Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 711 artikelen

x
Artikel

De door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijke bestuurder en commissaris

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden OK-functionaris, enquêterecht, voorzieningen, aansprakelijkheid, toezicht
Auteurs Mr. D.J.F.F.M. Duynstee en Mr. T. Drenth
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs wat een OK-functionaris is, en gaan zij in op zijn aansprakelijkheidspositie en op enige recente ontwikkelingen in de jurisprudentie ten aanzien van de rol van de Ondernemingskamer in het beperken van de risico’s voor de OK-functionaris. Afgesloten wordt met een kort pleidooi voor een bredere toepassing van artikel 16 lid 5 Rv en meer structureel toezicht.


Mr. D.J.F.F.M. Duynstee
Mr. D.J.F.F.M. Duynstee is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. T. Drenth
Mr. T. Drenth is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Access_open De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden MVO, moederaansprakelijkheid, duurzaamheid, human rights due diligence, zorgplicht
Auteurs J.E.S. Hamster LLM MA
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de verwachte conceptrichtlijn duurzame corporate governance. Daarbij wordt uitgebreid ingegaan op het beginsel van human rights due diligence, dat de kern zal vormen van de conceptrichtlijn. Deze ontwikkeling zal verstrekkende gevolgen hebben voor ondernemingen, en zij zullen dit onderwerp hoog op de agenda moeten zetten.


J.E.S. Hamster LLM MA
J.E.S. Hamster LLM MA is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Artikel

Het sociaal plan met de ondernemingsraad nader bekeken

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden ondernemingsraad, sociaal plan, artikel 32 lid 2 WOR, procesbevoegdheid, reorganisatie
Auteurs mr. Klaas Wiersma en mr. Anne van Geen
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar de ondernemingsraad eerst met name als toehoorder bij de onderhandelingen tussen de vakbonden en de ondernemer zat, lijken werkgevers er in toenemende mate de voorkeur aan te geven om een sociaal plan met de ondernemingsraad overeen te komen in plaats van met de vakbonden. In deze bijdrage onderzoeken de auteurs wat de werking is van een met de ondernemingsraad overeengekomen sociaal plan en wat de rol van de ondernemingsraad kan zijn als de ondernemer zijn verplichtingen uit het sociaal plan niet nakomt. Aansluitend doen de auteurs een aanbeveling om de positie van de ondernemingsraad te versterken in een eventueel geschil over de uitleg of nakoming van het sociaal plan.


mr. Klaas Wiersma
Klaas Wiersma is advocaat/partner bij Loyens Loeff N.V.

mr. Anne van Geen
Anne van Geen advocaat bij Loyens Loeff N.V.
Essay

Maatwerk, de keukentafel, toezicht en vertrouwen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden maatwerk, keukentafel, toezicht, vertrouwen, pgb
Auteurs Matthijs Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Het persoonsgebonden budget (pgb) is een middel om tot maatwerk in het individuele geval te komen maar ook gevoelig voor ongewenst gebruik. De gemeentelijke vrees voor ‘oneigenlijk gebruik’ kan er ook toe leiden dat de gemeente op haar beurt oneigenlijk gebruik maakt van de mogelijkheden van de controle vooraf. Bijvoorbeeld door te verbieden dat het budget op een bepaalde manier wordt besteed. Kan dat en is het wenselijk? Zijn er ook nog andere manieren om ongewenst gebruik te beperken? Belangrijk is dat beide partijen met open vizier met elkaar moeten spreken. Dat geldt voor de cliënt maar ook voor de gemeente.


Matthijs Vermaat
Mr. dr. M. F. Vermaat is advocaat-partner bij Van der Woude De Graaf advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2021
Auteurs Mr. S.C. Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Artikel

Access_open Gegevensuitwisseling bij bemoeizorg: goed geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden beroepsgeheim, doorbreking, goed hulpverlenerschap, zelfbeschikkingsrecht
Auteurs Mr. C.M. Zetsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het juridische kader voor gegevensuitwisseling ten behoeve van bemoeizorg. Centraal staat de vraag of het goed hulpverlenerschap als zelfstandige grond ter doorbreking van het beroepsgeheim kan en mag worden beschouwd. Dit onder andere met het oog op het (informationele) zelfbeschikkingsrecht van de cliënt.


Mr. C.M. Zetsma
Katrien Zetsma is onder andere werkzaam als adviseur gezondheidsrecht bij Artsenfederatie KNMG.
Artikel

Anticonceptiecounseling: de remedie tegen onbedoelde zwangerschappen?

De juridische knelpunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden informed consent, verplichte anticonceptie, ongeboren kind, vrijwilligheid, wilsonbekwaamheid
Auteurs Mr. S. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Door het programma ‘Nu Niet Zwanger’ wordt gepoogd middels anticonceptiecounseling kwetsbare mensen vrijwillig een keuze te laten maken over anticonceptie. Enkele juridische aspecten blijven daarbij onderbelicht, waaronder zorgvuldigheidsnormen zoals het informed consent en de wilsonbekwaamheid. De onderbelichte juridische aspecten van het programma staan in dit artikel centraal.


Mr. S. Koelewijn
Simone Koelewijn is advocaat gespecialiseerd in gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten en notarissen te Utrecht.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Een voorstel om versneld te procederen in strafzaken bij het Haagse Hof

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Innovatie, Procesafspraken, Consensualiteit, Strafprocesrecht, Tardief
Auteurs Mr. H.C. (Hermine) Wiersinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijkheid de strafprocedure in hoger beroep op innovatieve wijze te verkorten? Hier wordt een voorstel gedaan om op basis van consensualiteit te komen tot afspraken over versnelde afdoening in oude zaken. Het proces moet fair zijn en in lijn met uitgangspunten van het Wetboek van Strafvordering. Afspraken gemaakt tussen openbaar ministerie en verdediging worden voorgelegd aan de rechter. Een ingelaste schriftelijke ronde waarin standpunten worden uitgewisseld, goede planning van openbare (avond)zittingen en strakke handhaving van termijnen moeten daadwerkelijke versnelling mogelijk maken.


Mr. H.C. (Hermine) Wiersinga
Hermine Wiersinga is raadsheer bij het Gerechtshof Den Haag.

Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor Criminal Law and Criminal Procedure.
Forum

De regiebehandelaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden hoofdbehandelaar, verantwoordelijkheidsverdeling, Wet BIG, Wkkgz, tuchtrecht
Auteurs Mr. F.H. de Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op de kwaliteit van zorg heeft het CTG een aantal verantwoordelijkheden rond samenwerking in de zorg geherdefinieerd. ‘Exit hoofdbehandelaar, enter regiebehandelaar.’ De ervaren onduidelijkheden over verantwoordelijkheidsverdeling nemen hierdoor slechts ten dele af. De Wkkgz zou hier een grotere rol moeten spelen dan de Wet BIG.


Mr. F.H. de Haan
Frank de Haan is manager Kenniskern Strategie en Bestuur bij Amphia en redacteur van dit tijdschrift.

    Sinds 2014 kunnen zorginstellingen de rechter vragen een vertegenwoordiger voor een cliënt te benoemen of te ontslaan. Het is niet de bedoeling dat een instelling die bevoegdheid aangrijpt om kritische familie buitenspel te zetten. Soms kan er echter sprake zijn van een vastgelopen situatie waarin de instelling weinig andere opties heeft.


Mr. drs. S.E. Garvelink
Sebastiaan Garvelink is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Rechtsbescherming

Een nieuw EU-sanctieregime tegen ernstige schendingen van de mensenrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden EU-sancties, mensenrechten, rechtsbescherming, implementatie
Auteurs Prof. dr. C.M.J. Ryngaert en Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In december 2020 nam de Europese Unie een Global Human Rights Sanctions Regime aan. Het nieuwe sanctieregime past binnen de ambities van de EU om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde bescherming van mensenrechten. Dit artikel bespreekt de behoefte aan dit regime, zijn reikwijdte, de geboden rechtsbescherming en de implementatie door de lidstaten. De auteurs stellen onder meer dat het juridisch onduidelijk is waarom het nodig was dit regime in te stellen. Ook vragen zij zich af of de politieke besluitvorming die ten grondslag ligt aan het regime, voldoende in staat is om rechtstatelijke waarborgen te garanderen.
    Besluit (GBVB) 2020/1999 en Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 (PbEU 2020, LI 410/13).


Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. (Cedric) Ryngaert is hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Utrecht (RENFORCE onderzoeksprogramma).

Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar Europees recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Op 21 april 2020 wees de Hoge Raad twee arresten over euthanasie bij dementie in de spraakmakende Koffie-zaak. De belangrijkste rechtsbronnen van de Hoge Raad waren de tekst en de parlementaire geschiedenis van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding uit 2002. De Hoge Raad heeft het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap uit 2006 niet als rechtsbron gebruikt. Op grond van dat verdrag moet de handelingsbekwaamheid van personen met een handicap worden erkend en mag de wilsonbekwaamheid van deze personen niet worden gebruikt om hun zelfbeschikkingsrecht te beperken. Uit het commentaar van het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap op artikel 12 van het verdrag blijkt dat deze personen zo veel mogelijk moeten worden ondersteund bij het nemen van eigen beslissingen over alle aspecten van hun leven, wat in de Koffie-zaak niet is gebeurd.


Mr. dr. N. Rozemond
Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije Universiteit Amsterdam. Auteur van Het zelfgekozen levenseinde, Leusden: ISVW Uitgevers 2021.
Artikel

De Scheldestad of Manhattan aan de Maas? Een vergelijkende analyse van de Antwerpse en Rotterdamse havens bij de in- en doorvoer van cocaïne

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cocaine trafficking, Transnational organized crime, Corruption, public-private partnership, routine activity approach
Auteurs Richard Staring, Lieselot Bisschop, Charlotte Colman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The ports of Rotterdam and Antwerp are among the main European ports of entry for the import and further distribution of cocaine. Earlier research underlines the interchangeability of these ports regarding the criminal networks trafficking cocaine into Europe. In this contribution, the interchange­ability of these European sea ports regarding cocaine trafficking is questioned. Based on empirical research, and applying the routine activity approach, the Port of Rotterdam and the Port of Antwerp are compared with respect to their physical characteristics, the potential, motivated offenders, as well as the existing public and private security measures.


Richard Staring
Prof. dr. R.H.J.M. Staring is hoogleraar Empirische Criminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lieselot Bisschop
Prof. dr. L.C.J. Bisschop is Professor of Public and Private Interests bij Department of Criminology & Erasmus Initiative on Dynamics of Inclusive Prosperity van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Charlotte Colman
Prof. dr. C. Colman is docent Criminologie bij de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent. Zij is tevens postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek.

Jelle Janssens
Prof. dr. J. Janssens is hoofddocent bij het Institute for International Research on Criminal Policy van de Vakgroep Criminologie, Strafrecht, Sociaal Recht, Faculteit Recht en Criminologie, van de Universiteit Gent.

Robby Roks
Dr. R.A. Roks is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De executeur als vertegenwoordiger van erflater

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 17 2021
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols
Artikel

De participantenvennootschap: gedachten over een mogelijke nieuwe rechtsvorm

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden corporate governance, stakeholders, maatschappelijke verantwoordelijkheid, beursvennootschap, strategie
Auteurs Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beschrijft de auteur een toekomstperspectief dat geschetst wordt in zijn proefschrift. De ‘participantenvennootschap’ is een mogelijke nieuwe rechtsvorm, waarbinnen ook andere stakeholders dan aandeelhouders inspraak gegeven wordt in de vennootschappelijke besluitvorming. Het doel hiervan is een ondernemingsvorm te creëren met oog voor alle betrokkenen en maatschappelijke belangen.


Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
Mr. dr. S.B. Garcia Nelen is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en onderzoeker aan de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Access_open De statutaire procuratiehouder nader beschouwd

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden vertegenwoordiging, analoog, statuten, volmacht, functionaris
Auteurs Mr. W.J.M. Jansen en Mr. W.J. Dam
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs in op de vraag in hoeverre titel 3.3 BW van toepassing is op de statutaire procuratiehouder, daarbij trachtend een volledig overzicht te creëren. Hiermee wordt voor het eerst een volledig onderzoek gedaan naar de analoge toepasbaarheid van titel 3.3 BW op de statutaire procuratiehouder.


Mr. W.J.M. Jansen
Mr. W.J.M. Jansen is kandidaat-notaris bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. W.J. Dam
Mr. W.J. Dam is kandidaat-notaris bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Toont 1 - 20 van 711 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 35 36
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.