Zoekresultaat: 79 artikelen

x
Artikel

Juridische nerds

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2020
Auteurs Erik Jan Bolsius en Jean-Pierre Jans
Auteursinformatie

Erik Jan Bolsius

Jean-Pierre Jans
Beeld
Artikel

Access_open De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Trefwoorden smart lamp posts, public values, data principles, digital entanglement, Quadruple Helix
Auteurs Dr. Bart Karstens, Linda Kool MSc MA en Prof. dr. ir. Rinie van Est
SamenvattingAuteursinformatie

    The smart city is the urban ideal of our time. Yet its high expectations often run counter against the performance of smart city projects in practice. The Rathenau Institute has studied a number of such projects in the municipality of Eindhoven, a leading city with respect to digital innovation in the Netherlands. To ensure that data is used in a proper manner with respect for public values Eindhoven has applied several strategies, such as privacy by design and the active involvement of its citizens. It has also set up a number of principles for the digital society which helped to negotiate contracts with private partners. Yet the authors’ analysis shows that important legal challenges remain. Some of the principles require more detailed specification. The authors also found that the law is not yet fully appropriated to the new digital context and needs to be adjusted accordingly.


Dr. Bart Karstens
Dr. B. Karstens is onderzoeker op het gebied van kunstmatige intelligentie en de digitale samenleving bij het Rathenau Instituut.

Linda Kool MSc MA
L. Kool MSc MA is coördinator binnen het thema Digitale Samenleving verbonden aan het Rathenau Instituut.

Prof. dr. ir. Rinie van Est
Prof. dr. ir. Q.C. van Est is als coördinator binnen het thema Slimme Samenleving werkzaam bij het Rathenau Instituut. Hij is tevens hoogleraar Technology Assessment and Governance aan de Technische Universiteit Eindhoven.
Artikel

Access_open De blinde vlek in praktijk en discussie rond orgaandonatie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2020
Trefwoorden organ donation, ethics of organ donation, symbolic nature of the human body, ethics and ritual, symbolic legislation theory
Auteurs Herman De Dijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In countries like Belgium and The Netherlands, there seems to be overwhelming public acceptance of transplantation and organ donation. Yet, paradoxically, part of the public refuses post-mortal donation of their own organs or of those of family members. It is customary within the transplantation context to accept the refusal of organ donation by family members “in order to accommodate their feelings”. I argue that this attitude does not take seriously what is really behind the refusal of donation by (at least some) family members. My hypothesis is that even in very secularized societies, this refusal is determined by cultural-symbolic attitudes vis-à-vis the (dead) human body (and some of its parts). The blind spot for this reality, both in the practice of and discussions around organ donation, prevents understanding of what is producing the paradox mentioned.


Herman De Dijn
Herman De Dijn is emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven.

    This is a review of the book Met de kennis van morgen. Toekomst verkennen voor de Nederlandse overheid (‘With the knowledge of tomorrow. Exploring the future for the Dutch government’), published at the end of 2018. The bundle contains ten contributions written by authors working at various Dutch advisory boards and planning agencies. The articles do not discuss subjects belonging to the Justice and Security domain. But they are certainly relevant in terms of methods and approach.


Dr. Bob van der Vecht
Dr. B. van der Vecht is als Senior Researcher verbonden aan TNO. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.

    In Confédération paysannes oordeelde het Hof dat mutagenesetechnieken ontwikkeld na het vaststellen van de doelbewuste introductie van GGO Richtlijn, waaronder bijvoorbeeld CRISPR/CAS9, binnen de werkingssfeer van de GGO Richtlijn vallen. Tegelijkertijd concludeerde het dat de uitzondering voor GGO’s verkregen door ‘mutagenese’, vervat in Annex I B, niet geldt voor deze nieuwe technieken, en daarom aan een risicobeoordeling moeten worden onderworpen. Deze oudere en zich als veilig bewezen GGO’s mogen volgens het Hof van Justitie echter wel aan nadere nationale regels worden onderworpen (partiële harmonisatie). De resulterende uitbreiding van de reikwijdte van deze kaderrichtlijn naar GGO’s verkregen door gerichte mutagenese heeft repercussies voor alle wetgeving waarin het begrip ‘GGO’ centraal staat.
    HvJ 25 juli 2018, zaak C-528/16, Confédération paysanne, Réseau Semences Paysannes, Les Amis de la Terre Frane, Collectif Vigilance OGM et pesticides 16, Vigilance OG2M, CSFV49, OGM daners, Vigilance OGM 33, Fédération Nature et Progrès/Premier ministre, Ministre de l’Agriculture, de Agroalimentaire et de la Forêt, ECLI:EU:C:2018:538.


Prof. mr. J. Somsen
Prof. mr. J. (Han) Somsen is hoogleraar EU-recht aan de Tilburg Law School.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.
Artikel

Van individu naar dividu

Lessen uit de Silicon Valley voor de regulering van kunstmatige voortplanting

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden kunstmatige voortplanting, e-health, biotechnologie, digitale technologie
Auteurs Dr. mr. B.C. van Beers
SamenvattingAuteursinformatie

    Lezing gehouden bij de gelegenheid van het 50-jarige bestaan van de Vereniging voor Gezondheidsrecht op 20 april 2018 in Rotterdam, met als onderwerp de regulering van kunstmatige voortplanting waarbij men veel kan leren van het huidige debat over internetdata en algoritmen.


Dr. mr. B.C. van Beers
Britta van Beers is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Diversen

Redeloze voorzorg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Auteurs Dr. Jaap Hanekamp en Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Auteursinformatie

Dr. Jaap Hanekamp
Jaap Hanekamp is zowel gepromoveerd in de chemie en geneeskunde (1992) als in de theologie en filosofie (2015). Hij is Universitair Hoofddocent University College Roosevelt, Middelburg en adjunct-professor, University of Massachusetts, Environmental Health Sciences, Amherst, MA, USA.

Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Prof. em. mr. dr. drs. Lucas Bergkamp, arts en jurist, is partner bij Hunton & Williams, Brussel. Hij was hoogleraar international milieuaansprakelijkheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De nominalistische theorie van de rechtssubjecten

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2017
Trefwoorden rechtssubject, natuurlijk persoon, rechtspersoon, staat, orgaan
Auteurs Robert Jan Witpaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel presenteer ik een nieuwe ‘nominalistische’ theorie van de rechtssubjecten en laat ik zien waarom geen van de tot nu gepresenteerde theorieën de toets der kritiek kan doorstaan. Het artikel valt uiteen in een constructief en een kritisch deel. In het constructieve deel presenteer ik eerst de nominalistische theorie van de rechtssubjecten. Deze theorie richt zich op de persoonlijke elementen van het rechtssysteem en begrijpt rechtspersonen en organen als namen die uitsluitend bestaan binnen het rechtssysteem. In het kritische deel presenteer ik vervolgens een overzicht van de tot nu toe verdedigde theorieën van de rechtspersoon. Het gaat daarbij respectievelijk om de sociaal-biologische of organische leer, de sociologische leer, de sociologisch-juridische leer, de fictieleer en de leer van het (gepersonifieerde) normencomplex. Aan de hand van enkele algemeen geaccepteerde kenmerken van de rechtspersoon laat ik ten slotte zien waarom geen van deze alternatieve theorieën de toets der kritiek kan doorstaan.


Robert Jan Witpaard
Mr. dr. Robert Jan Witpaard is jurist bij de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

De Omgevingswet zet een speelveld uit voor duurzame ontwikkeling

Maar waar staan de piketpalen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, duurzame ontwikkeling
Auteurs Drs. J.E.M. (Michel) Filart
SamenvattingAuteursinformatie

    Het begrip duurzame ontwikkeling is al enkele decennia onderwerp van publiek debat. Het heeft zich ook sluipenderwijs een plek verworven in het internationale recht. Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet introduceert het begrip duurzame ontwikkeling in de Nederlandse wetgeving. En wel meteen als kerndoel van de wet. Deze ‘evolutiestap’ zou een impuls moeten geven aan de normatieve betekenis van duurzame ontwikkeling binnen de Nederlandse samenleving.
    Dit beschrijvende artikel plaatst het begrip duurzame ontwikkeling in het perspectief van zijn opkomst. Hiermee wordt getracht te peilen wat de huidige normatieve kracht van het begrip is en of het wetsvoorstel van de Omgevingswet de normatieve kracht van duurzame ontwikkeling versterkt. Op basis van de bevindingen in dit artikel zal de auteur nader onderzoeken hoe de Omgevingswet kan worden ingezet voor de verdere normatieve versterking van duurzame ontwikkeling.
    Dit artikel memoreert eerst de waarden die aan het concept duurzame ontwikkeling ten grondslag liggen. Daarna geeft het globaal weer hoe het staat met de problematiek waarvoor het begrip duurzame ontwikkeling in het leven is geroepen. Vervolgens tracht het aan te geven in hoeverre er bestuurlijke en juridische ‘handen en voeten’ zijn gegeven aan duurzame ontwikkeling. Daarbij worden onder andere de Verklaring van Rio de Janeiro voor Milieu en Ontwikkeling uit 1992 en de alweer bijna vergeten Millennium Declaration uit 2000 in herinnering gebracht. Vervolgens wordt de blik op Nederland gericht. In ‘gidsland’ Nederland kwam na de ondertekening van de genoemde Verklaring van Rio veel positieve energie los rond duurzame ontwikkeling. De heldere Nederlandse koers raakte echter verloren in de mistbanken van de internationale politiek. Dit lijkt de daadkracht die in de jaren na ‘Rio 1992’ aan de dag was gelegd, geen goed te hebben gedaan.
    Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet slaat ‘piketpalen’ voor een nieuw ‘speelveld’ voor duurzame ontwikkeling. Het wetsvoorstel sluit aan bij de ecologische achtergrond van het begrip duurzame ontwikkeling. Wellicht zet dit nieuwe wettelijke kader de maatschappelijke krachten op een duurzamere koers. De normatieve kracht van duurzame ontwikkeling binnen het kader van de Omgevingswet lijkt te worden begrensd door wetenschappelijke, juridische en bestuurlijke (on)mogelijkheden om omgevingswaarden voor duurzame ontwikkeling te definiëren. De normatieve kracht van de Omgevingswet wordt mede bepaald door de wisselwerking tussen de Omgevingswet en andere rechtsdomeinen. Het artikel bakent dit externe bereik van de Omgevingswet conceptueel af aan de hand van de term ‘duurzaamheidsrecht’, een concept dat goed aan zou kunnen sluiten bij de maatschappelijke behoefte aan duurzame ontwikkeling, maar dat in de bestaande Nederlandse situatie geen formele rechtsbasis heeft.


Drs. J.E.M. (Michel) Filart
Drs. J.E.M. (Michel) Filart is zelfstandig onderzoeker-adviseur onder de bedrijfsnaam Improofit MVO-Consult en buitenpromovendus via de Open Universiteit (zie voor verdere informatie www.improofit.com).
Artikel

40 jaar JV!

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2014
Auteurs Bert Berghuis, Marit Scheepmaker, Ben Rovers e.a.

Bert Berghuis

Marit Scheepmaker

Ben Rovers

Frans Leeuw

Albert Klijn

Frits Huls
Artikel

De provinciale Verordening ruimte als instrument voor verduurzaming van de veehouderij

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden provinciale Verordening ruimte, veehouderij, milieunormen, duurzaamheid
Auteurs Mr. P.B. Bokelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De schaalvergroting en intensivering in de veehouderij hebben met name in de concentratiegebieden geleid tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie bezien op welke wijze deze verslechtering door middel van de Verordening ruimte kan worden tegengegaan. Vervolgens wordt aan de hand van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant kritisch bezien of het mogelijk is dit verslechterde woon- en leefklimaat te verbeteren en tegelijkertijd de verduurzaming van de veehouderij te bevorderen. Geconcludeerd wordt dat door middel van de algemene regels van de provinciale Verordening ruimte de vestiging en uitbreiding van veehouderijen in aangewezen gebieden kunnen worden beperkt of verboden, zelfs als daarmee wordt afgeweken van een reconstructieplan of wanneer reeds maatregelen zijn getroffen op grond van de regelgeving ter bestrijding van dierziekten. Uit de wetsgeschiedenis valt op te maken dat in de Verordening ruimte ook milieunormen kunnen worden opgenomen, tenzij daardoor strijd ontstaat met andere wetgeving. Daarmee zou de Verordening ruimte in beginsel de mogelijkheid bieden om het woon- en leefklimaat te verbeteren en tevens de duurzaamheid van de veehouderij te bevorderen. Echter, de wijze waarop de milieunormen in de Verordening ruimte 2014 van Noord-Brabant zijn vormgegeven, lijkt – vooral met betrekking tot de normen voor geur en fijn stof – juridisch kwetsbaar. De toekomst zal daarom moeten uitwijzen of de provinciale Verordening ruimte ook een bruikbaar instrument is voor de verduurzaming van de veehouderij.


Mr. P.B. Bokelaar
Mr. P.B. (Peter) Bokelaar is senior (juridisch) beleidsmedewerker bij de directie Duurzaamheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

De Embryowet opnieuw geëvalueerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden embryo, stamcellen, geslachtskeuze, chimaere
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem, dr. W.J. Dondorp, prof. mr. J. Legemaate e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Embryowet werd in 2012 voor de tweede keer geëvalueerd. Veel van de in de eerste evaluatie gesignaleerde knelpunten zijn nog niet opgelost, en er zijn nieuwe bijgekomen. Het zijn met name de verbodsbepalingen die tot discussie (blijven) leiden. Zo beperkt het verbod om embryo’s voor andere doeleinden dan zwangerschap tot stand te brengen nog steeds de mogelijkheden voor onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van nieuwe voortplantingstechnieken. Een nieuwe discussie betreft het maken van mens-diercombinaties als mogelijke bron van menselijke organen. De Embryowet verbiedt dergelijke ‘chimaeren’ langer dan veertien dagen te kweken, maar dat verbod is zo geformuleerd dat de huidige techniek voor het maken van chimaeren er niet onder valt. De auteurs bespreken in hun bijdrage nog diverse andere technologische ontwikkelingen, geven aan welke implicaties die hebben voor de Embryowet en plaatsen kanttekeningen bij de door het kabinet in reactie op beide evaluaties ingenomen standpunten.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is onderzoeker/docent bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW.

prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

prof. dr. G.M.W.R. de Wert
Guido de Wert is hoogleraar bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW. Alle auteurs maakten deel uit van het onderzoeksteam dat de tweede evaluatie van de Embryowet heeft uitgevoerd. De laatste auteur maakte ook deel uit van het team dat de eerste evaluatie uitvoerde.
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Paul De Hert
Paul De Hert is Professor at the Vrije Universiteit Brussels (VUB) and head of the Department of Interdisciplinary Studies of Law. He is also the Director of the VUB’s Research Group on Fundamental Rights (FRC).
Diversen 2

Verslag jubileumvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden VGR, klinische genetica, kwaliteit van zorg, levenseinde, preventie
Auteurs Mr. J.M. Janson en mr. J.C. Smeur
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege het 45-jarige bestaan van de Vereniging voor Gezondheidsrecht is in april 2012 een jubileumvergadering gehouden met de titel ‘Werk in uitvoering: de toekomst van het gezondheidsrecht’. Tijdens de vergadering gaf prof. dr. H. Nys een toelichting op de oratiebundel die ter gelegenheid van het jubileum is uitgegeven en sprak prof. dr. P. Schnabel de vijfde Henk Leenenlezing uit met de titel: ‘De maatschappelijke betekenis van het gezondheidsrecht’. Aansluitend waren vier parallelsessies georganiseerd over respectievelijk het begin van het leven, preventie en publieke gezondheid, juridische implicaties van klinische genetica en het einde van het leven. Tijdens het middaggedeelte spraken prof. dr. H.M. Dupuis, prof. dr. A.C. Nieuwenhuijzen-Kruseman en prof. dr. M. Trappenburg over de bijdrage van het gezondheidsrecht aan de (toekomstige) kwaliteit van zorg.


Mr. J.M. Janson
Josine Janson is werkzaam als inspecteur-jurist bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

mr. J.C. Smeur
Judith Smeur is werkzaam als parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het openbaar ministerie.
Artikel

Access_open Stephen Graham

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2012
Trefwoorden militarization of space, security, cities
Artikel

Brüstle: embryonale fout met grote gevolgen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden menselijke embryo’s, octrooieerbaarheid, richtlijn 98/44/EG, artikel 6 lid 2 onder c, menselijke waardigheid
Auteurs Prof. mr. H. Somsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/44/EG verplicht lidstaten biotechnologische uitvindingen door middel van het octrooirecht te beschermen. De octrooieerbaarheid van dergelijke uitvindingen is echter controversieel. Allereerst zijn de traditionele vereisten voor het verkrijgen van een octrooi (nieuw, inventieve stap, industrieel toepasbaar) slechts moeizaam verenigbaar met biologisch materiaal dat doorgaans in de natuur al voorhanden is. Daarnaast bestaan ethische en morele bezwaren tegen zowel het idee als zodanig dat (menselijke) levende materie het onderwerp zou kunnen zijn van eigendomsrechten, als tegen de gevolgen van dergelijke octrooien. Tot die laatste categorie behoort ook het gebruik en dus vernietiging van menselijke embryo’s voor industriële doeleinden.Om tegemoet te komen aan dergelijke bezwaren bepaalt de richtlijn in artikel 6 lid 1 dat uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met de openbare orde of met de goede zeden van octrooieerbaarheid worden uitgesloten. Lid 2 maakt onder (c) duidelijk dat hieronder in ieder geval het gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden moet worden verstaan.In zaak C-34/10, Brüstle/Greenpeace, heeft het Hof van Justitie zich moeten uitlaten over de betekenis van het begrip ‘menselijk embryo’. Het antwoord op die vraag bepaalt de reikwijdte van de ethische uitzondering van artikel 6 lid 2 onder c, en daarmee wellicht de verdere ontwikkeling van stamceltherapie, waarbij door middel van het gebruik van embryo’s geneesmethodes worden ontwikkeld voor neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson.


Prof. mr. H. Somsen
Prof. mr. H. Somsen is hoogleraar Europees Recht aan de Tilburg Law School.

Dr. T. van der Valk
Toont 1 - 20 van 79 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.