Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Artikel

Curaçao en de coronacrisis

Een eerste staats- en bestuursrechtelijke verkenning

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden coronavirus, COVID-19, legaliteitsvereiste, Curaçao, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. drs. R.E.R. de Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel brengt de juridische grondslag voor de door de Curaçaose regering genomen maatregelen ter bestrijding van COVID-19 in kaart. Elk overheidsoptreden dient te berusten op kenbare en voldoende algemene wettelijke regels en grondrechten dienen door de overheid te worden geëerbiedigd. Ook onder grote druk en in tijden van nood waarin snel en adequaat handelen door de overheid is geboden, zal de rechtsstaat gerespecteerd moeten worden. De getroffen maatregelen begin 2020 in Curaçao verhouden zich echter niet altijd even goed tot de beginselen van de democratische rechtsstaat.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is parttime docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao (UoC). Sybesma is ook lid van de Raad van Advies van Curaçao (RvA) en redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel â titre personnel geschreven en reflecteert geenszins de mening van de UoC dan wel die van de RvA.

Mr. drs. R.E.R. de Knegt
Mr. R.E.R. de Knegt is universitair wetenschappelijk docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao (UoC) en redactiesecretaris van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel â titre personnel geschreven en reflecteert geenszins de mening van de UoC.
Artikel

Access_open De Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid

Meer mogelijkheden voor rechtspersonen tot het gebruik van elektronische communicatiemiddelen en het uitstellen van termijnen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, algemene vergadering, ledenvergadering, verslaglegging, noodwetgeving
Auteurs Mr. S. Rietveld en Mr. L.E. Stroeve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de op 24 april 2020 in werking getreden Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid. Deze wet geeft verschillende voorzieningen voor vergaderingen van bestuur en raad van commissarissen, algemene vergaderingen, ledenvergaderingen en verslaglegging door tijdelijke afwijkingen van en aanvullingen op Boek 2 BW toe te staan.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Staff Associate bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. L.E. Stroeve
Mr. L.E. Stroeve is kandidaat-notaris bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Herstelbeslissingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Herstelbeslissingen door lagere rechter en Hoge Raad, Verbeteren en aanvullen van rechterlijke beslissingen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, Gesloten stelsel en concentratie van rechtsmiddelen, Herstelbeslissingen door de Hoge Raad
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorstellen tot modernisering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering betreffen onder meer nieuwe bepalingen aangaande herstelbeslissingen door de strafrechter na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. De voorstellen codificeren voor een groot gedeelte de reeds tot ontwikkeling gekomen jurisprudentie. Nieuw is het gemarkeerde onderscheid tussen het aanbrengen van verbeteringen en het aanvullen van de rechterlijke beslissing. Dit onderscheid werkt door in de uitwerking wat betreft de procedurele bevoegdheden van de bij het strafproces betrokken partijen: de strafrechter, de Officier van Justitie, de verdachte, de benadeelde partij en in het voorkomende geval de (voogd van de) minderjarige. De voorgestelde nieuwe regeling roept vragen op met betrekking tot de beginselen van concentratie en geslotenheid van rechtsmiddelen. Tevens vraagt de regeling voor de aanvulling nadere bezinning: tot welk moment is aanvulling toegelaten met het oog op het aanweneden van rechtsmiddelen? De vraag is gerechtvaardigd of de regeling zoals voorgesteld niet nog eens kritisch moet worden bezien. In het hierna volgende artikel wordt die vraag bevestigend beantwoord.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. (Rijnhard) Haentjens was vicepresident van het Gerechtshof Amsterdam en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Omgevingswet: wetgeving als symbool of communicatieve wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Symboolwerking van wetgeving, Omgevingswet, Crisis- en herstelwet, Communicatieve wetgeving, Wetgevingsevaluatie
Auteurs Dr. Friso Johannes Jansen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The Crisis and Recovery Act and the Environmental Planning Act are analysed in this article as a form of communicative legislation. This approach to socio-legal analysis draws attention to the need to understand the symbolic effects of legislation as independent drivers of compliance. The modest legal effects of the Crisis and Recovery Act are contrasted with the more sizeable symbolic effects of this legalisation. In addition, the ex-ante evaluation of the Environmental Planning Act shows that the proposed legal changes can only provide a small impetus to the desired culture change, nonetheless there is potential for areas of this law to have symbolic effects as well. These could potentially contribute independently to its success.


Dr. Friso Johannes Jansen MSc
Friso J. Jansen is Senior Lecturer in Law at Birmingham City University.
Artikel

Access_open Het Awb-landschap door een AVG-filter

Klachtbehandeling op grond van de AVG in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden AVG, Awb, handhavingsverzoek, belanghebbende, betrokkene
Auteurs Olga Nijveld en Wouter van Steenbergen
Auteursinformatie

Olga Nijveld
Mr. O.S. Nijveld is senior adviseur bij de Autoriteit persoonsgegevens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Wouter van Steenbergen
Mr. W. van Steenbergen is senior adviseur bij de Autoriteit persoonsgegevens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Toegankelijk wetgeven onder de Omgevingswet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Aanwijzingen, harmonisatie, wetgevingskwaliteit, stelselherziening, Omgevingswet
Auteurs Mr. dr. H.A. Oldenziel en Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw stelsel voor het omgevingsrecht. Een belangrijk verbeterdoel van deze grote wetgevingsoperatie is de vereenvoudiging en harmonisatie van regels. Om daarvoor te zorgen is een leidraad wetgevingskwaliteit opgesteld. Daarin zijn, in aanvulling op de Aanwijzingen voor de regelgeving, vuistregels opgenomen over de structuur en vormgeving van wetgeving en over modern taalgebruik. Enkele van deze vuistregels lenen zich voor bredere toepassing. Deze zouden een plek in de Aanwijzingen kunnen krijgen. Dit zou het harmoniserende effect van de Aanwijzingen kunnen vergroten. Belangrijker is nog dat het bevorderen van de eenheid en toegankelijkheid in de dagelijkse wetgevingspraktijk gestalte krijgt. Alleen dan kunnen concrete resultaten worden geboekt.


Mr. dr. H.A. Oldenziel
Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel is als juridisch projectleider – thans bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en daarvoor bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu – betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht.

Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. (Wilco) de Vos is als juridisch projectleider – thans bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en daarvoor bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu – betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht.
Artikel

Gidsen voor het wetgeven in de Benelux en Latijns Europa – een poging tot een rechtsculturele benadering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, wetgevingsgids België, wetgevingsgids Luxemburg, wetgevingsgids Frankrijk, wetgevingsgids Italië, wetgevingsgids Spanje
Auteurs Prof. mr. W. Konijnenbelt
SamenvattingAuteursinformatie

    De 25 jaar oude Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) gaan terug op een VAR-rapport uit 1948. Ze zijn grotendeels overgenomen in Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Belgische ‘Beginselen van de wetgevingstechniek’, opgesteld door de Raad van State, zijn doorgaans veel gedetailleerder dan de Ar en bevatten vaak uitleggende beschouwingen. Ze betreffen uitsluitend de wetgevingstechniek en de keus tussen de vele typen wettelijke regelingen die het land kent. Luxemburg heeft geen officiële gids voor het regelgeven, maar wel een ‘traité’ van de hand van de secretaris-generaal van de Raad van State met praktische en overzichtelijke regelgevingstechnische aanwijzingen, geïnspireerd door de Belgische ‘Beginselen’ en de Franse wetgevingspraktijk. Frankrijk heeft een gids voor de legistiek in de vorm van een omvangrijke digitale ‘kaartenbak’, samengesteld door de Raad van State en het secretariaat-generaal van de regering. Het gaat over zaken als verstandig regelgeven, de keus voor een bepaald type regeling en wetgevingstechniek. Veel zaken zijn hier, evenals in België, een stuk ingewikkelder dan in Nederland. Italië heeft een heel beknopte set van 37 wetgevingstechnische regels, vastgesteld door de kanselarij en overgenomen door beide Kamers, die een heel andere wetgevingscultuur verraden dan wij gewend zijn. Spanje ten slotte kent ongeveer honderd richtlijnen voor de wetgevingstechniek, vastgesteld door de regering, aangenaam duidelijk en beknopt. Een Spaanse wettelijke regeling is in beginsel strak gestructureerd, maar kent vaak diverse ‘loshangende’ slotbepalingen. Er is veel aandacht voor eenvoudige en duidelijke taal. Afgesloten wordt met enkele rechtsculturele indrukken en enige aan de besproken buitenlandse gidsen ontleende suggesties voor verdere verbetering van de Ar.


Prof. mr. W. Konijnenbelt
Prof. mr. W. (Willem) Konijnenbelt is wetgevingsadviseur bij Konijnenbeltwetgeving.nl. Hij is emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-staatsraad en oud-lid van de redactie van RegelMaat.
Artikel

Eindrapport E-Commerce Sector Inquiry: extra aandacht voor geoblocking en verticale prijsbinding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden E-commerce, Sector inquiry, Verticale prijsbinding, Geoblocking, Mededinging
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. G.P. Sholeh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 mei 2017 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een eindrapport gepubliceerd waarin de conclusies van haar e-commerce sector inquiry zijn opgenomen. Dit eindrapport brengt handelspraktijken aan het licht die tot een beperking van de concurrentie zouden kunnen leiden op (digitale) e-commerce markten. In dit artikel bespreken wij onder andere de belangrijkste en interessantste bevindingen uit het eindrapport. Daarnaast bespreken we de beleidsconclusies van de Europese Commissie, en recente en nieuwe (inbreuk)zaken op het gebied van e-commerce. Wij sluiten af met enkele opmerkingen over de (mogelijke) betekenis van het eindrapport voor de (Nederlandse) rechtspraktijk.
    European Commission, Final Report on the E-Commerce Sector Inquiry, Commission staff working document, 10 mei 2017, SWD(2017) 154 final


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en mr. G.P. (Peyma) Sholeh zijn beiden advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. G.P. Sholeh
Casus

De Governancecode Zorg 2017

Wondermiddel, doekje voor het bloeden of een geschikt instrument?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Governancecode Zorg 2017, Corporate Governancecode 2016, Zorgbrede Governancecode, Corporate governance, Zorg
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. F.L. Leijdesdorff
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2016 is de Governancecode Zorg 2017 aangeboden aan de cliëntenorganisaties binnen de zorg. De auteurs van dit artikel houden deze Code tegen het licht en vergelijken deze met de Zorgbrede Governancecode 2010 en de Corporate Governancecode 2016. Voorts beantwoorden zij de volgende vragen: (a) draagt de Code op een adequate wijze bij aan de vier speerpunten van het beleid van de minister van VWS; (b) hoe vernieuwend is de Code; (c) wat moet er in de bestuurskamer en de kamer van de raad van toezicht veranderen; en (d) vergroot de Code het aansprakelijkheidsrisico voor bestuurders en leden van de raad van toezicht?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. F.L. Leijdesdorff
Mr. F.L. Leijdesdorff is advocaat partner bij het Zorgteam van Loyens & Loeff.
Artikel

De jaarrekeningplicht van een ontbonden rechtspersoon – een nadere duiding (gevraagd)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden jaarrekeningplicht, liquidatieproces, vereffening, omstandigheden voor afwijking jaarrekeningplicht
Auteurs Mr. E.H. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur is discussie over de vraag of de jaarrekeningverplichtingen van toepassing zijn voor rechtspersonen in liquidatie. In deze bijdrage bespreekt de auteur wat deze discussie feitelijk betekent voor de praktijk, en doet voorstellen tot een nadere invulling van en aanvulling op de geldende wettelijke regelingen.


Mr. E.H. de Wit
Mr. E.H. de Wit is werkzaam als Manager Corporate Legal bij PostNL te Den Haag.
Artikel

Met de wijsheid achteraf

Hindsight en outcome bias in het toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden biases, beoordelen, vertekening, hindsight bias, outcome bias
Auteurs Jennifer Eeuwijk MSc., Dr. Judith van den Bosch, Prof. Dr. Gerrit van der Wal e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Als we weten hoe een situatie afloopt, worden we onbewust beïnvloed door die kennis in ons oordeel over de situatie. Het kan de beoordeling van de kwaliteit van de in het verleden genomen beslissingen beïnvloeden (outcome bias), maar ook de beoordeling van de geschatte waarschijnlijkheid van de afloop (hindsight bias). Deze vertekeningen zijn een methodologisch probleem bij het werk van een toezichthouder. Door middel van literatuurstudie, expertinterviews en een focusgroepdiscussie met inspecteurs, is nagegaan wat we onder hindsight en outcome bias verstaan, welke factoren deze vertekening beïnvloeden en hoe deze te verminderen. De kans op vertekening neemt toe, als het eenvoudig lukt om verklaringen te bedenken voor de afloop. Het risico op vertekening kan teruggedrongen worden door, bijvoorbeeld, alternatieve uitkomsten te bedenken. Multidisciplinaire teams en het organiseren van tegenspraak zouden de kwaliteit van het werk van toezichthouders kunnen vergroten.


Jennifer Eeuwijk MSc.
Jennifer Eeuwijk MSc. is senior onderzoeker bij het Pallas health research and consultancy in Rotterdam

Dr. Judith van den Bosch
Dr. Judith van den Bosch is directeur van het Pallas health research and consultancy in Rotterdam.

Prof. Dr. Gerrit van der Wal
Prof. dr. G. van der Wal is voormalig inspecteur-generaal IGZ, em. hoogleraar sociale geneeskunde, EMGO+, Afdeling Sociale Geneeskunde, VUmc Amsterdam.

Prof. dr. Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, bijzonder hoogleraar toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg, iBMG, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

De begrotingswet: een wet als iedere andere?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Comptabiliteitswet 2001, begrotingswet, rijksbegroting, wetgeving, Grondwet
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks worden er in Nederland circa tachtig begrotingswetten vastgesteld. Dat is een derde van het totale aantal wetten. Begrotingswetten volgen in beginsel dezelfde wetsprocedure als andere wetten, maar er zijn diverse wetstechnische en wetsprocedurele bijzonderheden. Een interessante vraag is of in begrotingswetten ook ‘gewone’ bepalingen kunnen worden opgenomen. Strikt formeel gesproken is dat mogelijk. Casuïstiek uit de afgelopen decennia laat zien dat dit af en toe gebeurt. Soms gaat het om nauw met de begroting samenhangende bepalingen, bijvoorbeeld tijdelijke afwijkingen van de comptabiliteitswetgeving (‘begrotingsruiters’). Een enkele keer gaat het echter een stap verder en worden in een begrotingswet bepalingen opgenomen die geen verband houden met de begroting (‘begrotingsparasieten’). Met name die laatste categorie is onwenselijk. Bovendien kan het na de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum de vraag oproepen of dan nog sprake is van een wet inzake de begroting, bedoeld in artikel 105 lid 1 van de Grondwet, waarvoor de mogelijkheid van een referendum is uitgesloten. Gevaar voor oneigenlijk gebruik ligt dan op de loer.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Hoe uniform is uniform?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, rol wetgever, rol jurist, afwijkingen en aanvullingen, proefschriftthema’s
Auteurs R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbeidsrecht kent naast de regeling in Boek 7 Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek tal van bepalingen voor zogenaamde bijzondere arbeidsverhoudingen. Aandacht wordt besteed aan de verschillende bijzondere bepalingen en de mate waarin en de wijze waarop daarmee van het commune recht wordt afgeweken. Bezien wordt wat in dat verband de relatieve rol van de wetgever en van de (praktijk)jurist, ook de rechter, is.


R.A.A. Duk
Prof. mr. Duk is advocaat te ’s-Gravenhage en hoogleraar bijzondere arbeidsverhoudingen aan de Erasmus School of Law.

    In 1998 a chapter on administrative enforcement was added to the GALA (in the so-called third Tranche). This contribution reflects on the legislative aims of this Tranche; to what extent these aims have been attained and what important developments have occurred since. As the third Tranche has led to little reform, a brief review will suffice. The developments after the third Tranche are discussed extensively, concerning both the third Tranche - amongst others the obligation in principle to enforce ('beginselplicht tot handhaving') - and reparatory sanctions since the fourth Tranche (2009), which amongst others regulated the execution of administrative reparatory sanctions and added regulation on administrative fines (a punitive sanction). Additionally, more general provisions of administrative law enforcement are discussed. The development of administrative enforcement are reflected against general developments in administrative law, such as harmonization and the increase of litigation. Lastly some bottlenecks will be noticed and solutions proposed.


Prof.mr.drs. Lex Michiels
Artikel

Het melden van ongewone voorvallen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden ongewoon voorval, art. 17.1 Wm, omgevingsvergunning, stilleggen
Auteurs mr. M.M.C. Maas-Cooymans en Mr. B. Ebben
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de meldplicht voor ongewone voorvallen in een inrichting. De algemene verplichting op grond van artikel 17.1 Wm wordt vergeleken met de aanvullende verplichtingen in de omgevingsvergunning. Daarvoor wordt de reikwijdte van de wettelijke bepaling besproken en de aanvullende rol die vergunningsvoorschriften nog kunnen spelen. Tot slot wordt aandacht besteed aan de wijziging van artikel 17.1 Wm die voorschrijft dat in bepaalde gevallen het productieproces in een inrichting moet worden stilgelegd.


mr. M.M.C. Maas-Cooymans
M.G.J. Maas-Cooymans is advocaat partner bij Ploum Lodder Princen.

Mr. B. Ebben
B. Ebben is juridisch medewerker bij Ploum Lodder Princen.

    The central issue of this article is which European requirements apply when European and national authorities divide European grants among the applicants. Mostly, the European money which is available for awarding European grants is scarce. In this article, two questions come up for discussion. First: which distribution system has to be chosen? Second: to what extent the principles of equal treatment and transparancy – derived from the European procurement rules – are applicable to the distribution of European grants? This article will conclude that there is a difference between European grants awarded by the European Commission, European agencies and the so-called national agencies on the one hand, and European grants awarded by national authorities on the other.


Jacobine van den Brink
Jacobine van den Brink promoveert later dit jaar met het proefschrift ‘De uitvoering van Europese subsidieregelingen Nederland’ en is werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit Leiden.
Artikel

Lsp in het omgevingsrecht en de Awb

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Afdeling 4.1.3.3 Awb, lex silencio positivo, positieve fictieve beschikking, omgevingsvergunning van rechtswege
Auteurs Mr. dr. K.J. de Graaf en H.A. Komduur
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatie van de Europese Dienstenrichtlijn op 28 december 2009 kent de Awb een regeling waardoor een toestemming van rechtswege wordt geacht te zijn verleend in het geval niet tijdig wordt beslist op een aanvraag. Deze regeling doet zich ook gevoelen in het omgevingsrecht. Zo geldt de zogenaamde lex silencio positivo per 1 oktober 2010 voor elke aanvraag voor een omgevingsvergunning waarop de reguliere procedure van toepassing is. De regeling is mede het gevolg van de wens van de overheid om de burger binnen de wettelijke beslistermijn rechtszekerheid te bieden over zijn aanvraag. Het systeem van fictieve positieve besluiten zou daarom op zoveel mogelijk toestemmingsstelsel van toepassing moeten zijn. In deze bijdrage staat allereerst centraal voor welke toestemmingsstelsels het systeem van de lex silencio positivo geldt. Vervolgens worden de juridische haken en ogen van de regeling besproken en wordt ingegaan op de vraag of de betrokken burgers rechtszekerheid ontlenen aan een van rechtswege verleende vergunning.


Mr. dr. K.J. de Graaf
Mr. dr. K.J. (Kars) de Graaf is verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen als universitair hoofddocent.

H.A. Komduur
H.A. (Hilde) Komduur is verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen als student-assistent.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.