Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 397 artikelen

x
Mededinging

CK Telecoms/Commissie: ‘bridging the gap’ tussen Airtours en SIEC-test?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden mededinging, SIEC, telecom, fusiecontrole
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken en Mr. X.Y.G. Versteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 mei 2020 heeft het Gerecht van de Europese Unie de beschikking van de Europese Commissie vernietigd waarin de Commissie de overname van Telefónica UK door CK Hutchison UK (nadien ‘CK Telecom UK’) – een zogenoemde 4-naar-3-telecomfusie in het Verenigd Koninkrijk – verbood. In dit arrest wordt voor de eerste maal de toepassing van de ‘significant impediment to effective competition’ (SIEC)-test op zogenoemde ‘gap’-zaken onderworpen aan een (indringende) rechterlijke toetsing. Gap-zaken zijn concentratiezaken waarbij geen sprake is van het creëren of versterken van een dominante machtspositie, maar waarbij mogelijk een significante beperking van de concurrentie optreedt doordat de fusie leidt tot de vermindering van concurrentiedruk op een beperkt aantal overgebleven marktspelers. De maatstaf die het Gerecht in CK Telecoms/Commissie aanlegt, lijkt bijzonder zwaar en nadert de bewijsstandaard voor collectieve dominantie zoals geformuleerd in het Airtours-arrest. Dit zal het moeilijk maken voor de Commissie (en nationale mededingingsautoriteiten) om dergelijke fusies in oligopolide markten in de toekomst nog te verbieden.
    Gerecht 28 mei 2020, zaak T-399/16, ECLI:EU:T:2020:217 (CK Telecoms UK Investments/Commissie).


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. (Bas) Braeken is advocaat en partner bij bureau Brandeis.

Mr. X.Y.G. Versteeg
Mr. X.Y.G. (Jade) Versteeg is advocaat bij bureau Brandeis.
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Titel

NTS 2021/37

HR 19 januari 2021, 19/04024, ECLI:NL:HR:2021:69

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

    Sinds inwerkingtreding van de WAMCA kent de collectieve actie een procedurele tweedeling in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase. Inhoudelijke behandeling van de vordering vindt ingevolge art. 1018c lid 5 Rv pas plaats indien en nadat de rechter over de ontvankelijkheid heeft beslist. De vraag is in hoeverre de twee fasen los van elkaar kunnen worden gezien, nu elementen van de ontvankelijkheidstoets nauw zijn verweven met de inhoudelijke beoordeling. De auteur maakt een vergelijking met de Amerikaanse federale class action, die een soortgelijke problematiek kent, en betoogt dat een genuanceerde toepassing van art. 1018c lid 5 Rv aangewezen is.


Pim Wissink
Mr. P.G.J. Wissink is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/8

HR 15 december 2020, 19/01763, ECLI:NL:HR:2020:1969

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/19

HR 27 oktober 2020, 19/03288, ECLI:NL:HR:2020:1675

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

Access_open Het effect van een pro Justitia-rapportage op de bewijsbeslissing: een empirische verkenning

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pro Justitia, Guilt, Conviction, Forensic mental health report
Auteurs Roosmarijn van Es MSc., Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. Jan de Keijser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A forensic mental health report is requested in about 30% of more serious cases presented to the criminal court. These reports can be used at sentencing and advise the judge on criminal responsibility, recidivism risk, and possible treatment measures, but is not a formal factor in decisions about guilt. The current study focuses on the (unwarranted) effect of forensic mental health information on conviction decisions. Using an experimental vignette study among 155 criminology students, results show that when a mental disorder is present, conviction rates are higher than when such information is absent. In line with the story model of judicial decision-making, additional analyses showed that this effect was mediated by the evaluation of guilt rather than by the evaluation of other physical evidence. Implications for further research and practice are discussed.


Roosmarijn van Es MSc.
Roosmarijn van Es is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de rol van informatie in pro Justitia-rapportages in rechterlijke beslissingen over bewijs en straf.

Dr. Janne van Doorn
Janne van Doorn is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Jan de Keijser is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Kroniek formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Frezia Aarts, Max den Blanken, Rachel Bruinen e.a.

Frezia Aarts

Max den Blanken

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Jan Hoek

Chaimae Ihataren

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Jiska Veenstra

Paul Verweijen

Ben Polman

Robert Malewicz

Debora Middelburg
Essay

Christendom en secularisme in Europa en de waarden van de democratische rechtsstaat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden christendom, Secularisme, Samenleven, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. dr. Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Since society was secularized, the values of democracy based on the rule of law seem to have the best (potential) binding force for social cohesion. These values are linked to Christianity however. The relation between both will be explained by a critical review of Larry Siedentops Inventing the individual and Olivier Roy’s l’Europe est-elle chrétienne?


Mr. dr. Paul van Sasse van Ysselt
Mr. dr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is hoofd cluster grondrechten bij de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onderzoeker bij de afdeling Staats- en bestuursrecht, faculteit Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam.

    Bespreking van het Hongaarse banken-arrest van het Hof van Justitie over het concept van de doelbeperking.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is werkzaam bij Stek.
Artikel

Publieke en private handhaving van het kartelverbod – een convergente toepassing van dezelfde norm?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2020
Trefwoorden kartel, kartelverbod, publieke handhandhaving, private handhaving
Auteurs Ellen Römkens, Anke Prompers, Aron Bouman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit tweeluik zal aan de hand van rechtspraak worden geïnventariseerd of ten aanzien van (a) het bewijzen van kartelafspraken en (b) de wijze van toerekening, we op het eerste oog kunnen spreken van een convergente toepassing van het kartelverbod door de Nederlandse bestuursrechter en de civiele rechter.


Ellen Römkens
Mr. H.B.M. Römkens is senior medewerker toezicht bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Anke Prompers
Mr. A.S.M.L. Prompers is coördinator beroepen bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Aron Bouman
Mr. A. Bouman is medewerker toezicht bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Marc Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat/partner bij Dentons Europe LLP.

Reinier Lamberti
Mr. R.J.G. Lamberti is advocaat bij Dentons Europe LLP.
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 11 juli 2020 en 23 september 2020.
Artikel

De AVG en ontslag: twee jaar na inwerkingtreding AVG

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Privacy, Ontslag, Arbeidsverhouding, Normenkader
Auteurs mr. Karolina Dorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee jaar na inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming zet de auteur in dit artikel een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van gegevensverwerking en -bescherming op de werkvloer uiteen. In het eerste deel van het artikel gaat zij in op de meer institutionele aspecten waaronder de evaluatie van de (U)AVG. De auteur ziet ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en toezicht zoals de voorgenomen wetgeving over het gebruik van alcohol- en drugstesten op de werkvloer en de ontwikkelingen op het gebied van biometrie waaronder een hoge boete van Autoriteit Persoonsgegevens voor het gebruik van de vingerscan bij toegangscontrole. In deel 2 van dit artikel zal de huidige stand van de rechtspraak worden afgezet tegen de strengere normen uit de AVG.


mr. Karolina Dorenbos
Karolina Dorenbos is data privacy manager bij een Nederlands bouwconcern en gespecialiseerd in dataprivacy, gegevensbescherming en (HR-gerelateerde) privacywetgeving.
Artikel

Over het oogmerkbestanddeel in artikel 285b Sr, dwang en heimelijke belaging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Oogmerk, belaging, dwang, artikel 285b Sr, heimelijke belaging
Auteurs Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor belaging ex artikel 285b Sr is vereist dat de belager ten tijde van de delictsgedraging beschikte over het oogmerk ‘die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel vrees aan te jagen’. In deze bijdrage wordt de relatie tussen dit oogmerkbestanddeel en het begrip ‘dwingen’ onderzocht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de door de indieners van het wetsvoorstel beoogde werking van het bestanddeel niet tot uitdrukking is gekomen in de rechtspraak. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor (de toegevoegde waarde van) het oogmerkbestanddeel, van het oordeel van de Hoge Raad dat ook stiekem verrichte gedragingen als belaging kunnen worden aangemerkt.


Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde doet onderzoek naar belaging bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/113

HR 29 september 2020, 19/00464, ECLI:NL:HR:2020:1522

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Artikel

De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de eigenaar of huurder van een henneppand

Een verkenning en analyse van de jurisprudentie van de Hoge Raad

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden strafrechtelijke aansprakelijkheid, eigenaar/huurder henneppand, hennepkwekerij, telen, opzettelijk aanwezig hebben
Auteurs Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een bespreking en analyse van de rechtspraak van de Hoge Raad worden in deze bijdrage de grote lijnen geschetst van de voorwaarden waaronder strafrechtelijke aansprakelijkheid van de eigenaren of huurders van henneppanden kan worden aangenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het telen van hennep en het opzettelijk aanwezig hebben daarvan. Daarnaast wordt het verschil tussen beide gedragingen belicht. Hiermee is beoogd de feitenrechter enige handvatten te bieden bij de beantwoording van de soms lastige vraag of de eigenaar of huurder van een pand in voorliggende zaken verantwoordelijk kan worden gehouden voor de daarin aangetroffen hennepkwekerij.


Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser
Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Toont 1 - 20 van 397 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 19 20
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.