Zoekresultaat: 13 artikelen

x

    Eind 2019 wees de Hoge Raad twee arresten in zaken waarin de Mr. Big-methode is ingezet om bewijsmateriaal, in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, te vergaren. In beide zaken is de inzet van deze methode gebaseerd op artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie. Naar aanleiding van voornoemde arresten staat de auteur stil bij de verschijningsvormen van de bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie anno nu en de (juridische) bijzonderheden die daaraan verbonden zijn. Tevens pleit de auteur voor meer transparantie over de inzet van deze undercovermethode als een noodzakelijke voorwaarde voor een effectieve rechtmatigheids- en betrouwbaarheidstoets.


Mr. dr. S. (Sven) Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit.
Artikel

Als huiselijk geweld en georganiseerde misdaad samenkomen…

De weerbare professional op het grensvlak tussen strafrecht en hulpverlening

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Huiselijk geweld, Georganiseerde misdaad, Ondermijning weerbaarheid
Auteurs Mr. Sylvia van Dooren, Prof. dr. Janine Janssen, Prof. dr. Emile Kolthoff e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    There is casuistry, where on the one hand it is the turn of the professionals from the investigation, enforcement and prosecution and on the other hand the turn of the social workers from the social domain. This is the case, for example, when domestic violence occurs in circles that are also involved in organized crime. In theory it is possible that the professionals involved work together, but it is also not impossible that they will get into each other’s waters because they have a different vision of the problem to be tackled and, of course, also have to fulfill other roles and tasks based on their positions. A professional must be able to handle complex situations of this kind.


Mr. Sylvia van Dooren
Mr. Sylvia van Dooren is als docent verbonden aan de Juridische Hogeschool van Avans en Fontys en als onderzoeker aan het lectoraat Ondermijning van Avans Hogeschool.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning aan Avans Hogeschool.

Prof. dr. Nanne Vosters
Nanne Vosters is als docent verbonden aan de deeltijdopleiding Social Work van Avans Hogeschool en als onderzoeker aan het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Artikel

Het digitale jasje van eergerelateerd geweld

(Strafrechtelijke) mogelijkheden en beperkingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Eergerelateerd geweld, zeden, strafwetgeving, internet
Auteurs Prof. dr. Janine Janssen en Prof. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Violence in the name of honour has an ancient ring to it. But honour codes tend to be very flexible: cyber-space has given a new dimension to honour-related violence. Images and messages that are perceived as violations of honour also pass through social media. Unfortunately these stings on the good name of the family are quite difficult to remove. In this contribution is explained how violations of honour occur on the internet. Next to that will be described how currently in the Netherlands criminal law especially regarding vice is being adapted in order to deal with phenomena like sexting and sextortion. What are the consequences of these changes for dealing with modern forms of the violation of family honour?


Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en tevens voorzitter van de redactie van PROCES.

Prof. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van PROCES.
Peer reviewed

Opsporingsmiddelen in ontwikkeling

Open-bronnenonderzoek als de nieuwe ‘tap’

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Open bronnen onderzoek (OSINT), Opsporingsbevoegdheid, Stelselmatigheid, Commissie-Koops
Auteurs Mr. Mark Feenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    With the development of the ‘digital society’ the information about crime on the internet is increasing rapidly. This creates the necessity for clarity about the boundaries of open source research by law enforcement agencies. However a specific article in the Code of Criminal Procedure lacks. While waiting for this article the police, the prosecution office, criminal defense lawyers and judges are struggling to find these boundaries. Nevertheless are they the only ones that can bring this clarity by informing themselves and exploring what should be legitimate.


Mr. Mark Feenstra
Mr. M. Feenstra is werkzaam als senior parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie, parket Amsterdam.
Artikel

Facebookvrienden worden met de verdachte

Over undercoverbevoegdheden op internet

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden undercover operations, investigative powers, infiltration, Internet, jurisdiction
Auteurs Mr.dr. Jan-Jaap Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates which online undercover investigative methods are applied in practice and how they fit in the Dutch legal framework. In particular, the three special investigative powers of a pseudo purchase, systematic information gathering and infiltration are examined. Investigative powers cannot be applied unilaterally (across state borders). When law enforcement officials cannot reasonably determine the location of the suspect, the online unilateral application of undercover investigative powers is allowed. However, there is still a risk that diplomatic tensions arise with the involved state. States should agree in treaties under which circumstances cross-border online undercover operations are allowed.


Mr.dr. Jan-Jaap Oerlemans
Mr. dr. J.J. Oerlemans is als onderzoeker verbonden aan eLaw, het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Online vergaren van informatie voor opsporingsonderzoek

Een beknopte evaluatie van voorgestelde wetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden opsporingsbevoegdheden, digitalisering, Politie
Auteurs Wouter Stol en Litska Strikwerda
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Police Act provides the police with the legal power to gather information about a person on the internet as long as this does not cause more than ‘a limited violation of privacy’. If the police are gathering more information about a person they need a special legal power laid down in the Dutch Code of Criminal Procedure. The dividing line between ‘a limited violation of privacy’ and ‘more than a limited violation of privacy’ is not always clear. The legislator is preparing a new piece of legislation to provide the police with more clarity. This article discusses the suggested law article with respect to the gathering of information from open sources. Furthermore, this article suggests to not only regulate the amount of information the police are gathering but also the kind of tools that the police use (simple search machine versus an advanced web crawler).


Wouter Stol
Wouter Stol is lector Cybersafety aan de NHL Stenden Hogeschool en de Politieacademie, en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit. Email: wstol@planet.nl.

Litska Strikwerda
Litska Strikwerda is Universitair Docent Metajuridica aan de Open Universiteit. Email: litska.strikwerda@ou.nl.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2016
Auteurs Maike Bouwman, Chana Grijsen, Rick van Leusden e.a.

Maike Bouwman

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Sabine Pijl

Ben Polman

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Paul Verweijen
Artikel

Politie en beeldtechnologie: gebruik, opbrengsten en uitdagingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden CCTV, bodycams, ANPR, smart cameras, police
Auteurs Drs. S. Flight
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch National Police deploys video technology, for instance body-worn video camera (bodycams), drones, helicopters with cameras, and mobile units for surveillance. Four types of video technology are discussed: CCTV, bodycams, smart cameras and automatic number plate recognition (ANPR). These four types will be the most prominent applications of visual technology in the coming years, according to ‘Vision on sensing’, published in 2015 by the National Police. The potential benefits of video images for prosecution and in the courtroom are discussed in a separate paragraph, followed by a survey of recent changes in the laws regulating this technology.


Drs. S. Flight
Drs. Sander Flight is zelfstandig adviseur en onderzoeker op het terrein van veiligheid en criminaliteit.
Redactioneel

Criminaliteit en criminologie in een gedigitaliseerde wereld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden cybercrime, cyberspace, criminology
Auteurs Dr. Judith van Erp, Prof. dr. Wouter Stol en Dr. Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue introduces the topic of cybercrime to Dutch criminology. First, it raises the major substantive issues that computer technology involves for criminology, in terms of crime volume, people involved in crime, and the ways that crimes are committed. Also, it deals with research literature on cybercrime on various topics, such as survey methodology, crime prevention and Internet applications open to justice professionals in the fight against crime. Overall, the article concludes that much research remains to be done in this relatively new field.


Dr. Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent Criminologie aan de Erasmus School of Law.

Prof. dr. Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. Stol is lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

De Wet BOB tegen het (zon)licht gehouden

De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden in Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bijzondere opsporingsbevoegdheden, strafvordering, BOB, dwangmiddelen
Auteurs Mr. E. Witjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in dit artikel een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden uit de Wet BOB, die in 2012 in werking is getreden op Aruba (en Curaçao en Sint Maarten). Achtereenvolgens worden planmatige observatie, infiltratie, pseudokoop of -dienstverlening, stelselmatig inwinnen van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats, het opnemen van (vertrouwelijke) communicatie, burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinnen van informatie en burgerinfiltratie besproken. Hierbij worden de ervaringen betrokken die in Nederland zijn opgedaan met deze wet (de Wet BOB functioneert daar reeds een decennium), voor zover dit relevant is voor de Caribische situatie. Het artikel beoogt naast een algemene introductie ook enkele pijnpunten bloot te leggen en suggesties te doen ten behoeve van het functioneren van de Wet BOB in kleinschalige rechtsordes.


Mr. E. Witjens
Mr. E. Witjens is wetenschappelijk hoofdmedewerker straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Aruba.
Artikel

Surveilleren en opsporen in een internetomgeving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Policing, Internet, open-source intelligence, iColumbo, police power
Auteurs J.J. Oerlemans en B.J. Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Publicly available information on the Internet about people or criminal acts can be relevant to criminal investigations. This article analyses to what extent Dutch criminal procedure law allows open source intelligence for law-enforcement purposes. When more than ‘minor’ privacy interferences arise, an explicit investigatory power in the criminal procedure code is required. Minor infringements are allowed under the general task description in the Police Act 1993. It is unclear however when ‘substantial’ privacy infringements arise. On the basis of ECHR jurisprudence on foreseeability and the Dutch criteria for ‘systematic observation’, the authors conclude that Internet data-gathering will often require an explicit investigatory power and can only be used for criminal investigation with an order from the public prosecutor, but not, except for small-scale and ad hoc searches, for general police practice purposes. Because the Internet is much different in its nature from a decade ago and the investigatory powers are not in all respects easily applicable to Internet surveillance, the authors argue that the Dutch legislator must take action and make clear under which conditions information on the Internet can be gathered by law enforcement.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.

B.J. Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT – Tilburg Institute for Law, Technology and Society van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Politieonderzoek in open bronnen op internet

Strafvorderlijke aspecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden criminal investigation, surveillance, OSINT, investigation powers, legal basis
Auteurs Bert-Jaap Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Analysing large amounts of data goes to the heart of the challenges confronting intelligence and law enforcement professionals today. Increasingly, this involves Internet data that are ‘open source’ or ‘publicly available’. Projects such as the European FP7 VIRTUOSO aim at developing platforms for open-source intelligence by law enforcement and public security, which open up opportunities for large-scale, automated data gathering and analysis. However, the mere fact that data are publicly available does not imply an absence of restrictions to researching them. This paper investigates one area of legal constraints, namely Dutch criminal-procedure law in relation to open-source data gathering by the police. Which legal basis is there for this activity? And under what conditions can foreign open sources be investigated?
    After sketching the context of the VIRTUOSO project and legal constraints of open-source intelligence in general, this paper discusses provisions of the Dutch Police Act 1993 and the Code of Criminal Procedure to determine which is the correct legal basis for gathering data from openly accessible and semi-open sources. Next, cross-border gathering of data is discussed on the basis of article 32 of the Cybercrime Convention. The paper draws the conclusion that investigating open sources by the police will often go beyond what is allowed on the basis of the general task description of the police (art. 2 Police Act 1993); hence, an order from the Public Prosecutor for systematic observation or intelligence is required. Moreover, the tools used must meet the non-manipulability and auditing requirements of the Dutch Decree on Technical Devices in Criminal Procedure.


Bert-Jaap Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT – Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, Universiteit van Tilburg. Het onderzoek voor dit artikel werd mede gefinancierd door het Europese KP7-project VIRTUOSO (projectnr. FP7-SEC GA-2009-242352).
Artikel

Cybercrime en politie

Een schets van de Nederlandse situatie anno 2012

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2012
Auteurs W.Ph. Stol, E.R. Leukfeldt en H. Klap
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2004 the main problem of the Dutch police concerning cybercrime was a lack of knowledge, for example about how to act in a digital world, about the character of cybercrime and about the effectiveness of measures. The main question in this article is if this situation has changed, and if so, how. Although the legislator has given the police special powers to fight crime in a digital world, the police still struggle with questions about what exactly are the powers they have. Although the police have invested in pilot projects and in the recruitment of digital experts, knowledge about ‘policing a digital society’ is not yet common in the police organisation - which is a shortcoming since ‘digital is normal’ in the lives of the common people. Although the police established digital aspects in police training, digital is not yet a common feature in police education. In sum, although the police in various ways pay attention to digital aspects of policing, digital is not yet a regular part of the police organisation, police training and/or everyday police practice.


W.Ph. Stol
Prof. dr. Wouter Stol is lector Cybersafety aan NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.

E.R. Leukfeldt
E.R. Leukfeldt Msc is onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en Politieacademie.

H. Klap
Drs. Henk Klap MPM is programmamanager van het landelijke politiële Programma Aanpak Cybercrime (PAC).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.