Zoekresultaat: 98 artikelen

x
Artikel

Antecedentenscreening in de financiële sector

Een empirische blik op integriteitswaarborging door de uitwisseling en beoordeling van antecedenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden integriteitstoetsing, screening, antecedenten, gegevensdeling, financiële sector
Auteurs Dr. mr. E.G. van ’t Zand, Prof. mr. dr. P.M. Schuyt en Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector vinden steeds meer integriteitstoetsingen en -screenings plaats. Het beoordelen van integriteit draait niet alleen om strafrechtelijke antecedenten, maar ook om toezichtantecedenten, (fiscaal) bestuursrechtelijke antecedenten, financiële antecedenten en tuchtrechtelijke antecedenten. Juridisch-empirisch onderzoek laat zien dat de financiële sector zich kenmerkt door een bont geschakeerd palet aan instanties die integriteitseisen stellen, het gedrag van professionals en ondernemingen toetsen en daarvoor onderling gegevens over antecedenten delen. Aangezien het totale integriteitsinstrumentarium veel overlap kent, is meer duidelijkheid over hoe lang, op welke wijze en in welke contexten antecedenten kunnen doorwerken onontbeerlijk. Daarbij lijkt het aangewezen meer oog te hebben voor de consistentie en systematiek in het totale systeem van integriteitstoetsingen en -screenings.


Dr. mr. E.G. van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is universitair docent criminologie.

Prof. mr. dr. P.M. Schuyt
Prof. mr. dr. P.M. Schuyt is hoogleraar sanctierecht en straftoemeting.

Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht.
Redactioneel

De bijkomende gevolgen van strafrechtelijk optreden

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden bijkomende effecten, Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), Bibob
Auteurs Mr. dr. I.M. Koopmans MSHE
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit nummer van TBS&H staat in het teken van de bijkomende gevolgen van strafrechtelijk optreden. Er zijn bijkomende gevolgen als gevolg van een strafrechtelijke veroordeling. Denk daarbij aan slachtoffers van misdrijven, die niet alleen zelf slachtoffer zijn, maar soms door het systeem meerdere keren slachtoffer worden, bijvoorbeeld doordat ze financiële voordelen kwijtraken zoals huur- of zorgtoeslag. Denk ook aan het (niet) meer krijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Er treden echter ook al bijkomende effecten op zodra een eerste strafrechtelijk optreden plaatsvindt. Bijvoorbeeld als gevolg van een doorzoeking. Klanten en financiers zoals banken die zich terugtrekken of op de rem trappen. Maar denk in dit verband ook aan de gevolgen van het gebruik van de Wet Bibob. Over al dit soort effecten gaat deze aflevering.


Mr. dr. I.M. Koopmans MSHE
Mr. dr. I.M. Koopmans is officier van justitie bij het Functioneel Parket.
Artikel

Access_open De rechten van de verdediging in de context van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken: een suggestie voor uitbreiding

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Equality of arms, strafproces, Digitale datasets, e-discovery, Rechten van de verdediging
Auteurs Mr. dr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Strafzaken draaien steeds meer om omvangrijke datasets die bestaan uit digitaal bewijs en geavanceerde technologische zoekinstrumenten zoals Hansken, een big data forensisch instrument. In deze context hebben advocaten en wetenschappers al aangevoerd dat geavanceerde zoekmachines de positie van het Openbaar Ministerie aanzienlijk versterken ten koste van de verdediging, die over het algemeen geen toegang heeft tot deze instrumenten. Met als gevolg dat de verdediging weinig invloed heeft op wat in een strafzaak als relevante informatie geldt en nauwelijks mogelijkheden geeft om ontlastend bewijs te vinden en de betrouwbaarheid van digitaal bewijs te toetsen. Dit leidt vervolgens tot een aanzienlijke machts- en kennisasymmetrie. Het beginsel van equality of arms in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt een goede basis voor de ontwikkeling van nieuwe of uitgebreidere rechten van de verdediging die nodig zijn in het digitale tijdperk. In dit artikel bespreek ik de bestaande rechten van de verdediging en bied ik suggesties voor een verdere uitbreiding van de rechten ten aanzien van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken. Deze suggesties kunnen ook worden gebruikt in het kader van de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht.


Mr. dr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is universitair docent straf(proces)recht bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

AI-risicotaxatie: nieuwe kansen en risico’s voor statistische voorspellingen van recidive

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Artificiële intelligentie, Risicotaxatie, Kunstmatige intelligentie, recidiverisico, voorspellingen
Auteurs G.M. (Max) de Vries, Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma, Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt inzicht geboden in nieuwe instrumenten die een risicotaxatie mogelijk maken met behulp van artificiële intelligentie. In het bijzonder wordt ook ingegaan op de talrijke fundamentele vragen die met het gebruik ervan gepaard gaan. Tevens gaan de auteurs na in welke mate AI-risicotaxatie accurater is – of kan zijn – dan de bestaande methoden van risicotaxatie.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
Johannes Bijlsma is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen (WPI) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor
Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies, werkzaam bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. F.J. (Floris) Bex
Floris Bex is bijzonder hoogleraar data science en rechtspraak aan het Department of Law, Technology, Markets and Society, Tilburg University, wetenschappelijk directeur van het Nationaal Politielab AI bij het Innovation Centre for AI (ICAI) en universitair docent AI bij het departement Informatica, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. G. (Gerben) Meynen
Gerben Meynen is als hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan het WPI en UCALL, Universiteit Utrecht en tevens bijzonder hoogleraar ethiek en psychiatrie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Ondermijnende criminaliteit laat zich niet onderscheppen noch aanhouden

Over de aanpak van georganiseerde misdaad en het belang van kennis

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ondermijning, Georganiseerde misdaad, Criminaliteitsbestrijding, Strafrechtsbeleid
Auteurs Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring, Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop en dr. R.A. (Robby) Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurlijke, strafrechtelijke en integrale aanpak van georganiseerde misdaad maken overuren maakt. Aan actie van de zijde van het huidige kabinet en aandacht in de verkiezingsprogramma’s is op dit terrein geen gebrek. Enorme plannen voor versterking van de aanpak van ondermijning zagen het afgelopen jaar het licht. Maar is de focus goed? De auteurs gaan na wat er kan worden geleerd uit criminologisch onderzoek naar ondermijnende drugscriminaliteit.


Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring

Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop
De auteurs zijn verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

dr. R.A. (Robby) Roks
Trending Topics

Artikel 272 Sr: zullen we het dan maar geheim gehouden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsgeheim, ambtsgeheim, politieambtenaren, politiemol, geheimhoudingsplicht
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel het aantal schendingen van het beroepsgeheim, zoals bedoeld in artikel 272 Sr, als het aantal strafzaken is toegenomen. In de bijdrage wordt de actuele jurisprudentie behandeld.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Prof. mr. H.J.B. Sackers is hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De (niet-)ontvankelijkheid van het OM en het rechterlijk pardon

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, niet-ontvankelijkheid, rechterlijk pardon, 359a Sv
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad stelt hoge eisen aan de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. De wetgever lijkt in de moderniseringsoperatie van het Wetboek van Strafvordering iets meer ruimte te willen geven voor situaties waarin de rechter al te grof is misleid, maar waarin door herstel van de vormverzuimen de waarheidsvinding niet wezenlijk is aangetast. Intussen lijken rechters soms middels een zogenaamd rechterlijk pardon (art. 9a Sr) verholen niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Hoe zit dat?


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair hoofddocent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De gelegenheid te baat nemen?

Criminaliteit in tijden van corona en sociale onthouding

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona, Crime, Lockdown, Opportunity theory, COVID-19
Auteurs Dr. Edwin Kruisbergen, Marco Haas MA, Drs. Joanieke Snijders e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    To control the COVID-19 outbreak Dutch government opted for a so-called intelligent lockdown. The virus as well as the lockdown caused significant personal and societal damage. It also created, however, a unique natural experiment. How did the forced stay in affect the crime levels? This article presents empirical data on crime trends during the lockdown. Initially, the general crime level decreased sharply. However, the general crime level quickly returned to pre-lockdown levels. Different types of crime displayed divergent trends, e.g. property crimes decreased sharply whereas online crime rates increased considerably. These trends fit rather well with an opportunity theoretical approach regarding crime.


Dr. Edwin Kruisbergen
Edwin Kruisbergen is onderzoeker Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en Kenniscoördinator DG Politie en Veiligheidsregio’s, Ministerie van Justitie en Veiligheid. Als onderzoeker vooral actief op de terreinen georganiseerde criminaliteit en opsporing.

Marco Haas MA
Marco Haas is teamleider van het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Het IAT is een gecombineerd team van politie, JenV en het CBS dat op basis van data-analyse politiethema’s onderzoekt ten behoeve van beleids- en besluitvorming.

Drs. Joanieke Snijders
Joanieke Snijders is informatieanalist bij het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Projectcoördinator van de ontwikkeling van een datagedreven monitor die maatschappelijke ontwikkelingen volgt en de mogelijke invloed daarvan in kaart brengt.

Ron Maas MMO
Ron Maas is teamleider Informatie-analyseteam (IAT) en Hoofd Nationale Briefing, Politie.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Het voorstel voor een nieuw regelgevend kader voor de gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden samenwerkingsverbanden, gegevensverwerking, AVG, privacy, integraliteit
Auteurs Dr. mr. M.P. Beijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat nader in op de betekenis van het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. De focus ligt op de vraagstukken die spelen rondom de bescherming van persoonsgegevens. Al geruime tijd bestaan er verschillende samenwerkingsverbanden, zoals de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s), die beogen bij te dragen aan de ‘integrale’ aanpak van belangrijke maatschappelijke problemen (zoals de ondermijnende criminaliteit). Toch zijn er maar beperkte grondslagen voor de gegevensuitwisseling van dergelijke samenwerkingsverbanden. Dit artikel legt nader uit welke problemen er spelen vanuit privacyrechtelijk oogpunt, waar het relevante nationale en Unierechtelijke toetsingskader uit bestaat, en vervolgens wat de meerwaarde van dit wetsvoorstel is.


Dr. mr. M.P. Beijer
Dr. mr. M.P. Beijer is werkzaam als wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en daarnaast als research fellow bij het Onderzoekcentrum voor Staat en Recht bij de Radboud Universiteit.
Artikel

Access_open Samenwerkingsverbanden en de strafrechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden samenwerkingsverbanden, verdedigingsrechten, nemo tenetur-beginsel, onrechtmatig bewijs, convenanten
Auteurs Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel ‘Gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden’ beoogt kaders te bieden voor de multilaterale samenwerking tussen strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke actoren ter bestrijding van ongewenste maatschappelijke fenomenen, waaronder de bestrijding van fraude. Het voorstel richt zich uitsluitend op de normering van de gegevensverwerking die onder de vlag van die samenwerkingsverbanden plaatsvindt. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering te beperkt is. Dat wordt geïllustreerd met een analyse van de mogelijke gevolgen van het voorstel voor de verdedigingsrechten en het bewijsrecht, in het bijzonder het leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs.


Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman is hoogleraar Transnationale rechtshandhaving en fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Access_open Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Auteurs Dr. André van der Laan, Prof. dr. Stefaan Pleysier en Prof. dr. Frank Weerman
Auteursinformatie

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid in Den Haag.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven en coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie en Jeugdrecht aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wie zijn jeugdige veelplegers?

Een onderzoek naar aantallen en kenmerken op basis van politieregistraties en zelfrapportage

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Juvenile delinquency, Frequent offending, Research methods, Self reports, Police registrations
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman, Prof. dr. Gerben Bruinsma, Prof. dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to provide more insight in prevalence and aetiology of juvenile frequent offending, employing police registered data as well as self-report information. We combined data about 519 youths that participated in a self-report study in the region of The Hague with police register data (the HKS system) from the police unit of The Hague. The results indicate that a substantial part of youths that report a large amount of offenses themselves are not formally known as ‘juvenile frequent offender’. Causal factors derived from four major criminological theories can be found in a more pronounced way among juvenile frequent offenders than among youths that incidentally commit offenses. In general, there are similarities between the characteristics of juvenile frequent offenders defined by police register data and those defined by self-reports, but, on average, frequent offenders that are known by the police spend more time unstructured socializing with friends. We conclude that research using the method of self-report is well capable to find juvenile frequent offenders, and that this method also leads to useful information about the causes of their delinquent behaviour.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is emeritus directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en emeritus hoogleraar Omgevingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Ruimtelijke analyse van criminaliteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.
Artikel

Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Trefwoorden public values, smart city, citizen participation, anti-technological protest, democratic legitimacy
Auteurs Prof. dr. Liesbet van Zoonen
SamenvattingAuteursinformatie

    Public values and citizen participation are key terms in smart city discourse that are propagated by all its actors, from governments to corporations and civil society. Nevertheless, the design and development of smart cities are hardly ‘public’ as some publics and some forms of participation are never included. This is particularly visible in current protests against a key enabling technology for smart cities, 5G. These contestations tend to be considered ill-informed and irrational, while their methods are seen as conflictual rather than helpful. In this article the author argues that the public value approach to smart cities is rooted in a deliberative perspective of democracy, while the tensions that are produced by 5G and other forms of anti-technological protest are better understood as part of agonistic democracy. Such conflicts about the new smart technologies that are currently hidden from public sight need to be articulated and constructed as contentious issues for electoral politics, in order for the smart city to acquire its democratic legitimacy.


Prof. dr. Liesbet van Zoonen
Prof. dr. E.A. van Zoonen is academisch directeur van het LDE Centrum voor Bold Cities van de Erasmus Universiteit Rotterdam, www.bold-cities.nl.
Artikel

De politie als nationale hulpverlener

Politieoptreden bij incidenten waarbij personen met verward gedrag betrokken zijn

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Verwarde personen Persons with confused behavior, GGZ Mental health service, Frontlijnwerkers Police officers, Lipsky
Auteurs Drs. Milou Janssen en Dr. Jelle van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    Incidents involving persons with ‘confused behavior’ are an important and topical theme in Dutch society. The police are often the first to be involved in these incidents because they are the only public organization that has a 24/7 presence on the streets. In 2019, the police registered 96,000 reports of persons who showed confused behavior. It is therefore not surprising that the police have repeatedly drawn political-administrative attention to this situation and indicated that the limits have been reached. That raises the question of how police officers deal with a situation that has actually grown above their heads in daily practice. In this research, based on the theory of street-level bureaucracy introduced by Lipsky, it was investigated how police officers in The Hague use their discretion to cope with this difficult reality.


Drs. Milou Janssen
Drs. M. Janssen werkt bij de Koninklijke Marechaussee.

Dr. Jelle van Buuren
Dr. G.M. van Buuren is universitair docent Institute of Security and Global Affairs, Universiteit van Leiden.
Artikel

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een aantal opmerkingen

Kroniek van twee jaar wetgevingsadviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens onder de Algemene verordening gegevensbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden consultatieverplichting, adviesrecht, bescherming persoonsgegevens, privacy
Auteurs Mr. L.H. von Meijenfeldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een thematisch overzicht van de wetgevingsadviezen die de Autoriteit Persoonsgegevens sinds de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming heeft gepubliceerd. Deze adviezen geven een fraai inzicht in de uitleg die de Autoriteit aan de verordening geeft en in de verwachtingen die zij heeft van de wetgever.


Mr. L.H. von Meijenfeldt
Mr. L.H. (Lester) von Meijenfeldt is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel

Gegevens delen, privacy en domeinoverstijgend werken

De AVG in de Lokale Persoonsgerichte Aanpak

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2020
Trefwoorden multiproblem, integrated approach, GDPR
Auteurs Dr. ir. Anke van Gorp, Dr. ir. Lisette Bitter, Verena Poel BA e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    At the level of local government, preventive and repressive measures are used within an integrated- personalized-approach to prevent disturbing and criminal behaviour. This integrated approach is only possible when the professionals involved can share data of subjects in order to get good insight of the existing problems and to find possible solutions. The Startbaan study, which focused on the collaboration within such an integrated-approach on young adults with multiproblems and justice contacts, shows that privacy regulations are perceived as being obstructive by professionals. More knowledge about the GDPR, its legal bases and domain specific regulations is necessary for an integrated-approach.


Dr. ir. Anke van Gorp
Dr. ir. Anke van Gorp is hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid, onderzoeker Lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid en privacy officer bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie.

Dr. ir. Lisette Bitter
Lisette Bitter is junior onderzoeker/projectcoördinator ‘Startbaan’ bij het lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid.

Verena Poel BA
Verena Poel BA is afgestudeerd op privacyknelpunten bij het Startbaan-project, en nu medewerker/adviseur security en kwaliteit P-Direkt.

Dr. Carmen Paalman
Dr. Carmen Paalman is hogeschooldocent bij het Instituut voor Social Work, onderzoeker Lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid en projectleider ‘Startbaan’.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/66

HR 7 april 2020, 18/03907, ECLI:NL:HR:2020:523

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Naschrift

Naschrift bij ‘Het belang van privacy in het strafrecht’

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden privacy, rechterlijke taken, Autoriteit Persoonsgegevens, toezicht, rechtspraak
Auteurs Mr. P.C. Peterson
SamenvattingAuteursinformatie

    De openbaarheid van rechtspraak is een fundamentele pijler van de democratische rechtsstaat. Daar staat tegenover dat een verdachte of veroordeelde grote waarde hecht aan anonimiteit in het strafproces. Gerechten dienen bij de publicatie van strafrechtelijke informatie deze anonimiteit te waarborgen. Maar hoe is het toezicht hierop geregeld? Wat gebeurt er als bij het beschikbaar stellen van informatie over gerechtelijke (straf)zaken de Algemene verordening gegevensbescherming of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens wordt geschonden? Is de Autoriteit Persoonsgegevens bevoegd een boete op te leggen? In dit naschrijft bij het artikel ‘Het belang van privacy in het strafrecht’ worden deze vragen beantwoord.


Mr. P.C. Peterson
Mr. P.C. Peterson is privacyadviseur bij SSC-ICT, onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Toont 1 - 20 van 98 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.