Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 416 artikelen

x
Artikel

Access_open De erkenning van het boeddhisme en andere levensbeschouwingen in België

Op naar het Nederlandse model?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden boeddhisme, financiering religies/levensbeschouwingen, geestelijke verzorgers, godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs, België – Nederland
Auteurs Leni Franken
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2020, the Belgian federal Government announced that it will recognize Buddhism as a non-confessional worldview. This recognition will give the Buddhists several privileges: the salaries and pensions of lama’s as well as of Buddhist consultants in prisons, hospitals and the army will be paid for by the state. In addition, state schools will be required to organize Buddhist education at parental request. From the perspective of equal treatment and within the current constitutional framework, the recognition of Buddhism can only be welcomed. But is this constitutional framework, which is amongst others indebted to the concordat between Napoleon and the Holy See (1801), still up to date? In 1983, the Dutch Government abolished this Napoleonic model of state financing and opted for a profound reform of the system. In this article, I will show why such a reform could also be useful and inspiring in the Belgian context.


Leni Franken
Leni Franken studeerde filosofie en godsdienstwetenschappen en promoveerde aan de UAntwerpen op een proefschrift rond overheidsneutraliteit en financiering van levensbeschouwingen. Momenteel is ze als onderwijsbegeleider verbonden aan het Centrum Pieter Gillis (UAntwerpen).

Mr. dr. G.T.J. Hoff
Artikel

Kinderen uit de erfrechtelijke wachtkamer bij werking levenstestament?

A continuing story

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 36 2021
Trefwoorden Testament
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols
Artikel

Erfrechtelijk onlosmakelijk verbonden ‘stars and stripes’

HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1646

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 19 2021
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols
Artikel

Tussen partijautonomie en ­ongelijkheidscompensatie: hoe kantonrechters omgaan met niet-vertegenwoordigde partijen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Self-representation, Party autonomy, Equality of arms, Judging, Civil procedure
Auteurs Jos Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the impact of the (increasing) possibility for parties in Dutch civil cases to litigate without the guidance of a legal aid provider on Dutch civil procedure. It analyses the extent to which such self-representation influences the role of the judge in the context of Dutch subdistrict court procedures, where representation is not mandatory. Through empirical data, collected through semi-structured interviews with 26 subdistrict judges, more insight is gained into the dilemmas that the lack of representation of parties presents to judges, and the ways in which they deal with these dilemmas. The interviews show how judges seek a balance between their role as neutral arbitrator in a dispute and a more active role necessitated by parties not being represented by a legal aid provider. In doing so, they navigate between process and content. Within this dynamic, judges must constantly balance the trade-off between acting more actively to gather sufficient information for a substantive handling and assessment of the case, on the one hand, and safeguarding the limits of party autonomy and their own (perceived) neutrality, on the other. Full party autonomy is viewed by judges as unrealistic and, moreover, contrary to truth-finding.


Jos Hoevenaars
Jos Hoevenaars is postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit onderzoek maakt deel uit van het ERC consolidator project ‘Building EU Civil Justice: challenges of procedural innovations – bridging access to justice’ (Grant Agreement No.726032), www.euciviljustice.eu.
Artikel

Een andere betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden de zaak Poch, uitlevering en kleine rechtshulp, terugwerkende kracht en artikel 7 EVRM respectievelijk 15 IVBPR, vertrouwensbeginsel, verkapte uitlevering
Auteurs Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse en Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op een eerdere publicatie in NTS van de hand van Rozemond en Van der Wilt. Machielse en Myjer schrijven dat Rozemond en Van der Wilt kennelijk geen oog hebben gehad voor de inhoud van de onderzoeksopdracht aan de Commissie Dossier J.A. Poch. De Nederlandse autoriteiten waren in de zaak Poch gebonden aan verdragen, wetgeving, rechtspraak en internationale omgangsvormen. Nederland heeft zich altijd voorstander getoond van internationale samenwerking op het gebied van opsporing en vervolging. Toen Argentinië aan Nederland verzocht rechtshulp te verlenen en inlichtingen te verschaffen nadat tegen Poch verdenking was gerezen van medeplegen van internationale misdrijven heeft Nederland aan dat verzoek gehoor gegeven.


Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse
Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse was advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer was rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en hoogleraar rechten van de mens aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Bewind, de vijfjaarsregeling en de partij-kiezende rechtbank

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 16 2021
Auteurs Prof. mr. Dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. Dr. F.W.J.M. Schols
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2021
Auteurs Mr. M.C.A. Scholten
Auteursinformatie

Mr. M.C.A. Scholten
Mr. M.C.A. Scholten is notarieel en fiscaal jurist en vakcoördinator fiscaliteit en familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Recent

Net vrij roert Mahienour El-Massry zich alweer

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2021
Auteurs Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt
Artikel

De bijstandsgerechtigde verwachter

Ook bij tweetrapsmakingen kan bijstand worden teruggevorderd vanaf overlijdensdatum erflater

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 15 2021
Auteurs Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin

Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2021
Auteurs Mr. S.C. Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Artikel

De gevangene als actor

De mogelijkheden van gevangenen om hun eigen situatie en het gevangenissysteem te beïnvloeden in Rotterdamse gevangenissen, 1800-1850

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Agency, gevangenen, geschiedenis van het gevangeniswezen, macht
Auteurs Iris van der Zande
SamenvattingAuteursinformatie

    Prisoner’s agency is often marginalized in the Dutch history of the prison. This article concretizes how inmates could influence their own lives and the prison system in the first half of the nineteenth century. By focusing on interaction as an indicator of agency, it is possible to go beyond the traditional analysis of agency as a form of resistance. A multidimensional perspective, in which attention is paid to resistance, negotiation and cooperation enlightens the diversity in which prisoners’ agency is expressed. In this way, this article aims to disprove the persistent stereotype of the powerless prisoner in the historiography of the Dutch prison.


Iris van der Zande
Iris van der Zande, MA is historicus en promovendus bij de Open Universiteit. Ze doet in het door NWO-gefinancierde onderzoeksproject ‘The Power of the Prisoner: Agency, Emotions and Gender, 1800-1900’, onderzoek naar de macht van gevangenen in Nederland.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De tijd heelt alle wonden … maar de littekens blijven

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdsverloop, Vervolgingsverjaring, Recht tot strafvordering, Afschaffing van de verjaring, Opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Van oudsher vervalt na verloop van tijd het recht tot strafvordering. De wettelijke regeling van deze zogeheten vervolgingsverjaring vormt echter allang geen rustig bezit meer. Zij is de laatste decennia zo vaan en zo ingrijpend gewijzigd dat de vraag rijst of ze niet evengoed helemaal kan worden afgeschaft. Dat is de vraag die in dit artikel onder ogen wordt gezien.


Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
Leo van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Artikel

Groen van Prinsterer las Tocqueville

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Tocqueville, Groen van Prinsterer, democratie, revolutie
Auteurs Jurn de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    The books by the French writer Alexis Tocqueville attracted great interest, also in the Netherlands, including Groen van Prinsterer and his friends. Groen frequently quotes from it, often with approval – for example about the vulnerability of democracy –, sometimes with critical commentary – about democracy as the fruit of revolutionary concepts, for example. This article contains the result of an investigation into intercourse of Groen with the works of Tocqueville. This research was carried out as part of the Tocqueville project of Prof. Sophie van Bijsterveld, professor of Law, Religion and Society at Radboud University in Nijmegen (https://www.ru.nl/tocqueville/).


Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries was hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, lid van de Eerste Kamer en postdoc-onderzoeker publieke theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen.
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Auteurs F. Schuthof LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).

    Sinds 2014 kunnen zorginstellingen de rechter vragen een vertegenwoordiger voor een cliënt te benoemen of te ontslaan. Het is niet de bedoeling dat een instelling die bevoegdheid aangrijpt om kritische familie buitenspel te zetten. Soms kan er echter sprake zijn van een vastgelopen situatie waarin de instelling weinig andere opties heeft.


Mr. drs. S.E. Garvelink
Sebastiaan Garvelink is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2021
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.

Trudeke Sillevis Smitt
Toont 1 - 20 van 416 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.