Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1119 artikelen

x

Irawan Sewandono
Universitair docent

Mr. R.P.F. van der Mark
Ruud van der Mark was tot 1 januari 2020 advocaat bij KBS Advocaten en tot 1 juli 2019 lid van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden.

Rob Geene
Rob Geene is deken van de orde van advocaten Noord-Nederland.

Jan Buwalda
Beeld
Brexit

Access_open Wightman en het soevereine recht om lid van de EU te blijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, soevereiniteit, 4 intrekking kennisgeving, uittreding
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Wightman bevestigt het unilaterale, soevereine recht van een lidstaat om een kennisgeving van uittreding in te trekken. Deze bijdrage bespreekt zowel dit recht op intrekking als de eventuele grenzen aan dit recht, waaronder wellicht misbruik van recht.
    HvJ 10 december 2018, zaak C-621/18, Wightman, ECLI:EU:C:2018:999.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees Recht aan het Europa Instituut Leiden Law School.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Een stok in het duister: boetes voor niet-tijdige inburgering en rechtszekerheid

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Integration policy, The Netherlands, Court of Justice of the European Union, P. and S.
Auteurs Mr. Jeremy Bierbach
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2007, a statute has been in force in the Netherlands (the Wet inburgering or Act on Civic Integration) that provides for a system of fines that can be imposed on certain classes of immigrants for not passing the ‘civic integration exam’, testing knowledge of Dutch language and culture, by a certain deadline. However, the way in which the statute defines the precise obligations on immigrants, which classes of immigrants have those obligations, what the exact deadline is and when it can be extended leaves much to be desired in terms of legal certainty, especially considering the frequent changes that the legislature of the Netherlands makes to the statute. Morever, since a fine is imposed as a penalty for what is effectively a ‘criminal charge’ (in the sense of article 6 of the European Convention on Human Rights), what role does the establishment in a fair trial of the immigrant’s culpability play in the imposition of such a fine? For a completely different perspective on integration policy, the author discusses the 2015 decision P. and S. of the Court of Justice of the European Union, in which he was the legal representative of the plaintiffs. When an immigrant is a beneficiary of an EU directive providing for immigration rights for third-country nationals, the Court holds that it is permissible to impose fines in order to stimulate the immigrant’s integration in the society of the host member state, but that such a penalty may not go so far as to actively endanger the goal of aiding integration. In general, the Court is highly sceptical of the effectiveness and fairness of the system of fines provided for by the Act on Civic Integration. The author concludes that the Act, with its clear emphasis on punishment rather than promotion of civic integration, ultimately has the effect of criminalising entire classes of immigrants to the Netherlands.


Mr. Jeremy Bierbach
Mr. J.B. Bierbach is attorney/advocaat bij Franssen Advocaten te Amsterdam.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Access_open Assurance oblige!

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Personenschade, X – Y = Schade, Kinderen, Zorgschade, Herstelgericht schaderegelen
Auteurs Mr. J.M. Tromp
SamenvattingAuteursinformatie

    Als jonge kinderen ernstig en blijvend letsel oplopen, lijdt het hele gezin schade. Herstelgericht schaderegelen is dan aan de orde. Daar ligt een taak voor verzekeraars, met name ten aanzien van de zorgschade. Een voorbeeld zal worden uitgewerkt. Praktische problemen genoeg. Een nieuw dilemma dient zich aan: regelen of openhouden?


Mr. J.M. Tromp
Mr. J.M. (Maarten) Tromp is advocaat en mediator te Rotterdam, rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Nederland en docent overlijdensschade in de Specialisatieopleiding Personenschade aan de Grotius Academie. Hij publiceert regelmatig over onderwerpen op het terrein van de personenschade.
Artikel

Een andere benadering van het right to challenge

De concessie als kern van een algemene regeling?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden uitdaagrecht, right to challenge, concessie, buurtconcessie, verordening
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Een algemene regeling van het uitdaagrecht lijkt verkeken. Te veel knelpunten. Maar wat als dat geen obstakels zijn voor wettelijke regeling, maar symptomen van het ontbreken daarvan? Deze bijdrage laat zien dat een algemene regeling denkbaar is, door niet het uitdaagrecht zelf te regelen, maar de bevoegdheid om over een uitdaging te beslissen. De concessie is daarvan de kern. En als een algemene regeling van concessies denkbaar is, dan is een regeling voor buurtconcessies als gemeentelijk instrument voor het uitdaagrecht dat ook.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast is oprichter van en wetgevingsjurist bij Wetgevingswerken
Uit het veld

Toezicht in een wereld zonder grenzen roept dilemma’s op voor de natiestaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden globalisering, toezicht, platformbedrijven, neoliberalisme, democratische natiestaten
Auteurs Jaap Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereldeconomie is na 2001 snel verder geïntegreerd. De globalisatie heeft een extra dimensie gekregen door de opkomst van platformbedrijven. Het gaat hier feitelijk om virtuele ondernemingen die zich betrekkelijk eenvoudig aan de fiscale regels kunnen onttrekken. Ook de financiële sector is sterk geglobaliseerd, maar het toezicht op deze sector is nog steeds grotendeels voorbehouden aan lokale autoriteiten. Om effectief toezicht te kunnen houden zouden de natiestaten bevoegdheden moeten overdragen aan supranationale autoriteiten. Dat staat echter op gespannen voet met de mogelijkheid om op basis van een lokaal democratische legitimatie beleid te voeren. In deze bijdrage worden een aantal casusposities geanalyseerd en verschillende oplossingsrichtingen besproken.


Jaap Koelewijn
Prof. dr. J. Koelewijn is deeltijdhoogleraar Corporate Finance aan Business Universiteit Nyenrode en eigenaar van Financieel Denkwerk.
Artikel

Energieregulatoren in België: de rol van het parlement en de regering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden energie, toezichthouder, Grondwet, België, parlement
Auteurs Laura De Deyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-recht vereist dat een toezichthouder binnen de energiesector onafhankelijk is van alle marktpartijen. Dat geldt ook voor de politiek. Het zogenoemde ‘Clean Energy Package’ versterkt deze onafhankelijkheidsvereisten nog verder. In België, maar ook in Nederland, rijzen er vaak discussies over hoe ver deze onafhankelijkheid mag gaan, en hoe een politiek onafhankelijke regulator zich verhoudt tot de grondwettelijke regels. Bij hun oprichting werden in België, maar ook in Nederland, de toezichthouders opgenomen binnen de uitvoerende macht. Dit heeft tot gevolg dat ze onderhevig zijn aan administratief toezicht. Dit toezicht staat evenwel haaks op de Europese (politieke) onafhankelijkheidsvereisten. Wanneer dit administratief toezicht evenwel ontbreekt, dan wordt het nationale grondwettelijke principe van de ministeriële verantwoordelijkheid (en daaruit voortvloeiend ook de parlementaire controle) uitgehold. In het Vlaams Gewest, en nu recent ook op Waals niveau, heeft men deze tegenstelling weggewerkt door de energieregulator institutioneel onder te brengen bij het Parlement. Deze verhuis neemt echter niet weg dat er nog steeds een spanningsveld aanwezig blijft tussen de onafhankelijkheid van de regulator en de politiek.


Laura De Deyne
Dr. L. De Deyne is als gastmedewerker verbonden aan de Universiteit Hasselt.
Artikel

De (Belgische) Wet Medische Ongevallen en het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Belgische Wet Medische Ongevallen, Fonds Medische Ongevallen, abnormale schade, medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), vermijdbare schade
Auteurs Dr. W. Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juni 2018 verdedigde de auteur succesvol zijn doctoraal proefschrift over het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid. Dit begrip omvat een nieuw, subjectief vergoedingsrecht voor slachtoffers van medische ongevallen, los van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en werd ingevoerd door de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. Deze bijdrage bevat enkele krachtlijnen met betrekking tot de invulling van dit begrip.


Dr. W. Buelens
Dr. W. Buelens is praktijkassistent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Gent, vrijwillig academisch medewerker aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Annotatie

Het discriminatieverbod als katalysator van de negatieve vrijheid van religie in identiteitsgebonden organisaties

HvJ EU 17 april 2018, C-414/16 (Vera Egenberger/Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV) en HvJ EU 11 september 2018, C-68/17 (IR/JQ)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kaderrichtlijn 2000/78, Discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging, Identiteitsgebonden organisaties, Toegang tot de rechter, Proportionaliteit
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken arresten buigt het Europese Hof van Justitie zich voor de tweede maal sedert de arresten Achbita en Bougnaoui (2017) over de draagwijdte van discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging. Stond in de hiervoor genoemde arresten de vraag centraal of de indirecte discriminatie die een hoofddoekverbod in een neutrale organisatie impliceert kon worden gerechtvaardigd, dan botsen in de hier besproken arresten een sollicitant en een werknemer in identiteitsgebonden organisaties op het ethos van die organisatie. De vraag staat centraal in welke mate een identiteitsgebonden organisatie zich op dat ethos kan beroepen om een kandidaat te weigeren die géén lid is van een protestants kerkgenootschap, en om een arts te ontslaan die na het aangaan van een kerkelijk huwelijk dat noch werd nietig verklaard, noch door de dood van zijn voormalige echtgenote werd ontbonden een tweede civiel huwelijk aanging. In deze bijdrage wordt de wijze waarop het Europese Hof van Justitie met dergelijke loyaliteitsconflicten omgaat vergeleken met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verruimde mogelijkheid die identiteitsgebonden organisaties hebben om directe discriminatie op basis van geloof of overtuiging te rechtvaardigen wordt vergeleken met de gemene rechtvaardiging van directe discriminatie. Een ander punt van aandacht is de vergelijking tussen deze verruimde rechtvaardiging van directe discriminatie én de rechtvaardiging van beperkingen van de vrijheid van godsdienst. De oordelen van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens worden beschouwd in het licht van deze Luxemburgse jurisprudentie.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

De betekenis van de 1 juli-uitspraken van de CRvB over exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften: exit Landbouwvliegersarrest

En ook: wat is de stand van zaken in het omgevingsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden avv, onverbindend, evidentiecriterium
Auteurs Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op een uitspraak van de CRvB van 1 juli 2019 waarin exceptieve toetsing centraal stond. Auteur vergelijkt de omgevingsrechtelijke jurisprudentie van de ABRvS met betrekking tot exceptieve toetsing met de uitspraak van de CRvB.


Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. de Vries is beleidsadviseur bij de provincie Utrecht. Hij is lid van de redactieraad van Tijdschrift voor Omgevingsrecht en annotator van Tijdschrift voor Bouwrecht.
Artikel

Transitcriminaliteit en logistieke knooppunten in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Drug trafficking, airports, seaports, security checks, corruption
Auteurs Renushka Madarie MSc en Dr. Edwin Kruisbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands functions as an important source and transit country for international organized drug trafficking. This is in part due to its large logistical nodes in the world economy, like the airport and the seaport. Based on in-depth analyses of sixteen cases of the Dutch Organized Crime Monitor, this article explores how drug traffickers operate at logistical nodes, in particular airports. The results demonstrate that organized crime groups deploy mainly three types of tactics to traffic drugs, namely defying, avoiding, and neutralizing security checks. Occupational embeddedness is manifested through several job-related factors. Autonomy, mobility, and the similarity between legitimate duties and criminal activities facilitate discrete engagement in organized crime activities during work time. Port employees are also attractive to organized crime groups because of their job-related social capital and knowledge.


Renushka Madarie MSc
R. Madarie MSc. is als promovendus verbonden aan het NSCR te Amsteram

Dr. Edwin Kruisbergen
Dr. E.W. Kruisbergen is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Access_open De nieuwe mindset van de collaboratieve advocaat

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2-3 2019
Trefwoorden Collaboritief onderhandelen, Collaboratieve advocaten, Terugtrekkingsclausule, Diskwalificatieclausule
Auteurs Wouter De Canck en Sofie Storms
SamenvattingAuteursinformatie

    The new Belgian law on collaborative conflict resolution installs a disqualification clause, which parties have to sign before starting the negotiations. If they cannot resolve their dispute, they agree to stop the negotiations in advance. What skills do the lawyers need to make collaborative conflict resolution a success?


Wouter De Canck
Wouter De Canck is advocaat aan de balie van Gent, erkend scheidingsbemiddelaar en erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken en medeoprichter van Rechto Verso, die juristen helpt om anders in een conflict te staan. Hij is gasttrainer bij Mediv.

Sofie Storms
Sofie Storms is erkend bemiddelaar in familiale en sociale zaken, getraind ‘collaboratief coach’ in Nederland, en medeoprichter van Rechto Verso, die juristen helpt om anders in een conflict te staan. Verder is zij consultant bij FrahanBlondé en gasttrainer bij Mediv.
Kroniek

Jongeren, leeftijdsgenoten en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Peer relations, Delinquency, Social influence, Social networks, Peer status
Auteurs Dr. Jan Kornelis Dijkstra en Prof. dr. René Veenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    This article relates criminological research on youth delinquency to the social development of adolescents. Starting point is a goal-framing approach which assumes that young people aim for the achievement of two goals: status (‘getting ahead’) and belonging (‘getting along’). Peers form an important context for achieving these goals. Therefore, the role of delinquency in peer networks is examined: on the one hand, the extent to which delinquency contributes to peer status, and on the other hand, how delinquency contributes to the formation of network relationships and, vice versa, how network relationships influence adolescents’ delinquency. Finally, several directions for further research are discussed.


Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als universitair hoofddocent sociologie aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. René Veenstra
Prof. dr. R. Veenstra is directeur van de onderzoeksschool ICS en werkzaam als hoogleraar sociologie aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Strafrecht

Het Unierecht komt eraan in strafzaken: bewijsuitsluiting verplicht bij Handvest-schending?

Bespreking van het arrest Dzivev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden strafrecht, werkingssfeer Unierecht, Handvest grondrechten, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. S.J. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van de Europese Unie is lange tijd weinig populair geweest onder strafrechtadvocaten. Het was abstract, moeilijk te vinden, en betrof voornamelijk economische verhoudingen. In commune strafzaken vielen er nauwelijks verweren aan te ontlenen. Het Unierecht begint echter steeds relevanter te worden voor de algemene strafrechtspraktijk. In het arrest van 17 januari 2019 inzake Dzivev e.a./Bulgarije accepteerde het Hof van Justitie de uitsluiting van onrechtmatig verkregen tapgesprekken van de bewijsvoering. Betekent dit dat bewijsuitsluiting soms ook verplicht is, zoals sommigen beweren? Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse strafrechtpraktijk. Een bespiegeling naar aanleiding van het arrest.
    HvJ 17 januari 2019, zaak C-310/16, Dzivev e.a./Bulgarije, ECLI:EU:C:2019:30


Mr. S.J. van der Woude
Mr. S.J. (Simon) van der Woude is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.
Consumenten

Toezicht en handhaving van Europees voedselveiligheidsrecht door de NVWA; de Nieuwe Controleverordening (EU) 2017/625

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden Awb, Warenwet, Levensmiddelen, Toezicht en handhaving, Verordening (EU) 2017/625
Auteurs Mr. S.A. Gawronski
SamenvattingAuteursinformatie

    Ambtenaren van de NVWA houden toezicht op de naleving van het Europese en nationale voedselveiligheidsrecht. De bevoegdheden daartoe ontlenen zij aan de Algemene wet bestuursrecht en de Warenwet. Op 14 december 2019 is EU-Verordening (EU) 2017/625 inzake deze officiële controles van toepassing geworden. Deze verordening gaat ook in op onderwerpen die niet (afdoende) zijn geregeld in het nationale recht. Dit artikel laat zien hoe het toezicht van voedselveiligheidsrecht is geregeld in de context van de nieuwe Verordening (EU) 2017/625 inzake officiële controles en toont de impact op het bestuursrecht op drie onderwerpen: de mystery shopper, risicogeoriënteerd toezicht en verplichte handhaving.
    Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen (…), PbEU 2017, L 95/1.


Mr. S.A. Gawronski
Mr. S.A. (Silvia) Gawronski M.Jur. is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam en gespecialiseerd in het bestuursrecht, met name op het gebied van Quality, Health, Safety & Environment (QHSE), Voedsel & Waren en Toezicht & Handhaving.
Artikel

Integratief seksindustriebeleid in Nieuw-Zeeland

Succes voor een unieke sociale beweging

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden sekswerk, Nieuw-Zeeland, decriminalisering, sociale beweging, beleidsverandering
Auteurs Dr. Joep Rottier
SamenvattingAuteursinformatie

    Contrary to its allies in other countries, the sex industry decriminalization movement in New Zealand, embodied by the New Zealand Prostitutes Collective (NZPC), achieved its goal in 2003. This article explores the reform of the sex industry policy in this country on the basis of a Social Movement Concept. Apart from the specific New Zealand culture, particularly the interaction between three social political aspects – awareness, political opportunities, and a strong social movement organisation – can be identified as crucial factors in realizing a decriminalized sex industry environment. The enactment of the Prostitution Reform Act 2003 meant a unique and huge success for a small sex workers movement.


Dr. Joep Rottier
Dr. Joep Rottier, onderzoeker, promoveerde in december 2018 aan de Universiteit Utrecht op de effecten van het seksindustrie decriminaliseringbeleid in Nieuw-Zeeland. Hij is bestuurslid van het Platform SekswerkExpertise Nederland.
Toont 1 - 20 van 1119 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.