Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 661 artikelen

x
Artikel

Ernstig verwijt revisited bij Wet bestuur en toezicht rechtspersonen 2020 en de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden onbehoorlijk bestuur, bestuurdersaansprakelijkheid, collegialiteitsbeginsel, collectieve verantwoordelijkheid, Artikel 2:9 BW
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘ernstig verwijt’-problematiek binnen het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht is nog steeds onderwerp van discussie. In deze bijdrage wordt ingegaan op hoe deze problematiek aan de orde is gekomen bij de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011 en bij de behandeling van de eind 2020 aangenomen Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan Erasmus School of Law.
Kroniek rechtspraak

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2018-2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden wetswijziging, regelgeving, gezondheidszorg, wetsvoorstel, overzicht
Auteurs Mr. W.F. van der Wel en mr. M.E. Jannink
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek geeft een overzicht van ontwikkelingen in de Nederlandse wetgeving relevant voor de gezondheidszorg in de periode 1 juli 2018-31 december 2020. Een bijzondere periode vanwege de coronapandemie. Onder andere wetgeving die ‘on hold’ staat, aandacht voor preventie en mogelijk een opmars voor ingrijpendere wijzigingen in het zorgstelsel.


Mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is juridisch adviseur bij het OLVG te Amsterdam.

mr. M.E. Jannink
Marlou Jannink is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

Access_open De stand van de stelselherziening: de AMvB’s afgerond

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden inwerkingtreding, Omgevingswet, aanvullingsbesluiten, Invoeringsregeling, digitaal stelsel
Auteurs Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de stand van de stelselherziening omgevingsrecht besproken in de periode eind 2020-begin 2021.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Wetenschap en praktijk

Het belang van de klassenindeling onder de WHOA

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden homologatie, dwangakkoord, klassen, rangregeling, priority rule
Auteurs Mr. M.R. van der Zee en Mr. B. Gideonse
SamenvattingAuteursinformatie

    De WHOA biedt de mogelijkheid om een dwangakkoord buiten surseance van betaling of faillissement op te leggen. De schuldenaar of herstructureringsdeskundige legt het akkoord ter stemming voor aan de schuldeisers en aandeelhouders en indien ten minste één klasse van schuldeisers of aandeelhouders vóór het akkoord stemt, kan de rechter het akkoord homologeren. Een juiste klassenindeling is cruciaal voor het al dan niet slagen van een WHOA-traject. In dit artikel wordt ingegaan op de vrijheid die de schuldenaar of herstructureringsdeskundige heeft bij het vormen van de klassenindeling, de rechterlijke toetsing daarvan en de mogelijke consequenties van die toets.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. (Maaike) van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

Mr. B. Gideonse
Mr. B. (Benjamin) Gideonse is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Giften en woonplaats, een Belgische federale wetswijziging

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden roerende schenkingen, woonplaatsbeginsel, kaasroute, buitenlandse notaris
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de Belgische federale wetswijziging van 15 december 2020 die ervoor moet zorgen dat in meer gevallen dan voorheen in België over zogenoemde roerende schenkingen schenkbelasting wordt voldaan. Door de in beginsel verplichte registratie van roerende schenkingen in België wordt de invulling van het fiscale woonplaatsbeginsel meer van belang.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens eigenaar van Athena Advies en Praktijk.
Redactioneel

Markt & marktfalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2021
Auteurs Eric van Damme
Auteursinformatie

Eric van Damme
Prof. dr. E.E.C. van Damme is werkzaam bij het Departement Economie en TILEC van de Universiteit Tilburg.
Artikel

Kerken in wetgeving en rechtspraak

Recente ontwikkelingen geduid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden kerkelijke autonomie, inrichtingsvrijheid, godsdienstvrijheid, islam, christendom
Auteurs Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with recent developments in legislation and court rulings concerning churches. These developments are divergent in terms of the issues they concern and the outcome they show. The article sketches the background of each of these developments and analyses and explains them in the perspective of the principle of church autonomy. It concludes with recommendations to the legislature and the courts as well as churches themselves.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. Sophie van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Justin Interfurth e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Justin Interfurth

Bas van Zelst
Objets trouvés

Begrotingswetgeving: vragen bij het wetsvereiste

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Begrotingswet, Budgetrecht, Tweede Kamer, Corona, wetgevingsproductie
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De vele begrotingswijzigingen ten behoeve van de bestrijding van de coronapandemie en de compensatie van de nadelen ervan hebben geleid tot een nog grotere wetgevingsproductie. De vraag is of de voor begrotingsbeslissingen grondwettelijk voorgeschreven wetsvorm nog wel past bij de huidige betekenis en invulling van het parlementaire budgetrecht. Bij de huidige begrotingsbehandeling handelt de Kamer ritueel en stelt zich niet op als medewetgever, vooral door aan de regering over te laten hoe de voorstellen, neergelegd in moties en amendementen, financieel moeten worden gedekt. Overigens maakt de Kamer gedurende het begrotingsjaar geen enkel gebruik van haar initiatiefrecht. Zolang van medewetgeven geen sprake (meer) is, kan het wetsvereiste voor begrotingsbeslissingen vervallen.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.

    ---
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers est assistante - doctorante à l'UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).
Artikel

Eén jaar i-grond: vooralsnog een worsteling met gezichtspunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden i-grond, Cumulatiegrond, Ontslag, Arbeidsovereenkomst, Ontbinding
Auteurs mr. Iris Veerkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van de WAB per 1 januari 2020 is artikel 7:669 lid 3 sub i BW (de ‘cumulatiegrond’) toegevoegd als redelijke grond voor ontslag. Hierdoor is het mogelijk een werknemer te ontslaan op basis van een combinatie van omstandigheden die volgen uit aan aantal van de reeds bestaande redelijke gronden. De eerste uitspraak die betrekking had op een verzoek een arbeidsovereenkomst te ontbinden op basis van de i-grond werd op 17 februari 2020 gewezen, waarbij een afwijzing van het verzoek volgde. De eerste toewijzing volgde op 6 juli 2020. Hierna zijn verschillende verzoeken op basis van de i-grond toegewezen, maar een duidelijke lijn in de gezichtspunten die aangehouden worden bij de beoordeling lijkt vooralsnog te ontbreken. In deze bijdrage wordt stil gestaan bij de gezichtspunten die zich in de loop van 2020 hebben ontwikkeld.


mr. Iris Veerkamp
Iris Veerkamp is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Article

Access_open Correcting Wrongful Convictions in France

Has the Act of 2014 Opened the Door to Revision?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Final criminal conviction, revision procedure, grounds for revision, preparatory investigative measures, Cour de révision et de réexamen
Auteurs Katrien Verhesschen en Cyrille Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The French ‘Code de procédure pénale’ provides the possibility to revise final criminal convictions. The Act of 2014 reformed the procedure for revision and introduced some important novelties. The first is that it reduced the different possible grounds for revision to one ground, which it intended to broaden. The remaining ground for revision is the existence of a new fact or an element unknown to the court at the time of the initial proceedings, of such a nature as to establish the convicted person’s innocence or to give rise to doubt about his guilt. The legislature intended judges to no longer require ‘serious doubt’. However, experts question whether judges will comply with this intention of the legislature. The second is the introduction of the possibility for the applicant to ask the public prosecutor to carry out the investigative measures that seem necessary to bring to light a new fact or an unknown element before filing a request for revision. The third is that the Act of 2014 created the ‘Cour de révision et de réexamen’, which is composed of eighteen judges of the different chambers of the ‘Cour de cassation’. This ‘Cour de révision et de réexamen’ is divided into a ‘commission d’instruction’, which acts as a filter and examines the admissibility of the requests for revision, and a ‘formation de jugement’, which decides on the substance of the requests. Practice will have to show whether these novelties indeed improved the accessibility of the revision procedure.


Katrien Verhesschen
Katrien Verhesschen is PhD candidate and teaching assistant at the Institute of Criminal Law KU Leuven.

Cyrille Fijnaut
Cyrille Fijnaut is Emeritus Professor of Criminal Law & Criminology at Erasmus University Rotterdam, KU Leuven and Tilburg University.
Artikel

Disfunctionerende zorgverleners. Vergewissen, dus niet te missen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden vergewisplicht, meldplicht, disfunctioneren, Wkkgz
Auteurs Mr. J.M. de Vries en mr. B. van den Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de vergewisplicht en de meldplicht over het beëindigen van een arbeidsrelatie in verband met ernstig tekortschieten van een zorgverlener door een zorgaanbieder centraal. Uiteengezet wordt wat de beide plichten behelzen, hoe daar in de praktijk mee wordt omgegaan en welke juridische en praktische (on)mogelijkheden de beide plichten met zich brengen.


Mr. J.M. de Vries
Jacqueline de Vries is advocaat Gezondheidsrecht bij Holla Advocaten.

mr. B. van den Boom
Bert van den Boom is advocaat Arbeidsrecht bij Holla Advocaten.
Vrij verkeer

De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn voor mensen met een handicap: grondrechtenbevordering binnen de Europese interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden toegankelijkheid, interne markt, personen met een beperking, grondrechten, VN-verdrag handicap
Auteurs Prof. mr. dr. S. de Vries en Mr. T. de Sterke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de in april 2019 aangenomen Europese Toegankelijkheidsrichtlijn wordt gepoogd de toegankelijkheid van producten en diensten voor personen met een beperking te verbeteren. De richtlijn geeft hiermee uitvoering aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit artikel beschrijft de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn, de belangrijkste kenmerken ervan en wat de te verwachten toegevoegde waarde van de richtlijn zal zijn.
    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, PbEU 2019, L 151/70.


Prof. mr. dr. S. de Vries
Prof. mr. dr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht en Jean Monnet leerstoelhouder.

Mr. T. de Sterke
Mr. T. (Thijs) de Sterke is recent afgestudeerd van de masteropleiding Europees Recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Opvang in de Wmo? Alleen als je het echt niet zelf kan!

Wet, recht en de gemeentelijke spagaat

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden opvang, dakloos, thuisloos, zelfredzaam, Wmo 2015
Auteurs Mr. E. Klein Egelink, Mr. L. Veenman en Mr. dr. M.F. Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Burgers kunnen dak- of thuisloos raken. Velen lossen dat probleem voor kortere of langere termijn zelf op. Sommigen lukt dat niet. Zij kloppen bij de gemeente aan voor opvang. Dat kan op grond van de Wmo 2015. Maar niet iedereen wordt opgevangen en deel van hen die wel opvang krijgt, wordt na verloop van tijd weer uit de opvang gezet. Zonder huis, thuis of dak boven hun hoofd. Toch vinden gemeenten dat deze mensen ‘zelfredzaam’ zijn. In dit artikel gaan wij in op de vraag wat gemeenten op grond van de Wmo 2015 moet doen en hoe de rechtspraak luidt. Of gemeenten buiten de Wmo ook ingevolge internationale verdragen tot een vorm van opvang zijn verplicht, valt buiten het bestek van dit artikel.


Mr. E. Klein Egelink
Mr. E. (Erik) Klein Egelink is senior bestuursrechter bij de rechtbank Gelderland.

Mr. L. Veenman
Mr. L. (Lina) Veenman is advocaat bij Van der Woude De Graaf Advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. (Matthijs) Vermaat is partner bij Van der Woude De Graaf Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Franchise: is artikel 7:922 BW een voorrangsregel waar de praktijk op moet voorsorteren?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Franchisewet, voorrangsregel, internationaal privaatrecht, artikel 9 Rome I Verordening
Auteurs Prof. mr. dr. Edwin van Wechem en Mr. Michiel Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 7:922 BW van de nieuwe Wet franchise bepaalt dat ten aanzien van in Nederland gevestigde franchisenemers niet ten nadele kan worden afgeweken van de Titel franchise en dat een beding in strijd met artikel 920 nietig is, ongeacht het recht dat de franchiseovereenkomst beheerst. In deze bijdrage wordt onderzocht of dit de betekenis en status kan hebben van een voorrangsregel in het internationaal privaatrecht, meer precies in de zin van art. artikel 9 Rome I Verordening.


Prof. mr. dr. Edwin van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit en redacteur van Contracteren.

Mr. Michiel Bijloo
Mr. M. Bijloo is advocaat en counsel bij BakerMcKenzie advocaten en notarissen te Amsterdam.
Discussie, Nieuws en Analyse

De strafbaarstelling van gebruikers

Een onderzoek naar de legitimiteit en rechtvaardigheid van strafbaarstelling van harddrugsgebruik

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Drugsgebruik, Legitimiteit, Rechtvaardigheid, Criteria voor strafbaarstelling, Strafbaarstelling
Auteurs Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van ontwrichtende criminaliteit ontstaat steeds meer aandacht voor de gebruikerskant. Zo ook voor de harddrugsgebruiker, die een ontwrichtende invloed op de samenleving heeft. Dit artikel beantwoordt daarom de vraag of strafbaarstelling van harddrugsgebruik legitiem en rechtvaardig is. Teneinde deze vraag te beantwoorden wordt getoetst aan de criteria voor strafbaarstelling en worden de argumenten die ten grondslag liggen aan de strafbaarstelling van de prostituant die misbruik maakt van prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel ter inspiratie gebruikt.


Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
Yamit Hamelzky is docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Afwijken en archipels

Afwijkingsbevoegdheden ten behoeve van noodsituaties in de wetgevingspraktijk sinds de motie-Jurgens c.s.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 2.31, delegatie, Verzamelwet Brexit, Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (IBES)
Auteurs Mr. drs. S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    In een hogere regeling wordt niet toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken. Uitzonderingen daarop zijn experimenteerregelgeving en regelingen ten behoeve van noodsituaties. In dit artikel wordt bekeken hoe deze laatste uitzondering is uitgelegd in de wetgevingspraktijk. De conclusie is dat het begrip ‘noodsituaties’ in die uitzondering extensief wordt uitgelegd. In de praktijk zijn voor regelingen ten behoeve van noodsituaties aanvullende criteria ontstaan, waarvan wordt voorgesteld deze in aanwijzing 2.31 te codificeren.


Mr. drs. S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker wet open overheid bij de Raad van State.
Toont 1 - 20 van 661 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 33 34
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.