Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 502 artikelen

x
Artikel

Denken in kansen. Het leerstuk verlies van een kans stevig verankerd

Bespreking van HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:461, NJ 2021/127 (ISG/Natwest)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden kansschade, proportionele aansprakelijkheid, bancaire zorgplicht, condicio sine qua non-verband, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs zag de Hoge Raad zich in een zaak over bancaire (bijzondere) zorgplicht gesteld voor de vraag of het leerstuk van verlies van een kans ook van toepassing is ingeval het van gedrag van benadeelde zou hebben afgehangen of de kans zich zou hebben verwerkelijkt. In dit artikel wordt onderzocht of de Hoge Raad met het hier besproken arrest het leerstuk oprekte dan wel een eerder ingezette lijn bevestigde.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten
Artikel

De kennisgevingsplicht van de verzekeraar in de zin van art. 7:929 lid 1 BW

Enkele beschouwingen naar aanleiding van het Aegon/Kinderen H.-arrest

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2021
Trefwoorden waarschuwingsplicht, levensverzekering, tweemaandentermijn, mededelingsplicht, verzekering
Auteurs Mr. dr. P.M. Leerink en Mr. dr. K. Engel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 februari 2021 heeft de Hoge Raad opnieuw een belangrijk arrest gewezen voor de verzekeringspraktijk. In dit arrest heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de kennisgevingsplicht van art. 7:929 lid 1 BW, waaraan de verzekeraar die een beroep doet op schending van de precontractuele mededelingsplicht (art. 7:928 BW) zich moet houden. Auteurs bespreken het arrest van de Hoge Raad en de implicaties daarvan.


Mr. dr. P.M. Leerink
Mr. dr. P.M. Leerink is advocaat bij JPR Advocaten in Deventer.

Mr. dr. K. Engel
Mr. dr. K. Engel is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad en lid van de geschillencommissie van Kifid te Den Haag.

    Een gegarandeerde beschikbaarheid van innovatieve vaccins is onmisbaar in een wereld waar levensbedreigende infectieziekten steeds vaker voorkomen. Het risico dat vaccins bijwerkingen hebben en tot letsel leiden is daarbij onvermijdelijk. Het verhalen van vaccinatieschade via het aansprakelijkheidsrecht blijkt gecompliceerd. De auteur onderzoekt alternatieve systemen voor vergoeding van schade door vaccinaties. Vertrekpunt daarbij is Amerikaans onderzoek op dit terrein. Zij concludeert dat een no-faultschadefonds met een gedeeltelijke immuniteit van vaccinproducenten de meest geschikte weg is om vaccinatieschade te vergoeden zonder dat de ontwikkeling van vaccins in gevaar komt. De auteur doet enkele suggesties over de invulling van een dergelijk fonds.


Mr. drs. I. Haazen
Mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht.
Legisprudentie

Pionieren bij de uitleg van het EVRM

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden EHRM, wetgevingsadvisering, Raad van State, klimaat, Urgenda
Auteurs M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechterlijke uitspraken die de Urgenda-procedure heeft opgeleverd, is een verstrekkende uitleg gegeven aan de artikelen 2 en 8 EVRM. Voor die uitleg kon slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op EHRM-jurisprudentie. De Hoge Raad heeft, mede op verzoek van de procespartijen, ervan afgezien gebruik te maken van de mogelijkheid om het EHRM te verzoeken zich bij wijze van niet-bindende opinie uit te spreken over de betekenis van de relevante verdragsbepalingen voor deze zaak. In deze aflevering van ‘Legisprudentie’ wordt de vraag opgeworpen of de Afdeling advisering van de Raad van State bij de beoordeling van wetgeving die raakt aan de klimaatcrisis ook wel eens aan het pionieren slaat bij haar interpretatie van het EVRM.


M. Nap
M. (Mentko) Nap is beleidsmedewerker wetgevingskwaliteit bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Annotatie

Geslaagd beroep op noodweerexces

Annotatie bij Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 oktober 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:284

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
Auteursinformatie

Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. Pesselse is werkzaam als wetenschappelijk medewerker straf(proces)recht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba. Hij is tevens als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (STeR) van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Access_open Risicoprofiling of risicovolle profiling tijdens grenscontroles?

Naar een verantwoord gebruik van proactieve risicoprofielen door rechtshandhavingsinstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden risk profiling, crime prevention, risk profiles, false positives, security method
Auteurs Jop Van der Auwera en Lore Van de Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Although risk profiling can by no means be considered as a ‘new’ crime prevention tool, its application has gained popularity over the years. Both in the screening of asylum seekers, in border control at airports (e.g. behavioural profiling or the use of risk profiles in the European Passenger Information Unit) and in the designation of hotspots at the local level (e.g. the Crime Anticipation System), attempts are now being made to identify persons with criminal intentions more often on the basis of ordinal risk assessment tools. This sudden increase in popularity is not remarkable, since random police patrols or undirected security checks have long been shown to have negligible impact on crime reduction. Risk profiles, on the other hand, have a certain potential for shaping more effectively the interventions by law enforcement authorities at border crossing points. Nevertheless, the use of such profiles also raises some pertinent questions. It is precisely in the light of this ambivalence that the present theoretical contribution will consider the pitfalls and success factors of risk profiling during border checks, in order to determine when one can speak of ‘risk profiling’ and when the concept of ‘risky profiling’ must be used.


Jop Van der Auwera
Jop Van der Auwera is vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Rechtsgeleerdheid. jop.vanderauwera@kuleuven.be

Lore Van de Velde
Lore Van de Velde is advocaat aan de balie van Antwerpen.
Artikel

Access_open De Gedragscode Afhandeling Beroepsziekteclaims: een stap vooruit

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Gedragscode afhandeling, Beroepsziekteclaims, Personenschade
Auteurs mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    Werknemers die ziek worden door hun werk – die dus een beroepsziekte oplopen – hebben recht op vergoeding door hun werkgever van de schade die zij lijden, ten minste wanneer die werkgever zijn zorgplicht voor een veilige werkomgeving heeft geschonden (art. 7:658 BW).


mr. H. de Hek
Bert de Hek is senior raadsheer bij het hof Arnhem-Leeuwarden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Aansprakelijkheid rondom ketenzorg

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, overeenkomst, gezondheidsrecht
Auteurs mr. D. van Grootveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De organisatie van de gezondheidszorg is, evenals in veel andere sectoren, aan verandering onderhevig. Zo is zorgverlening steeds vaker samenwerking tussen meerdere zorgverleners en/of zorginstellingen geworden.


mr. D. van Grootveld
Dominique van Grootveld is plaatsvervangend secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven.
Artikel

Access_open Kansschade of proportionele aansprakelijkheid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, kansschade, causaliteitsonzekerheid, medische aansprakelijkheid, kansberekening
Auteurs Mr. A.J. Van
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Deloitte/H&H Beheer maakte de Hoge Raad onderscheid tussen de leerstukken van kansschade en proportionele aansprakelijkheid. Volgens een aantal auteurs is dit slechts een dogmatisch onderscheid en gaat het in de kern om dezelfde onzekerheid. In het ene geval wordt die uitgedrukt in het verlies van een kans op een beter behandelingsresultaat en in het andere in een getal dat de veroorzakingswaarschijnlijkheid aanduidt. Zo bezien, zou het niet moeten uitmaken welk leerstuk men toepast. De praktijk laat echter zien dat het in een aantal gevallen wel degelijk uitmaakt welk leerstuk wordt gebruikt. Dat biedt steun aan de opvatting dat hier sprake is van meer dan een louter dogmatisch onderscheid. In deze bijdrage wordt die gedachte verder uitgewerkt en wordt duidelijk gemaakt in welke gevallen de ene, dan wel de andere methode de voorkeur verdient.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer Advocaten en universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

De verplichting tot het aanbieden van excuses

Over hoe de medische tuchtrechtspraak inspiratie kan bieden voor de civiele rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden excuses, verplichting, vordering, aansprakelijkheid, tuchtrecht
Auteurs Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is in de literatuur de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor de rol van excuses in het civiele recht. Een vraag die hierbij aan bod komt, is in hoeverre en onder welke omstandigheden een juridische verplichting kan bestaan voor het aanbieden van excuses. Op basis van een jurisprudentieanalyse wordt in dit artikel inzichtelijk gemaakt hoe de medische tuchtprocedure en de civiele procedure invulling geven aan de verplichting tot het aanbieden van excuses. Hoewel de geconstateerde verschillen deels te verklaren zijn door te kijken naar de doelen van de procedures, wordt betoogd dat de civiele rechter inspiratie kan ontlenen aan de wijze waarop het medisch tuchtcollege hiermee omgaat.


Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens
Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens is universitair docent bij Tilburg Law School, Tilburg University. Zij promoveerde 11 september 2020 cum laude aan Tilburg University op haar proefschrift ‘Als ik nu sorry zeg, beken ik dan schuld?’ Over het aanbieden van excuses in de civiele procedure en de medische tuchtprocedure.
Artikel

Access_open Langlopende letselschadezaken: wat zijn de belangrijkste kenmerken?

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Langlopende letselschadezaken, Personenschade, Letselschade, Schadeafwikkeling
Auteurs Dr. mr. R. Rijnhout, D.W. van Maurik LLB, Mr. dr. E.G.D van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Langlopende letselschadezaken kunnen om meerdere redenen nog openstaan. Het is niet mogelijk om één dominante omstandigheid te benoemen als hét kenmerk van een langlopend letselschadedossier. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek gepresenteerd.


Dr. mr. R. Rijnhout
Dr. mr. R. Rijnhout LLM is als Universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het onderzoekscluster Empirical legal research into institutions for conflict resolution, en was projectleider van dit onderzoek.

D.W. van Maurik LLB
D.W. van Maurik LLB is student-assistent bij Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en heeft tevens als onderzoeksstudent een bijdrage geleverd aan de uitvoering van het onderzoek.

Mr. dr. E.G.D van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen LLM is als Universitair docent verbonden aan Ucall.

Prof. mr. I. Giessen
Prof. mr. I. Giesen is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan Ucal.
Artikel

De effectiviteit van de medeplichtigheidshandelingen bij internationale misdrijven – de zaken Van Anraat en Kouwenhoven

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden medeplichtigheid, internationale misdrijven, internationaal strafrecht, Van Anraat, Kouwenhoven
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij medeplichtigheid is naar Nederlands recht vereist dat de verleende bijstand enig effect op het gronddelict heeft gehad. Deze bijdrage onderzoekt of bij internationale misdrijven, die zich kenmerken door grootschaligheid en bijzondere ernst, dit effectiviteitsvereiste een andere, meer gevaarzettende, invulling zou moeten krijgen. De zaken Van Anraat en Kouwenhoven, waarin het ging om medeplichtigheid door het leveren van (grondstoffen voor) wapens in langdurige en complexe conflicten, bieden voldoende aanknopingspunten voor zo’n invulling. De bijdrage geeft een kader op grond waarvan de rechter een subjectievere invulling van het effectiviteitsvereiste bij internationale misdrijven zou kunnen rechtvaardigen.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Prof. mr. G.K. Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit en advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Artikel

De aanvang van de lange verjaringstermijn ex art. 3:310 lid 1 BW

Van schadeveroorzakende gebeurtenis naar aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden verjaring, aansprakelijkheidsrecht, onrechtmatigheid, schadevergoeding, causaliteit
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    De lange verjaringstermijn vangt aan met de ‘schadeveroorzakende gebeurtenis’. Dat criterium is volgens de auteur lastig hanteerbaar, omdat het als causaal begrip per definitie meerdere gebeurtenissen aanwijst. De auteur stelt voor te werken met het begrip ‘aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis’. Dat begrip kan de lijn van de Hoge Raad eenduidig verklaren voor zowel contractuele als schuld- en risicoaansprakelijkheden.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is cassatieadvocaat bij BarentsKrans te Den Haag en redacteur van dit tijdschrift.

    Criminological research has emphasized the importance of procedural justice of authorities during encounters with citizens. Theory and prior research propose that the procedurally just treatment by the police influences, possibly via legitimacy, citizens’ willingness to cooperate with authorities in the criminal justice chain. This article tests the hypotheses of procedural justice theory using Dutch data of the European Social Survey (N=1,616). The results show an association between the procedurally just treatment of citizens by the police and cooperation with criminal justice authorities. However, this association has not been explained by the legitimacy of the police.


Matthias van Hall
M. van Hall MSc is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Verslag

Schadevaststelling in het geding

Verslag van de najaarsvergadering 2020 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Auteurs Laura Ebben, Jim van Mourik en Jaap Dammingh
Auteursinformatie

Laura Ebben
Mr. L.A.G. Ebben is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Gelderland.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open If it was shared on Facebook and Twitter, then it must be true. Een kwantitatief onderzoek naar de relatie tussen fake news en angst voor criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Fear of crime, avoidance behavior, fake news, traditional media, social media
Auteurs Birte Vandaele, Thom Snaphaan en Wim Hardyns
SamenvattingAuteursinformatie

    The media are a main source of information on crime for citizens. Prior research shows that media and fear of crime are not independent of each other. Since fake news is spread through (social) media, the question arises what the relationship is between (perceived) fake news and fear of crime. To date, no large-scale representative research has been conducted on this topic. This study is based on a representative population survey (n = 1566) from 2019. This exploratory study shows a small but significant relation between the perceived prevalence of fake news and fear of crime.


Birte Vandaele
Birte Vandeale is wetenschappelijk onderzoekster aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent. Birte.Vandaele@UGent.be

Thom Snaphaan
Thom Snaphaan is doctoraatsonderzoeker aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent. Thom.Snaphaan@UGent.be

Wim Hardyns
Wim Hardyns is professor in de Criminologische Wetenschappen aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent, en gastprofessor in de Veiligheidswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Wim.Hardyns@UGent.be
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Artikel

De csqn-toets bij een nalaten in het licht van het arrest Netvliesloslating: komt bovennormconform gedrag voor rekening van de laedens?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Causaal verband, Onrechtmatige daad, Schade, Schadevergoeding, aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier en Mr. L.A. Burwick
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Netvliesloslating-arrest oordeelt de Hoge Raad dat bij een onrechtmatig nalaten binnen de csqn-toets het feitelijke gedrag dat de laedens daadwerkelijk zou hebben vertoond bij nakoming van de norm doorslaggevend is. Dat bevreemdt, omdat de laedens daardoor soms voor méér schade aansprakelijk is dan als hij zuiver normconform zou hebben gehandeld. In dit artikel betogen de auteurs dat die invulling van de csqn-toets niet strookt met de empirisch logische uitgangspunten daarvan.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is cassatieadvocaat bij BarentsKrans te Den Haag en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. L.A. Burwick
Mr. L.A. Burwick is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 502 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 25 26
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.