Zoekresultaat: 76 artikelen

x
Milieu

Hergebruik van stedelijk afvalwater: op (de Europese) weg naar een circulaire economie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden hergebruik, stedelijk afvalwater, waterschaarste, circulariteit, klimaatadaptatie
Auteurs Mr. dr. A. Outhuijse, Mr. S.A. Melchers en Mr. dr. H.K. Gilissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Grote delen van de wereld hebben of krijgen mede door klimaatverandering in toenemende mate te maken met waterschaarsterisico’s. Ook Europa en Nederland ontspringen de dans niet en dienen zich daaraan aan te passen. Daarnaast zijn er binnen de EU en Nederland vergaande ambities om in 2050 een volledig circulaire economie tot stand te hebben gebracht. Een van de strategieën om deze risico’s te lijf te gaan en bij te dragen aan de verwezenlijking van deze ambities, is het hergebruik van (stedelijk) afvalwater. In dit artikel bespreken de auteurs het Europese kader en de implementatie daarvan in Nederland voor hergebruik van stedelijk afvalwater, met bijzondere aandacht voor Verordening (EU) 2020/741 inzake minimumeisen voor hergebruik van water die per 26 juni 2023 van kracht zal zijn. Vervolgens onderwerpen de auteurs de ontwikkelingen in dit verband aan een discussie, waarbij zij ingaan op de vraag of inderdaad grootschalig gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheden die de Verordening biedt en welke volgende ontwikkelingen te verwachten zijn.


Mr. dr. A. Outhuijse
Mr. dr. A. (Annalies) Outhuijse is advocaat bij Stibbe, specialisatie bestuursrecht.

Mr. S.A. Melchers
Mr. S.A. (Sophie) Melchers bereidt een proefschrift voor over de rol van het recht bij de ontwikkeling en implementatie van innovaties in de zoetwatervoorziening. Zij is verbonden aan het Utrecht University Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL).

Mr. dr. H.K. Gilissen
Mr. dr. H.K. (Herman Kasper) Gilissen is universitair hoofddocent Bestuursrecht en omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en is als copromotor betrokken bij het promotieonderzoek van Sophie Melchers. Hij is verbonden aan het Utrecht University Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL).
Kroniek rechtspraak

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden wetswijziging, regelgeving, gezondheidszorg, wetsvoorstel, overzicht
Auteurs Mr. W.F. van der Wel en Mr. M.E. Jannink
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek geeft een overzicht van ontwikkelingen in de Nederlandse wetgeving relevant voor de gezondheidszorg in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Wederom een bijzondere periode vanwege de coronapandemie en het demissionaire kabinet. In deze editie onder andere updates over wetsvoorstellen die in de vorige editie nog ter consultatie voorlagen.


Mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is juridisch adviseur bij OLVG te Amsterdam.

Mr. M.E. Jannink
Marlou Jannink is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

De Innovatiewet Strafvordering: meeliften op een hype?

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2022
Trefwoorden innovatiewet, experimenteerregelgeving, uitprobeerfase, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Prof. mr. M.J. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering werd afgelopen zomer een interessant wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend: de ‘Innovatiewet Strafvordering’. Deze innovatiewet heeft namelijk als doel om alvast ervaring op te doen met een zestal procedures, bevoegdheden en instrumenten waarvan het de bedoeling is dat die te zijner tijd een plaats krijgen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Op een na (waarover later meer) staan alle procedures die in de Innovatiewet Strafvordering staan ook in de in 2020 openbaar gemaakte ambtelijke versie van het Wetsvoorstel tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daaruit kan worden afgeleid dat de regering van vijf van de zes procedures al weet dat zij deze onderwerpen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering wil opnemen. Het opdoen van ervaring is erop gericht om eventuele ‘kinderziektes’ in de nieuwe procedures vroegtijdig aan het licht te laten komen en te verhelpen.


Prof. mr. M.J. Jacobs
Prof. mr. Rianne Jacobs is bijzonder hoogleraar Wetgeving en reguleringsvraagstukken aan de VU Amsterdam en raadadviseur bij de directie wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Tweede evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap

Wat gaat de wetgever met de principiële kwesties doen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Wafz, abortus, zwangerschap, beraadtermijn, levensvatbaarheidsgrens
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem, Mr. E. Krol, Prof. mr. J. Legemaate e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2019-2020 werd de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) voor de tweede keer geëvalueerd. In hun bijdrage staan de auteurs (die het evaluatieonderzoek uitvoerden) met name stil bij twee belangrijke thema’s van de evaluatie: de reikwijdte van de wet; en besluitvorming over abortus. Hun hoofdconclusie is dat er op dit moment geen aanleiding is de wet als zodanig op de schop te nemen. Niettemin zijn er op korte termijn wel belangrijke reparaties van de Wafz nodig, zoals ten aanzien van de buitengrenzen van de wet en de beraadtermijn.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is universitair hoofddocent gezondheidsrecht bij de afdeling Ethiek, Recht en Humaniora van het Amsterdam UMC en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. E. Krol
Erwin Krol is senior onderzoeker bij Pro Facto.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht bij de afdeling Ethiek, Recht en Humaniora van het Amsterdam UMC en hoofdredacteur van dit tijdschrift.

Prof. mr. H.B. Winter
Heinrich Winter is directeur bij Pro Facto.
Externe betrekkingen

De nieuwe Dual use-verordening: een gemiste kans

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden non-proliferatie, ‘dual use’, mensenrechten, nationale veiligheid
Auteurs Mr. N.J. Helder en Mr. C.C. Klaui
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Europese verordening voor de controle op uitvoer van goederen voor civiel en militair gebruik (dual use) laat huidige uitdagingen, zoals geopolitieke machtsverschuivingen, agressieve uitbreiding van de invloedssfeer door sommige staten en de toenemende aandacht voor (en regulering van) nationale veiligheid door de daardoor geraakte staten, opkomende nieuwe technologieën en geglobaliseerde distributieketens (zoals voor semiconductors), grotendeels ongemoeid. Voorstellen van de Europese Commissie en het Europees Parlement om mensenrechten een centralere plaats in de EU-regelgeving inzake exportcontrole te geven zijn slechts in zeer geringe mate overgenomen. Deze uitdagingen zullen moeten worden geadresseerd op andere (nationale) wetgevingsterreinen. De nieuwe verordening laat EU-lidstaten de vrijheid om zelf op nationaal niveau door middel van aanvullende wetgeving en/of uitvoeringsbeleid mensenrechten te adresseren. Dat leidt naar verwachting tot een lappendeken van aanvullende wetgeving en diversiteit bij de uitvoering van de nieuwe verordening binnen de EU. Voor ondernemingen die in meerdere EU-lidstaten opereren, brengt dat een grotere compliancebelasting met zich mee.
    Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206/1-461).


Mr. N.J. Helder
Mr. N.J. (Jasper) Helder is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.

Mr. C.C. Klaui
Mr. C.C. (Chiara) Klaui is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.
Peer-reviewed artikel

Privaat toezicht als onderdeel van publiek toezicht

Een vergelijking tussen de voedselsector en de bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden bouwtoezicht, privaat toezicht, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking, Toezicht
Auteurs Annalies Outhuijse en Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Combinaties van publiek en privaat toezicht zijn niet weg te denken uit onze huidige maatschappij. In deze bijdrage vergelijken we de manier waarop privaat en publiek toezicht worden gecombineerd in twee sectoren, namelijk toezicht op voedselveiligheid en toezicht op veilige nieuwbouw. Na een uiteenzetting van de samenwerkingsarrangementen wordt ingegaan op de sterke en zwakke kanten van de gemaakte keuzes. Daarbij staat in het bijzonder één criterium centraal: betrouwbaarheid. Kan de overheid vertrouwen op toezicht en controle door private partijen? Zijn de private partijen in staat en bereid om effectief toezicht op voedselveiligheid en bouwkwaliteit uit te oefenen en welke factoren uit het samenwerkingsarrangement hebben hier invloed op? Naast de constatering dat private toezichthouders een toegevoegde waarde kunnen bieden aan de stelsels van toezicht, wijzen we op enkele potentiële risico’s die we in praktijk van bouw- en voedseltoezicht hebben geïdentificeerd: onvoldoende onafhankelijkheid en belangenverstrengeling, beperkte intrinsieke motivatie, kans op papieren werkelijkheid en onvoldoende corrigerende werking van het publieke toezicht.


Annalies Outhuijse
Mr. dr. A. Outhuijse is advocaat bij Stibbe binnen de praktijkgroep bestuursrecht. Eerder heeft zij een proefschrift geschreven op het gebied van het mededingingstoezicht bij de Rijksuniversiteit Groningen.

Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is rechtssocioloog en als fellow verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Het groeiende doolhof van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën voor verplichtingen met drugsprecursoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden drugsprecursoren, chemicaliën, Wet voorkoming misbruik chemicaliën, WED, Opiumwet
Auteurs Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) bepaalt dat het verboden is om in strijd te handelen met uiteenlopende voorschriften uit Europese verordeningen over drugsprecursoren. Deze Europese voorschriften brengen met zich dat bij handelingen met bepaalde drugsprecursoren, in het bijzonder zogenoemde geregistreerde stoffen, allerlei verplichtingen in acht moeten worden genomen. Zo gelden onder andere vergunning-, documentatie-, registratie- en opslagplichten. Thans is in de Tweede Kamer een wetsvoorstel in behandeling om een nieuw verbod in de Wvmc op te nemen. Met dit verbod wordt beoogd handelingen strafbaar te stellen met stoffen die (nog) niet zijn geregistreerd op grond van de Europese verordeningen maar geen legale toepassing zouden hebben. In dit artikel wordt ingegaan op de verplichtingen met drugsprecursoren en het voorgestelde verbod. Bij het wetsvoorstel worden de nodige kanttekeningen geplaatst.


Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers te Amsterdam.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Bouwbesluit 2012 en Bbl: bouwen op een duurzaam fundament

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Bouwbesluit, functionele eisen, prestatie-eisen, gebruiksmelding, gelijkwaardige oplossing
Auteurs Mr. A. (Anneke) Franken en Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het juridisch kader van de belangrijkste aspecten van het Bouwbesluit 2012 (Bb) gegeven. In het artikel gaan auteurs in op de oorsprong en grondslag van het Bb (par. 2), de hoofdstukindeling, de begrippen en de verschillende gebruiksfuncties in het Bb (par. 3), de (minimum)eisen en de beschermingsniveaus (par. 4), het instrument gebruiksmelding (par. 5), de mogelijkheden van een gelijkwaardige oplossing (par. 6), de opbouw en systematiek van de functionele eisen en de prestatie-eisen (par. 7), bouw- en sloopwerkzaamheden in het Bb (par. 8), handhaving (par. 9), overgangsrecht (par. 10) en de verhouding tot de Wabo en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (par. 11). Ook wordt ingegaan op de toekomst van het Bb onder de Omgevingswet (par. 12).


Mr. A. (Anneke) Franken
Mr. A. Franken is advocaat bij Hemwood

Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij Hemwood
Artikel

Corona te lijf via een app

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden CoronaMelder, AVG, dataprotectie, medisch hulpmiddel, corona-app
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en mr. dr. T.F.M. Hooghiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het juridische kader voor het gebruik van apps in de strijd tegen COVID-19 besproken. Bijzondere aandacht gaat uit naar de Nederlandse notificatieapp en de bijbehorende wettelijke regeling die hiervoor de grondslag moet bieden. In hun bijdrage vragen de auteurs aandacht voor enkele zorgpunten rond de app vanuit privacy- en dataprotectieperspectief.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is UHD gezondheidsrecht bij de afdeling Ethiek, Recht en Humaniora van het Amsterdam UMC en redacteur van dit blad.

mr. dr. T.F.M. Hooghiemstra
Theo Hooghiemstra is oprichter en directeur van Hooghiemstra & Partners en is gepromoveerd op informationele zelfbeschikking in de zorg.
Artikel

Integriteitstoezicht op aanbieders van cryptodiensten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden DNB, cryptodiensten, wisseldiensten, custodian wallets, crypto’s
Auteurs Margot Aelen en Hugo Prince
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is de herziene vierde anti-witwasrichtlijn (AMLD5) geïmplementeerd in onder andere de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft). De herzieningen zijn per 21 mei 2020 van kracht geworden. Een van de belangrijkste wijzigingen die in de Wwft is doorgevoerd betreft de uitbreiding van de reikwijdte van de wet naar twee typen aanbieders van cryptodiensten, te weten aanbieders van wisseldiensten voor het wisselen tussen crypto’s en fiat geld en aanbieders van custodian wallets. De Nederlandse Bank (DNB) is toezichthouder op deze nieuwe aanbieders en heeft er daarmee een nieuwe taak bij.


Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.

Hugo Prince
Drs. D.H. Prince is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.
Artikel

Access_open Met datascience op zoek naar indicatoren van georganiseerde criminaliteit en ondermijning

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Georganiseerde criminaliteit Organized crime, Ondermijning Drugs, Datascience Data science, Voorspellende indicatoren Indicators
Auteurs Dr. Patricia Prüfer en Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Increasing digitization and datafication lead to an increasingly important role of data in our society and to changes in the way institutions work and decisions are made. Although it can lead to changes in the type of crime (e.g. cybercrime), datafication also facilitates shifts from visible and registered crime to crime that has not (yet) been measured and registered, like manifestations of organized crime. Analyzing so-called big data can help to recognize new forms of crime, predict risk factors, and decrease the dark number of these forms of crime.
    In this study, we illustrate which indicators determine the stage of an industrial area regarding the occurrence of organized crime. Our supervised machine learning analysis shows that a number of indicators actually have predictive value for the degree of organized crime. These indicators could be used in the future to distinguish which industrial areas run an increased risk of organized and subversive crime.


Dr. Patricia Prüfer
Dr. Patricia Prüfer is groepsleider Data Science bij CentERdata, Tilburg.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning bij Avans Hogeschool.
Artikel

Magistrale bereiding van weesgeneesmiddelen: de fabrikant buitenspel gezet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden apothekersvrijstelling, magistrale bereiding, marktexclusiviteit
Auteurs Mr. J.J. Kempkes
SamenvattingAuteursinformatie

    Fabrikanten van weesgeneesmiddelen genieten een uitgebreide octrooirechtelijke bescherming, aangevuld door marktexclusiviteit. Het recente in werking treden van de apothekersvrijstelling biedt mogelijk ruimte aan de magistrale bereiding van weesgeneesmiddelen op een grotere schaal dan door de wetgever bedoeld. Het concept marktexclusiviteit kan uitgehold worden als de apothekersvrijstelling naar de letter van de wettekst geïnterpreteerd wordt.


Mr. J.J. Kempkes
Janou Kempkes is afgestudeerd van de master Recht van de Gezondheidszorg aan de Erasmus School of Law en bezig met de master Privaatrecht. Zij is werkzaam als student-assistent bij ESL en auteur gezondheidsrecht voor Compendium Geneeskunde.
Artikel

Access_open De vrijheden van vestiging en ondernemerschap en de preventieve toetsing van de a-grond door het UWV: is de toetsing in overeenstemming met AGET Iraklis?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond door het UWV, Vrijheid van vestiging, Vrijheid van ondernemerschap
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage onderzoekt de vraag of ons Nederlandse systeem van de preventieve toetsing door het UWV van ontslagen die het gevolg zijn van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub a BW (de a-grond) in overeenstemming is met het Unierecht. Een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het HvJ EU, waaronder in het bijzonder het AGET Iraklis-arrest uit 2016, wijst uit dat de aanwijzingen die het HvJ geeft omtrent de uitlegging van het Unierecht, in het bijzonder ten aanzien van de toepassing van de vrijheid van vestiging in samenhang met de vrijheid van ondernemerschap, repercussies hebben voor het Nederlandse systeem van de preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond. De conclusie luidt dat de toetsing door het UWV van het besluit van de ondernemer dat de arbeidsplaats van een werknemer is vervallen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of structureel vervalt door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, strijdig is met het Unierecht en daarom achterwege moet blijven. De oorzaak ligt bij het ontbreken van concrete, objectieve en controleerbare uitvoeringsbepalingen. De toetsing van de vervolgvraag betreffende de ontslagvolgorde lijkt wel te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de rechtspraak van het HvJ EU.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. I. Koopmans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid voor een misleidend prospectus – een (nieuwe) tussenstand?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2019
Trefwoorden prospectus, aansprakelijkheid, bestuurder, misleiding, prospectusverordening
Auteurs Mr. J.R. Hurenkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De Prospectusverordening die sinds 21 juli 2019 rechtstreeks werkt, heeft geen gevolgen voor het aansprakelijkheidsregime ten aanzien van de bestuurder voor een misleidend prospectus. De bestuurder is enkel aansprakelijk als hem een ernstig verwijt treft (tenzij het gaat om (jaar)cijfers of handelen pro se), waarvoor geen bewijslastomkering of vermoeden geldt.


Mr. J.R. Hurenkamp
Mr. J.R. Hurenkamp is werkzaam als advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.
Artikel

Zorgplicht: omgevingsrechtelijk instrument van de toekomst?

‘Een goed gekozen zorgplicht leidt tot wetgeving die aanmerkelijk bestendiger is dan gedetailleerde regels …’

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden handhaving, zorgplicht, voorzorgplichten
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op enkele belangrijke aspecten van de zorgplicht in het omgevingsrecht, zoals handhaafbaarheid en toepasbaarheid van het instrument van de zorgplicht in de verschillende gedaanten onder de komende Omgevingswet en AMvB’s.


Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer is emeritus hoogleraar Omgevingsrecht.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem werkt bij het Amsterdam UMC/locatie AMC, afdeling sociale geneeskunde en is lid van de redactie van dit tijdschrift.
Recent

Agenda

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Vrij verkeer

Uber: online dienst of vervoersbedrijf?

Europese grenzen aan regulering van online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Vervoersdienst, Uber, Richtlijn Elektronische handel 2000/31/EG, Dienstenrichtlijn 2006/123/EG, regulering
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In arrest Asociación Professional Elite Taxi/Uber Systems Spain geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of Uber moet worden gekwalificeerd als online dienst of vervoersbedrijf. Hiermee is ook duidelijk aan welke Europese regels nationale regulering van het online Uberplatform is onderworpen. In deze bijdrage wordt het arrest geanalyseerd en wordt bezien welke gevolgen het arrest heeft voor Nederland. Welke betekenis heeft het arrest voor de regulering van andere online platforms?
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/15, Asociación Elite Taxi/Uber Systems Spain, ECLI:EU:C:2017:981


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 76 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.