Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2617 artikelen

x
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Artikel

Strafvorderlijke kaders voor burgeropsporing

Wezenlijke handvatten voor politie, OM en strafrechter om op een zuivere manier om te gaan met informatie van opsporende burgers in strafzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Burgeropsporing, Strafvordering, Politie, Particuliere recherche
Auteurs Sven Brinkhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focusses on the use of information of citizens who conducted their own investigation in a criminal procedure. Three questions are important in such a situation: 1) is the prosecution of the suspect based largely or entirely on the information of the civilian?, 2) was this information obtained lawfully? and 3) is the information reliable? In this article these questions are discussed.


Sven Brinkhoff
Sven Brinkhoff is o.a. universitair hoofddocent strafrecht en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Ad Rem

Zijn boilerplates ter zake van de beperking van het rechterlijk ingrijpen bij dwaling acceptabel?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 6:230 BW, dwaling, wijziging, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de vraag of partijen de rechtsgevolgen van dwaling, voor zover deze betrekking heeft op de wijzigingsbevoegdheid van de rechter op grond van artikel 6:230 lid 2 BW, contractueel regelen; kunnen partijen afstand doen van een rechtsvordering (of verweer) op grond van laatstgenoemd artikel en de rechter op dit punt buitenspel zetten? Alhoewel de Hoge Raad zich nog niet over deze vraag heeft uitgelaten en er goede argumenten voor een ander standpunt zijn, beantwoorden de auteurs de door hen gestelde vraag voorshands ontkennend.


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counselling aan de Open Universiteit en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is schrijfjurist in het Gerechtshof Den Haag. Hij werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 9 maart 2020 en 24 april 2020.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 9 maart 2020 en 24 april 2020.
Artikel

Upperdogs Versus Underdogs

Judicial Review of Administrative Drug-Related Closures in the Netherlands

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Eviction, War on drugs, Party capability, Empirical legal research, Drug policy
Auteurs Mr. Michelle Bruijn en Dr. Michel Vols
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, mayors are entitled to close public and non-public premises if drug-related activities are being conducted there. Using data from the case law of Dutch lower courts, published between 2008 and 2016, this article examines the relative success of different types of litigants, and the influence of case characteristics on drug-related closure cases. We build on Galanter’s framework of ‘repeat players’ and ‘one-shotters’, to argue that a mayor is the stronger party and is therefore more likely to win in court. We categorise mayors as ‘upperdogs’, and the opposing litigants as ‘underdogs’. Moreover, we distinguish stronger mayors from weaker ones, based on the population size of their municipality. Similarly, we distinguish the stronger underdogs from the weaker ones. Businesses and organisations are classified as stronger parties, relative to individuals, who are classified as weaker parties. In line with our hypothesis, we find that mayors win in the vast majority of cases. However, contrary to our presumptions, we find that mayors have a significantly lower chance of winning a case if they litigate against weak underdogs. When controlling for particular case characteristics, such as the type of drugs and invoked defences, our findings offer evidence that case characteristics are consequential for the resolution of drug-related closure cases in the Netherlands.


Mr. Michelle Bruijn
Michelle Bruijn is promovendus en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich op de regulering van cannabis en de sluiting van drugspanden.

Dr. Michel Vols
Michel Vols is hoogleraar Openbare-Orderecht aan Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek richt zich op Openbare orde en veiligheid, en het gebruik van data science (machine learning) bij het bestuderen van juridische data.
Artikel

De Wet op het bevolkingsonderzoek op de schop: ‘het spoor helaas een beetje kwijtgeraakt’

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bevolkingsonderzoek, preventief gezondheidsonderzoek, vergunning, screening, health checks
Auteurs Prof. dr. W.J. Dondorp en mr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de plannen van de regering voor wijziging van de Wet op het bevolkingsonderzoek centraal. Doel van die wet – die eenmaal gewijzigd zal voortbestaan onder de titel Wet preventief gezondheidsonderzoek – is burgers te beschermen tegen bevolkingsonderzoeken die een risico opleveren voor hun lichamelijke gezondheid of psychisch welzijn. De auteurs brengen de belangrijkste voorgenomen wetswijzigingen in beeld, en plaatsen daar enkele kritische kanttekeningen bij.


Prof. dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is universitair hoofddocent biomedische ethiek en Socrates hoogleraar humanisme en ethiek van reproductieve geneeskunde bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW. Hij was lid van de Commissie BVO van de Gezondheidsraad.

mr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is universitair docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde, lid van de Commissie BVO van de Gezondheidsraad en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Alternatieve behandeling en het toezicht van de IGJ

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden alternatieve behandelaars, IGJ, effectief toezicht, artikel 2 lid 3 Wkkgz, professionele standaard
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Wkkgz (2006) is de IGJ aangewezen als toezichthouder op niet-BIG-registreerde alternatieve beroepsbeoefenaren. De wet kent een speciale, strenge toetsingsnorm voor de deze categorie behandelaars. Er valt moeilijk inzicht te krijgen in de wijze waarop de IGJ aan dit nieuwe toezicht gestalte geeft. De vraag rijst of de IGJ zich daarbij niet te terughoudend opstelt.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar Gezondheidsrecht aan, achtereenvolgens, de Radboud Universiteit Nijmegen, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast sinds 1992 als advocaat verbonden aan Nysingh advocaten & notarissen, thans als of counsel. Voordien o.a. werkzaam als raadsheer Gerechtshof en raadadviseur wetgeving.
Artikel

Poging middels voorwaardelijk opzet

Dient er in concreto sprake te zijn geweest van een aanmerkelijke kans?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden poging, uiterlijke verschijningsvorm, aanmerkelijke kans, opzet, objectieve derde
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rol speelt de aanmerkelijke kans bij de vraag of er sprake is van een strafbare poging? De auteurs betogen dat voor de beantwoording van de vraag of een kans aanmerkelijk is aansluiting moet worden gezocht bij het perspectief van de objectieve derde die, direct voorafgaand aan het moment van handelen, meekijkt over de schouder van de dader en die alleen die feiten en omstandigheden kent die de dader kent. Bepalend is of deze objectieve, in de schoenen van de dader staande, derde op basis van die kennis zou oordelen dat de mogelijkheid dat het voorziene gevolg zal intreden reëel en niet onwaarschijnlijk is.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is jurist/assistent-boetefunctionaris bij de AFM.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/65

HR 7 april 2020, 19/01904, ECLI:NL:HR:2020:569

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Artikel

Beslag op levende dieren, knelpunten

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden strafvorderlijk beslag, dieren, artikel 552a Sv, proportionaliteit, machtiging vervreemding
Auteurs Mr. J.L. (Jaap) Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    De inbeslagname van een levend dier wordt beheerst door dezelfde regels die van toepassing zijn op levenloze voorwerpen. Omdat de stringente toets waaraan het beklag is onderworpen volgens de auteur in de praktijk tot onwenselijke uitkomsten leidt, betoogt hij dat met in beslag genomen dieren anders moet worden omgegaan dan met andere voorwerpen. Daartoe wordt een vergelijking gemaakt met de bestuursrechtelijke bewaring, wordt de machtiging tot vervreemding besproken en passeert de proportionaliteitstoets in het kader van beklagprocedures de revue. De auteur stelt voor de beklagrechter de mogelijkheid te geven teruggave onder voorwaarden te bewerkstelligen.


Mr. J.L. (Jaap) Baar
Mr. J.L. Baar is bestuursrecht- en strafrechtadvocaat bij Kuyp Baar advocaten in Utrecht.
Artikel

Mogelijkheden voor het beter waarborgen van het verschoningsrecht door beheerst gebruik van machine learning

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verschoningsrecht, eDiscovery, inbeslagneming, geheimhoudersofficier
Auteurs H.B.J. Sluijsmans MSc en Mr. V.J.C. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Opsporingsdiensten moeten vaak geheimhouderstukken filteren uit grote hoeveelheden data. Auteurs bespreken de uitgangspunten en relevante opsporingsbelangen bij een dergelijke ‘schoning’. Artikel 98 Sv en artikel 126aa Sv vullen die uitgangspunten en belangen verschillend in. Machine learning is in staat om op basis van objectief gekozen startsets de schoning (deels) geautomatiseerd uit te voeren. Deze methode voorkomt dat opsporingsambtenaren onnodig kennisnemen van de inhoud van geheimhouderstukken en zorgt dat het opsporingsonderzoek niet onnodig vertraagt. Auteurs presenteren de eerste resultaten van een dergelijke schoning in Nederland, en bespreken hoe machine learning ook in het huidig wettelijk kader kan worden ingepast.


H.B.J. Sluijsmans MSc
H.B.J. Sluijsmans MSc is partner bij Forcyd B.V.

Mr. V.J.C. de Bruijn
Mr. V.J.C. de Bruijn is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Artikel

Access_open Medewerking door ondernemingen aan een strafrechtelijk onderzoek

Nopen nieuwe ontwikkelingen tot invoering van Nederlands beleid voor interne onderzoeken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden interne onderzoeken, zelfmelding, medewerking, corruptie, transactie
Auteurs Mr. M. Velthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is in 2019 hernieuwde aandacht ontstaan voor de interne onderzoekspraktijk, waaruit blijkt dat zowel de minister als het OM en de FIOD positief staan tegenover de interne onderzoekspraktijk. In het artikel pleit de auteur om Nederlands beleid te ontwikkelen met daarin incentives voor ondernemingen om deze vorm van medewerking te stimuleren. Tevens onderzoekt de auteur de noodzaak om de rechten van betrokkenen in het interne onderzoek vast te leggen. De auteur concludeert dat het aangewezen lijkt aan te sluiten bij de praktijk zoals ontwikkeld in de VS, waarbij in het geval van sturing door de autoriteiten aan het interne onderzoek onder dwang afgelegde verklaringen niet tegen de betrokkene mogen worden gebruikt in een strafrechtelijke procedure.


Mr. M. Velthuis
Mr. M. Velthuis is partner bij NautaDutilh N.V.

    Na de bevrijding ontstond al snel het beeld dat ‘de’ Nederlanders zich tijdens de oorlog heldhaftig hadden verzet tegen de Jodenvervolging en het nationaalsocialistische onrecht. De naoorlogse berichten over de moord op meer dan 102.000 Nederlandse Joden brachten dit zelfbeeld nauwelijks aan het wankelen. Dat werd anders, toen in de jaren zestig van de vorige eeuw bleek dat de nazi’s gedurende de Tweede Wereldoorlog uit geen enkel land in West-Europa zo veel Joden hadden gedeporteerd en omgebracht als uit Nederland. Deze bijdrage staat stil bij het verzet van Nederlandse juristen tegen onrechtvaardig recht, in het bijzonder tegen de antisemitische maatregelen.


Prof. mr. C.J.H. (Corjo) Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Klachtenregen over ‘zelfonderzoek’

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2020
Auteurs Lex van Almelo en Floris Tilanus
Auteursinformatie

Lex van Almelo

Floris Tilanus
Illustratie
Artikel

Curaçao en de coronacrisis

Een eerste staats- en bestuursrechtelijke verkenning

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden coronavirus, COVID-19, legaliteitsvereiste, Curaçao, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. drs. R.E.R. de Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel brengt de juridische grondslag voor de door de Curaçaose regering genomen maatregelen ter bestrijding van COVID-19 in kaart. Elk overheidsoptreden dient te berusten op kenbare en voldoende algemene wettelijke regels en grondrechten dienen door de overheid te worden geëerbiedigd. Ook onder grote druk en in tijden van nood waarin snel en adequaat handelen door de overheid is geboden, zal de rechtsstaat gerespecteerd moeten worden. De getroffen maatregelen begin 2020 in Curaçao verhouden zich echter niet altijd even goed tot de beginselen van de democratische rechtsstaat.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is parttime docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao (UoC). Sybesma is ook lid van de Raad van Advies van Curaçao (RvA) en redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel â titre personnel geschreven en reflecteert geenszins de mening van de UoC dan wel die van de RvA.

Mr. drs. R.E.R. de Knegt
Mr. R.E.R. de Knegt is universitair wetenschappelijk docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao (UoC) en redactiesecretaris van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel â titre personnel geschreven en reflecteert geenszins de mening van de UoC.

Prof. mr. P. Bovend’Eert
Prof.mr. P. Bovend’Eert is als hoogleraar staatsrecht verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Aruba, Curaçao en Sint Maarten kennen, anders dan Nederland, geen uitgebreid stelsel van geschreven regels van commuun internationaal privaatrecht. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre de Caribische rechtspraktijk bij het in Nederland geldend commuun internationaal privaatrecht te rade kan, mag of moet gaan om de leemtes in de eigen rechtsorde op te vullen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht. Tevens is hij lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.

Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat en vennoot bij Murray Attorneys at Law te Curaçao en lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Wetgeving

Wetgeving Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2020
Auteurs Mr. M. Pereira-Koolman
Auteursinformatie

Mr. M. Pereira-Koolman
Mr. M. Pereira-Koolman ML is werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van Aruba.
Toont 1 - 20 van 2617 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.