Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 364 artikelen

x
Artikel

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Auteurs Alban Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Artikel

De betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Over de vervolging van internationale misdrijven, de nationaliteitsexceptie, het legaliteitsbeginsel en de verkapte uitlevering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden rechtshulp, uitlevering, foltering, nationaliteitsexceptie, legaliteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond en Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie Dossier J.A. Poch is tot de conclusie gekomen dat Nederland niet onrechtmatig heeft gehandeld in de zaak van Julio Poch, die werd verdacht van betrokkenheid bij de doodsvluchten onder de militaire dictatuur in Argentinië. In het rapport van de commissie wordt echter een aantal juridische kwesties niet of slechts zeer summier besproken. Dit artikel bespreekt daarom uitgebreid de nationaliteitsexceptie, het Nederlandse legaliteitsbeginsel, artikel 7 EVRM en de verkapte uitlevering. De conclusie van het artikel is dat Nederland de zaak van Poch in 2009 had moeten voorleggen aan de uitleveringsrechter die alle relevante juridische kwesties had moeten beoordelen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije aan de Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
Prof. mr. dr. H.G. van der Wilt is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

    Op 21 april 2020 wees de Hoge Raad twee arresten over euthanasie bij dementie in de spraakmakende Koffie-zaak. De belangrijkste rechtsbronnen van de Hoge Raad waren de tekst en de parlementaire geschiedenis van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding uit 2002. De Hoge Raad heeft het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap uit 2006 niet als rechtsbron gebruikt. Op grond van dat verdrag moet de handelingsbekwaamheid van personen met een handicap worden erkend en mag de wilsonbekwaamheid van deze personen niet worden gebruikt om hun zelfbeschikkingsrecht te beperken. Uit het commentaar van het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap op artikel 12 van het verdrag blijkt dat deze personen zo veel mogelijk moeten worden ondersteund bij het nemen van eigen beslissingen over alle aspecten van hun leven, wat in de Koffie-zaak niet is gebeurd.


Mr. dr. N. Rozemond
Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije Universiteit Amsterdam. Auteur van Het zelfgekozen levenseinde, Leusden: ISVW Uitgevers 2021.
Artikel

Access_open De weg naar de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Wanneer, hoe en waarom zijn we begonnen met te vragen om erkenning van NGT?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden doof, NGT, Nederlandse Gebarentaal, erkenning, dovengemeenschap
Auteurs R. Cokart en T. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1996 is er in opdracht van het Ministerie van VWS en het Ministerie van OCW een commissie ingesteld bestaande uit vijf horende en twee dove leden met als opdracht de regering te adviseren over de beste manieren om de Nederlandse Gebarentaal (NGT) officieel te erkennen. Ondanks alle inspanningen heeft het ruim dertig jaar geduurd voordat NGT eindelijk wettelijk erkend werd op 13 oktober 2020.
    In dit artikel beschrijven we de weg naar de wettelijke erkenning van NGT waaronder de komst van bovengenoemde commissie, de inhoud van het rapport en de directe gevolgen van het rapport. Sinds begin jaren tachtig leidt het wetenschappelijk onderzoek naar NGT, veranderingen in het dovenonderwijs en de emancipatie van de dovengemeenschap tot een nauwe samenwerking tussen de dovengemeenschap, professionals, ouders van dove kinderen en onderzoekers in een gezamenlijke inspanning om de dovengemeenschap te versterken en te streven naar de officiële erkenning van NGT.


R. Cokart
R. (Richard) Cokart is een native gebarentalige en linguïst en werkt als senior onderzoeker bij het Nederlands Gebarencentrum.

T. Schermer
T. (Tru‍de) Schermer is linguïst en voormalig directeur van het Nederlands Gebarencentrum en is sinds de jaren tachtig betrokken bij onderzoek naar NGT en bij het proces van erkenning van NGT.
Artikel

Het standstillbeginsel en de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, standstillbeginsel, Participatiewet, Kieswet, mensenrechten
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel veranderingen die met het VN-verdrag Handicap worden beoogd, komen niet van de ene op de andere dag tot stand. Dat maakt ze echter niet vrijblijvend. Het internationaalrechtelijke standstillbeginsel leert dat verdragsstaten na het aangaan van dergelijke langetermijnverplichtingen niet mogen handelen op een wijze die afbreuk doet aan die verplichtingen. Een preliminair onderzoek in de database Legal Intelligence, dat ten grondslag ligt aan deze bijdrage, suggereert dat dit beginsel zelden aan bod komt bij de regelgeving en jurisprudentie omtrent de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Deze bijdrage laat daarnaast zien dat hier wel aanleiding toe is. Nederland heeft namelijk ten aanzien van ten minste twee verdragsverplichtingen die in deze bijdrage behandeld worden – de toegankelijkheid van het verkiezingsproces en de sociale zekerheid – wellicht tegen deze verplichtingen in gehandeld. Het aankaarten van deze lacune wordt bemoeilijkt doordat Nederland zich nog niet heeft aangesloten bij het optionele protocol bij het verdrag.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Access_open Tijd voor een Wet maatregelen virusuitbraak?

Over grondslagen voor afdwingbare gedragsvoorschriften

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden veiligheidsregio, noodverordening, corona, grondrechten, COVID-19
Auteurs M.A.D.W. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestrijding van een virusuitbraak die noodzaakt tot het opleggen van gedragsvoorschriften aan vrijwel de gehele bevolking moet wettelijk worden geregeld. De kans op een dergelijke uitbraak in de toekomst is reëel en de impact op het maatschappelijke leven is enorm. Dit gegeven én de taak die op de wetgever rust om de beperking van grondwettelijk beschermde grondrechten door middel van een wet in formele zin te regelen, vereisen dat er een opvolger komt voor de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Aan regionale regulering met noodverordeningen kleven meerdere grote nadelen, onder meer betreffende grondrechtenbescherming en democratische legitimatie.


M.A.D.W. de Jong
Mr. dr. M.A.D.W. (Rian) de Jong is universitair hoofddocent bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Het ambacht

Departementale herindeling en ministers zonder portefeuille

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden formatie, artikel 44 Grondwet, portefeuilleverdeling, ministeries, benoemings-KB
Auteurs T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaste jurisprudentielijn is dat de op grond van artikel 43 of 44 Grondwet bij koninklijk besluit vastgestelde departementale indeling of taakomschrijving van een minister bepalend is voor diens bevoegdheid. Dat betekent dat soms een andere minister bevoegd is dan de minister die in de wet wordt genoemd. Het actueel houden van benamingen in wetgeving verdient aanbeveling, maar het betere is hier al snel de vijand van het goede. Bij ministers zonder portefeuille doet zich de moeilijkheid voor dat hun taak in het benoemings-KB slechts in zeer algemene termen pleegt te worden omschreven. Dat kan vragen oproepen over de reikwijdte van hun bevoegdheden. De auteur pleit voor een gedetailleerdere vaststelling van taken van ministers zonder portefeuille in hun benoemings-KB. Verder is er veel voor te zeggen om in de wet uit 1951 die enkele regels bevat over het ambt van minister zonder portefeuille, de tot misverstanden aanleiding gevende aanduiding “minister zonder portefeuille” te moderniseren.


T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Professioneel ethiekonderwijs voor de ­aankomend overheidsjurist

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden beroepsethiek, overheidsjuristen, onderwijs
Auteurs Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De beroepsethiek van overheidsjuristen wordt traditioneel gericht op het functioneren als poortwachter van de rechtsstaat. Zij ontlenen hun beroepsethisch normenkader aan bovenliggende normen van democratie en rechtsstaat. Beroepsdilemma’s komen daarbij voort uit zich voordoende spanning tussen ambtelijke en juridische verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld die tussen loyaliteit aan de politieke leiding versus het bevorderen van proportionaliteit van bevoegdheden (case Tijdelijke wet maatregelen covid-19) en die van handhaving (case kinderopvangtoeslagen). In de praktijk van de overheidsjurist is de beroepsethiek het resultaat van het omgaan met genoemde dilemma’s. Deze contextuele beroepsethiek van onderop wijkt af van de aan de rechtstaat ontleende beroepsethiek van bovenaf. Er zijn de nodige argumenten om het professionele (universitaire) ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen te richten op een normatieve oriëntatie van onderop. Het bevordert realisme, waakzaamheid voor tegenkrachten en rolvastheid. In het ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen zou dan een empirische en op verantwoording gerichte attitude centraal moeten staan.


Peter van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Lezing

Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht

De vooruitziende blik van Leenen (Henk Leenenlezing 2020)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Europees recht, patiëntenrechten, beroepenwetgeving, preventie
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Henk Leenen besteedde al in zijn eerste gezondheidsrechtelijke studies aandacht aan de Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht. Hoe keek Leenen ruim veertig jaar geleden tegen deze relatie aan? En hoe heeft het Europees recht nader vorm gegeven aan het gezondheidsrecht en vice versa? Een analyse.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar Gezondheidsrecht, Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Access_open Toegang tot het recht in de rechtsstaat

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden rechtsstaat, toegang tot het recht, sociale dimensie, Nicholas Barber, Pierre Bourdieu
Auteurs Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper considers access to the rule of law as a requirement for the well-functioning of the rule of law in society. In most rule of law debates, access to the rule of law is not a topic of discussion because these scholars focus themselves solely on the legalistic dimension of the rule of law. Barber was the first to mention the social dimension explicitly but without a theoretical framework. Based on the three capitals of Bourdieu, this paper offers a framework to determine the elements of the social dimension. With these capitals, barriers to the access to the rule of law for individuals can be identified, and solutions can be offered.


Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
Nathalie Schnabl is promovenda aan de Faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Artikel

Kerken in wetgeving en rechtspraak

Recente ontwikkelingen geduid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden kerkelijke autonomie, inrichtingsvrijheid, godsdienstvrijheid, islam, christendom
Auteurs Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with recent developments in legislation and court rulings concerning churches. These developments are divergent in terms of the issues they concern and the outcome they show. The article sketches the background of each of these developments and analyses and explains them in the perspective of the principle of church autonomy. It concludes with recommendations to the legislature and the courts as well as churches themselves.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. Sophie van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open Op de kast en weer terug, maar niet in de la

Raad van State en kabinet over de keuze tussen de twee bestraffende stelsels in het publiekrechtelijke sanctierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden advies Raad van State, bestuurlijke boete, verhouding strafrecht-bestuursrecht, rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. A.R. Hartmann en Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Meer dan vijf jaar geleden verscheen het kritische advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over de rechtsbescherming bij bestuurlijke boetes. In deze bijdrage wordt allereerst in grote lijnen de ontwikkeling van boetebevoegdheden en wetgeving geschetst. Vervolgens wordt het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State besproken Ten slotte wordt een aantal wetswijzigingen besproken die naar het oordeel van de auteurs noodzakelijk zijn.


Mr. dr. A.R. Hartmann
Mr. dr. A.R. Hartmann is senior raadsheer bij de sector Strafrecht in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en voormalig bijzonder hoogleraar Bestuursstrafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen is advocaat bestuursrecht bij van Ardenne & Crince le Roy Advocaten, voormalig bijzonder hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit Maastricht, guest senior lecturer Comparative and Global Administrative Law aan de Tilburg University en international visiting scholar aan de American University, Washington D.C. College of Law (AUWCL).

    De auteur bespreekt of voor een aanspraak op inzage vereist is dat de vordering waarvoor die wordt ingesteld aannemelijk is. Dat doet hij aan de hand van huidig recht, het wetsvoorstel modernisering en vereenvoudiging van het bewijsrecht en de rechtspraak van de Hoge Raad hierover, waaronder HR 10 juli 2020, ELCI:NL:HR:2020:1251 (Semtex/X c.s.). Hij geeft ook aan welke keuzes de wetgever volgens hem moet maken.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten in Den Haag.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.
Artikel

Access_open De effecten van de coronamaatregelen voor mensen met een beperking vanuit een juridisch oogpunt

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, COVID-19, coronamaatregelen, lockdown, crisiscommunicatie
Auteurs Mr. M. Swaanenburg-van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Coronamaatregelen zijn zeer divers (zowel publiek als privaat) en kunnen verschillend uitpakken voor mensen met een beperking, al naar gelang hun omstandigheden, zoals de plaats waar zij wonen, werken en onderwijs volgen. Hoe verschillend individuele situaties van mensen met een beperking ook kunnen zijn, bij alle maatregelen rond corona moeten juridische analyses de rechten van mensen met een beperking betrekken: niet alleen in het licht van de Grondwet en wetgeving met waarborgen ter zake, maar ook van mensenrechtenverdragen en dan vooral het VN-verdrag Handicap. Het VN-verdrag Handicap is in coronatijd onverminderd van kracht. Uit het verdrag volgt dat ook bij de totstandkoming van coronamaatregelen nauw overleg geboden is met mensen met een beperking en hun representatieve organisaties. Deze bijdrage geeft aan welke aspecten bij het beoordelen van verschillende concrete coronamaatregelen in het bijzonder van belang zijn, gezien het VN-verdrag Handicap.


Mr. M. Swaanenburg-van Roosmalen
Mr. M. (Marjolein) Swaanenburg-van Roosmalen is lid van het College voor de Rechten van de Mens. Deze bijdrage geeft de opvattingen van de auteur weer en bindt het College op geen enkele wijze.
Artikel

Access_open Eigen koers richting kalifaat, een beeld van Hizb ut-Tahrir in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Hizb ut-Tahrir, democratie, Nederland, kalifaat, jihad
Auteurs Peter Grol en Daan Weggemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Political parties in the Netherlands have been calling for a ban on Hizb ut-Tahrir for years. But what do we actually know about this movement, its supporters and how they relate to Dutch society? This article is one of the first attempts to paint a more complete picture. It shows that the movement and its supporters adhere strictly to the course of the (re) establishment of the caliphate that was mapped out by founder Taqiuddin al-Nabhani in the 1950s. However, the assumption that the movement would advocate or encourage the use of violence requires nuance. These insights are not ‘static’ or ‘comprehensive’ and should be seen as a contribution to the discussion of the nature of the movement. The question of how the course – ideas and activities – of Hizb ut-Tahrir relates to democratic society will be addressed in a subsequent article.


Peter Grol
P.R. Grol verricht ruim tien jaar onderzoek naar het islamisme, salafisme en jihadisme in de Nederlandse context. Sinds 2019 is hij daarnaast werkzaam als Rijksambtenaar.

Daan Weggemans
D.J. Weggemans is programmadirecteur van de BSc Security Studies en onderzoeker aan het Institute for Security and Global Affairs, Universiteit Leiden.
Artikel

Homoseksuele leraar op een orthodox-protestantse school?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden orthodox-protestants, homoseksualiteit, gelijke behandeling, onderwijs
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Whether homosexual teachers can work at an orthodox Protestant school in The Netherlands is regularly subject of societal debate. The Equal Treatment Law (1994) prohibits discrimination on the ground of homosexual orientation. How this works out in practice differs per denomination (type of school) and shifts over time in the direction of increasing acceptance. Within orthodox Protestant schools room is increasing to come out of the closet. Within certain schools there is increasing room for homosexual relationships, although opinions within these schools often differ and hence may also lead to conflict.


Mr. dr. Niels Rijke
Mr. dr. N.A. Rijke is jurist en sociaal wetenschapper. Hij promoveerde in november 2019 in Utrecht op zijn onderzoek naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen in relatie tot mensenrechten.
Toont 1 - 20 van 364 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 18 19
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.