Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 540 artikelen

x
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

    The Iasi Court of Appeal has held that a request for resignation completed and signed after various forms of pressure from the employee’s superiors does not represent a termination of an individual labour agreement on the initiative of the employee, but a constructive dismissal.


Andreea Suciu
Andreea Suciu is the managing partner at Suciu | The Employment Law Firm.
Law Review

2019/1 EELC’s review of the year 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Auteurs Ruben Houweling, Catherine Barnard, Filip Dorssemont e.a.
Samenvatting

    For the second time, various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Catherine Barnard

Filip Dorssemont

Jean-Philippe Lhernould

Francesca Maffei

Niklas Bruun

Anthony Kerr

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Daiva Petrylaite

Andrej Poruban

Stein Evju
Artikel

Een nieuwe Aanbeveling van de Raad van Europa: naar een duurzame verankering van het herstelrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Aanbeveling van de Raad van Europa, Recommendation No. R(99)19, Herstelrecht in strafzaken, strafproces
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents and critically discusses a new Recommendation on restorative justice (CM/Rec(2018)8) that was adopted on 3 October 2018 by the Committee of Ministers of the Council of Europe. This new regulation builds on the previous Recommendation No. R(99)19 on mediation in penal matters and recommends the governments of the 47 member States of the Council of Europe the adopt and implement the principles of restorative justice as described in the Appendix of the new Recommendation. These guidelines apply to national authorities and national agencies in general, and to judges, public prosecutors, police, prisons, probation, juvenile justice agencies, victim support services and restorative justice services in particular. The article presents the origins of the Recommendation, its contents and its meaning for restorative justice developments in Europe and beyond.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is professor herstelrecht en victimologie aan de KU Leuven en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

The UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities in Practice

A Comparative Analysis of the Role of Courts

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden CRPD, disabilities, discrimination, court, human rights
Auteurs Prof. Dr. L.B. Waddington en Dr. A.C. Broderick
SamenvattingAuteursinformatie

    On the 25th and 26th October 2018, the Faculty of Law of Maastricht University hosted a conference on The UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities in Practice: A Comparative Analysis of the Role of Courts. This article presents some of the key findings of the conference and summarises several of the speakers’ contributions to the conference.


Prof. Dr. L.B. Waddington
Prof. Dr. L.B. (Lisa) Waddington is European Disability Forum Chair in European Disability Law, Maastricht University.

Dr. A.C. Broderick
Dr. A.C. (Andrea) Broderick is Assistant Professor at Maastricht University.
Artikel

Justice for Few

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2019
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Discussie

Access_open Europe Kidnapped

Spanish Voices on Citizenship and Exile

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden migration, exile, citizenship, Europe, Spanish civil war
Auteurs Massimo La Torre
SamenvattingAuteursinformatie

    Exile and migration are once more central issues in the contemporary European predicament. This short article intends to discuss these questions elaborating on the ideas of two Spanish authors, a novelist, Max Aub, and a philosopher, María Zambrano, both marked by the tragic events of civil war and forced expatriation. Exile and migration in their existential perspective are meant as a prologue to the vindication of citizenship.


Massimo La Torre
Massimo La Torre is Professor of Legal Philosophy, Magna Græcia University of Catanzaro (Italy).
Artikel

De best mogelijke rechtspraak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Legal system, Effectiveness, Legal innovations, Dispute resolution, New technologies
Auteurs Prof.dr. Maurits Barendrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    This article outlines the need in the Netherlands for socially effective justice that better resolves citizens’ problems. The author argues that new forms of dispute resolution should be integrated in the justice system. The author first describes various types of innovations. Then he outlines the obstacles to innovations. A major obstacle is that many stakeholders in the existing legal system are simultaneously the gatekeepers for the admission of innovations. It is necessary to create an infrastructure that welcomes, reinforces, tests, finances and imports new treatments for legal problems.


Prof.dr. Maurits Barendrecht
Prof. dr. M. Barendrecht is als research director verbonden aan The Hague Institute for Innovation of Law (HiiL).
Artikel

De vrederechter in historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden legal history, justice of the peace, Conciliation, small claim courts, access to justice
Auteurs Mr. dr. Emese von Bóné
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the history of the justice of the peace, a low profile judge where people easily have access to. The history of the justice of the peace goes back to the seventeenth century. The justice of the peace was reintroduced in the Netherlands in the French period, when the country was annexed by the French Empire under the reign of Napoleon. The justice of the peace was also introduced in Belgium and is still in use. The most important task of the justice of the peace is ‘conciliation’. In the conciliation procedure the justice of the peace has a very active role. The judge tries to mediate between the parties in order to come to an agreement.


Mr. dr. Emese von Bóné
Mr. dr. E.K.E. von Bóné is als universitair docent werkzaam bij de Capgroep Privaatrecht van de Erasmus School of Law (ESL) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doceert rechtsgeschiedenis en doet rechtshistorisch en rechtsvergelijkend onderzoek naar laagdrempelige rechtspraak.
Artikel

Experimenten in de civiele rechtspraak: een oplossing voor welk probleem?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden court pilots, civil procedure, efficiency, policy analysis, legal protection
Auteurs Mr. dr. Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    In Dutch courts several pilots are being carried out in order to enhance the quality of civil procedure. The main focus of the pilots is to speed up the procedure and make it more cost-effective, while ensuring the procedure is easily accessible and is overseen by a mediating judge in a nearby court. This focus largely corresponds with aspects of the civil procedure that the courts and the minister of Justice have identified as in need of attention. The courts and the minister have focused on different specific problems and propose different solutions, however, and neither aims to address the quality of civil procedure as a whole. It is doubtful whether the proposals for improvement, put forward by the courts and the minister, can address the concerns they have intended to resolve and whether the overall quality of the civil procedure (for all civil cases instead of the simple ones) will be improved. Solutions to the problems of the civil procedure cannot be devised without first developing a clear picture of the problems people experience with civil procedures and the courts.


Mr. dr. Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is rechter en teamvoorzitter handel en kanton in de Rechtbank Overijssel. In september 2017 is zij gepromoveerd bij prof. mr. Ivo Giesen (UU) en dr. R.J.J. Eshuis (WODC) op een proefschrift onder de titel De eigen(aardig)heid van de kantonrechter.
Artikel

Access_open De geografische inrichting van de rechtspraak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden courts, civil justice, access to justice, judicial map, travel distances
Auteurs Roland Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article relates the geographical allocation of Courts to access to justice. Travel distances within the Dutch system are higher than in surrounding countries, but still not extremely high. The scale of the Dutch Court organizations however, is extreme. On average, a Court location that handles small claims has jurisdiction over a territory with over half a million inhabitants. This large number of inhabitants automatically translates to large numbers of cases, and large bureaucracies, employing 500 to 1,000 people (judges, court staff, support) each. Do travel distances to the Courts actually have an impact on the use of the Court system? Two recent studies find no support for a popular belief that defendants will be less determined to defend themselves when the travel distance to the court is longer. They do show however that the number of cases brought to Court by local plaintiffs drops when ‘their’ local court closes down.


Roland Eshuis
Dr. R.J.J. Eshuis is als onderzoeker verbonden aan het WODC.

    This article examines the hearing of children in Belgian and Dutch courts in return proceedings following an international child abduction. The analysis is based on the experience, insights and needs of both children who have experienced an abduction by one of their parents, and family judges. In this sensitive and often highly conflicted family context, hearing children in court is not self-evident. Challenges of both a judicial-institutional and communicative-relational nature can hinder the effective implementation of children’s right to be heard. This contribution seeks to answer the question of how to better support judges and children in addressing these challenges, with the aim of enabling children to fully and effectively participate in return procedures. Building on the interviews with children and judges, supplemented with findings from Belgian and Dutch case law and international literature, three key recommendations are formulated: 1) explore and evaluate opportunities for judges and children to experience support during the return procedure, for example via the figure of the guardian ad litem; 2) invest in training and opportunities for specialisation of judges with a view to strengthen their expertise in taking the best interests of the child into account; and 3) systematically pay attention to feedback to the children involved on how the final decision about their return is made – and this before, during and after the procedure.
    ---
    Dit artikel bestudeert het horen van kinderen in Belgische en Nederlandse rechtbanken in terugkeerprocedures volgend op een internationale kinderontvoering. De analyse vertrekt vanuit de beleving, ervaring, inzichten, noden en behoeften van zowel kinderen als van bevoegde familierechters. In deze gevoelige en vaak uiterst conflictueuze gezinscontext is het horen van kinderen door de rechter geen evidentie. Uitdagingen van zowel juridisch-institutionele als communicatieve-relationele aard kunnen een effectieve implementatie van het recht van kinderen om gehoord te worden in de weg staan. Dit artikel zoekt een antwoord op de vraag hoe rechters en kinderen beter kunnen worden ondersteund om deze uitdagingen aan te pakken, met als doel dat kinderen volwaardig kunnen participeren in de terugkeerprocedure. Voortbouwend op de interviews met kinderen en rechters, aangevuld met bevindingen uit Belgische en Nederlandse rechtspraak en internationale literatuur, worden drie sleutelaanbevelingen geformuleerd: 1) voorzie mogelijkheden voor rechters en kinderen om spanningsvelden weg te werken tijdens de terugkeerprocedure, bijvoorbeeld via de ondersteunende figuur van de bijzonder curator; 2) investeer in opleiding en groeiende specialisatiemogelijkheden bij rechters en 3) heb aandacht voor feedback en terugkoppeling naar de betrokken kinderen over hoe de eindbeslissing over hun terugkeer tot stand komt, en dit zowel voor, tijdens als na de procedure.


Sara Lembrechts LLM
Sara Lembrechts is researcher at University of Antwerp (Law and Development Research Group) and policy advisor at Children’s Rights Knowledge Centre (KeKi).

Marieke Putters LLM
Marieke Putters is researcher at the International Child Abduction Center (Centrum IKO).

Kim Van Hoorde
Kim Van Hoorde is Project & Prevention Manager at Child Focus.

dr. Thalia Kruger
Thalia Kruger, PhD, is Associate Professor at the University of Antwerp (Personal Rights and Property Rights Research Group) and Honorary Research Associate, University of Cape Town.

dr. Koen Ponnet
Koen Ponnet, PhD, is Professor at Imec-Mict-Ghent University (Faculty of Social Sciences).

dr. Wouter Vandenhole
Wouter Vandenhole, PhD, is Professor at the University of Antwerp (Law and Development Research Group).

    Alternative/amicable dispute resolution (ADR) is omnipresent these days. In line with global evolutions, the Belgian legislator embraced the use of these ADR mechanisms. Recent reforms of the law, first in 2013 with the act concerning the introduction of a Family and Juvenile Court and consecutively in 2018 with the act containing diverse provisions regarding civil law with a view to the promotion of alternative forms of conflict resolution, implemented more far-reaching measures to promote ADR than ever before. The ultimate goal seems to alter our society’s way of conflict resolution and make the court the ultimum remedium in case all other options failed.In that respect, the legislator took multiple initiatives to stimulate amicable dispute resolution. The reform of 2013 focused solely on family cases, the one in 2018 was broader and designed for all civil cases. The legal tools consist firstly of an information provision regarding ADR for the family judge’s clerk, lawyers and bailiffs. The judges can hear parties about prior initiatives they took to resolve their conflict amicably and assess whether amicable solutions can still be considered, as well as explain these types of solutions and adjourn the case for a short period to investigate the possibilities of amicable conflict resolution. A legal framework has been created for a new method, namely collaborative law and the law also regulates the link between a judicial procedure and the methods of mediation and collaborative law to facilitate the transition between these procedures. Finally, within the Family Courts, specific ‘Chambers of Amicable Settlement’ were created, which framework is investigated more closely in this article. All of these legal tools are further discussed and assessed on their strengths and weaknesses.
    ---
    Alternatieve of minnelijke conflictoplossing is alomtegenwoordig. De Belgische wetgever heeft het gebruik van deze minnelijke oplossingsmethodes omarmd, in navolging van wereldwijde evoluties. Recente wetshervormingen implementeerden maatregelen ter promotie van minnelijke conflictoplossing die verder reiken dan ooit tevoren. Het betreft vooreerst de hervorming in 2013 met de wet betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank en vervolgens kwam er in 2018 de wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing. De ultieme doelstelling van deze hervormingen is een mentaliteitswijziging omtrent onze wijze van conflictoplossing teweegbrengen, waarbij de rechtbank het ultimum remedium dient te worden nadat alle overige opties faalden.De wetshervorming van 2013 focuste uitsluitend op familiale materies, de hervorming van 2018 was ruimer en had alle burgerlijke zaken voor ogen. De wettelijke mogelijkheden bestaan vooreerst uit een informatieverstrekking omtrent minnelijke conflictoplossing in hoofde van de griffier van de familierechtbank, advocaten en gerechtsdeurwaarders. Rechters kunnen partijen horen omtrent eerdere ondernomen initiatieven om hun conflict op een minnelijke manier op te lossen, zij beoordelen of minnelijke oplossingen alsnog kunnen worden overwogen, zij kunnen de diverse minnelijke mogelijkheden toelichten aan partijen alsook de zaak voor een korte periode uitstellen om partijen toe te laten de mogelijkheden aan minnelijke conflictoplossing te verkennen. Er werd voorts een wetgevend kader uitgewerkt voor een nieuwe oplossingsmethode, namelijk de collaboratieve onderhandeling. De wet creëert tevens een link tussen een gerechtelijke procedure en de methodes van bemiddeling en collaboratieve onderhandeling, om de overgang tussen deze procedures te vereenvoudigen. Tot slot werden er binnen de familierechtbanken specifieke kamers voor minnelijke schikking opgericht, waarvan het wetgevend kader in detail wordt bestudeerd in dit artikel. Al deze wettelijke opties worden nader besproken en beoordeeld aan de hand van hun sterktes en zwaktes.


Sofie Raes
Sofie Raes is a Ph.D. candidate at the Institute for Family Law of the University of Ghent, where she researches alternative dispute resolution, with a focus on the chambers of amicable settlement in Family Courts. She is also an accredited mediator in family cases.
Artikel

Access_open Basic Building Blocks Map as a Key to Activating Education. Special Issue on Active Learning and Teaching in Legal Education Bart van Klink, Hedwig van Rossum & Bald de Vries (eds.)

Tijdschrift Law and Method, februari 2019
Trefwoorden active participation, Basic Building Blocks Map (BBB Map), cognitivism & constructivism, teaching method
Auteurs Renetta Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    When it comes to learning, mapping turns out to be an effective tool. There is a wide variety of information maps, such as mind maps, argument maps and concept maps. This paper develops a teaching method that puts mapping at the centre of a seminar. It builds upon ideas of cognitivism and constructivism. The proposed didactic method incorporates a new variant of mapping, Basic Building Blocks Map (BBB Map), with a specific style of teaching. It is argued that this teaching method leads to engaged and active student participation. By dividing the subject up into small pieces and searching for answers to questions interactively, the student will learn more effectively. The paper concludes by providing teachers tools to put the method of BBB Mapping into practice.


Renetta Bos
Renetta Bos is a lecturer at the Institute of Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law (Utrecht University). She has graduated with a number of qualifications in law and philosophy: Jurisprudence and Philosophy of Law (Law, Leiden University), Philosophy of Management and Organisation (Philosophy, VU Amsterdam) and Philosophy of Law (Philosophy, Leiden University). In addition, she has studied at the Friedrich-Schiller-Universität, Jena (Germany). In her tutorial teaching, she makes use of her experience gained at the Erasmus University Rotterdam and the Free University of Amsterdam. She thanks Hedwig van Rossum, Bald de Vries, Vera van de Glind, and an anonymous referee from the journal for useful comments on earlier versions of this article.
Buitenlands nieuws

‘Again, that is a decision to be taken by Parliament itself’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden wetgevingsbevel, staatsrecht, Zuid-Afrika, PAIA
Auteurs Mr. G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag in hoeverre de rechter een bevel mag uitvaardigen aan de Staat om wetgeving tot stand te brengen, houdt de gemoederen in zowel binnen- als buitenland bezig. Het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof deed in de zomer van 2018 uitspraak in een zaak waarin de federale wetgever wordt bevolen om binnen achttien maanden de Promotion of Access to Information Act (PAIA – de Zuid-Afrikaanse evenknie van de Wet openbaarheid van bestuur) aan te vullen. In deze bijdrage wordt de notie van het wetgevingsbevel in Zuid-Afrikaans perspectief geplaatst.


Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Teaching Socio-Legal Research Methodology: Participant Observation. Special Issue on Active Learning and Teaching in Legal Education

Tijdschrift Law and Method, januari 2019
Trefwoorden Participant observation, sociolegal research, methodology, teaching
Auteurs Marc A. Simon Thomas
SamenvattingAuteursinformatie

    The basics of how to conduct participant observation are not taught in law schools. This is striking because this methodology has become a common feature of qualitative research and could be very useful in sociolegal research. For those interested in studying ‘law in practice’ instead of ‘law in the books’, qualitative research methods like participant observation are inevitable. However, participant observation is, at best, secondary in the literature on qualitative research in the sociolegal discipline, while there is no guidance on how to conduct this technique whatsoever.Therefore, this article is written with two audiences in mind: It should serve as a useful reference and guide for those who teach qualitative research methods in legal education and who are looking to enhance their knowledge and skills concerning participant observation; it is also meant to serve as a basic primer for the beginning sociolegal researcher who is about to become a participating observer for the first time.


Marc A. Simon Thomas
Utrecht University, School of Law, Institute of Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, Legal Theory; m.a.simonthomas@uu.nl.

    In legal education, criticism is conceived as an academic activity. As lecturers, we expect from students more than just the expression of their opinion; they have to evaluate and criticize a certain practice, building on a sound argumentation and provide suggestions on how to improve this practice. Criticism not only entails a negative judgment but is also constructive since it aims at changing the current state of affairs that it rejects (for some reason or other). In this article, we want to show how we train critical writing in the legal skills course for first-year law students (Juridische vaardigheden) at Vrije Universiteit Amsterdam. We start with a general characterization of the skill of critical writing on the basis of four questions: 1. Why should we train critical writing? 2. What does criticism mean in a legal context? 3. How to carry out legal criticism? and 4. How to derive recommendations from the criticism raised? Subsequently, we discuss, as an illustration to the last two questions, the Dutch Urgenda case, which gave rise to a lively debate in the Netherlands on the role of the judge. Finally, we show how we have applied our general understanding of critical writing to our legal skills course. We describe the didactic approach followed and our experiences with it.


Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Lyana Francot
Lyana Francot is Associate Professor of Legal Theory, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.
Pending cases

Case C-103/18, Fixed-term work

Domingo Sánchez Ruiz – v – Comunidad de Madrid (Servicio Madrileño de Salud), reference lodged by the Juzgado de lo Contencioso-Administrativo No 8 de Madrid (Spain) on 13 February 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Toont 1 - 20 van 540 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 26 27
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.