Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Artikel

Access_open Criteria voor strafbaarstelling

De integratie tussen theorie en wetgevingsbeleid

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Criteria voor strafbaarstelling, Ultimum remedium, Wetgevingsbeleid, Evidence-based lawmaking
Auteurs Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse strafrecht is gebaseerd op de idee van ultimum remedium. Strafrecht kan grote gevolgen hebben voor de verdachten. Of en op welke wijze bepaald ongewenst gedrag moet worden strafbaar gesteld, vereist daarom een gedegen afweging tussen de voor- en nadelen van het strafrecht. Criteria voor strafbaarstelling bieden de wetgever een argumentatiekader aan de hand waarvan strafbaarstelling kan worden gelegitimeerd en gerechtvaardigd. In dit artikel worden de huidige strafbaarstellingtheorieën aangevuld met wetgevingsbeleid.


Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op 14 januari 2020 verdedigde zij succesvol haar proefschrift, getiteld ‘Contract Tort & Crime. Criminalisation of breaches of sale contracts under Dutch and EU law’, aan Tilburg University.
Artikel

Europese Betere Regelgeving: ‘denkrichtingen’ voor meer transparantie en participatie in het Nederlandse wetgevingsproces?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Betere Regelgeving, Europees privaatrecht, raadplegingen, internetconsultaties, democratische legitimiteit, Europees recht
Auteurs E.A.G. van Schagen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De initiatiefnota Lobby in het daglicht noemt Europese consultaties middels groenboeken en witboeken, conform de Richtsnoeren voor Betere Regelgeving, als een mogelijke denkrichting voor het Nederlandse wetgevingsproces. Aan de hand van ervaringen met publieke consultaties in het Europees privaatrecht schetst deze bijdrage in hoeverre deze consultaties de democratische legitimatie en de effectiviteit van het Europees recht zouden moeten versterken, en welke pijnpunten zichtbaar worden in consultaties en de Richtsnoeren. Ondanks deze pijnpunten bieden de Richtsnoeren een voorbeeld van goed ontwikkelde regels die in toenemende mate eisen stellen aan de openheid en transparantie van het Europese wetgevingsproces. De problemen in Europese consultaties maken tevens duidelijk dat op sommige punten scherpere regels wenselijk zijn. Daarnaast blijkt de uit gebrekkige naleving van de Richtsnoeren dat, als de Nederlandse wetgever ervoor kiest om regels te ontwikkelen, aandacht moet worden besteed aan de gevolgen van niet-naleving van toekomstige regels.


E.A.G. van Schagen LLM
E.A.G. (Esther) van Schagen, LLM is Newton International Fellow bij het Institute for European and Comparative Law, University of Oxford.
Artikel

40 jaar JV!

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2014
Auteurs Bert Berghuis, Marit Scheepmaker, Ben Rovers e.a.

Bert Berghuis

Marit Scheepmaker

Ben Rovers

Frans Leeuw

Albert Klijn

Frits Huls
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Training Diamant

Een persoonlijke impressie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2013
Auteurs Frank Bovenkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    This is an ethnographic evaluation study on a train the trainer programme (Diamant) for the prevention of political radicalisation among young Muslims in the Netherlands. Especially the training of independent judgement on moral issues looks promising to overcome cultural disorientation. Its preventive power for radicalisation is unclear since there were no radicals among the participants of the training.


Frank Bovenkerk
Prof. dr. Frank Bovenkerk is criminoloog en gepensioneerd hoogleraar Radicaliseringsstudies aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: f.bovenkerk@uva.nl.

    In 2011 we executed a quantitative and qualitative research on the extent of discrimination, polarisation and radicalisation in a region in the Netherlands. The results are representative for The Netherlands. The research shows that there is breeding ground for radicalization, in particular Muslim youths. The outcome also provides insights in relevant avenues for public policy. Over the past years, several inventories have been made of public policy that aims to counter radicalisation. Most of the interventions listed do not conjure with the interventions we propose on the basis of our research, such as awareness raising for practitioners, prevention of and education about discrimination, focus on neighbourhood grievances and nuisances caused by specific ethnic groups and the negative tone of the public debate regarding Islam and the multicultural society. If measures to counter radicalization are even evaluated, they tend to focus on the process and effectiveness of the intervention, but they do not answer the question if that is actually also the right intervention. We therefore propose not only to focus on doing things right, but also to ask the question if we are doing the right things. We suggest not only measuring effectiveness, but also measuring impact.


Amy-Jane Gielen
Drs. Amy-Jane Gielen is senior onderzoeker en adviseur bij A.G. Advies B.V. E-mail: a.gielen@agadvies.com www.agadvies.com.

Ron van Wonderen
Drs. Ron van Wonderen is senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht. E-mail: rvanwonderen@verwey-jonker.nl.
Artikel

Over motieven voor het melden van misstanden

Een kwalitatief onderzoek binnen het Belgische federale politiekorps

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Belgian federal police, organizational misbehavior, internal reporting behavior, internal reporting motives, grid-group cultural theory
Auteurs K. Loyens
SamenvattingAuteursinformatie

    Whistleblowing research should more explicitly focus on underlying motives for the decision to report on organizational misbehavior. Arguably, these motives are connected to the factors that can explain the decision whether or not to blow the whistle. Reporting for egoistic reasons can probably be explained by other factors than reporting for altruistic reasons. This article aims to enrich the whistleblowing literature by proposing grid-group cultural theory as an alternative approach. This theoretical framework could provide more insight into reporting decisions by identifying various motives for such decisions and linking them with elements in the organizational culture that could explain them. As an illustration, the theory is applied in an ethnographic study in two investigative teams of the Belgian federal police. More research is, however, needed to fine-tune the conceptual framework and to test the preliminary findings of this empirical study.


K. Loyens
Dr. Kim Loyens is universitair docent Criminologie aan de Universiteit Utrecht en plaatsvervangend docent Criminologie aan de KU Leuven.

Drs. Frans Groenendijk
Drs. F.A. Groenendijk is afgestudeerd in sociale wetenschappen en rondde een hbo-opleiding tot wiskundedocent en een post-hbo-opleiding logistiek af. Hij was ooit student-assistent in de statistiek. Onafhankelijk onderzoeker.

Drs. André van Delft
A.J.E. van Delft studeerde wiskunde en bedrijfskunde; hij werkte als wetenschapper bij een internationaal agentschap. Onafhankelijk onderzoeker op het gebied van programmeertalen.
Artikel

Effectiviteit van toezicht: tijd voor responsive evaluation

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden effectiviteit, toezicht, responsive evaluation, effectevaluatie
Auteurs Drs. P. Welp
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders staan onder toenemende druk om duidelijk te maken hoe resultaten van hun toezicht zich verhouden tot de lasten die het veroorzaakt. In de praktijk blijkt echter dat informatie over de effecten van toezicht vaak ontbreekt. De oorzaak daarvan wordt meestal gezocht in de complexiteit van het meten van effecten van toezicht. In dit artikel wordt een aantal aanvullende verklaringen gepresenteerd, zoals spanningsvelden rond publieke verantwoording, de organisatiecultuur en het belang van toezichtspecifieke waardeoriëntaties. Gepleit wordt voor een responsieve aanpak van evaluaties (responsive evaluation) waarbij deze factoren meer aandacht krijgen. Op die manier kunnen evaluaties een zinvolle bijdrage leveren aan de verbetering en legitimering van het toezicht.


Drs. P. Welp
Drs. P. Welp is als senior wetenschappelijk medewerker werkzaam voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en collegelid van de Rekenkamer van de gemeente Den Haag.
Artikel

Beleidsevaluatie ex ante en rechtsvergelijking

Perspectief voor een integrale en internationaal vergelijkende beoordeling van nieuw beleid en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden beleidsevaluatie, beleidsanalyse, rechtsvergelijking, impact assessment
Auteurs Dr. P. van der Knaap, Dr. R.W. Turksema en Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
SamenvattingAuteursinformatie

    Een systematische analyse en beoordeling van de te verwachten maatschappelijke baten en andere effecten van beleidsalternatieven in relatie tot de maatschappelijke kosten. Dat is kort gezegd de formele omschrijving van beleidsevaluatie ex ante. Beleidsevaluatie ex ante is evenals rechtsvergelijking van belang om goed onderbouwde beslissingen te kunnen nemen over het te voeren beleid en daar achteraf op een goede wijze verantwoording over te kunnen afleggen. Recentelijk heeft de rijksoverheid in dat kader met het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) een nieuw initiatief genomen.Deze bijdrage gaat in op het belang van ex-antebeleidsevaluatie en rechtsvergelijking voor goed en verantwoord ‘evidence-based’ beleid. We beschrijven de stappen die hierbij van belang zijn en gaan daarbij in op de rol die rechtsvergelijking kan spelen. Vervolgens gaan we in op de ervaringen die binnen de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk de laatste jaren zijn opgedaan met zogeheten ‘impact assessments’: integrale ex-antebeoordelingen van de effecten van beleidsmaatregelen. We eindigen met enkele conclusies over de wenselijkheid om beleids- en wetsvoorstellen integraal op hun merites te beoordelen en over de meerwaarde van rechtsvergelijking in een wetgevingsarena die steeds internationaler wordt.


Dr. P. van der Knaap
Dr. P. van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. peter.vanderknaap@rekenkamer.nl

Dr. R.W. Turksema
Dr. R.W. Turksema is specialist doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. r.turksema@rekenkamer.nl

Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec is senioronderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. simone.melis@rekenkamer.nl
Artikel

De ministeriële zorg voor het telen van hennep: toetsing van een zorgplichtbepaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden farmaceutische hennep, medisch onderzoek, Opiumwet, zorgplicht
Auteurs Drs. L.H. Erkelens en prof. dr. S.F. Blockmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland dient de Minister van VWS ervoor te zorgen dat er voldoende hennep wordt geteeld voor wetenschappelijk onderzoek naar de medische toepassing ervan of voor de productie van geneesmiddelen. Op basis van de wetsgeschiedenis, de correspondentie van de minister met de Kamer en toepasselijk internationaal recht wordt geconcludeerd dat deze zorgplicht niet alleen op de teelt ziet, maar ook een actieve ministeriële inbreng impliceert op het punt van bedoeld onderzoek en ten aanzien van de vraag wat ‘voldoende’ in de praktijk betekent. De uitvoeringspraktijk lijkt vooral gericht op teelt als uitsluitend voorwaardenscheppend instrument voor derden.


Drs. L.H. Erkelens
Leendert Erkelens is geassocieerd onderzoeker verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.

prof. dr. S.F. Blockmans
Steven Blockmans is Hoofd van de Onderzoeksafdeling verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.
Discussie

Rapport Commissie Van de Donk:

Mager compromis zonder overtuigende stellingname

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Nicole Maalsté
Auteursinformatie

Nicole Maalsté
Nicole Maalstéis verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur. Als sociaal wetenschapper bestudeert zij de cannabisbranche al zo’n 20 jaar. Zij geeft lezingen, schrijft opiniërende artikelen in landelijke kranten en tijdschriften en is actief in een aantal netwerken op het gebied van (in-ter)nationale drugsproblematiek. In april 2007 publiceerde zij samen met Mi-chiel Panhuysen het boek Polderwiet, met 18 portretten van personen die actief zijn in de cannabisbranche. Momenteel werkt zij aan een proefschrift over ondernemers in de cannabissector.

H.B. Winter

Mr. dr. A. C. Hendriks

Dr H.B. Winter
Artikel

De lokale voorzorgcultuur

Over de steeds verder naar voren werkende overheid in de aanpak van sociale onveiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden voorzorgcultuur, voorzorgprincipe, veiligheidsbeleid, preventie
Auteurs Ruth Prins en Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    Public safety governance has been characterised in many ways. Literature mentions traditional sanctions for purposes of repression, policy programs aiming for prevention, as well as cooperation of public, private and hybrid organizations in addressing public safety problems. Very recently, a so called culture of precaution, in which problems of public safety are to be addressed at a very early – premature – stage, would have entered the scene. This potential culture of precaution is topic of this article. The article aims to indicate the empirical manifestations of a culture of precaution, as mentioned in literature, in contemporary public safety governance. The central question is as follows: to what extent and in what way is contemporary public safety governance on municipality level characterised by the precautionary principle? Five municipalities within the police region of Utrecht, varying in size from 40.000 to 300.000 citizens, have been studied; Amersfoort, Bunschoten, Utrecht, Woerden and Zeist. In total 153 measures addressing problems of public safety have been analyzed for characteristics of precaution. In order to do so, a model has been developed which locates precaution next to traditional strategies for addressing public safety. It will be demonstrated that a culture of precaution is not empirically present in public safety governance on municipality level. However, contemporary public safety governance does appear to posses some minor characteristics of the precaution paradigm.


Ruth Prins
Ruth Prins is promovendus Burgemeester en Veiligheid, Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: prins@fsw.eur.nl.

Hans Boutellier
Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. E-mail: jcj.boutellier@fsw.vu.nl.

Edwin de Jong
Edwin de Jong promoveerde in 2004 aan de Rijksuniversiteit Groningen op een empirisch proefschrift over tijdigheid van bestuursrechtspraak. Daarna was hij ruim twee jaar universitair docent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar hij onder andere heeft meegewerkt aan de evaluatie van de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures. In februari 2007 heeft hij het onderzoeksbureau De Jong beleidsadvies opgericht, dat gespecialiseerd is in evaluatie- en rekenkameronderzoek. Momenteel is hij in deze rol mede-uitvoerder van de evaluatie van de Wet bescherming persoonsgegevens.

    How to understand the disintegration of the Dutch Caribbean? The Kingdom of the Netherlands comprising three countries - the Netherlands, the Netherlands Antilles, and Aruba - will be reordered. The Netherlands Antilles will cease to exist as a separate country. Curaçao and Sint Maarten will acquire country status within the Kingdom of the Netherlands, just as Aruba did in 1986, though theirs will be of a different status and with less autonomy. The islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba, the so-called BES islands, will be integrated into the Netherlands as public authorities (openbare lichamen); as such the BES islands will be administered by the Netherlands while retaining local government functions (just as municipalities in the Netherlands).
    This article outlines the history behind these changes and the factors that are at play. However improbable the Dutch Caribbean hypothesis, the Kingdom facilitates a connection of these islands with the international world. Against all odds and populist opponents, the Dutch Caribbean is a challenge to square the circle, a complex pact, impossible to balance, which will never come to a definitive conclusion.


L. de Jong
Dr. Lammert de Jong is bestuurskundige en was tussen 1984 en 1998 geruime tijd Vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen. Hij werkt deze dagen aan een boek Being Dutch, more or less. True Dutch is not the issue, so what is? Oplevering jaarwisseling 2009/2010.

Jos Post
Jos Post is hoofd onderzoek bij het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV). E-mail: Jos.Post@nifv.nl.

Karin Wittebrood
Karin Wittebrood is senior onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en bijzonder hoogleraar Sociale veiligheid in de stedelijke publieke ruimte aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: k.wittebrood@scp.nl.
Artikel

Veiligheidsbeleid: onderbouwd en effectief?

De meerwaarde van beleidstheorieën voor beleid en beleidsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Veiligheidsprogramma, Beleidstheorie, Beleidsevaluatie, Evidence-based beleid
Auteurs Peter van der Knaap
SamenvattingAuteursinformatie

    How can the use of policy theories help to improve the development and evaluation of public policy. This question is central to this contribution. In order to answer this question, an overview is made of the development of the concept policy theory and its application in The Netherlands. More specifically, the relation between the rational approach of using policy theories and the quest for evidence-based policy is made. In addition, the possibilities and risks of theory-based evaluation ex post are explored. An important issue in both policy development and policy evaluation is the quality of policy information: which evidence counts? What quality criteria should be in place? On the basis of recent research by the Netherlands Court of Audit, an assessment is made of the actual quality of the ex ante evidence-based nature and the ex post effectiveness of safety policy in The Netherlands. The article presents conclusions and perspectives on how a more theoretical underpinning of policy programmes and a good use of theory-based evaluations may contribute to public policies that are not only effective, but that are also more open to policy-oriented learning.


Peter van der Knaap
Peter van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. E-mail: Peter.vanderknaap@rekenkamer.nl.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.