Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1547 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open Contractuele vaccinatieplichten, coronaclausules en wijziging van overeenkomsten

Contractsvrijheid in tijden van corona

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden COVID-19, testverplichting, privileges, pandemieclausule, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat vanuit het perspectief van de contractsvrijheid de invloed van coronamaatregelen op contracten centraal. Ingegaan wordt op de vraag of contractuele vaccinatie- of testverplichtingen kunnen worden afgedwongen, of en in hoeverre contracten kunnen worden aangepast op grond van onvoorziene coronaomstandigheden, en of in coronaclausules de gevolgen van coronamaatregelen kunnen worden vastgesteld.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De beheerder van aandelen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden Ondernemingskamer, enquête, beheerder van aandelen
Auteurs Mr. E.L.A. Van Emden en Mr. J. Wareman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft in haar uitspraak van 30 april 2019 duidelijkheid geschapen over het rechtskarakter van het tijdelijk beheer van aandelen. Een aantal vragen is daarmee nog niet beantwoord. In dit artikel worden de volgende vraagpunten behandeld: kan de Beheerder meewerken aan het ontslag van de bestuurder, kan de Beheerder meewerken aan verkoop van de activa, hoe kan de Beheerder dekking krijgen voor mogelijke proceskosten indien hij aansprakelijk wordt gesteld en, ten slotte, dient de regelgeving met betrekking tot de openbare registers te worden aangepast?


Mr. E.L.A. Van Emden
Mr. E.L.A. van Emden is voormalig advocaat, en wordt door de Ondernemingskamer regelmatig benoemd tot beheerder.

Mr. J. Wareman
Mr. J. Wareman is advocaat bij Van Benthem & Keulen advocaten te Utrecht.
Artikel

De positie van de onderzoeker in het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden enquêteprocedure, verzoekschriftprocedure, onderzoeken, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de positie van de persoon die het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon uitvoert, de onderzoeker. Hij besteedt aandacht aan de belangrijkste taken, bevoegdheden en verplichtingen van de onderzoeker, alsmede aan enkele discussies die in dat kader spelen.


Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf is advocaat ondernemingsrecht.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Caspar Janssens, Ferah Taptik en Laura Kirch

Caspar Janssens

Ferah Taptik

Laura Kirch
Artikel

Kroniek Insolventierecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Matthieu Brink, Floris Dix, Dennis Helmons e.a.

Matthieu Brink

Floris Dix

Dennis Helmons

Jaap van der Meer

Bastiaan Rolevink

Bart Smink

René Smink

Sandra Tijssen-Dellemijn

Suzan Winkels-Koerselman
Artikel

Access_open Professionele ethiek in het academisch juridisch onderwijs - Enige inhoudelijke en didactische aanknopingspunten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Auteurs Emanuel van Dongen en Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs inhoudelijke en didactische aanknopingspunten voor de integratie van professionele ethiek in de academische juridische opleiding. Dat gaat wat de auteurs betreft verder dan (enkel) het leren van gedragsregels, maar betreft ook de (kritisch-)ethische reflectie (op de professionele rol) van de jurist en ethische oordeelsvorming. Aanknopingspunten uit rechtstheoretische en onderwijskundige literatuur vragen om een curriculum brede, stapsgewijze, inbedding met passende toetsing. Dit onderwijs dient idealiter een combinatie te zijn van afzonderlijke meta-juridische vakken over recht en ethiek, positiefrechtelijke vakken die ethische elementen bevatten, klinische training en specifieke vakken over beroeps- of professionele ethiek. In dit artikel bespreken de auteurs diverse methoden die kunnen worden gebruikt om het onderwijs vorm te geven en illustreren dit met enkele voorbeelden uit het Utrechts universitair juridisch onderwijs. Actieve participatie, reflectie en – idealiter – eigen ervaringen zijn daarbij van groot belang. Een aantal modellen uit niet-juridische disciplines kan behulpzaam zijn bij het bieden van structuur voor ethische reflectie, voor zover het morele sensitiviteit en morele oordeelsvorming stimuleert. Verscheidene toetsingselementen op het terrein van de ethiek zijn door het curriculum heen nodig. Leeractiviteiten en toetsing kunnen worden opgebouwd in het curriculum van kennis en begrip, naar competenties ten aanzien van ethische dilemma’s en moreel oordelen.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar is Assistent Professor Legal Theory at the Institute for Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.
Artikel

Access_open Wat betekenen advocaten voor het gezondheidsrecht?

Confraternele bijdragen voor Willemien Kastelein en Jaap Sijmons

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Auteurs Mr. A.C. De Die, Mr. dr. L.A.P. Arends, Mr. W.K. Bischot e.a.
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. A.C. De Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. L.A.P. Arends
Luuk Arends is advocaat bij Dirkzwager te Nijmegen.

Mr. W.K. Bischot
Willemien Bischot is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is advocaat bij KBS te Utrecht.

Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Matthijs Vermaat is advocaat bij Van der Woude De Graaf te Amsterdam.

Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is advocaat bij Nysingh te Utrecht.
Artikel

Access_open Het strafrecht in een aanbestedingsrechtelijk perspectief

De doorwerking van het strafrecht op overheidsopdrachten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden uitsluitingsgrond, uitsluiting, overheidsopdracht, aanbesteding, veroordeling
Auteurs Mr. T. Beukema
SamenvattingAuteursinformatie

    De rol van het inkoopproces van de overheid is aan het verschuiven. Maatschappelijke thema’s en het bereiken van (Europese) doelstellingen hebben een meer prominente rol gekregen. Met deze verschuiving is ook het integer handelen en de voorbeeldfunctie van de overheid steeds belangrijker geworden, mede gelet op het grote volume aan inkopen.
    Via het inkoopproces heeft de overheid de mogelijkheid om te sturen op integriteit en om invulling te geven aan haar voorbeeldfunctie. Welke handvatten het inkoopproces biedt en wat dit vervolgens inhoudt voor ondernemingen met een strafrechtelijk verleden, wordt in dit stuk nader uiteengezet.


Mr. T. Beukema
Mr. T. Beukema is senior juridisch beleidsadviseur Rijkswaterstaat Grote Projecten en Onderhoud.
Artikel

It ain’t over till the fat lady sings

De bijkomende gevolgen voor belastingadviseurs en accountants bij de afronding van een strafzaak

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden accountants, belastingadviseurs, integriteitstoetsing, incidentenmelding, Verklaring Omtrent het Gedrag
Auteurs Mr. M. Coenen en Mr. A.A. Feenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In fraudezaken is het strafrecht niet het enige waarmee verdachte professionals als belastingadviseurs en accountants te maken krijgen. Zij krijgen te maken met beroepsmatige gevolgen en integriteits- en betrouwbaarheidstoetsingen. Deze bijdrage beschrijft de verschillende aspecten waar een belastingadviseur of accountant mee te maken kan krijgen bij de afronding van een strafrechtelijk onderzoek. Waarmee moet rekening worden gehouden en op welke manier kan hierop worden geanticipeerd? Daarbij beperken wij ons tot de directe gevolgen van de registratie van een strafrechtelijk onderzoek dan wel de eventuele afdoening daarvan.


Mr. M. Coenen
Mr. M. Coenen is advocaat bij Hertoghs Advocaten.

Mr. A.A. Feenstra
Mr. A.A. Feenstra is advocaat bij Hertoghs Advocaten.
Artikel

De erfenis van Madoff voor icbe’s: naar een verdergaande aansprakelijkheid voor de bewaarder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden fraude, beheerders, aansprakelijkheid, Madoff, beleggingsinstellingen
Auteurs Mr. drs. J.E. de Klerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot deel van de ingelegde gelden in het piramidespel van Madoff is inmiddels terugbetaald aan de getroffenen van de fraude. De impact van Madoff op de regelgeving voor icbe’s is echter blijvend. De auteur bespreekt in dit artikel de gevolgen van de fraude voor de regelgeving voor icbe’s. De nadruk ligt daarbij op de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de bewaarder.


Mr. drs. J.E. de Klerk
Mr. drs. J.E. de Klerk is consultant bij AF Advisors te Rotterdam en verbonden als fellow aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Strafbare seks tussen jongeren: ‘ontuchtig’ of ‘anders dan in het kader van een gelijkwaardige relatie’

Wie het weet mag het zeggen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2021
Trefwoorden ontuchtige handelingen, seksuele autonomie minderjarigen, Legaliteit
Auteurs Dr. Renée Kool en Dr. Lydia Dalhuisen
SamenvattingAuteursinformatie

    A revision of the Dutch vice law is to be expected, amongst others with regard to sex between minors. The current standard requires such contacts to be in violation with the social view, indicating that the minor’s perspective is subdue to the majority opinion. Applying the legal standard of ‘indeceny’ (‘ontuchtig’), the judiciary are left with room for interpretation. In order to grant minors more sexual autonomy and to further legality, the legislator wants to change the criterion, opting for the standard of ‘other than in an equal relationship’. This begs the question whether this will solve the interpretive issues that flow from such open criteria. In order to predict whether the standard of ‘other than in an equal relationship’ will contribute to clarify the issues of legality, the jurisprudence with regard to the standard of ‘indecency’ was analyzed in order to learn which variables are applied by the magistracy.


Dr. Renée Kool
Dr. Renée Kool is universitair hoofddocent UCall/WPI bij Utrecht Centre for Accountability & Liability Law (UCALL).

Dr. Lydia Dalhuisen
Dr. Lydia Dalhuisen is universitair docent UCall/WPI, Universiteit Utrecht.
Actualia contractspraktijk

Aanvang korte verjaringstermijn bij wanprestatie door een (fiscaal) adviseur

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden verjaring, aanvang korte verjaringstermijn, artikel 3:310 BW, aansprakelijkheid, dienstverlener
Auteurs Mr. A.Z. Lankhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 9 oktober 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1603) een nuance aangebracht op de vaste jurisprudentie over de aanvang van de korte verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW. Onder bijzondere omstandigheden gaat de korte verjaringstermijn nog niet lopen indien bij de benadeelde de kennis en het inzicht ontbreken die nodig zijn om de deugdelijkheid van de door de schuldenaar geleverde prestatie te beoordelen. De reikwijdte van deze nuance blijkt niet expliciet uit het arrest.


Mr. A.Z. Lankhaar
Mr. A.Z. Lankhaar is advocaat bij Van Benthem & Keulen B.V. te Utrecht.
Artikel

De effectiviteit van de medeplichtigheidshandelingen bij internationale misdrijven – de zaken Van Anraat en Kouwenhoven

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden medeplichtigheid, internationale misdrijven, internationaal strafrecht, Van Anraat, Kouwenhoven
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij medeplichtigheid is naar Nederlands recht vereist dat de verleende bijstand enig effect op het gronddelict heeft gehad. Deze bijdrage onderzoekt of bij internationale misdrijven, die zich kenmerken door grootschaligheid en bijzondere ernst, dit effectiviteitsvereiste een andere, meer gevaarzettende, invulling zou moeten krijgen. De zaken Van Anraat en Kouwenhoven, waarin het ging om medeplichtigheid door het leveren van (grondstoffen voor) wapens in langdurige en complexe conflicten, bieden voldoende aanknopingspunten voor zo’n invulling. De bijdrage geeft een kader op grond waarvan de rechter een subjectievere invulling van het effectiviteitsvereiste bij internationale misdrijven zou kunnen rechtvaardigen.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Prof. mr. G.K. Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit en advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Vrij verkeer

Commissie en Hof van Justitie op de bres voor een open samenleving

Arresten Commissie tegen Hongarije

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden dienstverlening, GATS, grondrechten, kapitaalverkeer, vestiging
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van door de Commissie aangespannen inbreukprocedures tegen Hongarije heeft het Hof van Justitie opmerkelijke arresten gewezen. Wetten die enerzijds financiële steun uit het buitenland aan maatschappelijke organisaties (ngo’s) en anderzijds de vestiging en dienstverlening door buitenlandse hogeronderwijsinstellingen in Hongarije aan aanzienlijke beperkingen onderwierpen, werden aan een kritisch onderzoek onderworpen. Het Hof van Justitie concludeerde dat ze in strijd waren niet alleen met artikel 63 VWEU, artikel 49 VWEU en artikel 16 Dienstenrichtlijn, maar ook met bepalingen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie over het recht op vereniging, het recht op bescherming van het privéleven en van persoonsgegevens, de eerbiediging van de academische vrijheid, het recht op onderwijs en de vrijheid van ondernemerschap. In een van de arresten werd eveneens strijd met bepalingen van de GATS aangenomen. Beide procedures houden nauw verband met elkaar: zij beoogden beide een open samenleving in Hongarije te beschermen.
    HvJ 6 oktober 2020, zaak C-66/18, ECLI:EU:C:2020:792 (Commissie/Hongarije) en HvJ 18 juli 2020, zaak C-78/18, ECLI:EU:C:2020:476 (Commissie/Hongarije).


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Wetenschap

Access_open De commanditaire matador revisited

Enkele opmerkingen over de interne en externe positie van commanditaire vennoten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cv, beheersverbod, aansprakelijkheid, UBO, personenvennootschapsrecht
Auteurs J.B. Wezeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren meer licht geworpen op de positie van commanditaire vennoten. De contouren van het beheersverbod (art. 20 WvK) zijn wat verduidelijkt en de strenge aansprakelijkheid bij overtreding daarvan is aanzienlijk verzacht. Commandieten hebben daardoor meer speelruimte gekregen. Dit komt de inzetbaarheid van cv’s ten goede. De bemoeienis van de commandiet met het beleid van de cv mag echter niet zover gaan dat hij binnen de cv de gewone vennoten volledig overrulet. De auteur gaat verder in op de kabinetsplannen om het personenvennootschapsrecht te moderniseren en het beheersverbod af te schaffen. Voorts komt aan de orde de verplichte UBO-registratie, waardoor commandieten soms hun anonimiteit verliezen.


J.B. Wezeman
Prof. mr. J.B. (Jan Berend) Wezeman is hoogleraar Handelsrecht en Ondernemingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht.
Annotatie

Private equity definitief in het net van mededingingsautoriteiten?

HvJ EU 27 januari 2021, zaak C-595/18P, ECLI:EU:C:2021:73 (Goldman Sachs/Commissie)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2021
Auteurs Robin Struijlaart, Joep Ottervanger en Marc Wiggers
Auteursinformatie

Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is advocaat bij de Praktijkgroep Mededinging & Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Joep Ottervanger
Mr. J.T. Ottervanger is advocaat bij de Praktijkgroep Investment Management van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij de Praktijkgroep Mededinging & Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Recensies en signalementen

Annoteren van assumpties als lokmiddel voor juristen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. dr. Peter Mascini
Auteursinformatie

Prof. dr. Peter Mascini
Peter Mascini is werkzaam als universitair hoofddocent sociologie bij de Erasmus School of Social Sciences and Behaviour en als hoogleraar empirische rechtswetenschappen bij de Erasmus School of Law. Hij verricht onderzoek naar de legitimering, uitvoering en handhaving van wets- en beleidsinstrumenten op uiteenlopende terreinen.
Artikel

De participantenvennootschap: gedachten over een mogelijke nieuwe rechtsvorm

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden corporate governance, stakeholders, maatschappelijke verantwoordelijkheid, beursvennootschap, strategie
Auteurs Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beschrijft de auteur een toekomstperspectief dat geschetst wordt in zijn proefschrift. De ‘participantenvennootschap’ is een mogelijke nieuwe rechtsvorm, waarbinnen ook andere stakeholders dan aandeelhouders inspraak gegeven wordt in de vennootschappelijke besluitvorming. Het doel hiervan is een ondernemingsvorm te creëren met oog voor alle betrokkenen en maatschappelijke belangen.


Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
Mr. dr. S.B. Garcia Nelen is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en onderzoeker aan de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 1547 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.