Zoekresultaat: 145 artikelen

x
Artikel

Adoptie als alternatief voor abortus

Waarom niet of … wel?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2022
Trefwoorden abortus, adoptie, wetgeving, alternatieven, het ongeboren kind
Auteurs Patrick Garré
SamenvattingAuteursinformatie

    Belgium and the Netherlands legalized voluntary termination of pregnancy a few decades ago under certain conditions. In both legislations the abortion doctor must also investigate whether other possibilities exist to meet the woman’s request for help. In this contribution the author examines to what extent adoption can be a reasonable alternative to an abortion. It appears that adoption is often not considered in the abortion request, with the result that opportunities are lost for the woman, the unborn child and society to avoid a termination of pregnancy after all.


Patrick Garré
Mr. P.L. Garré is een Belgische jurist en economist bij de Belgische Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, gespecialiseerd in vrijwilligerswetgeving en vakantiewetgeving. Daarnaast heeft hij een bijzondere interesse in de juridische aspecten op het vlak van abortus- en euthanasiewetgeving.
Artikel

Access_open Cultuurchristendom in de strijd tegen modern gnosticisme (deel 2)

Een alternatieve visie op het huidige populisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2022
Trefwoorden cultuurchristendom, gnosticisme, populisme, voegelin
Auteurs Hans van de Breevaart
SamenvattingAuteursinformatie

    This article tries to show how populism is taking issue with the Gnostic tendency in present-day politics Eric Voegelin had been identifying as ‘the immanentization of the eschaton’. According to populists modern Gnosticism is trying to realize the eschaton at the expense of one or more elements of reality that, according to Voegelin, had been identified in Christian culture during the course of its history, namely God and cosmos, society and men. This article elaborates on this argument by indicating how populists are used to positioning themselves over against Gnostics in the political debates on gender, immigration, climate change and the European Union.


Hans van de Breevaart
Dr. J.O. van de Breevaart is historicus en godsdienstwetenschapper. Momenteel is hij verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP. Van zijn hand verscheen zeer onlangs Threat or Opportunity? A Christian View on Populism in Europe, geschreven in opdracht van Sallux, denktank van de European Christian Political Movement.
Actualia

Omgang en gezag

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2022
Auteurs Mr. T. de Vette

Mr. T. de Vette
Actualia

Erkenning en adoptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2022
Auteurs Mr. T. de Vette

Mr. T. de Vette

Francisca Mebius
Artikel

Tweede evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap

Wat gaat de wetgever met de principiële kwesties doen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Wafz, abortus, zwangerschap, beraadtermijn, levensvatbaarheidsgrens
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem, Mr. E. Krol, Prof. mr. J. Legemaate e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2019-2020 werd de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) voor de tweede keer geëvalueerd. In hun bijdrage staan de auteurs (die het evaluatieonderzoek uitvoerden) met name stil bij twee belangrijke thema’s van de evaluatie: de reikwijdte van de wet; en besluitvorming over abortus. Hun hoofdconclusie is dat er op dit moment geen aanleiding is de wet als zodanig op de schop te nemen. Niettemin zijn er op korte termijn wel belangrijke reparaties van de Wafz nodig, zoals ten aanzien van de buitengrenzen van de wet en de beraadtermijn.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is universitair hoofddocent gezondheidsrecht bij de afdeling Ethiek, Recht en Humaniora van het Amsterdam UMC en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. E. Krol
Erwin Krol is senior onderzoeker bij Pro Facto.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht bij de afdeling Ethiek, Recht en Humaniora van het Amsterdam UMC en hoofdredacteur van dit tijdschrift.

Prof. mr. H.B. Winter
Heinrich Winter is directeur bij Pro Facto.
Artikel

Wat heeft het populisme de christelijke kiezer te bieden?

Een vergelijking van de verkiezingsprogramma’s van Forum voor Democratie, de Partij voor de Vrijheid, JA21 en christelijke partijen voor de parlementsverkiezingen van 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Christelijke kiezer, populisme, verkiezingsprogramma’s
Auteurs Marcel Maussen en Vita Appels
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, it has often been suggested that the CDA, and to a lesser extent the ChristenUnie (CU) and the Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), are losing voters to right-wing populist parties. To examine this proposition, the article first looks at which ‘Christian voters’ would be inclined to vote for right-wing populist parties. Next, a comparison is made between the positions of Forum voor Democratie (FvD), the Partij voor de Vrijheid (PVV) and JA21 and Christian parties, with respect to issues that are important to Christian voters. An analysis of the various election programmes for the 2021 parliamentary elections shows that while there is overlap between Christian and right-wing populist parties when it comes to limits on religious freedom and moral issues, there also remain significant differences and shared positions are often underpinned by very different arguments.


Marcel Maussen
Dr. M.J.M. Maussen is universitair hoofddocent bij de afdeling Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is als redacteur verbonden aan het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

Vita Appels
Vita Appels studeert politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Verdwenen alleenstaande minderjarige vluchtelingen: voer voor mensenhandelaren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Verdwijningen, Mensenhandel, Alleenstaande minderjarige vluchtelingen, Kinderrechten, Vluchteling
Auteurs Prof. dr. M. Smit en dr. mr. E.C.C. van Os
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het internationale onderzoeksjournalistiekcollectief Lost in Europe zouden er in 2017 7.024 alleenstaande vluchtelingenkinderen zijn verdwenen uit asielzoekerscentra in Europa. Dit aantal is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar dat dergelijke verontrustende verdwijningen geregeld voorkomen, is zeker. Wat wordt er tegen het verdwijnen van alleenstaande minderjarige vluchtelingen gedaan en wat is er bekend over het lot van verdwenen jongeren? Vaak worden zorgen geuit dat deze kinderen slachtoffer zijn of worden van mensenhandel. In hoeverre zijn daar aanwijzingen voor? In deze bijdrage gaan we op deze vragen in. Na een korte introductie over alleenstaande minderjarige vluchtelingen en mensenhandel besteden we aandacht aan verdwijningen buiten en binnen Nederland. Vervolgens doen we verslag van de bevindingen uit een aantal onderzoeken en van in Nederland getroffen maatregelen tegen verdwijningen. We ronden af met een conclusie en enkele aanzetten voor preventie van verdwijningen.


Prof. dr. M. Smit
Prof. dr. M. Smit is bijzonder hoogleraar psychosociale zorg voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. mr. E.C.C. van Os
Dr. mr. E.C.C. van Os is docent en onderzoeker (ortho)pedagogiek en kinderrechten aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Actualia

Erkenning en adoptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2021
Auteurs Mr. T. de Vette

Mr. T. de Vette

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Gluren bij de buren

Juridische innovatie in Europa

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Jeroen Zweers
Auteursinformatie

Jeroen Zweers
Jeroen Zweers is oprichter van NOUN #TheLegalInnovationAgency, vicepresident van de European Legal Tech Association (ELTA) en oprichter van Dutch Legal Tech.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 13 november 2020 en 21 maart 2021.
Artikel

Access_open We need to talk to Martha

Or: The desirability of introducing simple adoption as an option for long-term foster children in The Netherlands

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden Adoption, foster care, guardianship, parental responsibility, supervision orders for minors
Auteurs mr. dr. M.J. Vonk en dr. G.C.A.M. Ruitenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article you will be introduced to Martha. Martha will turn eighteen in a couple of weeks and is afraid of losing her foster family when she becomes an adult (I). You will be taken on a journey through the Dutch child protection system and recent research on the desirability of forging an additional legal instrument, such as the introduction of simple adoption, for children like Martha and her two families. The following questions will be answered: How do children like Martha end up in a foster family (II)? Who is responsible or who makes decisions about Martha’s care and future and what problems may occur? Five possible situations in long-term foster care will be discussed in this context on the basis of current law and research (III). Would simple adoption (eenvoudige adoptie) solve some of the problems discussed in the earlier section and thus be a feasible and desirable option for long-term foster children and their foster parents (IV)? At the end of this journey you will be invited to take a brief glance into the future in the hope that Martha’s voice will be heard (V).
    ---
    In dit artikel stellen we u voor aan Martha. Martha wordt over een paar weken achttien en is bang haar pleeggezin kwijt te raken als ze meerderjarig wordt. Aan de hand van het verhaal van Martha nemen we u mee op een reis langs het Nederlandse jeugdbeschermingsstelstel en langs recent onderzoek naar de wenselijkheid van de introductie van een nieuwe juridische mogelijkheid waarmee een band tussen Martha en haar beide families kan worden gevestigd: eenvoudige adoptie. De volgende vragen worden daarbij beantwoord: Hoe komen kinderen zoals Martha in een pleeggezin terecht? Wie is verantwoordelijk voor of mag beslissingen nemen over Martha’s opvoeding en toekomst en wat voor problemen kunnen zich daarbij voordoen? Zou eenvoudige adoptie een oplossing bieden voor een aantal van de problemen die worden besproken en daarmee een wenselijke oplossing zijn voor langdurige pleegkinderen en hun pleeggezinnen? Aan het einde van deze reis werpen we een korte blik op de toekomst in de hoop dat de stem van Martha gehoord zal worden.


mr. dr. M.J. Vonk
Machteld Vonk is associate professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at VU University Amsterdam.

dr. G.C.A.M. Ruitenberg
Geeske Ruitenberg is assistant professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at the VU University Amsterdam.
Artikel

Een goudmijn vol tips

Het gebruik van genealogische DNA-databanken bij opsporing en identificatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden genealogical DNA databases, criminal investigation, Sweden, the Lisa project, Golden State Killer
Auteurs Lex Meulenbroek en Diederik Aben
SamenvattingAuteursinformatie

    The success of investigative genetic genealogy (IGG) in the US hasn’t gone unnoticed in Europe. After US police announced worldwide that the Golden State Killer had been identified with the application of IGG, the Swedish police and judiciary applied the same method to solve a double murder that had remained unsolved for sixteen years. How did this method come about? A young woman unfamiliar with her real name, age, parents, and origins came up with the idea that private genealogical DNA databases that allow customers to trace their distant relatives could also be used to discover her identity. Since then, in the US many cold cases have been solved with the help of these databases and also the identity of many unidentified human remains has been traced. Questions concerning this new method of investigation arise, to which the beginning of an answer is given here. What does the method entail? Is it allowed to use this method in the Netherlands as well?


Lex Meulenbroek
Drs. A.J. Meulenbroek is als forensisch deskundige humane biologische sporen en DNA-onderzoek verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Diederik Aben
Mr. D.J.C. Aben is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Het ambacht

Departementale herindeling en ministers zonder portefeuille

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden formatie, artikel 44 Grondwet, portefeuilleverdeling, ministeries, benoemings-KB
Auteurs T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaste jurisprudentielijn is dat de op grond van artikel 43 of 44 Grondwet bij koninklijk besluit vastgestelde departementale indeling of taakomschrijving van een minister bepalend is voor diens bevoegdheid. Dat betekent dat soms een andere minister bevoegd is dan de minister die in de wet wordt genoemd. Het actueel houden van benamingen in wetgeving verdient aanbeveling, maar het betere is hier al snel de vijand van het goede. Bij ministers zonder portefeuille doet zich de moeilijkheid voor dat hun taak in het benoemings-KB slechts in zeer algemene termen pleegt te worden omschreven. Dat kan vragen oproepen over de reikwijdte van hun bevoegdheden. De auteur pleit voor een gedetailleerdere vaststelling van taken van ministers zonder portefeuille in hun benoemings-KB. Verder is er veel voor te zeggen om in de wet uit 1951 die enkele regels bevat over het ambt van minister zonder portefeuille, de tot misverstanden aanleiding gevende aanduiding “minister zonder portefeuille” te moderniseren.


T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Evoluties in het Vlaams herstelrechtelijke beleid sinds 2000

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Vlaams justitieel beleid, Vlaamse wetgeving, detentie, herstelgerichte, herstelrecht
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative justice practices and policies have been growing in Belgium during last three decades. This article looks in particular at policy developments in the Flemish Community. It reconstructs how restorative justice has adopted a legal basis in 2005 and 2006 respectively in adult criminal law and juvenile justice. The rise and fall of the Belgian model of ‘restorative prisons’ is discussed. Special attention goes to the role of the Belgian State reform process, where the regions were given more competencies also in restorative justice matters. We investigate how this process of devolution has shaped the restorative justice landscape for the sectors of penal mediation, restorative mediation and conferencing. Some ambivalences in policy making are shown. Moreover, in recent years there are signs of a declining political interest in restorative justice.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar KU Leuven, Leuvens Instituut voor Criminologie.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 13 november 2020 en 21 maart 2021.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 13 november 2020 en 21 maart 2021.
Kroniek rechtspraak

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2018-2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden wetswijziging, regelgeving, gezondheidszorg, wetsvoorstel, overzicht
Auteurs Mr. W.F. van der Wel en mr. M.E. Jannink
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek geeft een overzicht van ontwikkelingen in de Nederlandse wetgeving relevant voor de gezondheidszorg in de periode 1 juli 2018-31 december 2020. Een bijzondere periode vanwege de coronapandemie. Onder andere wetgeving die ‘on hold’ staat, aandacht voor preventie en mogelijk een opmars voor ingrijpendere wijzigingen in het zorgstelsel.


Mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is juridisch adviseur bij het OLVG te Amsterdam.

mr. M.E. Jannink
Marlou Jannink is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 145 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.