Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 207 artikelen

x
Artikel

Access_open Maten van openbare orde

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2021
Trefwoorden openbare orde
Auteurs Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het privaatrechtelijke begrip ‘openbare orde’ wordt in de heersende leer geduid als ‘contextgebonden’ en dus meerduidig begrip. Bovendien wordt onderscheid gemaakt tussen de nationale en internationale openbare orde. In deze bijdrage wordt een uniforme benadering van het openbareordebegrip verdedigd.


Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
Mr. drs. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Annie de Roo
Dr. Annie de Roo is als universitair hoofddocent verbonden aan Erasmus University Law School Rotterdam. Zij is hoofdredacteur van TMD en vicevoorzitter van SKM Examencommissie Mediatorsfederatie Nederland. Haar aandachtsgebied in onderwijs en onderzoek is rechtsvergelijking, met accent op geschiloplossing in vergelijkend perspectief.
Artikel

Access_open De plaats van de onderneming in de samenleving en van de samenleving in de onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden maatschappelijke verantwoordelijkheid, purpose, zorgplicht, enquêterecht
Auteurs Mr. G.C. Makkink
SamenvattingAuteursinformatie

    Als ondernemingen daadwerkelijk maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen, levert dat verplichtingen op. Het is de vraag wie die verplichtingen formuleert en wie nakoming van die verplichtingen kan afdwingen. Het ondernemingsrecht moet op die vragen antwoorden formuleren.


Mr. G.C. Makkink
Mr. G.C. Makkink is voorzitter van de Ondernemingskamer.
Artikel

Verrassingen voorkomen bij commercieel contracteren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden precontractuele fase, uitleg, exoneratiebeding, beknelde tussenschakel, beëindiging
Auteurs Mr. D.J. Beenders en Mr. J.J. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse recht stelt partijen die commercieel contracteren wel eens voor verrassingen. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van de chronologie van het contract: precontractuele fase, uitleg, exoneratiebedingen en beëindiging. Daarbij wordt besproken hoe partijen deze verrassingen, en de risico’s die daarmee gepaard gaan, zo veel mogelijk kunnen voorkomen of mitigeren.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Maatschappelijke akkoorden en de Aanwijzingen voor convenanten: tijd voor een update!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden democratie, transparantie, dualisme, akkoord, convenant
Auteurs P.J. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Maatschappelijke akkoorden zijn nuttig en wenselijk, maar vragen vanuit de kernwaarden van goed openbaar bestuur om aandacht. In deze bijdrage doet de auteur – geïnspireerd door een recent advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur over maatschappelijke akkoorden – voorstellen tot aanpassing van de Aanwijzingen voor convenanten, zodat optimaal inhoud kan worden gegeven aan de kernwaarden van goed openbaar bestuur bij de totstandkoming van maatschappelijke akkoorden. De suggesties tot aanpassing van de aanwijzingen zien onder meer op een versterking van de positie van het parlement, een betere borging van een goede representatie aan de onderhandelingstafels en het vergroten van transparantie van het proces.


P.J. Huisman
Mr. dr. P.J. (Pim) Huisman is als universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Aansprakelijkheids- en verhaalsproblemen rondom een FGR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden beleggingsinstelling, juridisch eigenaar, beheerder, afgescheiden vermogen, beleggingsrestricties
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe men dient te contracteren met een fonds voor gemene rekening (FGR) om zeker te stellen dat het fonds aansprakelijk is voor de uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende verbintenissen en dat verhaal op de activa van het fonds tot de mogelijkheden behoort.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden, Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Essay

Slachtofferschap: planten en habitats

Waarom habitats en planten ondanks strikte regels toch niet voldoende worden beschermd

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Antropocene, habitat protection, plants, environmental problems, biodiversity
Auteurs Sander Kole
SamenvattingAuteursinformatie

    The current poor conservation status of Dutch nature is a result of human activities and is therefore characteristic of the era of the Anthropocene in which we now live. As a result of climate change, desiccation and a surplus of nitrogen and other environmental problems, the survival of many habitats and plants in the EU and in the Netherlands is at stake. Recent scientific research shows that many habitats and plants are in an unfavorable conservation status. Biodiversity is under great pressure. In almost all cases, the declining biodiversity can primarily be traced back to human activities and the consequences of these activities for nature. The EU Habitats Directive and the Dutch Nature Conservation Act provide a legal system that obliges the protection of all wild habitats and plants. Although the objective of both regulations suggests otherwise, the protection of nature in the application of provisions from the Dutch Nature Conservation Act is not an intrinsic objective. The extent to which habitats and plants are protected is linked to human – often economic – interests. It is this ambivalence in existing laws and regulations – the human perspective – that makes it possible to ‘disable’ rules that are precisely intended to preserve habitat types and plants relatively easily. As a result, environmental problems caused by humans are not or not completely resolved. Remarkably enough, the design and application of current national and international nature conservation law contributes to the undisturbed continuation of the Anthropocene era in which we live.


Sander Kole
Mr. dr. Sander Kole is universitair docent algemeen bestuursrecht en omgevingsrecht bij de Open Universiteit. Sander.Kole@ou.nl
General Comment

General Comment No. 19: De Overheidsbegroting en de Rechten van het Kind

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden General Comment, Overheidsbegroting, IVRK, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Prof. mr. dr. C.J.M. Arts
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2016 publiceerde het VN-Kinderrechtencomité General Comment 19 dat een uitgebreid overzicht biedt van de consequenties van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna IVRK) voor de overheidsbegroting. Na een korte inleiding van het begrip ‘beschikbare middelen’ dat een centrale rol speelt in het Kinderrechtenverdrag, biedt dit artikel een samenvattend overzicht van General Comment 19. Uit dit alles wordt snel duidelijk dat het overheidsbegrotingsproces van groot belang is voor kinderrechten, maar ook dat ervan uit kinderrechtenperspectief vele eisen aan dat proces te stellen zijn die staten voor behoorlijke uitdagingen plaatsen.


Prof. mr. dr. C.J.M. Arts
Prof. mr. dr. Karin Arts is hoogleraar internationaal recht en ontwikkeling aan het International Institute of Social Studies (ISS) te Den Haag, onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De last tot een uitgave van geld of goed: verplichting en vorderingsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden geld, Legaat, aansprakelijkheid, Verhaal, goed
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur de last tot uitgave van geld of van een goed, al dan niet ‘uit de nalatenschap’, aan een of meer personen ten laste van een of meer (of de gezamenlijke) erfgenamen. De keuze van de wetgever om een dergelijke last niet meer als schuld van de nalatenschap te beschouwen, en de daaruit voortvloeiende aanpassingsoperatie van de nodige bepalingen in Boek 4 BW, heeft soms tot onnauwkeurige, soms tot inconsistente en soms zelfs tot onjuiste resultaten geleid.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

‘Hard to get’

Wet tegengaan huwelijkse gevangenschap (I)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 14 2021
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens

    Atypische arbeidsvormen zijn in opmars. Tijdelijke arbeid, en een arbeidscontract voor bepaalde tijd in het bijzonder, is zo mogelijk de meest gekende vorm. In het onderwijs wordt veelvuldig gebruikgemaakt van dergelijke arbeidscontracten. De Europese sociale partners sloten eind vorige eeuw nochtans een Raamovereenkomst met als doel de kwaliteit van de arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren en het misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te voorkomen. In deze bijdrage wordt zowel de Nederlandse als de Vlaamse regelgeving inzake het gebruik van opeenvolgende tijdelijke contracten aan de universiteiten getoetst aan de Europese regelgeving. Het voordeel van een dergelijke rechtsvergelijkende aanpak is dat het mogelijk nieuwe inzichten biedt, niet alleen voor de rechtswetenschapper, maar ook voor de rechtspractici. Het onderzoek vangt aan met een analyse van de Europese regelgeving aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Vervolgens worden de toepasselijke Nederlandse en Vlaamse reglementeringen besproken en geëvalueerd, waarna een algemene conclusie volgt.


Dr. Evelien Timbermont
Dr. E. Timbermont is postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Artikel

EU Investor Protection Regulation and Liability for Investment Losses

Bespreking van de handelseditie van het proefschrift van mr. M.W. Wallinga

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden MiFID, MiFID II, doorwerking, zorgplicht, toezichtrecht
Auteurs Mr. F.R.H. van der Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    Een studie naar de doorwerking van publiekrechtelijke toezichtregelgeving in het nationale privaatrecht. Vanuit het perspectief van bescherming van particuliere beleggers vergelijkt Wallinga de implementatie van MiFID en MiFID II onder Nederlands, Duits en Engels recht en onderzoekt hij de mogelijkheid van civielrechtelijke afdwingbaarheid van toezichtregels.


Mr. F.R.H. van der Leeuw
Mr. F.R.H. van der Leeuw is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Sustainability sells?

Over de toekomstige duurzaamheidsregelgeving voor de financiële sector en de impact op de relatie met de cliënt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden taxonomie, duurzaamheid, klimaat, financiëlemarktdeelnemer, zorgplicht
Auteurs Mr. drs. S.A.M. Vermeulen en Mr. F.W.J. van der Eerden
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geven de auteurs een overzicht van de toekomstige (informatie)verplichtingen voor financiële ondernemingen in het kader van duurzaamheid, met name op basis van de Taxonomie- en Transparantieverordening. Ook gaan zij in op de mogelijke civielrechtelijke impact daarvan op de verhouding met retailbeleggers die ‘duurzame’ financiële producten afnemen.


Mr. drs. S.A.M. Vermeulen
Mr. drs. S.A.M. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.

Mr. F.W.J. van der Eerden
Mr. F.W.J. van der Eerden is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.
Artikel

Afdwingbaarheid van nakoming commerciële koopcontracten bezien vanuit een internationaal perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden civil law, common law, Weens koopverdrag, CISG, koopcontract
Auteurs Mr. dr. P.C.M. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In het internationale handelsverkeer wordt onvoldoende aandacht besteed aan de afdwingbaarheid van contractuele afspraken. Om de lezer meer inzicht te geven in deze problematiek wordt aandacht besteed aan de belangrijkste verschillen tussen de twee grootste rechtssystemen (hierna: ‘civil law’ en ‘common law’) en ‘interne’ afwijkingen.


Mr. dr. P.C.M. Kemp
Mr. dr. P.C.M. Kemp advocaat bij Banning Advocaten te ’s-Hertogenbosch en gastmedewerker aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Over eigendom, personen en zaken

Een historisch vergelijkende beschouwing over de inhoud van eigendom

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden rechtsvorming, natuurrecht, zaak, vermogensrecht, vrijheid
Auteurs Prof. mr. J.M. Milo
SamenvattingAuteursinformatie

    Eigendom verschaft individuele vrijheid in bevoegdheden ten aanzien van zaken. Een historisch vergelijkende analyse in vrijheidsperspectief maakt duidelijk dat ons civiele eigendomsbegrip die bevoegdheden nader kan bepalen, en publieke belangen en plichten kan accommoderen, met oordeel des verstands en rechtvaardigheid, juist als persoon (subject) en zaak (object) bij de analyse worden betrokken.


Prof. mr. J.M. Milo
Prof. mr. J.M. Milo is eerste houder van de wisselleerstoel oudvaderlands recht en hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en Fellow bij de South-African Research Chair in Property Law van Stellenbosch University.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).
Artikel

Kroniek IT-recht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2020
Auteurs Esther van Genuchten, Robert van Schaik en Reinoud Westerdijk

Esther van Genuchten

Robert van Schaik

Reinoud Westerdijk
Artikel

Access_open Realisatie van maatschappelijke initiatieven

Een overzicht van in te zetten instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden zelfregulering, publiek-private afspraken, algemeenverbindendverklaring, verordeningen van de bedrijfslichamen, wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
Auteurs Mr. J.W.M. Mentink
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland staat voor grote maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, de energietransitie en de stikstofproblematiek. Maatschappelijke partijen laten zien dat zij samen willen werken aan die opgaven. Deze partijen zoeken naar manieren om hun initiatieven te realiseren. De overheid beschikt over een aantal instrumenten om maatschappelijke partijen hierin te ondersteunen. In een indeling van privaat naar publiek worden de volgende instrumenten besproken: zelfregulering, publiek-private afspraken, algemeenverbindendverklaring, verordeningen van de bedrijfslichamen, het wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven en reguliere wetgeving.


Mr. J.W.M. Mentink
Mr. J.W.M. (Judith) Mentink is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en betrokken bij het wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven.
Toont 1 - 20 van 207 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.