Zoekresultaat: 32 artikelen

x
Artikel

Access_open Bescherming van derdelandmigranten tegen arbeidsuitbuiting in de EU

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Migratie, Derdelanders, Arbeidsuitbuiting
Auteurs Mr. drs. Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Arbeidsmigratie is in de EU een belangrijk en actueel onderwerp. Enerzijds, omdat steeds meer landen in de EU te kennen geven dat ze voor het op peil houden van het arbeidspotentieel hun toevlucht moeten nemen tot het aantrekken van arbeidsmigranten van buiten de EU. Anderzijds blijkt dat er regelmatig sprake is van uitbuiting van deze arbeidsmigranten. In EU-wetgeving in het algemeen en de regulering van migratie van onderdanen van derde landen (derdelanders) naar de EU in het bijzonder wordt aandacht besteed aan de kwetsbare positie van derdelanders en een eerlijke behandeling. Het doel van migratiewetgeving is echter met name ook het beheersen van migratie, het bestrijden van illegale migratie en het stimuleren van economische ontwikkeling. Deze verschillende doelen kunnen met elkaar botsen. In dit artikel wordt onderzocht wat de invloed is van de EU-migratiewetgeving op de uitbuiting van arbeidsmigranten.


Mr. drs. Gerrie Lodder
Mr. drs. G.G. Lodder is werkzaam als onderzoeker en docent bij het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Het ambacht

Delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, Voorhangprocedures, Fiscale wetgeving, Wet op de omzetbelasting 1968, Grondwet, Raad van State, Goedkeuringswetten
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet betekent dat de formele wetgever regelgevende bevoegdheid delegeert (aan de regering of een minister), maar dat er vervolgens een wetsvoorstel moet komen om de algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling ‘goed te keuren’. In deze bijdrage wordt de historie van deze figuur belicht en wordt aan de hand van casuïstiek ingegaan op de bedoeling en de toepassing ervan. Het is een zeldzame figuur, waar de wetgevingspraktijk niet altijd goed raad mee weet. De modelbepaling in de Aanwijzingen voor de regelgeving roept enkele vragen op. Een conclusie is verder dat de goedkeuring maar beter niet kan worden gecombineerd met andere onderwerpen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Covid-19

Access_open De covid-19-maatregelen van de EU: buigen of barsten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, covid-19, interne markt, volksgezondheid, mededinging
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het uitbreken van de covid-19-crisis heeft de Europese Unie zich schrap gezet om de gevolgen van de pandemie te beteugelen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de initiatieven die tot dusverre zijn genomen. In eerste instantie betreft het maatregelen om de directe gevolgen voor de volksgezondheid te bestrijden en de integriteit van de interne markt te waarborgen. Ondertussen wordt ook aan herstelmaatregelen gewerkt voor het weer aan de gang krijgen van de economie. Wat zijn de gevolgen van corona voor de interne markt en de toekomst van de Unie?


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. (Harrie) Temmink is plv. afdelingshoofd van de unit ‘Intellectuele Eigendom’, DG GROW, Europese Commissie. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel geschreven.
Externe betrekkingen

Oude wijn in nieuwe zakken: over de oorsprongsmarkering van levensmiddelen uit de door Israël bezette gebieden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden herkomstaanduiding, oorsprongsmarkering, oorsprongsregels, door Israël bezette gebieden, Verordening (EU) nr. 1169/2011
Auteurs Mr. K.P. Olsthoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 over de vermelding van het ‘land van oorsprong’ en de ‘plaats van herkomst’ met betrekking tot levensmiddelen die uit de door Israël sinds 1967 bezette gebieden afkomstig zijn. In het op 12 november 2019 gewezen arrest in de de zaak Organisation juive européenne en Vignoble Psagot heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit deze verordening volgt dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-363/18, ECLI:EU:C:2019:954 (Organisation juive européenne en Vignoble Psagot)


Mr. K.P. Olsthoorn
Mr. K.P. (Kornel) Olsthoorn is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Wetenschap

De Wet zorgplicht kinderarbeid nader belicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden kinderarbeid, zorgplicht, maatschappelijk verantwoord ondernemen, corporate governance, CSR
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoekt de auteur de Wet zorgplicht kinderarbeid en analyseert hij wat de consequenties kunnen zijn van deze wet voor het bedrijfsleven.


Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Leiden.
Artikel

De ontslagbescherming van zeevarend personeel

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Ontslagrecht, Zeevarende, Zee-arbeidsovereenkomst
Auteurs mr. dr. Gerdien van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen het arbeidsrecht en meer specifiek het ontslagrecht, kent de zeevarende een aparte positie. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillende manieren waarop de zee-arbeidsovereenkomst kan eindigen en wordt aandacht besteed aan het recht op repatriëring van de ontslagen zeevarende. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het reguliere ontslagrecht.


mr. dr. Gerdien van der Voet
Gerdien van der Voet is advocaat bij AKD.
Artikel

De impact van werken met zedenplegers op de professional

Resumé van een symposium

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Werkstress, Professionals, Zedendelinquenten, NL-ATSA
Auteurs Julia Wilpert MSc., Marije Keulen-de Vos PhD, Minne De Boeck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The forensic sector is considered to be a stressful, demanding work environment. Due to the continuous confrontation with disturbing files and challenging clients, (secondary) traumatization and other stressors lurk. Attention to the well-being of the professional working with sex offenders is essential to keep the psychosocial workload under control. However, this appears to be an underexposed topic in practice and literature. To generate more attention, the Dutch-Flemish branch of the Association for the Treatment of Sexual Abusers (NL-ATSA) organized a symposium on the impact of working with sex offenders. This article is a report of the symposium.


Julia Wilpert MSc.
Julia Wilpert MSc. is onderzoeker bij het centrum voor ambulante forensische ggz de Waag (onderdeel van De Forensische Zorgspecialisten) in Utrecht.

Marije Keulen-de Vos PhD
Marije Keulen-de Vos PhD is senior onderzoeker bij FPC de Rooyse Wissel in Venray.

Minne De Boeck
Minne De Boeck is criminologe aan het Universitair Forensisch Centrum (UFC) in Antwerpen en mede verbonden aan het Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI) van de Universiteit van Antwerpen.

Prof. dr. Kasia Uzieblo
Prof. dr. Kasia Uzieblo is als senior onderzoeker verbonden aan De Forensische Zorgspecialisten in Utrecht. Ook is zij als gastprofessor werkzaam bij de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel.
Essay

Zorgvuldig en verdeeld?

Over de bestuursrechtelijke machtenscheiding in zelfstandige bestuursorganen met de functiescheidingseis

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden bestuurlijke boete, financieel bestuursrecht, functiescheiding, onpartijdigheid, zorgvuldigheidsbeginsel
Auteurs Oswald Jansen
Auteursinformatie

Oswald Jansen
Prof. mr. O.J.D.M.L. Jansen is hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit van Maastricht en advocaat bij Resolución te Den Haag.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Eric van Damme
Prof. dr. E.E.C. van Damme is hoogleraar economie aan de Tilburg University.
Diversen: Wetgeving

Wetgeving Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. M.F. Murray
Auteursinformatie

Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat en vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en voorzitter van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen legt zich na zijn pensionering als ambtenaar van het ministerie van Justitie toe op de bestudering van de verhouding tussen overheden en levensovertuigingen in de negentiende en twintigste eeuw. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Zwarte kaviaar

Over criminele netwerken, illegale handel en de bedreiging van de steur

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2014
Trefwoorden black caviar, Caspian Sea, sturgeon population, illegal fishing, illegal trading
Auteurs D. Siegel en D. van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    The trade in caviar has a rich and colorful history, influenced over thousands of years by many cultures, societies and in the last decades by regulation. Based on qualitative research, including literature, media analysis and interviews, this article presents the first preliminary results of the authors’ ongoing research. The value of caviar is historically discovered in the context of social change, political relationships and environmental change and the role of organized crime is described, as the scarcity of caviar has offered the unique opportunity to fish illegally, smuggle and trade contraband to mainly European countries with millions in profits. Although due to overexploitation ‘wild caviar’ is increasingly difficult to obtain, the demand in the context of exclusivity and scarcity remains intact by the upper class society desire for edible gold.


D. Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.

D. van Uhm
Drs. Daan van Uhm is als promovendus en junior universitair docent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Moordamendementen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden amendement, wetgevingsprocedure, killer amendment, moordamendement, stemgedrag, geamendeerd wetsvoorstel, volksvertegenwoordiger
Auteurs Mr. N.C. Engel en Mr. H.R. Schouten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een moordamendement is een paradox: als in een parlement een meerderheid is voor een wetsvoorstel, terwijl een geamendeerd wetsvoorstel het Staatsblad nooit zal bereiken, waarom zou een meerderheid dan voor het amendement stemmen? Strategisch stemgedrag kan een moordamendement altijd voorkomen. Onjuiste verwachtingen over de haalbaarheid van een geamendeerd wetsvoorstel kunnen er echter toe leiden dat er niet strategisch wordt gestemd. Ook kan het gebeuren dat een politicus denkt dat hij een strategische stem tegenover zijn achterban niet zal kunnen uitleggen. In dit artikel komen onder andere voorbeelden aan de orde over abortus en over de gewetensbezwaarde trouwambtenaar, onderwerpen die heel gevoelig liggen bij de kiezer en waarover strategisch stemmen dus geen optie is voor een volksvertegenwoordiger.


Mr. N.C. Engel
Mr. N.C. Engel is werkzaam als wetgevingsjurist bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal respectievelijk het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten is werkzaam als wetgevingsjurist bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal respectievelijk het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Waarom komen minder vrouwelijke dan mannelijke arbeidsmigranten naar Nederland?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2013
Trefwoorden labour migration, female labour migrants, gender patterns, labour migration policy, social network theory
Auteurs L.J.J. Wijkhuijs en R.P.W. Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1995 the influx of labour migrants in the Netherlands has increased steadily from over 10.000 in 1995 to around 47.000 in 2011. As a consequence, from 2007, searching a job is the main migration motive of non-Dutch immigrants to migrate to the Netherlands. On average, one third of all labour migrants were women. Explanations for the fact that a minority of the labour migrants coming to the Netherlands are women can be derived from the literature. Possible reasons are gender patterns (in the Netherlands and/or the countries of origin) and differences in the personal networks of men and women. In addition, the Dutch labour migration policy, and in particular the conditions applying to labour migrants (in terms of education and employment sector) as well as the restriction on the right of family members of labour migrants to work in the Netherlands, may limit the influx of female labour migrants.


L.J.J. Wijkhuijs
Dr. Vina Wijkhuijs is als senior onderzoeker/adviseur werkzaam bij het Instituut Fysieke Veiligheid.

R.P.W. Jennissen
Dr. Roel Jennissen is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.

Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. (Gustaaf) Biezeveld is emeritus hoogleraar milieurecht en tevens redactielid van TO.
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

De herziening van het Altmark-pakket

Nieuwe regels voor staatssteun en diensten van algemeen economisch belang

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang (DAEB), Altmark, compensatiebeginsel, artikel 106 lid 2 VWEU
Auteurs Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Altmark uit 2003 betekende een doorbraak ten aanzien van de behandeling van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) onder de staatssteunregels.1x HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253. De Commissie bouwde in 2005 voort op dit arrest met een aantal samenhangende maatregelen op grond van artikel 106 lid 3 TFEU die erop gericht waren een kader te stellen voor DAEB die niet aan alle Altmark-voorwaarden voldeden maar de minimis waren of om andere redenen in aanmerking kwamen voor een vrijstelling op basis van artikel 106 lid 2 VwEU.2x Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153. Dit kader wordt hier het Altmark-pakket genoemd.3x Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’. Op grond van de tussentijds opgedane ervaring en een uitgebreide consultatie heeft de Commissie in september 2011 voorstellen gedaan voor de herziening van het Altmark-pakket met de bedoeling de nieuwe maatregelen nog in 2011 of januari 2012 vast te stellen. In deze bijdrage worden eerst kort het Altmark-arrest en het huidige Altmark-pakket besproken om vervolgens uitgebreider in te gaan op de nieuwe voorstellen. De nadruk ligt daarbij op de verschillen met de huidige situatie.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, met dank aan Hans Vedder, Rein Halbersma en Michiel Veersma voor hun commentaar.
  • 1 HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253.

  • 2 Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153.

  • 3 Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’.


Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij Tilburg University (TILEC) en bij de Nederlandse Zorgautoriteit.
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.