Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Hoofdartikel

De ontwerp-Verordening Monti II, oude wijn (azijn) in nieuwe zakken?

De uitoefening van het recht op collectieve actie in tijden van vrijheid van vestiging en van dienstverrichting

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden recht op collectieve actie, vrijheid van vestiging, vrijheid van dienstverrichting, detachering, alternatieve en niet-jurisdictionele geschillenregeling
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2012 diende de Europese Commissie een voorstel van verordening in dat de uitoefening van het recht op collectieve actie reguleert binnen de context van de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting.Bij de analyse wordt een intertekstuele benadering gevolgd. De tekst wordt vergeleken met Verordening (EG) nr. 2679/98 en met het voorontwerp van de verordening. Het voorstel wordt geëvalueerd door het te toetsen aan de formele doelstellingen van dit instrument en door een onderzoek naar de interne contradicties die de tekst kenmerken. De conformiteit van het voorstel met internationale mensenrechteninstrumenten staat eveneens centraal. Voorafgaand wordt de juridische grondslag van het voorstel bestudeerd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Crides Jean Renauld aan de Université de Louvain.

    This contribution examines how the Directive 2008/52/EC of the European Parliament and of the Council of 21 May 2008 on certain aspects of mediation in civil and commercial matters is transposed in various member states of the European Union, or how the discussion about the transposition is conducted or is still ongoing in some countries. The following seven countries are examined: Belgium, the Netherlands, Luxemburg, England, France, Germany and Austria.


Herman Verbist
Prof. dr. mr. Herman Verbist is gastprofessor aan de Universiteit Gent, advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, voormalig adviseur bij het Internationaal Hof van Arbitrage van de ICC, erkend bemiddelaar en voormalig plaatsvervangend lid van de Bijzondere Commissie voor Burgerlijke en Handelszaken van de Federale Bemiddelingscommissie in België.
Discussie

Contracteren met Russische partijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Rusland, Russisch overeenkomstenrecht, Russisch BW
Auteurs Dr. W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de groei in de handelsbetrekkingen met Rusland en de daaruit voortvloeiende toename van het aantal koop- en investeringscontracten is het voor juridische dienstverleners ongetwijfeld nuttig enige kennis te hebben van het Russische overeenkomstenrecht. In deze bijdrage wordt men geïnformeerd over de basisbeginselen daarvan. Deze wijken evenwel niet fundamenteel af van wat algemeen gebruikelijk is.


Dr. W.A. Timmermans
Dr. W.A. Timmermans is advocaat te Leiden en gespecialiseerd in internationaal ondernemingsrecht; bovendien is hij universitair docent Russisch recht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Internationaal: Tot mediation verplichtende bepalingen in overeenkomsten: een vergelijking tussen Nederland en Duitsland

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 03 2002
Trefwoorden In veel overeenkomsten is vaak een bepaling terug te vinden waarin een geschillenregeling is opgenomen. Deze kan partijen zowel naar de reguliere rechter, alsook naar arbitrage verwijzen. Overeenkomsten kunnen evenwel ook een bepaling bevatten waarin
Auteurs Bosch, T. van den

Bosch, T. van den
Praktijk

Over nut en noodzaak van goede geschillenregelingen voor (familie)bedrijven

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2009
Trefwoorden impasse, geschillenregeling, enquêterecht, deskundigenbericht
Auteurs dr. Bart Prinsen en Carmen Verschuur-Buijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In companies people work together intensively, especially in family run companies. In such a situation, the interests (income, capital and employment) can be enormous when parties fail to live up to each others expectations.How to deal with situations when parties are in a dead-lock and the continuity of the business is at stake? Depending on the legal form of the company and the type of conflict, there are different legal actions to settle a (legal) conflict. However, there are so many rules and different procedures for each type of legal form, that it may dazzle the reader. Moreover, these procedures may take a long time, while the parties in a family dead-lock desire an expert/arbiter/mediator proceeding expeditiously.In a sense a marriage is also a family run company. The following experiences from the area of family law are described: the processes of a divorce, the break-up announcement (the opposite of the marriage proposal), the experiment in court with the so-called regierechter in family cases, the prenuptial agreement and the plan for parenthood after a divorce. Our conclusion is that in case of a dead-lock, parties need to have a good set of rules on the settlement of disputes, to find a qualified expert/arbiter/mediator having knowledge and experience in financial/tax/pension/legal matters and familiar with dealing with emotions in a deadlock.


dr. Bart Prinsen
Bart Prinsen is advocaat ondernemingsrecht bij MannaertsAppels AdvocatenNotarissen te Breda, lid van Teamwork = Maetwerk, expertisegroep bij conflicten en conflictbeheersing rondom vennootschap en rechtspersoon, en docent ondernemingsrecht aan het Departement Business Law van de Universiteit van Tilburg.

Carmen Verschuur-Buijssen
Carmen Verschuur-Buijssen is advocaat personen- en familierecht bij Asselbergs & Klinkhamer advocaten te Etten-Leur (voorheen rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de rechtbank te Breda en docente contract- en aansprakelijkheidsrecht aan het Departement Privaatrecht van de Universiteit van Tilburg).
Jurisprudentie

Transferclausules in bilaterale investeringsovereenkomsten met derde landen in strijd met het EG-Verdrag

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden vrij verkeer van kapitaal met derde landen, artikel 307 EG-Verdrag, bilaterale investeringsovereenkomsten, potentialiteit van onverenigbaarheid, handelingsvrijheid lidstaten onder gedeelde bevoegdheden
Auteurs Ph.F.J.S. Strik LL.M MPhil
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 maart 2009 heeft het Hof van Justitie van de EG beslist dat Oostenrijk en Zweden artikel 307 lid 2 EG-Verdrag hebben geschonden doordat zij na toetreding tot de Europese Unie geen gepaste maatregelen hebben genomen om onverenigbaarheden tussen door hen gesloten bilaterale investeringsovereenkomsten met derde landen en het Verdrag op te heffen. De door het Hof geconstateerde onverenigbaarheden hebben betrekking op de bevoegdheid van de Raad om beperkende maatregelen te nemen ten aanzien van het vrij verkeer van kapitaal met derde landen, dat door de zogenoemde transferclausules in de investeringsovereenkomsten juist zonder voorbehoud wordt gewaarborgd. Het Hof heeft in de twee uitspraken de reikwijdte verduidelijkt van de verplichtingen die uit hoofde van het gemeenschapsrecht op de lidstaten rusten indien door hen gesloten bilaterale investeringsovereenkomsten aan de orde zijn, die dateren van de periode vóór het gemeenschapsrecht op deze lidstaten van toepassing werd.


Ph.F.J.S. Strik LL.M MPhil
Ph.F.J.S. Strik (LL.M (Leiden), MPhil (Oxon.)) is promovendus aan de Universiteit van Cambridge.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.