Zoekresultaat: 36 artikelen

x
Artikel

Een goed begin is het halve werk

Hoe kunnen we de behandeling en afwikkeling van kindschades samen verder verbeteren

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kindschades, Zorgschade, Aansprakelijkheid, Klachtenfunctionaris, Schaderegeling
Auteurs Mr. J.G. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Als schaderegelaar word je regelmatig geconfronteerd met complexe schades van jonge kinderen. Gedurende een lange looptijd werken veel partijen met, naast maar ook langs elkaar. Met dit artikel hoop ik enkele praktische tips te geven voor een betere aanpak van deze schades, voor alle betrokken partijen.


Mr. J.G. Vos
Mevr. mr. J.G. Vos is personenschade- en aansprakelijkheidsdeskundige bij Andriessen Expertise.

    Voor welke geschillen leent de deelgeschilprocedure zich, en onder welke omstandigheden is het zinvol, of juist niet zinvol, om een deelgeschilprocedure te starten?


Mr. J.G. Keizer
Mr. J.G. Keizer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten in Amersfoort.

    In deze bijdrage wordt de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en wegens dodelijk letsel geanalyseerd. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder dient mee te wegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage geeft de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer en biedt een nadere analyse van de betekenis van de duur van het lijden.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Welke gevolgen kan deelfraude hebben voor de vordering van de claimant op de aansprakelijke partij en diens verzekeraar?

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden sanctie, claimant, Deelfraude, fraude, Aansprakelijkheid
Auteurs Mr. J.G. Keizer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat de regel uit het verzekeringsrecht dat (deel)fraude tot algeheel verval van het recht op uitkering kan leiden (art. 7:941 lid 5 BW), niet analoog toegepast kan worden in de personenschadepraktijk als de claimant tegenover de verzekeraar van de aansprakelijke partij (deel)fraude pleegt. Is een aan artikel 7:491 lid 5 BW verwante wettelijke regel voor de personenschadepraktijk daarom nodig en wenselijk, of bestaan er al voldoende mogelijkheden om (deel)fraude effectief te sanctioneren?


Mr. J.G. Keizer
Mr. J.G. Keizer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.
Artikel

Access_open Arbeidsvermogensschade van jonge kinderen

Naar een nieuwe wijze van schadeberekening vanuit het perspectief van gelijkebehandelingswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, kinderen, non-discriminatiebeginsel, alternatieven
Auteurs Mr. I. Karimi
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van het huidige wettelijke systeem heeft de Nederlandse rechter de ruimte om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te differentiëren naar al hun persoonlijke kenmerken. Daar waar het gaat om persoonlijke kenmerken op basis waarvan het verboden is om onderscheid te maken, levert dit een spanningsveld op met gelijkebehandelingswetgeving. In deze bijdrage worden alternatieve benaderingen verkend. Gekeken zal worden in hoeverre de Nederlandse alternatieven aansluiten bij de normen zoals neergelegd in de Grondwet en Europese regelgeving.


Mr. I. Karimi
Mr. I. Karimi heeft in 2017 de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht. Aansluitend aan haar afstuderen is ze als juridisch medewerker in dienst getreden bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten. Dit artikel is gebaseerd op de masterscriptie van de auteur. Hiervoor heeft zij drie scriptieprijzen mogen ontvangen, namelijk die van het Juridisch Bureau Letselschade en Gezondheidsrecht, van het Molengraaff Instituut en die van de Stichting Beer Impuls.
Jurisprudentie

De inschatting van het hypothetisch carrièreverloop: tussen idealisme en realisme

HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:273 (Molenaarszoon)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, hypothetisch carrièreverloop, processuele houding
Auteurs Mr. J.S. Overes
Auteursinformatie

Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Civiel schadeverhaal via het strafproces anno 2016

Verslag van een onderzoek naar de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2017
Trefwoorden civiel schadeverhaal, voeging, benadeelde partij, strafproces, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Dr. R.B.S. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een verslag van een onderzoek met als centrale vraag hoe de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij in het strafproces er anno 2016 uitziet. Op basis van trendgegevens blijkt dat de afgelopen jaren minder vorderingen niet-ontvankelijk zijn verklaard. Uit de interviews komt naar voren dat er in de rechtspraktijk ook een verandering wordt ervaren, die echter niet wordt toegeschreven aan de wijziging van het ontvankelijkheidscriterium in 2010, maar aan de tijdgeest. Een belangrijke keerzijde daarvan is echter, constateert de strafrechtspleging, dat de toegenomen slachtofferparticipatie in brede zin het strafproces onder (grotere) druk zet.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra UCALL en RENFORCE, en zij is SIM Fellow.

Dr. R.B.S. Kool
Dr. R.S.B. Kool is universitair hoofddocent Strafrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum UCALL.

    Een discussie over de schaderegeling bij whiplashzaken (WAD graad I en II) zou als uitgangspunt moeten hebben dat de slachtoffers erkend worden in hun (soms ook blijvende) klachten en beperkingen. Het is bekend dat in deze zaken een (aantoonbaar) medisch substraat ontbreekt, maar dat betekent niet dat de klachten niet reëel zijn of daardoor niet aan een ongeval kunnen worden toegerekend. Als de klachten een zekere ernst hebben, dan kunnen daaruit ook beperkingen voor bijvoorbeeld het verrichten van arbeid voortvloeien gedurende een lange looptijd. In juridisch opzicht is de ‘whiplashdiscussie’ al gevoerd: deze heeft (te) kort gezegd in het voordeel van het slachtoffer uitgepakt. Daarmee zijn we er echter nog niet: we zouden moeten proberen de schaderegeling in deze kwesties te verbeteren.


Mr. J.F. Schultz
Mr. J.F. Schultz, re is letselschadespecialist bij Pals groep letselschadespecialisten.
Artikel

Letselschade: de hypothetische situatie zónder ongeval

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden letselschade, schadebegroting, situatie zonder ongeval, causaal verband, toerekening
Auteurs Mr. A. Kolder
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter vaststelling van personenschade dient steeds zowel de situatie mét als de situatie zónder ongeval in kaart te worden gebracht, om vervolgens op basis van het verschil de (financiële) schade te kunnen begroten. In deze bijdrage wordt een nadere verfijning bepleit van het reeds door de Hoge Raad in ‘standaardrechtspraak’ ontwikkelde ‘traditionele’ normatieve kader ter begroting van personenschade. Betoogd wordt voortaan bij vaststellingen omtrent de situatie zónder ongeval nadrukkelijk(er) onderscheid te maken tussen de binnen en buiten ‘de persoon’ van het slachtoffer gelegen aspecten daarvan. Gelet op de ter bepaling van de fictieve toekomst van ieder letselschadeslachtoffer aan te leggen ‘redelijkheidstoets’ kunnen beide aspecten namelijk niet over één kam worden geschoren.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij PUNT Letselschade Advocaten te Emmen en tevens docent en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen bij de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Artikel

Bijstand als schadepost

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Participatiewet, WWB, bijstandsuitkering, letselschade, schadevergoeding
Auteurs Mr. A.S. Oude Hergelink en Mr. dr. M.F. Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Schadevergoedingen en de bijstandswet vormen geen gelukkig paar. Immers, voordat iemand een beroep op de bijstand zoals geregeld in de Participatiewet kan doen, moet er geen sprake meer zijn van vermogen boven de vrijlatingsgrens. Waarom schade vergoeden als de gemeente vervolgens de bijstand beëindigt? In deze bijdrage wordt aan de hand van wetgeving, gemeentelijke regelgeving en jurisprudentie besproken wat de gevolgen voor het recht op bijstand (kunnen) zijn wanneer een bijstandsgerechtigde een letselschadevergoeding ontvangt. Op 16 april 2014 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat indien het onderhavige letselschadeslachtoffer haar aanspraak op een bijstandsuitkering (deels) zou verliezen, dat aangemerkt diende te worden als schade en die schade voor vergoeding door de aansprakelijke partij in aanmerking komt. Deze uitspraak werpt een nieuw licht op de problematiek.


Mr. A.S. Oude Hergelink
Mr. A.S. Oude Hergelink is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. Vermaat is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Bewijsvoering in de deelgeschilprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden deelgeschil, deelgeschilprocedure, bewijsvoering, deskundigenbericht
Auteurs L.C. Hogeling
SamenvattingAuteursinformatie

    De deelgeschilprocedure bestaat sinds juli 2010. De sindsdien verschenen jurisprudentie geeft een wisselend beeld van het toepassingsbereik. Regelmatig wordt een verzoek afgewezen omdat het zich volgens de rechter niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. In een deel van die gevallen ligt de oorzaak voor de afwijzing in het feit dat tijdens de behandeling van het deelgeschil is gebleken dat nadere bewijsvoering nodig is om daarover te kunnen beslissen. De deelgeschilprocedure biedt daartoe slechts beperkt ruimte. In deze bijdrage zal, op basis van de jurisprudentie, worden getracht aan te geven waar de grenzen liggen van de mogelijkheden tot bewijsvoering in een deelgeschilprocedure.


L.C. Hogeling
L.C. Hogeling is student-onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Fiscale opfrisser, een opmerkelijk vonnis en de rekenrente naar minder dan 2%

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden fiscaliteit letselschade, verlies arbeidsvermogen, rekenrente
Auteurs Mr. R.M.J.T. van Dort
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zet de auteur de fiscale beoordeling van schadevergoedingen bij letselschade uiteen aan de hand van rechtspraak en literatuur, de hoofdregels in dat kader, maar ook de uitzonderingen daarop. Tevens geeft hij zijn visie op een vonnis waarin de rechtbank naar zijn opvatting nogal opmerkelijk oordeelt over begroting van schade van een ondernemer en daarbij vergaand abstraheert van de feitelijke omstandigheden. Ten slotte bespreekt de auteur zijn visie op de rekenrente voor berekening van toekomstschade, die naar zijn mening op minder dan 2% dient te worden gesteld.


Mr. R.M.J.T. van Dort
Mr. R.M.J.T. van Dort is directeur van Van Dort Letselschade.
Artikel

Vier knelpunten van de regresvordering van de werkgever ex artikel 6:107a lid 2 BW

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden regres, artikel 6:107a lid 2 BW, re-integratie, schadebeperkingsplicht, arbeidsvermogensschade
Auteurs Mw. mr. M. Opdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer een werknemer letsel oploopt door een oorzaak waarvoor een derde aansprakelijk is, lijdt ook zijn werkgever schade. De werkgever is verplicht om het loon van de zieke werknemer door te betalen. De werkgever komt op grond van artikel 6:107a lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) een regresvordering toe. In deze bijdrage worden knelpunten besproken die zich in dit kader voordoen. Kan de aansprakelijke partij zich tegen een dergelijke vordering verweren door te stellen dat het loon onverplicht is doorbetaald? Rust op de werkgever een schadebeperkingsplicht? En welke gevolgen hebben werkzaamheden in het kader van de re-integratie op de hoogte van de regresvordering?


Mw. mr. M. Opdam
Mw. mr. M. Opdam is promovenda bij de Vrije Universiteit. Zij verricht promotieonderzoek naar de re-integratieverplichtingen van letselschadeslachtoffers. Dit onderzoek wordt gefinancierd door NWO.
Artikel

Epidemiologische inzichten in het effect van letselschadeafwikkeling op herstel en de zoektocht naar mogelijkheden voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afwikkelingsproces, beleving van slachtoffer, herstel, re-integratie, communicatie
Auteurs Dr. N.A. Elbers en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek naar herstelbelemmerende factoren van de schadeafwikkeling en een experiment met een website om de schadeafwikkeling te verbeteren door empowerment van het slachtoffer. Een volledig verslag is te vinden in het proefschrift van N.A. Elbers, Empowerment of injured claimants. Investigating claim factors, procedural justice and e-health, 2013.


Dr. N.A. Elbers
Mevrouw dr. N.A. Elbers is psycholoog en onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Jurisprudentie

Inzage in medische informatie in personenschadezaken: de betekenis van het arrest van het EHRM van 18 april 2012 (Eternit/Frankrijk)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden inzage in medische informatie, botsing artikel 6 EVRM (recht op eerlijk proces) en artikel 8 EVRM (recht op bescherming persoonlijke levenssfeer)
Auteurs Mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest heeft het EHRM zich in het kader van inzage in medische informatie van een werknemer voor het eerst uitgelaten over de verhouding tussen artikel 6 EVRM (het recht van de werkgever op een eerlijk proces) en artikel 8 EVRM (het recht van de werknemer op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer). In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan een aantal in het oog springende verschillen tussen deze zaak en letselschadezaken, die van belang zijn bij de uitleg van de (mogelijke) betekenis van dit arrest in het letselschadeproces.


Mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

‘Hij schreef dat hij contact op zou nemen zodra hij de tegenpartij had gesproken’: letselschadeslachtoffers over hun belangenbehartiger

Empirisch onderzoek brengt vijf belangrijke factoren voor waardering belangenbehartiger aan het licht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden afwikkelingsproces, beleving van slachtoffer, kwaliteit belangenbehartiger, communicatie, procedurele rechtvaardigheid, empowerment, professionalisering, digitaal behandelplan
Auteurs Drs. N.A. Elbers, Mr. K.A.P.C. van Wees en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een kwalitatief empirisch onderzoek onder letselschadeslachtoffers naar hun ervaringen met hun belangenbehartiger. Er werden 21 slachtoffers geïnterviewd, zowel tevreden als ontevreden met hun belangenbehartiger en zowel met licht als met zwaarder letsel. Uit de interviews komen vijf factoren naar voren die belangrijk blijken te zijn voor de waardering van slachtoffers voor hun belangenbehartiger: communicatie, empathie, daadkracht, onafhankelijkheid en deskundigheid. Deze factoren worden geïllustreerd met citaten uit de interviews, toegelicht en besproken. Zij lijken solide aanknopingspunten te kunnen bieden voor het kwaliteitsbeleid van belangenbehartigers en hun organisatie. Afgerond wordt met een oproep tot professionalisering van de interactie met de cliënt en het benutten van veelbelovende mogelijkheden die het internet biedt voor empowerment.


Drs. N.A. Elbers
Mevrouw drs. N.A. Elbers is psycholoog en onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.

Mr. K.A.P.C. van Wees
Mr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.
Artikel

De Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade

Enkele hoofdlijnen van totstandkoming, opzet en inhoud

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Gedragscode Behandeling Letselschade, Medische Paragraaf, medisch beoordelingstraject, medisch adviseur, medische gegevens, privacy, harmoniemodel, IWMD-vraagstelling
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In december 2011 is de nieuwe Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) gereedgekomen. Deze Medische Paragraaf bestaat uit vijf onderdelen, en treedt in de plaats van de Beginselen 9 en 12 van de GBL 2006. De regeling in de Medische Paragraaf is niet alleen veel uitvoeriger, nieuw is dat er ook werkdocumenten zijn opgenomen, die zijn bedoeld als voorbeelden van een werkwijze waarmee de goede praktijken uit de Medische Paragraaf kunnen worden geoperationaliseerd. In deze bijdrage worden achtereenvolgens de totstandkoming, de opbouw en het toepassingsbereik van de Medische Paragraaf besproken. Daarna worden per onderdeel van de Medische Paragraaf de belangrijkste uitgangspunten en goede praktijken toegelicht.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.
Artikel

De toegang tot de deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: de rol van de rechter zoals door de wetgever beoogd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2012
Trefwoorden deelgeschilprocedure, doel wetgever, rol van de rechter, onderhandelingsfase, proportionaliteitstoets
Auteurs Mevrouw mr. S.J. de Groot en Mevrouw mr. J.E. van Oers
SamenvattingAuteursinformatie

    Mevrouw mr. S.J. de Groot en mevrouw mr. J.E. van Oers, beiden werkzaam bij SAP Letselschade Advocaten, onderzochten de 92 gepubliceerde uitspraken anderhalf jaar na invoering van de Wet deelgeschilprocedure. Zij onderzochten of de wens van de wetgever, om de afwikkeling van letsel- en overlijdensschade te bespoedigen en de bemiddelende rol van de rechter nadrukkelijker op de voorgrond te plaatsen naast de traditioneel geschilbeslechtende, door de rechter wordt nageleefd. Hierbij hebben zij zich toegespitst op de beoordeling van de rechter bij het beantwoorden van de vraag ‘Is dit een deelgeschil?’


Mevrouw mr. S.J. de Groot
Mevrouw mr. S.J. de Groot is werkzaam bij SAP Letselschade Advocaten.

Mevrouw mr. J.E. van Oers
Mevrouw mr. J.E. van Oers is werkzaam bij SAP Letselschade Advocaten.
Toont 1 - 20 van 36 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.