Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 8604 artikelen

x
Mededinging

De ACM leidraad tariefafspraken zzp’ers: de ACM vs. Europees kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden ACM, Kartelverbod, zzp’ers, Tariefafspraken, Leidraad
Auteurs Mr. S. van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de Leidraad tariefafspraken zzp’ers beoogt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) duidelijkheid te scheppen over de verenigbaarheid van zulke afspraken met het mededingingsrecht. Aangezien zzp’ers in de regel worden gezien als onderneming, vallen onderlinge afspraken over prijzen in beginsel onder het kartelverbod. De ACM signaleert de zorg dat zzp’ers door concurrentie onder het bestaansminimum uitkomen. Zij heeft in de Leidraad drie volgens haar toepasselijke uitzonderingen op het kartelverbod geformuleerd. Daarnaast kondigt de ACM aan het kartelverbod niet te zullen handhaven ten aanzien van afspraken die het door het kabinet beoogde minimumloon voor zzp’ers van 16 euro per uur vastleggen. Of dit minimumloon er komt en wat het voor deze toezegging betekent als dit niet het geval is, zal moeten blijken.
    Artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie


Mr. S. van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat bij Dirkzwager Legal & taks
Vrij verkeer

Access_open Gewezen EU-werknemer behoudt verblijfsrecht bij werkloosheid na twee weken werken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden vrij verkeer werknemers, werkzoekende, verblijfsrecht, toegang tot uitkering
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie voor het eerst uitleg aan artikel 7 lid 3 onder c Richtlijn 2004/38/EG. De taalkundige onduidelijkheid in deze bepaling leidde in de zaak Tarola tot de vraag of een werknemer die na twee weken te hebben gewerkt onvrijwillig werkloos wordt, de status als werknemer behoudt. Het Hof van Justitie antwoordt hier bevestigend op waarbij nog eens wordt bevestigd dat het Hof van Justitie streeft naar een interpretatie van het begrip werknemer waar zo veel mogelijk personen onder vallen.
    HvJ 11 april 2019, zaak C-483/17, ECLI:EU:C:2019:309 (Neculai Tarola/Minister for Social Protection)


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P. (Beryl) ter Haar is universitair docent en academisch coördinator advanced master Global and European Labour Law (GELL) aan de Universiteit Leiden en Visiting professor Universiteit Warschau.
Rechtsbescherming

Prejudiciële vragen over de geldigheid van EU-handelingen en effectieve rechtsbescherming: Eurobolt-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden prejudiciële procedure, geldigheid van EU-recht, nationale rechters, loyale samenwerking
Auteurs Dr. U. Jaremba MA LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2019 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Eurobolt BV. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend door de Hoge Raad in een nationale procedure die door Eurobolt is aangespannen in reactie op de heffing van antidumpingrechten. Dit arrest van het Hof van Justitie is zeer relevant voor het stelsel van rechtsbescherming in de EU in het kader van rechterlijke toetsing van geldigheid van EU-recht. De kernvraag in deze zaak is of een nationale rechter informatie van EU-instellingen kan opvragen om de mogelijke ongeldigheid van een EU-handeling nader te onderzoeken. In deze bijdrage worden de uitspraak van het Hof van Justitie en de gevolgen daarvan voor het functioneren van nationale rechters geëvalueerd in de context van het EU-recht en met name de prejudiciële procedure.
    HvJ 3 juli 2019, zaak C-644/17, ECLI:EU:C:2019:555 (Eurobol BV)


Dr. U. Jaremba MA LLM
Dr. U. (Urszula) Jaremba MA LLM is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Artikel

Access_open Oordelen handicap en chronische ziekte en de WGBH/CZ, een bouwwerk met uitzicht?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden College voor de Rechten van de Mens, oordelen h/cz, WGBH/CZ, doeltreffende aanpassing, algemene toegankelijkheid
Auteurs Mr. J.J.T. Homan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College voor de Rechten van de Mens past de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) toe voor de discriminatiegrond h/cz.
    Bij individuele situaties wordt beoordeeld in hoeverre een aanbieder gehouden is een ‘doeltreffende aanpassing’ te realiseren. Sinds 2016, toen de WGBH/CZ werd uitgebreid naar algemene toegankelijkheid, zijn ongeveer 140 oordelen h/cz uitgesproken.
    In het artikel wordt een twintigtal ‘gevalsoverstijgende’ oordelen over handicap of chronische ziekte uit 2018 en 2019 beschreven. Wat heeft dit voor de WGBH/CZ opgeleverd en wat is de rol van het College?
    In individuele situaties is het parool: onderzoek zorgvuldig, overleg en handel actief! Bij algemene toegankelijkheid kijkt het College steeds kritischer naar de inspanningen van de aanbieders.
    Soms koppelt het College een individueel oordeel aan een rapportage of aanbeveling aan de wetgever. Voorbeelden daarvan worden met name gegeven op het terrein van het openbaar vervoer. In die gevallen zijn de oordelen ook een duidelijk signaal voor aanpassing van wetgeving of beleid. De dubbele rol van het College (toetser en toezichthouder) heeft dan een meerwaarde.
    Op deze wijze kunnen oordelen de concrete toepasbaarheid en uitleg van de WGBH/CZ nog verder verstevigen en verduurzamen.


Mr. J.J.T. Homan
Mr. J.J.T. (Jan Jasper) Homan is juridisch adviseur, tot 2020 bij Ieder(in), en redacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).
Artikel

Export van pgb’s

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden persoonsgebonden budget, Patiëntenrichtlijn, vrij dienstenverkeer, export, toestemmingsregels
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse regelgeving betreffende persoonsgebonden budgetten (pgb’s) is gebaseerd op het (on)geschreven uitgangspunt dat de zorg of steun waarvoor een pgb wordt aangewend binnen Nederland wordt ontvangen. Deze bijdrage gaat nader in op de vraag of de territoriale beperkingen op het gebruik van pgb’s verenigbaar zijn met het EU-recht, en in het bijzonder de in Verordening 883/2004 opgenomen coördinatieregels voor prestaties bij ziekte, de Patiëntenrichtlijn en/of de verdragsregels inzake het vrije verkeer van diensten. De bijdrage concludeert dat dat in beginsel niet zo is. De vraag is niet waarom een verzekerde of begunstigde het recht zou moeten hebben om zijn/haar pgb in een andere lidstaat te gebruiken. Hij of zij heeft dat recht. De vraag is veeleer waarom een zorgkantoor, zorgaanbieder of gemeente die export zou mogen beperken.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is hoogleraar Europees sociaal recht, Capaciteitsgroep Publiekrecht, Universiteit Maastricht.

David de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer te Den Haag.

Nadine Groeneveld-Tijssens
Mr. dr. N.E. Groeneveld-Tijssens is cassatieadvocaat bij Linssen cs Advocaten. Zij is tevens als fellow verbonden aan Tilburg University.
Artikel

Access_open Waarom melden burgers?

Individuele, sociale en institutionele drijfveren voor meldgedrag in het verleden en toekomstige meldingsbereidheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden reporting behavior, crime, citizen participation, psychological drivers, response efficacy
Auteurs Wendy Schreurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Reports by citizens are a great source of information for the police. Local residents often know well what is going on in their neighborhood and which situations are suspicious. In this study, an online survey was conducted to investigate what drives citizens to report to the police. A wide range of individual, social and institutional drivers were explored. The results show that the more often people have reported anything to the police in the past, the higher their risk perception, self-efficacy, citizen participation and police legitimacy. Furthermore, participants with a higher degree of self-efficacy, response efficacy, trust in the police and police legitimacy appeared to be more willing to report in the future. An open question regarding what motivates people the most to report show that response efficacy (the idea to what extent reporting has an effect on increasing safety and reducing crime) and altruistic values (justice, to help society and punish the perpetrators) were mentioned most frequently.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is werkzaam bij de Politieacademie.
Redactioneel

Burgeropsporing: kansen en uitdagingen in een snel ontwikkelende praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Auteurs Nicolien Kop, Sven Brinkhoff en Robin Christiaan van Halderen
Auteursinformatie

Nicolien Kop
Nicolien Kop is als lector criminaliteitsbeheersing & recherchekunde werkzaam bij de Politieacademie.

Sven Brinkhoff
Sven Brinkhoff is werkzaam aan de Open Universiteit.

Robin Christiaan van Halderen
Robin Christiaan van Halderen is werkzaam aan Avans Hogeschool Den Bosch.
Artikel

Heel Holland spoort op

Naar een afwegingsmodel voor de politie in de omgang met burgers die zelfstandig onderzoek doen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Participation, citizen, police, investigation, reciprocity
Auteurs Arnout de Vries, Shanna Wemmers, Stan Duijf e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens investigating crimes themselves is a growing trend, because of democratization of information (e.g. social media), tools (e.g. apps) and knowledge (e.g. explanimations on YouTube). More and more citizens do their own research as modern Sherlocks. The police has to handle these trends in line with participant wishes and the law, but does not yet have concrete tools to do so. This article explores how the police participate in contemporary citizen criminal investigations, including the difficulties and benefits experienced. The obtained insights of the presented research serve as guidance, which can help police officers understand how to participate with citizens who have started, or want to start, a criminal investigation. The presented model explains how police can use it to better guide and stimulate, but also stop or protect citizens in their investigative activities. An app with professional guidance was piloted in four police units to participate with citizens that do their own research and learn from expectations and experiences. Citizens need guidance, but more importantly expect a certain degree of reciprocity in collaborating with police in criminal investigations.


Arnout de Vries
Arnout de Vries is werkzaam bij TNO Groningen.

Shanna Wemmers
Shanna Wemmers is werkzaam als scientist innovator bij TNO.

Stan Duijf
Stan Duijf won als masterstudent Science in Policing en in 2019 de scriptieprijs van de Politieacademie.

Victor Kallen
Victor Kallen klinisch psychofysioloog bij TNO Behavioural & Societal Sciences.
Artikel

De eigenzinnige burgerwacht

Normatieve praktijken als uitgangspunt voor evaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Social practice, police, public administration, vigilante
Auteurs Simen Klok
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizen engagement in public safety is increasing rapidly. This trend, also known as responsibilisation, causes new dilemmas for (local) goverments. This article is based on a case study on a local group in the Dutch municipality Neder-Betuwe. These vigilantes arrest suspects by using extensive and professional equipment. By using the theory of normative practices this article compares the practices of the vigilantes and the local police. Their attitude to themes as safety, community values and the core values of the Dutch rule of law differs. This puts pressure on cooperation between vigilantes and police officers.


Simen Klok
Simen Klok is werkzaam bij Politie Oost-Nederland.
Artikel

Digitale coproductie van preventie en opsporing met burgers

Een verkenning naar de contouren van een nieuw beleidsregime

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Digitale coproductie, digitaal burgerschap, digitale buurtpreventie, digitale opsporing, Technologieregime
Auteurs Steven van den Oord en Ben Kokkeler
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the years, the use of data and digital technology in neighbourhood watch groups for prevention and detection of crime and citizens initiatives to enhance public safety has increased due to social and technological changes of citizen participation in coproduction of safety and digitization of economy and society. This causes a transition towards a new technology regime, a shift from a ‘closed’ information and communication technology regime owned by governmental organizations towards (inter)national ‘open’ platforms, which in turn challenges the current policy regime. This transition creates new societal expectations and challenges, often with contrasting dynamics. For instance, citizens are becoming the so-called ‘eyes and ears’ for government in prevention and detection of crime in neighbourhoods, while professionals are increasingly expected to coproduce safety with citizens through new forms of prevention and detection. With the rise of data and digital technology such as platforms and applications citizens are increasingly enabled to take the lead and initiate collaboration and organize new forms of prevention and surveillance in their own neighbourhoods.
    Both in literature as in public policy practice, neighbourhood prevention and crime detection in general is addressed. However, less attention is spent on the role and impact of data and digital technology. We propose this is an issue because the emerging digital technology regime requires a new conceptual view wherein citizen initiatives are no longer perceived as merely instrumental to government interventions, but are understood as coproducers of public safety in their neighbourhoods, as part of a broader societal shift in which citizens are enabled by digital technology to organize their own data environments. Based on the introduction of digital coproduction, we illustrate four case examples to explain which opportunities for safety professionals and local governments arise to create a policy regime that suits the emerging digital technology regime.


Steven van den Oord
Steven van den Oord is werkzaam aan Avans Hogeschool ’s-Hertogenbosch.

Ben Kokkeler
Ben Kokkeler is is lector Digitalisering en Veiligheid aan Avans Hogeschool ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Is digitale buurtpreventie een goed instrument voor burgeropsporing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden digital neighborhood watch, community crime prevention, crime reduction, surveillance, social control
Auteurs Jossian Zoutendijk en Krista Schram
SamenvattingAuteursinformatie

    It is often assumed that digital neighbourhood watch groups lead to more emergency calls and more arrests by the police. This article revolves around the question whether or not these groups actually contribute to reducing crime in the Netherlands. It does so by looking at recent studies and the results of researchers’ own ‘realist evaluation’ of the city of Rotterdam’s policy on digital neighbourhood watch. The latter includes a reconstruction of the program theory and ten case studies with different types of groups. The reconstruction of program theory revealed two main routes to crime reduction: 1) more emergency calls and more arrests by the police and 2) more social control. Chat histories have been studied and moderators, participants, non-participants and professionals were interviewed on their perception of active mechanisms and on the efficacy of their group. None of the respondents believed their group led to an increased number of arrests, but interviews and chat histories show that crime can be reduced by means of social control. Social control by neighbours limits the opportunity for crime and disturbs criminal acts. Other studies in the Netherlands support this finding. The article closes by putting digital neighbourhood watch in a citizen’s perspective with suggestions to improve the efficacy of digital neighbourhood watch groups and the notion that for citizens, crime reduction is not the only or principal goal.


Jossian Zoutendijk
Jossian Zoutendijk is werkzaam bij Hogeschool Inholland Rotterdam.

Krista Schram
Krista Schram is werkzaam bij Hogeschool Inholland Rotterdam.
Artikel

De synthese der sterren: executeur én afwikkelingsbewindvoerder

Rechtbank Noord-Nederland 22 april 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1822

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 10 2020
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

    In deze bijdrage behandelt de auteur de materiële wijzigingen van de geschillenregeling van het voorontwerp. Het voorontwerp is een stap in de goede richting naar een effectieve(re) geschillenregeling, maar komt niet aan alle bezwaren tegemoet.


Mr. J.A.G. de Boer
Mr. J.A.G. de Boer is advocaat te Den Haag.
Artikel

Earn-out-perikelen – over de inspanningsverplichting van de koper gedurende de earn-out-periode

Beschouwingen bij Rb. Amsterdam 19 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8689

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden overname, koopprijs, redelijkheid en billijkheid, contracteren, M&A
Auteurs Mr. A.G. Colenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    Als een overnamecontract een earn-out-structuur bevat, kan koper verplicht zijn om na afronding van de overname rekening te blijven houden met het belang van verkoper bij het verschuldigd worden van de earn-out. Deze bijdrage behandelt wanneer deze verplichting bestaat en hoe hier in de praktijk invulling aan wordt gegeven.


Mr. A.G. Colenbrander
Mr. A.G. Colenbrander is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open Met datascience op zoek naar indicatoren van georganiseerde criminaliteit en ondermijning

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Georganiseerde criminaliteit Organized crime, Ondermijning Drugs, Datascience Data science, Voorspellende indicatoren Indicators
Auteurs Dr. Patricia Prüfer en Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Increasing digitization and datafication lead to an increasingly important role of data in our society and to changes in the way institutions work and decisions are made. Although it can lead to changes in the type of crime (e.g. cybercrime), datafication also facilitates shifts from visible and registered crime to crime that has not (yet) been measured and registered, like manifestations of organized crime. Analyzing so-called big data can help to recognize new forms of crime, predict risk factors, and decrease the dark number of these forms of crime.
    In this study, we illustrate which indicators determine the stage of an industrial area regarding the occurrence of organized crime. Our supervised machine learning analysis shows that a number of indicators actually have predictive value for the degree of organized crime. These indicators could be used in the future to distinguish which industrial areas run an increased risk of organized and subversive crime.


Dr. Patricia Prüfer
Dr. Patricia Prüfer is groepsleider Data Science bij CentERdata, Tilburg.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning bij Avans Hogeschool.
Artikel

Misverstanden over trauma

Een illustratie aan de hand van ervaringen van professionals

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Trauma, Professionals
Auteurs Dr. mr. Elisa van Ee en Prof. dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Previously we have published an article about misunderstandings regarding trauma and PTSS. In this contribution we deal with other popular beliefs regarding trauma. We focus on trauma among professionals as a consequence of their work. It is explained that a professional does not have to witness violence or another severe case directly in order to develop some form of trauma. Next to that we focus on the misconception that professionals suffering from trauma can receive treatment without support of their loved ones and social network. It is explained that social support is not only relevant but necessary in treating trauma effectively.


Dr. mr. Elisa van Ee
Dr. mr. Elisa van Ee is klinisch psycholoog en onderzoeker bij het Psychotraumacentrum Zuid-Nederland, Reinier van Arkel en Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit. Tevens is zij als extern deskundige op het gebied van trauma verbonden aan het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.
Toont 1 - 20 van 8604 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.