Zoekresultaat: 135 artikelen

x
Artikel

Digitale data en retentierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden opschortingsrechten, software, kwalificatie, zaken
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Een schuldeiser die weigert digitale data aan zijn schuldenaar af te geven totdat hij is betaald, heeft geen retentierecht. Het retentierecht is immers alleen mogelijk op zaken. Deze kwalificatievraag heeft gevolgen voor de rechtspositie van de opschortende schuldeiser en zijn schuldenaar (of diens curator), want de regeling van het retentierecht verschilt van het algemene opschortingsrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is Professional Support Lawyer bij Lydian in Brussel.
Wetenschap

Het consultatievoorstel modernisering personenvennootschappen

Een overzicht met kanttekeningen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden personenvennootschapsrecht, maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. dr. A.J.S.M. Tervoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Al meerdere decennia is de wetgever met vele temporaire onderbrekingen bezig het personenvennootschapsrecht, dat in essentie nog uit 1838 stamt, te moderniseren. Een aantal legislatieve aanzetten daartoe is in de loop der jaren om uiteenlopende redenen gesneefd. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft dit onderwerp nu weer opgepakt. Op 21 februari 2019 heeft het een ambtelijk voorontwerp voor een nieuwe wettelijke regeling van het personenvennootschapsrecht met een daarbij behorend voorontwerp-memorie van toelichting in consultatie gebracht. De consultatie is inmiddels gesloten. De hoofdlijnen van dit consultatievoorstel zullen in dit artikel worden beschreven, voorzien van een enkele kanttekening.


Mr. dr. A.J.S.M. Tervoort
Mr. dr. A.J.S.M. (Arie) Tervoort is advocaat of counsel bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en fellow bij het aan de VU Amsterdam verbonden Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO) te Amsterdam.

Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.
Artikel

Initiatiefwetgeving: een lange hordeloop (met kans op eeuwige roem)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden initiatiefwetten, Handreiking, ambtelijke bijstand, politiek, regeerakkoord
Auteurs Mr. H.M. Linthorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het initiatiefrecht biedt de mogelijkheid om ook buiten de meerderheid van een coalitie veranderingen in onze rechtsorde tot stand te brengen. Als Kamerleden het initiatief voor een wetsvoorstel nemen, staat de politieke rationaliteit voorop. De ‘Handreiking ambtelijke bijstand bij initiatiefwetgeving’ legt echter de nadruk op andere rationaliteiten, in het bijzonder de financiële. Zij kan leiden tot minder vertrouwen tussen Kamerleden en bijstandsverleners vanuit de ministeries. De controledrift die uit de Handreiking blijkt, manifesteert zich ook waar in het kader van het huidige regeerakkoord is afgesproken welke initiatiefwetsvoorstellen niet verder worden behandeld of niet aanhangig mogen worden gemaakt.


Mr. H.M. Linthorst
Mr H.M. (Huub) Linthorst is sinds zijn pensionering als directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken in mei 2010 als vrijwilliger werkzaam bij de Tweede Kamerfractie van D66.
Contracten maken

Access_open Leren exonereren: een aantal gezichtspunten ten aanzien van het contractueel reguleren van aansprakelijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Exoneratie, Schadeplichtigheid, Verzuim, Opzet of bewuste roekeloosheid, Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rol die exoneraties in b2b-verhoudingen spelen besproken en formuleert de auteur regels die bij het opstellen van een goede exoneratiebepaling van nut kunnen zijn. De auteur wijst op het belang van het juridisch (logistiek) kwalificeren van de overeenkomst, de vraag of de schadeplicht voortvloeit uit een temporeel of kwalitatief ten achter blijven en op de uitleg van exoneraties. Onderzocht wordt ook of toetsing van het beding aan de beperkende werking van de redelijkheid veel verschilt van de norm ‘onredelijk bezwarend’ uit artikel 6:233 sub a Burgerlijk Wetboek en de omstandigheden die in de rechtspraak een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of een exoneratie terzijde moet worden gesteld.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

    Op 20 mei 2019 werd de Richtlijn Consumentenkoop aangenomen. Deze richtlijn gaat invloed hebben op de wettelijke regeling over conformiteit bij consumentenkoop. De richtlijn voorziet in een eigen conformiteitsregel en een eigen toepassingsbereik. In deze bijdrage wordt de richtlijn verkend en de invloed op de bestaande regeling besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Hoofddorp en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Een mogelijke inpassing van de G1000 op nationaal niveau

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden G1000, burgerparticipatie, deliberatie, representatieve democratie, wetgevingsproces
Auteurs Mr. M. van Zanten, G.J.P. Penders, L.S.R. Frietman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De G1000 is als vorm van burgerparticipatie herhaaldelijk ingezet op lokaal niveau als aanvulling op de representatieve democratie. Daarmee voorziet de G1000 in potentie in de behoefte van veel burgers aan (meer) politieke betrokkenheid. In dit artikel gaan de auteurs daarom in op de vraag of en hoe de G1000 ook op nationaal niveau, in het wetgevingsproces, kan worden ingepast. Daarbij wordt eerst ingegaan op de behaalde resultaten van de G1000 op lokaal niveau en de toegevoegde waarde van het instrument ten opzichte van andere vormen van burgerparticipatie. Vervolgens wordt gekeken welke constitutionele grenzen het grondwettelijk stelsel stelt aan de inpassing van een G1000 op nationaal niveau. De auteurs komen tot de conclusie dat een G1000 binnen deze grenzen kan worden ingepast, waarbij tegelijkertijd de basisprincipes van de G1000 zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Zij dragen in dat kader enkele ideeën aan voor de daadwerkelijke implementatie van de G1000 in het nationale wetgevingsproces.


Mr. M. van Zanten
Mr. M. (Melanie) van Zanten is als promovenda verbonden aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

G.J.P. Penders
G.J.P. (George) Penders is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als student medewerker bij de sectie bestuursrecht van Pels Rijcken.

L.S.R. Frietman
L.S.R. (Lars) Frietman heeft in Utrecht zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond en is oud-voorzitter van Studievereniging Politeia voor staats-, bestuursrecht en rechtstheorie.

P.A. Oudijn
P.A. (Nellieke) Oudijn heeft haar master Staats- en Bestuursrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als advocaat bij BVD advocaten.

L.J.C.M. van der Ven
L.J.C.M. (Lorenz) van der Ven heeft zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als buitengriffier op de Rechtbank Midden-Nederland.
Artikel

Ontbinding: effectief wapen of zwaard van Damocles?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Ontbinding, Artikel 6:265 BW, Tenzij-bepaling, Tekortkoming, Verzuim
Auteurs Mr. I.W.M. Olthof
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Eigen Haard-arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat de toets voor de ontbinding van overeenkomsten laagdrempelig blijft, in die zin dat in beginsel iedere tekortkoming volstaat en dat een beroep op de tenzij-bepaling niet terughoudend moet worden beoordeeld. Bij de beoordeling van die tenzij-bepaling zijn vervolgens in beginsel alle omstandigheden van het geval – en niet alleen de bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming – in gelijke mate van belang. Concrete handvatten voor de houdbaarheid van een ontbindingsberoep in de praktijk bevat het arrest echter niet. Uitspraken van feitenrechters laten zien dat een breed scala aan omstandigheden wordt meegewogen, maar dat een beroep op ontbinding toch in de meeste gevallen slaagt. Voor meer zekerheid over de ingeroepen ontbinding zullen partijen (nog altijd) heldere contractuele afspraken moeten maken.


Mr. I.W.M. Olthof
Mr. I.W.M. Olthof is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Rotterdam.

    Socially effective justice requires innovative legislation that allows the judge to experiment with simple procedures that bring parties together in order to prevent escalation of disputes. For that reason, the Dutch government has enabled experiments with low-threshold local civil courts. This article focuses on the experiences with such a court in Rotterdam. The court provides a simple, fast and cheap procedure with the aim of reaching a solution to the dispute in joint consultation. The article provides insight into the nature and the number of disputes that have been dealt with up to now.


Mr. Wim Wetzels
Mr. W.J.J. Wetzels is als kantonrechter/senior rechter A verbonden aan de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Toerekening van kennis aan rechtspersonen

Bespreking van het proefschrift van mr. B.M. Katan

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden kennistoerekening, rechtspersoon
Auteurs Mr. J.B.M.M. Wuisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van Katan is vooral voor de praktijkjurist een goede gids om een beeld te krijgen van de vragen die spelen bij het toerekenen van kennis aan een rechtspersoon, en om tot een beantwoording van die vragen te komen.


Mr. J.B.M.M. Wuisman
Mr. J.B.M.M. Wuisman is voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Access_open De toepassing van de klachtplicht bezien vanuit het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Klachtplicht, Bouwcontracten, Aansprakelijkheid na oplevering, Verjaring en verval
Auteurs Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de klachtplichtregeling, waarvoor de algemene wettelijke grondslag in artikel 6:89 BW is neergelegd. Specifiek voor de consumentenkoop en de aanneming van werk zijn daarvan afwijkende regelingen opgenomen, respectievelijk in artikel 7:23 en artikel 7:758 lid 3 BW. De klachtplichtregeling van artikel 7:758 lid 3 BW zal gaan wijzigen. De regering is immers voornemens in titel 7.12 BW (aanneming van werk) drie privaatrechtelijke wijzigen door te voeren in het kader van het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Aan artikel 7:758 BW zal een nieuw lid 4 worden toegevoegd. In deze bijdrage wordt allereerst de klachtplichtregeling van artikelen 6:89, 7:23 en 7:758 lid 3 BW toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de gevolgen van het voorgestelde nieuwe lid 4 voor de toepassing van de klachtplicht in de praktijk.


Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is hoogleraar privaatrecht, bijzondere overeenkomsten, aan de Tilburg Law School.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Nieuw in België: Collaboratieve Onderhandelingen Wettelijk Geregeld

(New in Belgium: A Statutory Basis for Collaborative Negotiations)

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Collaboratieve onderhandelingen, Bemiddelingswet, conflictoplossing, België, Collaboratieve advocaat
Auteurs Willem Meuwissen
SamenvattingAuteursinformatie

    The ADR Act of 18 June 2018 provides for an insertion into the ‘Gerechtelijk Wetboek’ (Judicial Code), entitled ‘Collaboratieve onderhandelingen’ (Collaborative Negotiations), which came into force on 1 January 2019.


Willem Meuwissen
Willem Meuwissen is an attorney and accredited mediator with the Belgian Federal Mediation Commission and a member of the Belgian Association of Collaborative Professionals. He teaches negotiation and mediation at the universities of Antwerp and Brussels. He trains students becoming certified mediator at bMediaton and EMTPJ.
Artikel

Interne bestuurdersaansprakelijkheid en de klachtplicht: de uitzondering op de regel of de regel op de uitzondering?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden klachtplicht, (interne) bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:9 BW, artikel 6:89 BW
Auteurs Mr. S.A.L.L. Caris en Mr. D.J.M. Kulk
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op toepassing van de klachtplicht op bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. De auteurs komen tot de conclusie dat er geen goede dogmatische en praktische redenen zijn om de klachtplicht niet van toepassing te verklaren op bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW.


Mr. S.A.L.L. Caris
Mr. S.A.L.L. Caris is als advocaat werkzaam voor DVDW Advocaten te Rotterdam.

Mr. D.J.M. Kulk
Mr. D.J.M. Kulk is als advocaat werkzaam voor DVDW Advocaten te Rotterdam.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Actualia contractspraktijk

Detailhandelaren en leveranciers in distributieland treden toe tot het walhalla van de Dienstenrichtlijn

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Algemene voorwaarden, Informatieplicht, Dienstenrichtlijn, Detailhandel, Distributiehandel
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De Dienstenrichtlijn is op 28 december 2009 geïmplementeerd in het BW. De regeling in het BW bevat een eigen, van artikel 6:234 BW afwijkende, lichte wijze van informeren over algemene voorwaarden. Omdat de informatieplicht onder de Dienstenrichtlijn lichter is dan die onder het BW, streven veel partijen naar de status van dienstverrichter. Op 30 januari 2018 oordeelde het HvJ EU dat ook detailhandel en distributiehandel onder het bereik van de Dienstenrichtlijn vallen. De reikwijdte van dit arrest valt niet te onderschatten, De gevolgen van dit arrest voor de algemenevoorwaardenregeling in het BW worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Toont 1 - 20 van 135 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.