Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Artikel

Access_open Het effect van een pro Justitia-rapportage op de bewijsbeslissing: een empirische verkenning

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pro Justitia, Guilt, Conviction, Forensic mental health report
Auteurs Roosmarijn van Es MSc., Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. Jan de Keijser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A forensic mental health report is requested in about 30% of more serious cases presented to the criminal court. These reports can be used at sentencing and advise the judge on criminal responsibility, recidivism risk, and possible treatment measures, but is not a formal factor in decisions about guilt. The current study focuses on the (unwarranted) effect of forensic mental health information on conviction decisions. Using an experimental vignette study among 155 criminology students, results show that when a mental disorder is present, conviction rates are higher than when such information is absent. In line with the story model of judicial decision-making, additional analyses showed that this effect was mediated by the evaluation of guilt rather than by the evaluation of other physical evidence. Implications for further research and practice are discussed.


Roosmarijn van Es MSc.
Roosmarijn van Es is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de rol van informatie in pro Justitia-rapportages in rechterlijke beslissingen over bewijs en straf.

Dr. Janne van Doorn
Janne van Doorn is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Jan de Keijser is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Straftoemeting in zaken betreffende seksuele uitbuiting van minderjarigen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden human trafficking, child victims, sentencing, Defence for Children
Auteurs Mr. Eva Huls en Drs. Frits Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is a summary of the recently published study of Defence for Children - ECPAT: Sentencing of Sexual Exploitation of Minors: an analysis. The aim of the research was to provide insight into the penalties imposed in 2015-2019 in cases involving the sexual exploitation (human trafficking) of child victims. Another aim was to gain a better understanding of how the sentence was determined. A total of 145 convictions were analysed. This article first describes (the reason for) the research. Subsequently, the crime of human trafficking is briefly discussed. The findings of the analysis are then presented in a summarized version. Finally, the conclusion and recommendations follow.


Mr. Eva Huls
Mr. Eva Huls is advocaat-in-dienstbetrekking bij Defence for Children.

Drs. Frits Huls
Drs. Frits Huls is rechtssocioloog.
Artikel

Access_open Zorgen rondom het strafrecht: TBS

Problemen in de praktijk en een imagoprobleem: het perspectief van de terbeschikkinggestelde

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Sanctierecht, TBS, Executievolgorde, Straffen, Maatregelen
Auteurs Mr. J.A.W. (Job) Knoester en mr.dr. J. (Jan) Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage staat stil bij een aantal kwesties die het succes van de TBS-maatregel (kunnen) ondermijnen. Voor een deel gaat het daarbij om praktische problemen die met enige goede wil zouden kunnen worden weggenomen, en voor een ander deel gaat het om een imagoprobleem waarvoor – naast goede informatieverstrekking aan verdachten, terbeschikkinggestelden en aan de samenleving – wellicht een meer structurele ingreep noodzakelijk is. Bij de bespreking van de verschillende thema’s wordt het perspectief van de terbeschikkinggestelde als uitgangspunt genomen.


Mr. J.A.W. (Job) Knoester
Job Knoester is strafrechtadvocaat bij KVAK advocaten en tevens voorzitter van de Vereniging van tbs-Advocaten.

mr.dr. J. (Jan) Boksem
Jan Boksem is strafrechtadvocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten.
Redactioneel

Access_open 30 jaar kinderrechten: zoeken naar nieuw elan, betrokkenheid en inclusiviteit

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden IVRK, Kinderrechten, Mensenrechten
Auteurs Prof. dr. mr. T. (Ton) Liefaard en Mr. T.B. (Tamara) Trotman
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. T. (Ton) Liefaard
Prof. dr. mr. T. Liefaard, gastredacteur voor dit nummer, is vice-decaan en hoogleraar kinderrechten, houder van de UNICEF-leerstoel kinderrechten aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Mr. T.B. (Tamara) Trotman
Mr. T.B. Trotman is raadsheer bij het Gerechtshof Den Haag.
Jurisprudentie

Strafrechtelijke jurisprudentie GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2019
Auteurs Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Auteursinformatie

Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor Criminal Law and Criminal Procedure.
Jurisprudentie

De brandstichtende erfgenaam moet op de blaren zitten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden onwaardigheid, artikel 4:3 lid 1 sub b BW, Misdrijf, opzet tegen de erflater
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    X sticht brand in de woning van erflater en wordt daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld. Volgens X heeft dit niet tot gevolg dat hij onwaardig is om van erflater te erven. Hij stelt dat geen sprake is van een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Verder doet X een beroep op ondubbelzinnige vergeving en kaart hij zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid aan. De rechtbank volgt X niet in zijn betoog en acht hem onwaardig. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan het onderscheid dat volgens de rechtbank moet worden gemaakt tussen een met opzet gepleegd misdrijf en een met opzet tegen de erflater gepleegd misdrijf. De auteur concludeert dat het opzet enkel betrekking heeft op het strafbare feit. Het vereiste dat het misdrijf tegen de erflater moet zijn gepleegd, is aan het opzet onttrokken.


Mr. M. de Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Memorabele arresten

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2019
Auteurs de redactie

de redactie
Artikel

De opzetclausule (2000) uitgelegd door de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden opzetclausule, AVP, geestesstoornis, categoriebenadering, maatschappelijke functie AVP
Auteurs Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Shaken baby). In dit arrest geeft de Hoge Raad uitleg aan de opzetclausule die sinds 2000 in de AVP gehanteerd wordt. Gekeken wordt naar de invloed van de geestesstoornis op de toepassing van de opzetuitsluiting en er wordt een vergelijking getrokken met het strafrecht.


Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland is universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,

Han Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is senior rechter in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Is de mens voor een biocriminoloog per definitie onvrij?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2015
Trefwoorden biocriminology, autonomy, plasticity, integration of neurosciences, psychology and social data, conscious and unconscious processes
Auteurs L.J.M. Cornet en C.H. de Kogel
SamenvattingAuteursinformatie

    Does biocriminology by definition corrode the image of human beings as ‘free’ in the sense of being autonomous and responsible? This article focuses on modern biocriminological research and discusses important aspects in which current biocriminological insights differ from historical perspectives on biology and criminal behaviour. Three aspects are discussed: plasticity, integration and conscious/unconscious processes. Illustrating their case with empirical research examples the authors argue that modern biocriminological research does not consider human beings as ‘unfree’. Instead, research shows that biological characteristics are subject to change and that biological insights are complementary to more traditional psychological and sociological perspectives. Finally, the authors argue that recognizing the biological influences on human behaviour should not be viewed as a threat to autonomy, but instead should be considered as an enrichment of our understanding of human behaviour, and may therefore even increase autonomy.


L.J.M. Cornet
Liza Cornet, MSc is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

C.H. de Kogel
Dr. Katy de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    Tweede tuchtnorm; artikel 47 lid 1 sub b Wet BIG; arts die veroordeeld is voor zeer ernstig delict in privésfeer; klacht IGZ niet ontvankelijk

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.
Artikel

Zeven jaar na de Commissie Visser: een nieuw evenwicht?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden TBS order, mentally disordered offenders, Parliamentary Inquiry Commission, leave permit, forensic care institutions
Auteurs M.J.F. van der Wolf en L. Noyon
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1988 the Dutch entrustment order for dangerous mentally disordered offenders (TBS) is organised around three basic principles: treatment, legal protection and social security. In 2006 the Parliamentary Inquiry Commission ‘Visser’ reviewed the TBS order and made seventeen recommendations. This article seeks to investigate to what extent the implementation of these recommendations contributed to developments like the increasing restraints on leave permits and a lengthened average stay. Since 2006 there has been a strong emphasis on security. For a balanced execution of the TBS order more attention is needed for treatment and legal protection.


M.J.F. van der Wolf
Mr. dr. Michiel van der Wolf is als universitair docent verbonden aan de afdeling strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

L. Noyon
Lucas Noyon is als onderzoeksassistent verbonden aan de afdeling strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

2013/24 Rechtbank Noord-Nederland 21 maart 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Natuurgeneeskundige, handelingen op het gebied van de geneeskunst, uitblijven van reguliere geneeskundige zorg, schending zorgplicht, opzettelijke benadeling van de gezondheid
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Auteurs Bas van Stokkom en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Wie weet raad?: de reclassering en de zorg voor psychisch gestoorde delinquenten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden reclassering, geestelijk gestoorde cliënten, risico
Auteurs Dr. Jaap van van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1921 was de zorg en begeleiding van gevangenen en reclasseringscliënten, die lijden aan een ernstig psychisch probleem, niet professioneel georganiseerd. Voornamelijk beperkte financiële middelen waren hier de oorzaak van. In 1928 werd de Ter Beschikkingstelling van de Regering (TBR) ingevoerd, maar deze maatregel was bedoeld voor een kleine groep mensen die niet (volledig) verantwoordelijk waren voor de misdaad die ze begingen en het verhoogde risico van recidive. Het riep op tot een grotere deskundigheid van de reclasseringswerknemers en voor het toevoegen van psychologen en psychiaters aan de reclasseringsorganisaties. De reclassering heeft nu een grote verandering ondergaan. Onder andere onderzoeksgroepen op hogescholen leggen een solide wetenschappelijke basis voor het reclasseringswerk, ook als het gaat om het werken met geestelijk gestoorde cliënten.


Dr. Jaap van van Vliet
Dr. Jaap van Vliet is beleidsadviseur bij Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en senior onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van het kenniscentrum Sociale Innovatie aan de Hogeschool Utrecht. Hij is sinds 1998 redactielid van PROCES.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en was in de periode 2002-2011 als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak. Hij is thans als zodanig op parttime basis verbonden aan Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR).
Praktijk

Van de wijzen en de gek, of de nieuwe kleren van de keizer?

Psychiatrische en psychologische rapportage in strafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2011
Auteurs Dr. Ben Blansjaar
Auteursinformatie

Dr. Ben Blansjaar
Dr. B.A. Blansjaar is psychiater/psychotherapeut.

Mr. C.B.M.M. van Tiel
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.