiermee ook een wetgevingsgat wordt gedicht dat was ontstaan door het oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de productie en handel in NPS’en niet langer mogen worden bestreden als overtreding van de Geneesmiddelenwet. De generieke strafbaarstelling is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel, maar zorgt er wel voor dat ook stoffen die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid en mogelijk zelfs geen psychoactief effect hebben onder de Opiumwet komen te vallen. De vraag is hoe de rechtspraktijk in de toekomst met dergelijke verweren zal (moeten) omgaan.


Prof. mr. T. (Tom) Blom
Prof. mr. T. (Tom) Blom is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Deelneming aan een criminele organisatie en ne bis in idem

De toepasselijkheid van het ne bis in idem-beginsel bij vervolging wegens deelneming aan een criminele organisatie na vervolging wegens een concreet misdrijf en vice versa

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden ne bis in idem, deelneming aan een criminele organisatie, artikel 140 Sr, artikel 68 Sr, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in gevallen waarin de verdachte onder meer wordt verweten te hebben deelgenomen aan een criminele organisatie (art. 140 Sr). Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan twee arresten van de Hoge Raad in zaken waarin het ging om een vervolging wegens deelneming aan een criminele organisatie ná een vervolging wegens een concreet – binnen die organisatie gepleegd – delict en vice versa. Er wordt ingegaan op de vraag op welke wijze kan worden getoetst of het ne bis in idem-beginsel in dergelijke gevallen aan een tweede vervolging in de weg staat, waarbij voornoemde arresten kritisch worden geanalyseerd. De bijzondere structuur van artikel 140 Sr speelt in dit verband een belangrijke rol.


Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.
Artikel

Naar een effectieve handhaving op maat in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Sanctie, handhaving, institutioneel, overtreding, omgevingsdienst
Auteurs Mr. dr. O.F. (Oda) Essens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2019 promoveerde Oda Essens aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift getiteld ‘Operationalising Effective Public Enforcement of Environmental Law in the European Union, with a focus on England, Germany and the Netherlands’. In haar proefschrift heeft zij een model voor effectieve handhaving op maat ontworpen. Dit model bevat eisen aan de handhavingsorganisatie (institutionele eisen) en eisen aan de sancties (instrumentele eisen), zoals vastgelegd in wet- en regelgeving voor de publiekrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht. Vervolgens heeft zij dat model toegepast op de publiekrechtelijke handhavingsorganisatie en sancties voor het omgevingsrecht in Nederland, Engeland en Duitsland. De toepassing heeft geleid tot good practices voor een ‘effectieve handhaving op maat’ in de drie landen en vanuit die good practices heeft zij aanbevelingen gedaan voor verbetering van de handhavingsorganisatie en de beschikbare sancties in de drie landen onderling. In dit artikel zet zij haar model voor effectieve handhaving op maat uiteen en belicht zij enkele belangrijke uitkomsten van de toetsing van de Nederlandse organisatie en sancties voor de publiekrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht.


Mr. dr. O.F. (Oda) Essens
Mr. dr. O.F. Essens is op 26 november 2019 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift getiteld ‘Operationalising Effective Public Enforcement of Environmental Law in the European Union, with a focus on England, Germany and the Netherlands’.

Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Toont 1 - 20 van 2452 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.