Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1395 artikelen

x
Overheidsaanbestedingen

Een nieuwe impuls aan het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’: een aanbestedingsplicht voor nationale sportbonden?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden aanbestedingsrecht, Hof van Justitie, publiekrechtelijke instelling, nationale sportbond, Richtlijn 2014/24/EU
Auteurs Mr. L. Bozkurt en Mr. T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Prejudiciële beslissing over de aanbestedingsrechtelijke kwalificatie van de Italiaanse voetbalbond. Een marktpartij meent dat de Italiaanse voetbalbond kwalificeert als een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn en daarom opdrachten via een aanbesteding dient te vergeven. Het Hof van Justitie benoemt in zijn beslissing de relevante criteria om te oordelen of sprake is van een publiekrechtelijke instelling, te weten: de instelling (1) is opgericht met het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële en commerciële aard, (2) bezit rechtspersoonlijkheid en (3) vertoont overheidsafhankelijkheid. Het Hof van Justitie geeft de Italiaanse feitenrechter handvatten om te onderzoeken of voldaan is aan het derde vereiste, en meer specifiek of sprake is van overheidstoezicht op het beheer van de voetbalbond.
    HvJ 3 februari 2021, gevoegde zaken C-155/19 en C-156/19, ECLI:EU:C:2021:88 (Federazione Italiana Giuoco Calcio (FIGC)).


Mr. L. Bozkurt
Mr. L. (Leyla) Bozkurt is Counsel aanbestedingsrecht bij Maverick Advocaten.

Mr. T. Heystee
T. (Tess) Heystee is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Europese ontwikkelingen in het insolventierecht

Een civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden harmonisatie, faillissementsrecht, faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid, rangorde van schuldeisers
Auteurs Mr. Y. Diamant
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit ‘Europa’ wordt aangestuurd op verdere eenvormigheid van het insolventierecht van de EU-lidstaten. De Europese ontwikkelingen in het insolventierecht worden in dit artikel besproken, waarbij wordt ingezoomd op vier civielrechtelijke onderwerpen: bestuurdersaansprakelijkheid, faillissementspauliana, de positie van zekerheidsgerechtigden en de rangorde van schuldeisers.


Mr. Y. Diamant
Mr. Y. Diamant werkt als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel

Aansprakelijkheids- en verhaalsproblemen rondom een FGR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden beleggingsinstelling, juridisch eigenaar, beheerder, afgescheiden vermogen, beleggingsrestricties
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe men dient te contracteren met een fonds voor gemene rekening (FGR) om zeker te stellen dat het fonds aansprakelijk is voor de uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende verbintenissen en dat verhaal op de activa van het fonds tot de mogelijkheden behoort.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden, Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Professionele ethiek in het academisch juridisch onderwijs - Enige inhoudelijke en didactische aanknopingspunten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Auteurs Emanuel van Dongen en Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs inhoudelijke en didactische aanknopingspunten voor de integratie van professionele ethiek in de academische juridische opleiding. Dat gaat wat de auteurs betreft verder dan (enkel) het leren van gedragsregels, maar betreft ook de (kritisch-)ethische reflectie (op de professionele rol) van de jurist en ethische oordeelsvorming. Aanknopingspunten uit rechtstheoretische en onderwijskundige literatuur vragen om een curriculum brede, stapsgewijze, inbedding met passende toetsing. Dit onderwijs dient idealiter een combinatie te zijn van afzonderlijke meta-juridische vakken over recht en ethiek, positiefrechtelijke vakken die ethische elementen bevatten, klinische training en specifieke vakken over beroeps- of professionele ethiek. In dit artikel bespreken de auteurs diverse methoden die kunnen worden gebruikt om het onderwijs vorm te geven en illustreren dit met enkele voorbeelden uit het Utrechts universitair juridisch onderwijs. Actieve participatie, reflectie en – idealiter – eigen ervaringen zijn daarbij van groot belang. Een aantal modellen uit niet-juridische disciplines kan behulpzaam zijn bij het bieden van structuur voor ethische reflectie, voor zover het morele sensitiviteit en morele oordeelsvorming stimuleert. Verscheidene toetsingselementen op het terrein van de ethiek zijn door het curriculum heen nodig. Leeractiviteiten en toetsing kunnen worden opgebouwd in het curriculum van kennis en begrip, naar competenties ten aanzien van ethische dilemma’s en moreel oordelen.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar is Assistent Professor Legal Theory at the Institute for Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.
Kroniek

Access_open Kroniek concentratiecontrole 2020

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Bart de Rijke en Vivian van Weperen
Auteursinformatie

Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is partner en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam en Brussel.

Vivian van Weperen
Mr. V.Y.H. van Weperen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.
Signalering

De geheimhoudingsrechter in Lar-zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. O.H.M. Leito
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de Raad van Advies van Curaçao en bijzondere rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Hij is tevens lid van de redactie van het CJB.

Mr. O.H.M. Leito
Mr. O.H.M. Leito is griffier bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Mr. J. Starreveld
Mr. J. Starreveld is belastingadviseur/advocaat bij Spigt Dutch Caribbean.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden zorg, ACM, concentraties, Mededingingswet
Auteurs Mr. E. Belhadj en Mr. C.T. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek staan besluiten en andere handelingen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor wat betreft de toepassing van de Mededingingswet (Mw) in de zorgsector centraal. Daarnaast komt een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) aan bod. Deze kroniek heeft betrekking op de periode 1 november 2018 tot en met 31 december 2020.


Mr. E. Belhadj
Ekram Belhadj is advocaat bij Nysingh te Utrecht.

Mr. C.T. Dekker
Cees Dekker is advocaat bij Nysingh te Utrecht.
Artikel

Kroniek Vennootschapsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Lisette van der Gun en Rogier Wolf
Auteursinformatie

Lisette van der Gun
Lisette van der Gun is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag.

Rogier Wolf
Rogier Wolf is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag, universitair docent Ondernemingsrecht aan Maastricht University (ICGI) en lid van de advocatenredactie van het Advocatenblad.
Artikel

Enige contractenrechtelijke aspecten naar aanleiding van de juridische strijd tussen Epic Games en Apple over de Fortnite-app

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden digitale inhoud, contractdwang, contractsvrijheid, online platform, consument
Auteurs Dr. D. Op Heij en Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geschil tussen Epic Games en Apple over de Fortnite-app geeft aanleiding om enige contractenrechtelijke aspecten naar Nederlands recht nader te onderzoeken. Met name de machtspositie van een groot platform en het mogelijke nadeel dat consumenten als eindgebruiker ondervinden bij het gebruik van digitale inhoud staan in deze bijdrage centraal.


Dr. D. Op Heij
Dr. D. Op Heij is als docent/onderzoeker verbonden aan Tilburg Law School en in april 2021 gepromoveerd op het proefschrift getiteld ‘De overeenkomst over digitale inhoud in een B2C-rechtsverhouding’.

Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan Tilburg Law School en is raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam.
Artikel

De erfenis van Madoff voor icbe’s: naar een verdergaande aansprakelijkheid voor de bewaarder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden fraude, beheerders, aansprakelijkheid, Madoff, beleggingsinstellingen
Auteurs Mr. drs. J.E. de Klerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot deel van de ingelegde gelden in het piramidespel van Madoff is inmiddels terugbetaald aan de getroffenen van de fraude. De impact van Madoff op de regelgeving voor icbe’s is echter blijvend. De auteur bespreekt in dit artikel de gevolgen van de fraude voor de regelgeving voor icbe’s. De nadruk ligt daarbij op de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de bewaarder.


Mr. drs. J.E. de Klerk
Mr. drs. J.E. de Klerk is consultant bij AF Advisors te Rotterdam en verbonden als fellow aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Impressies

Controlled auction in het Nederlandse rechtsbestel

De verhouding tussen de contractsvrijheid en de precontractuele fase

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden controlled auction, contractsvrijheid, precontractuele fase
Auteurs W. Hoogeveen en Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de controlled auction en de positie die de controlled auction heeft in het Nederlandse recht. Daarbij wordt de nadruk gelegd op de verhouding tussen de contractsvrijheid en de precontractuele fase. De auteurs stellen dat door middel van de procedurebrief en het multilaterale karakter van de controlled auction het gerechtvaardigd vertrouwen niet snel aan de orde zal zijn. De precontractuele redelijkheid en billijkheid gaan bovendien pas een prominente rol spelen bij de (uiteindelijke) bilaterale onderhandelingen. De koper in een controlled auction is niet onbeschermd. Uit de jurisprudentie volgt dat heldere communicatie over de procedure essentieel is voor de mogelijkheid om af te wijken van de op voorhand gestelde procedure. Vanuit een economisch perspectief blijkt in de praktijk het optimale aantal bieders bij de verkoop van een onderneming sterk casuïstisch te worden bepaald, wil de veiling maximaal waardegenererend zijn. Derhalve zijn de auteurs van mening dat gelijke informatieverschaffing en gestandaardiseerde regelgeving de effectiviteit van de controlled auction niet zullen bevorderen. De controlled auction krijgt daarmee in het huidige rechtsbestel een juiste behandeling.


W. Hoogeveen
W. Hoogeveen is student Ondernemingsrecht en Behavioural Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. H. Koster
H. Koster is verbonden aan de Universiteit Leiden en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Access_open De weg naar de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Wanneer, hoe en waarom zijn we begonnen met te vragen om erkenning van NGT?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden doof, NGT, Nederlandse Gebarentaal, erkenning, dovengemeenschap
Auteurs R. Cokart en T. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1996 is er in opdracht van het Ministerie van VWS en het Ministerie van OCW een commissie ingesteld bestaande uit vijf horende en twee dove leden met als opdracht de regering te adviseren over de beste manieren om de Nederlandse Gebarentaal (NGT) officieel te erkennen. Ondanks alle inspanningen heeft het ruim dertig jaar geduurd voordat NGT eindelijk wettelijk erkend werd op 13 oktober 2020.
    In dit artikel beschrijven we de weg naar de wettelijke erkenning van NGT waaronder de komst van bovengenoemde commissie, de inhoud van het rapport en de directe gevolgen van het rapport. Sinds begin jaren tachtig leidt het wetenschappelijk onderzoek naar NGT, veranderingen in het dovenonderwijs en de emancipatie van de dovengemeenschap tot een nauwe samenwerking tussen de dovengemeenschap, professionals, ouders van dove kinderen en onderzoekers in een gezamenlijke inspanning om de dovengemeenschap te versterken en te streven naar de officiële erkenning van NGT.


R. Cokart
R. (Richard) Cokart is een native gebarentalige en linguïst en werkt als senior onderzoeker bij het Nederlands Gebarencentrum.

T. Schermer
T. (Tru‍de) Schermer is linguïst en voormalig directeur van het Nederlands Gebarencentrum en is sinds de jaren tachtig betrokken bij onderzoek naar NGT en bij het proces van erkenning van NGT.
Artikel

Het standstillbeginsel en de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, standstillbeginsel, Participatiewet, Kieswet, mensenrechten
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel veranderingen die met het VN-verdrag Handicap worden beoogd, komen niet van de ene op de andere dag tot stand. Dat maakt ze echter niet vrijblijvend. Het internationaalrechtelijke standstillbeginsel leert dat verdragsstaten na het aangaan van dergelijke langetermijnverplichtingen niet mogen handelen op een wijze die afbreuk doet aan die verplichtingen. Een preliminair onderzoek in de database Legal Intelligence, dat ten grondslag ligt aan deze bijdrage, suggereert dat dit beginsel zelden aan bod komt bij de regelgeving en jurisprudentie omtrent de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Deze bijdrage laat daarnaast zien dat hier wel aanleiding toe is. Nederland heeft namelijk ten aanzien van ten minste twee verdragsverplichtingen die in deze bijdrage behandeld worden – de toegankelijkheid van het verkiezingsproces en de sociale zekerheid – wellicht tegen deze verplichtingen in gehandeld. Het aankaarten van deze lacune wordt bemoeilijkt doordat Nederland zich nog niet heeft aangesloten bij het optionele protocol bij het verdrag.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Auteurs Nico Kaptein en Marit Scheepmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue of Justitiële verkenningen (Judicial Explorations) discusses three developments that have driven the use of DNA to grow: technological advances in DNA data sequencing, the booming market for commercial DNA testing, and the internationalization of the collection and sharing of DNA data. More and more DNA data is being distributed without any insight into what exactly happens to this data. While strict rules apply to the management and use of DNA data by the police and judicial authorities, this is not yet the case for data from commercial DNA tests. In this episode of Justitiële verkenningen, particular attention is paid to the rise of investigative genetic genealogy (IGG). This phenomenon means that the police and the judicial authorities use data from commercial DNA databases to track down suspects. The successes achieved in this way in deadlocked murder cases, including in the United States, are also discussed. It is clear that not everyone who sends DNA material to a DTC company foresees such an application, and this use is therefore controversial. Moreover, relatives of these customers are not systematically informed and they are usually not asked for permission. This special issue aims to contribute to the public debate on the consequences and risks of the dissemination of DNA data.


Nico Kaptein
Drs. N.A. Kaptein is directeur van advies- en onderzoeksbureau Maruda.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Access_open Tijd voor een Wet maatregelen virusuitbraak?

Over grondslagen voor afdwingbare gedragsvoorschriften

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden veiligheidsregio, noodverordening, corona, grondrechten, COVID-19
Auteurs M.A.D.W. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestrijding van een virusuitbraak die noodzaakt tot het opleggen van gedragsvoorschriften aan vrijwel de gehele bevolking moet wettelijk worden geregeld. De kans op een dergelijke uitbraak in de toekomst is reëel en de impact op het maatschappelijke leven is enorm. Dit gegeven én de taak die op de wetgever rust om de beperking van grondwettelijk beschermde grondrechten door middel van een wet in formele zin te regelen, vereisen dat er een opvolger komt voor de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Aan regionale regulering met noodverordeningen kleven meerdere grote nadelen, onder meer betreffende grondrechtenbescherming en democratische legitimatie.


M.A.D.W. de Jong
Mr. dr. M.A.D.W. (Rian) de Jong is universitair hoofddocent bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kroniek Waterwet 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden watervergunning, lozing, hemelwater, gedoogplicht, Omgevingswet
Auteurs Mr. A. (Alexandra) Danopoulos, Mr. S.F.J. (Stephan) Sluiter, Mr. E.L. (Eline) van Leeuwen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In TO 2015, afl. 2 verscheen voor het laatst een rechtspraakoverzicht over de Waterwet (Wtw). Met deze kroniek Waterwet wordt het jaarlijkse overzicht nieuw leven ingeblazen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de belangrijkste rechtspraak op het gebied van het waterrecht. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij de belangrijkste ontwikkelingen rondom de watervergunning, het projectplan, lozingen, gedoogplichten, nadeelcompensatie, relativiteit en belanghebbendheid in relatie tot de Wtw. De Wtw is een van de wetten die (naar verwachting) in 2022 grotendeels op zal gaan in de Omgevingswet. Per onderwerp gaan wij daarom in deze kroniek eveneens in op de wijze waarop het betreffende onderwerp in de Omgevingswet zal worden geïncorporeerd.


Mr. A. (Alexandra) Danopoulos
Mr. A. Danopoulos is advocaat/partner bij Ploum te Rotterdam en universitair docent bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. S.F.J. (Stephan) Sluiter
Mr. S.F.J. Sluiter is advocaat/partner bij Ploum te Rotterdam.

Mr. E.L. (Eline) van Leeuwen
Mr. E.L. van Leeuwen is advocaat-medewerker bij Ploum te Rotterdam.

Mr. M.S. (Miriam) Simman
Mr. M.S. Simman is juridisch medewerker bij Ploum te Rotterdam.
Kroniek

Kroniek publiekrechtelijke handhaving Mededingingswet 2020

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2021
Auteurs Ruben Elkerbout, Berend Reuder, Mattijs Baneke e.a.
Auteursinformatie

Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is advocaat bij Stek.

Berend Reuder
Mr. B. Reuder is advocaat bij Stek.

Mattijs Baneke
Mr. M. Baneke is advocaat bij Stek.

Linde Bremmer
Mr. L. Bremmer is advocaat bij Stek.
Toont 1 - 20 van 1395 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.